Longreads: als het ietsje (of veel) langer mag zijn

donderdag 13 november 2025

Sociaal profitariaat




      Mijn talent voor verontwaardiging is klein. Sociaal profitariaat van de kleine luyden en belastingconstructies van de rijkaards doen mij niet veel. In beide gevallen heb je menselijk gedrag dat ik volkomen begrijp: de enen ontvangen graag geld zonder ervoor te moeten werken, en de anderen willen liefst zo weinig mogelijk belastingen betalen op wat ze verdienen. En allebei maken ze gebruik van onvolkomenheden in wet en reglement.
    
     Maar ik respecteer de verontwaardiging van anderen over die kwesties. En ik geef de verontwaardigden gelijk als ze op strenger optreden aandringen tegen misbruik. In het geval van sociaal profitariaat, willen de verontwaardigden betere controles om wie niet wil werken te scheiden van wie niet kan werken, en willen ze lagere uitkeringen invoeren om het verschil van inkomen bij werken en niet werken groter te maken, zodat er meer mensen voor werken kiezen.
     Na de recente reportage van de altijd minzame Deborsu over het onderwerp, zag je nog een ander soort verontwaardiging. Naast de mensen die aanstoot namen aan het sociaal profitariaat zelf, had je degenen die aanstoot namen aan het laten zien van dat profitariaat*. Voor die verontwaardiging heb ik minder begrip. Neem de OCMW-voorzitster Gaëlle Denys die in de reportage even aan het woord kwam. Nadat ze de uitzending gezien had, reageerde ze op FB:

Dit is het misbruiken van sociale ellende voor sensationele doeleinden, bedoeld om populistische instincten te strelen en een simplistische lezing van armoede te bevorderen, waarbij armen worden gecriminaliseerd als eeuwige verantwoordelijken voor hun situatie.

      En maar roepen!
     Professor Ides Nicaise verwoordt het wat subtieler in De Standaard, maar ook hij heeft het over de ‘vergiftiging van het politieke klimaat.**
 Opvallend is hoe zwak de argumenten van Nicaise zijn als hij het sociaal profitariaat wil minimaliseren. Men vergeet, schrijft hij, 

  1. dat er strenge voorwaarden verbonden zijn aan de sociale bescherming 
  2. dat de overgrote meerderheid van de uitkeringstrekkers het er moeilijk mee hebben om afhankelijk te zijn
  3. dat van de mensen die recht hebben op een leefloon, er 40 procent geen gebruik van maakt.
     Die strenge voorwaarden zijn er, maar iedereen kent, ook zonder de reportage van Deborsu, wel enkele mensen in zijn omgeving die ondanks de strenge voorwaarden toch door de mazen van het net glippen. Dat de overgrote meerderheid van de uitkeringstrekkers het moeilijk heeft met hun afhankelijke situatie is misschien door sociologisch onderzoek aangetoond, maar doet weinig ter zake. Om een oneerbiedige vergelijking te maken: er zijn ook veel maffiosi die volgens onderzoek lijden aan de stress die hun beroep meebrengt en toch gaan ze ermee door. En dat 40 procent van de mensen die recht hebben op een leefloon er geen gebruik van maken, is iets waar niemand verontwaardigd om is, integendeel.
      Meer in het algemeen vind ik ook de andere redenen ter vergoelijking van het sociaal profitariaat niet erg overtuigend.

  1. dat uitkeringstrekkers niet gestigmatiseerd mogen worden
  2. dat uitkeringen een vorm van solidariteit zijn
  3. dat iedereen in een positie kan komen waarin hij een uitkering nodig heeft
  4. dat de overgrote meerderheid van de uitkeringstrekkers wel willen maar niet kunnen werken. 
  5. dat de grens tussen niet willen en niet kunnen werken niet scherp te trekken valt 
  6. dat de uitkeringen allemaal samen een veel kleiner bedrag uitmaken dan dat van de belastingsontwijking 
  7. dat  controles, sancties en verlaagde uitkeringen niet leiden tot grotere werkwilligheid
  8. dat sancties inzake langdurig zieken ook échte werkonbekwamen kunnen treffen
  9. dat het verlagen van de uitkeringen een vorm is van ‘omgekeerde herverdeling’
  10. dat de jobs waar uitkeringsgerechtigden voor in aanmerking komen slecht betaald zijn en weinig arbeidsvreugde garanderen
  11. dat de concurrentie onder de werkzoekenden zal toenemen, waardoor de werkgevers zich kunnen veroorloven om minder goede voorwaarden aan te bieden 
  12. dat het probleem niet de werkonwilligheid is, maar de mismatch tussen het aangeboden werk en de vaardigheden van de langdurig werklozen
  13. dat sommige werklozen niet kúnnen werken omdat ze moeten zorgen voor hun kinderen of hulpbehoevende familieleden
  14. dat het onzinnig is om mensen aan het werk te ‘jagen’ als er onvoldoende werk is.

    Ben ik nog argumenten vergeten?
    De meeste opgesomde argumenten zijn naast de kwestie; andere verdienen overweging. Argument (14) 
 dat er geen werk is  past niet goed bij de huidige economische conjunctuur. Argument (4) – dat slechts een kleine minderheid doelbewust werkonwillig is  zou wel terzake doen ... als het waar was, wat ik betwijfel. Argument (7) – dat controles en verlaagde uitkeringen niet zullen leiden tot grotere werkwilligheid  zou in de politieke discussie de doorslag kunnen geven***. A priori geloof ik het tegenovergestelde. Recente cijfers lijken mijn geloof te bevestigen. Van de langdurig werklozen in Wallonië die in januari 2026 hun werkloosheidsuitkering zouden verliezen, heeft 30 procent ondertussen werk gevonden. Argument (8) – dat ook echt werkonbekwame zieken getroffen kunnen worden door een te streng sanctiebeleid – dat argument is, geloof ik, waar. Dat is een reden om niet alle voorzichtigheid te laten varen.

                                                                ***

     Hierboven en omschreef ik wat ik niét voelde bij de reportage van Deborsu over het sociaal profitariaat. Ik voelde géén verontwaardiging. Tinneke Beeckman (DS 20/11) omschrijft wat ze wél voelde, en ik ook, maar ik kon er minder goed de vinger op leggen: 

 Toen ik de reportage van Deborsu bekeek, vond ik de geïnterviewden eerder ontwapenend. Wat me aansprak, was precies wat veel commentatoren zo ergerlijk vonden: dat ze zo vrijuit spraken. Ja, dat doen mensen uit de arbeids- of lagere middenklasse makkelijk: als een journalist hun een microfoon onder de neus duwt, antwoorden ze gewoon. Ze laten hem binnen in hun huis, laten hun slaapkamer zien, hun huisgenoten. Ze verhullen niets.

     De precieze omschrijving van sociale fraude lijkt mij in veel gevallen overigens even moeilijk als die van belastingontwijking. Bea Cantillon schrijft (DS 18/11): 

Sommige sociaal werkers lijken geneigd om cliënten in de meest gunstige uitkeringssituatie te houden. Dat gebeurt doorgaans vanuit goede bedoelingen: bescherming tegen armoede, het vermijden van extra onzekerheid en misschien ook uit een gevoel van ongemak over de grote kloof tussen hun eigen levensloop en die van hun cliënten. Die dynamiek geldt waarschijnlijk ook voor andere hulpverleners, zoals controleartsen.

     Je zou de sociaal werkers, hulpverleners en controleartsen hier enigszins kunnen vergelijken met de advocaten die hun cliënten helpen om de meest gunstige fiscale constructie op te zetten. Alleen is de motivatie van die advocaten natuurlijk anders.


                                                                    ***

     In zijn commentaar bij de Deborsu-reportage gebruikt Ides Nicaise de term aporofobie, van het Grieks áporos (arm, zonder middelen) en phobos (angst): 
angst voor de armen. Zoiets bestaat echt, geloof ik, een angst en minachting voor arme mensen, omdat ze er onverzorgd uitzien, of omdat men ze allerlei gebreken toeschrijft die verantwoordelijk zijn voor hun armoede. Misschien speelt ook het slechte geweten mee van de bourgeois dat hij er zelf zo warmpjes in zit, of misschien zelfs de angst dat het plebs ooit in opstand komt. Uit de dagboeken van de gebroeders Goncourt spreekt een diepe haat voor iedereen die een werkmanskiel draagt. Dat waren allemaal potentiële revolutionairen die op zekere dag hun kunstcollectie zouden stukslaan.
     Maar bij de kwestie van de rue de Dison was het gevoelen niet afkeer, minachting of angst, maar verontwaardiging. De brave middenklasser is nooit afkerig geweest van de fatsoenlijke, arm-maar-proper-mensen, de zogenaamde ‘deserving poor’ van de 19de eeuw.  Maar als hij steuntrekkers ziet, vermoedt hij profitariaat, mensen die op zijn kosten leven. Hij schrijft hen, terecht of ten onrechte, luiheid, kortzichtigheid en domheid toe die hij verantwoordelijk acht voor hun armoede. En vaak is die middenklasse dan inderdaad milder voor rijken die constructies inzetten om minder belastingen te moeten betalen.

*Je zou Deborsu, als je wil, van manipulatie kunnen beschuldigen. De manipulatie bestond hierin dat hij steuntrekkers gevonden heeft die onder andere openlijk willen praten over hun beweegredenen. Zulke mensen zijn redelijk uitzonderlijk, terwijl die beweegredenen zelf dat wellicht niet zijn.

** Het kernwoord in die redenering is stigmatisering. We kunnen er ons iets bij voorstellen als we even denken aan tooghangers op café. In de politieke wereld is dat anders. Rechtse politici stigmatiseren niet de steuntrekkers, maar de politieke tegenstrevers van links die het misbruik mogelijk maakten of aanmoedigden. Linkse politici benadrukken dat ze óók tegen sociale fraude zijn. De PVDA ten slotte wil de stigmatisering van de sociale fraude vervangen door een van de fiscale fraude.

*** Een klassiek links antwoord is hier dat men de werkonwilligheid moet remediëren door meer begeleiding. Daarmee kom je snel in een paradox van het sociaal werk: dat je op de duur meer geld geeft aan de sociale werkers dan aan de hulpbehoevenden.




6 opmerkingen:

  1. 'Hijgerige agitprop'?
    Kijk dergelijke taal over een medium lees ik niet in De Standaard.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dat was om het contrast groter te maken met de twee fatsoenlijke artikels van vandaag.

      Verwijderen
  2. Maar, euh, is het leefloon een 'uitkering'?

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Is er een beter algemeen woord dat zowel de werkloosheidsvergoeding, de ziekte-uitkering en het leefloon omvat?

      Verwijderen
    2. Nu is het idee dat het leefloon anderssoortig is dan de voorgenoemde twee vormen van inkomen. Je zou het, tautologisch, een 'bestaansminimum' kunnen noemen, wat zeker niet de functie is van een ziekte-uitkering of werkloosheidsvergoeding.

      Als 40% van de mensen die recht hebben op een leefloon daar geen gebruik van maken, is het trouwens een interessante vraag wie dat zijn. Het zullen wel niet allemaal doktersvrouwen zijn?

      Verwijderen
  3. De zin : "We kennen allemaal het verwijt aan de Palestina-mensen dat ze vandaag niet massaal op straat komen ‘om iets te doen’ aan de massamoorden in Gaza." is naar mijn mening fout en zou wellicht moeten zijn : "We kennen allemaal het verwijt aan de Palestina-mensen dat ze vandaag niet massaal op straat komen ‘om iets te doen’ aan de massamoorden in Soedan.

    BeantwoordenVerwijderen