woensdag 20 april 2016

Minimaal decor

     Op elk moment wordt ergens ter wereld, beweert men, het toneelstuk ‘Dood van een handelsreiziger’ opgevoerd. Vanavond is dat in de grote zaal van t,arsenaal in Mechelen. Ik ga er met mijn leerlingen naartoe. Waar ik vooral op zal letten, is het decor.
     Toen Arthur Millers stuk voor het eerst werd opgevoerd in 1949, besloot men een open decor te gebruiken. Het publiek zag tegelijk de keuken, de slaapkamer van de Lomans, en de zolderkamer van Biff en Happy. Willy Loman stapte vanuit zijn  tuin in Brooklyn het bureau van zijn baas of een restaurant in Manhattan binnen. De verschillende ruimtes werden met een minimum aan meubilair opgeroepen: een tafel, twee stoelen, een ijskast, een bed – alles erg minimaal en gestileerd.


Scène uit de eerste productie van 1949. Bij de Broadway revival van 2012,
met Philip Seymour Hoffman, werd het oorspronkelijke decor nagebouwd.

     Dat decor nu was het onderwerp van een gesprek dat Miller kort na de première had met een aantal Russische gezanten. De Russen waren vol lof voor een stuk dat zo streng was voor het kapitalisme en de Amerikaanse Droom (zie ook hier). Ze wilden het zo snel mogelijk in Rusland laten opvoeren, maar dan meteen zoals het hoort. De eigenaar van het Broadwayse theater had natuurlijk op het decor bespaard om zijn winsten op te drijven, dat begrepen ze wel, maar in communistisch Rusland stond de menselijke waarde van een toneelstuk centraal en niet de winst. Voor elke scène zouden goedgeschoolde Sovjetarbeiders een apart realistisch decor bouwen en men zou niet kijken op een stoel of een ijskast meer of minder.
     Geduldig legde Miller uit dat regisseur Elia Kazan een minimaal decor gekozen had om artistieke redenen. Ruimte en tijd moesten in elkaar overvloeien zoals ze dat deden in het hoofd van zijn beklagenswaardige held. Dat beschouwden de Russen als een schandelijke uitvlucht. Hoe kon een vooruitstrevende intellectueel zo blind zijn voor de oneindig grotere mogelijkheden van het socialistisch volkstheater?
     Miller had het Russisch communisme altijd een warm hart toegedragen. Hij had niets gezegd toen op een kunstenaarscongres Dos Passos, T.S. Eliot en Malraux door de Russische kameraden waren uitgemaakt voor ‘hyena’s die konden typen’. Hij had gezwegen toen Sjostakovitsj in het New Yorkse Waldorf Hotel zijn eigen muziek afviel nadat de partij die muziek ‘volksvreemd’ had genoemd. Maar nu was voor Miller een grens overschreden. Van zijn decor moesten de Russen afblijven.
     De communistische sympathie van Miller heeft daarna niet lang meer standgehouden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen