LONGREADS

▼

BOEKEN -- RECENSIES & NOTITIES

▼

donderdag 22 januari 2026

Meer én minder protectionisme


      Het debat over protectionisme zal nog lang aanslepen. De Standaard van vandaag (20/1) is symptomatisch, met her en der over de krant verspreid standpunten van Mooijman, Glenn Ryap, Niclas Poitiers, Bart De Wever en nog enkele anderen. Pierre-Olivier Gourichas van het IMF is de duidelijkste tegenstander van protectionisme:

De beslissing gaat verder dan puur economische overwegingen. Maar tarieven hebben altijd een negatieve impact. In het land dat de tarieven oplegt, worden het aanbod en de concurrentie beperkt, wat weegt op de output.

     De kritiek van Gourinchas is fundamenteel en gaat ervan uit van een scenario waarbij het protectionisme ‘werkt’, en waarbij de import wordt vervangen door eigen inefficiëntere binnenlandse productie. Het is ook mogelijk dat het protectionisme gedurende een bepaalde periode niet ‘werkt’. Dat is wat volgens de Duitse denktank IfW Kiel nu aan de hand is in de VS. Men blijft importeren en de verhoogde tarieven, die in de staatskas terecht komen, worden door middel van prijsstijgingen doorgerekend aan de Amerikaanse klanten. Dan is de hele operatie niet veel meer dan een soort BTW-verhoging.
     Arturo Bris van de managementsschool IMD is de duidelijkste voorstander van het protectionisme.

 We laten als Europeanen te veel toe, terwijl we zouden moeten handelen zoals de anderen. We zouden veel protectionistischer moeten zijn. Europa kan niet het paradijs van de vrijhandel zijn als de rest van de wereld dat niet is.     

 De Wever lijkt dat laatste standpunt te volgen:

 Europa moet ook beseffen dat het niet de beste leerling van de klas kan zijn inzake handel en vrijhandel als andere landen dat multilateralisme niet volgen.

     De argumenten vóór protectionisme in een onstabiele geopolitieke context zijn bekend. Als er vijandige of potentieel vijandige machtsblokken tegenover elkaar staan, moet elk machtsblok een economie hebben die voldoende gediversifieerd is om een eigen defensie, een eigen voedselvoorziening, een eigen grondstoffenbevoorrading, een eigen industrie en een eigen technologie te ontwikkelen. Dat is niet de internationale arbeidsverdeling zoals die zou moeten zijn, maar de wereld is ook niet zoals hij zou moeten zijn.
     Dat betekent niet dat de vrijhandel er door het Europese protectionisme noodzakelijkerwijs op achteruitgaat. De Europese protectionisten als Bris en De Wever pleiten tegelijk voor méér vrijhandel en minder protectionisme binnen de Europese grenzen, en met landen buiten de vijandige machtsblokken. Het netto resultaat zou kunnen zijn, met een beetje geluk, dat het globale volume aan vrijhandel stijgt. Een beetje minder protectionisme aan de ene kant, een beetje meer (hopelijk veel meer) protectionisme aan de andere kant.
    
 Vrijhandel is vandaag – helaas – geen eenvoudige kwestie van laissez-faire, laissez-passer. Het is – helaas –  een relatieve vrijhandel, die vastgelegd wordt in akkoorden van duizenden bladzijden. Als vrijhandelaar hoop ik dat er binnen het Europa van de toekomst veel van dergelijke akkoorden zullen worden afgesloten, dat men niet zal wachten tot de laatste lidstaat mee aan boord is, dat ze geen 25 jaar zullen aanslepen zoals de Mercosur-akkoorden, en dat ze honderden bladzijden in plaats van duizenden bladzijden zullen tellen. 



3 opmerkingen:

  1. Ik vraag me af waarom al die knullen in het middelbaar die vooral zo weinig mogelijk les en zo gemakkelijk mogelijke examens willen, ja waarom leren die gewoon niet een stiel? Ik kende een binnenhuisarchitecte die uiteindelijk herscholing voor machinist deed. Goeie verdienste, je kan vroeg beginnen enz.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Lap! De "ziel van het kind" komt hier weer voorbijgevlogen. Dat was honderd jaar en meer ook al een dooddoener in de discussie rond het thema "wie is de baas in het onderwijs." Voor mij is het eenvoudig: wie betaalt, mag bepaalde voorwaarden stellen. Als de staat - dat wil dus zeggen mijnheer Clerick, ikzelf en ieder belastingbetaler in Vlaanderen - elk jaar 17 miljard in het Onderwijs stopt mag dat wel wat resultaten opleveren waar de gemeenschap iets aan heeft. Het "welbevinden" van de individuele leerling weegt daar zeker niet tegen op. De hele "staking" van vandaag was trouwen een luid klinkende scheet in een fles.
    Goed artikel hierover in DS: https://www.standaard.be/opinies/dat-kinderen-meer-vakantie-willen-is-tot-daaraan-toe.-van-ouders-mag-men-meer-verwachten/125745100.html.



    Een goed art

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Als lesgevers levensbeschouwelijke vakken niet meer mee delibereren dan zal voor een deel hunner volgelingen een A-attest niet in de schoot vallen. In het GO!-onderwijs wedijveren ze om de hoogst mogelijke cijfers toe te kennen. Om een A-attest voor HUN leerlingen durven ze strijden, als een kat om haar jongen.

    BeantwoordenVerwijderen