zaterdag 4 juni 2016

Strijdende godloochenarij

    Onlangs was ik bij iemand op bezoek. Op de koffietafel lag een mooi uitgegeven boek van van Richard Dawkins. ‘Nog altijd atheïst?’ vroeg ik benieuwd. ‘Ja,’ antwoordde de gastheer, ‘maar ik doe er niets mee.’
      Dat zou mij, toen ik atheïst was, niet overkomen zijn –  dat ik er niets mee deed. Iedereen moest het horen. Ik kwam als zeventienjarige op een jeugdkamp terecht dat werd geleid door enkele ‘christenen voor het socialisme’, priesters en uitgetreden priesters. Wat heb ik die mensen de oren van de kop gezeurd met mijn ‘godsdienst is opium van het volk’. Of was het ‘voor het volk’? Er staat mij vaag voor dat daar een belangwekkend verschil tussen was. In elk geval, die christenen bleven beaat glimlachen, daarbij af en toe in een andere richting kijkend, in plaats van mij met mijn hele hebben en houden het kamp uit te gooien. Christelijke lankmoedigheid. Bah!
     In de Franse les moesten we een gedicht voorlezen. Ik koos een stuk uit de lange tirade ‘La crosse en l’air’ van Jacques Prévert (1900-1977)

     Je ne suis pas libre penseur dit le veilleur
     je suis athée
     A comme absolument athée
     T comme totalement athée
     H comme hermétiquement athée
     É accent aigu comme étonnamment athée
     E comme entièrement athée
     pas libre penseur
     athée
     il y a une nuance.


     De leraar vond het niet erg.
     Later, veel later, werd ik dan zelf zo’n vrijdenker, of, met een geleerder woord, een agnost. Dat kwam omdat ik de boeken van Schopenhauer (1788-1860) las. Schopenhauer beweerde twee dingen. Eén: alle godsdiensten zijn eigenlijk verzinsels, het ene al wat krankzinniger dan het andere. Maar, twee, in al die godsdiensten zit ergens, goed verborgen, een vage waarheid – dat de stoffelijke wereld niet de enige wereld is, dat er áchter die stoffelijke wereld – mit allen ihren Sonnen und Milchstrassen – een zedelijke wereld staat, die groter is, en duurzamer, en verhevener.
     Schopenhauer kon het bestaan van die wereld niet bewijzen. Wat hij wel kon was een groot aantal vaak originele inzichten over zielkunde, kennisleer, moreel aanvoelen en schoonheidsbeleving in overeenstemming brengen met het bestaan van zo’n onzichtbare zedelijke wereld. Ik dacht, se non è vero, è ben trovato. De knorrige filosoof legde zijn leer bovendien over met een groot gevoel voor humor, een brandende overtuiging en in een glashelder Duits dat zelfs ik, ondanks of misschien wel dankzij de lange, kronkelende zinnen, prima begrijpen kon. En zo werd ik een agnost – iemand die het niet weet – want over die andere wereld, zegt Schopenhauer, weten we eigenlijk – niets.
     Van agnosten beweert men dat het angsthazen zijn. Friedrich Engels (1820-1895) vond agnosten beschaamde atheïsten. De al vermelde Richard Dawkins vindt ze bangelijke twijfelaars – fence-sitters. En Flor Vandekerckhove noemt ze op zijn blog, die ik altijd met genoegen lees, kort en krachtig ‘lafaards’ (hier).
     Als ik naar mezelf kijk, moet ik Friedrich en Richard en Flor gelijk geven. Er zal wel eens een moedige agnost bestaan hebben, maar voor een bepaald soort dapperheid moet je vooral bij de Ware Gelovige zijn – de moslim die zichzelf opblaast, de vroege christen die zich bereidwillig door wilde dieren laat verscheuren in de arena. Ook een strijdende godloochenaar zie ik, als het moet, vastberaden het schavot beklimmen, om nog een laatste keer uit te schreeuwen dat Hij luister-dan-toch-eens niet bestaat!!
     Ik zie het mij niet doen, op het schavot luid staan roepen: ‘Ik weet het niet!’

5 opmerkingen:

  1. ‘Dat de godsdienst een slecht geweten heeft, blijkt uit het feit dat er zware straffen worden gegeven aan wie ermee spot.’ (Arthur Schopenhauer)

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ja, weinig gevoel voor humor hebben die godsdiensten. Pascal - ja - maar toch alleen spot met andersdenkenden.

      Verwijderen
  2. Haha, plezant geschreven.
    Nu zie ik Dawkins niet echt als een betweterige atheïst. God als misvatting, ik vond het persoonlijk een goed boek, maar het is natuurlijk rationalistisch.
    Enfin, ik begin te meanderen.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Dawkins is altijd eerlijk, onderhoudend, scherpzinnig en maakt, geloof ik, niet vaak redeneerfouten. Toch kleeft er iets bekrompens aan. Ik kan er de vinger niet opleggen.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Dawkins blundert soms wel degelijk. Kijk eens naar wat hij over Karl Popper schrijft in 'A Devil's Chaplin'... Het is zeer twijfelachtig of Dawkins ooit iets van Popper gelezen heeft. Hij durft blijkbaar schrijven over zaken waar hij niets van weet...
    https://www.facebook.com/popperphilosopher
    vanwege Luc Castelein

    BeantwoordenVerwijderen