Longreads: als het ietsje (of veel) langer mag zijn

woensdag 25 februari 2026

BBP-cijfers: een kanttekening


BBP: een kanttekening

      Het boekje Over welvaart van onze premier heb ik nog niet gelezen, maar het zou raar moeten lopen als er nergens iets ongunstigs over het postmodernisme en het neoliberalisme wordt gezegd. Ik zal er mijn slaap niet voor laten. Wat het postmodernisme precies inhoudt weet ik niet, en wat het neoliberalisme inhoudt weet niemand. Voor links betekent het meestal niet meer dan dat de liberale principes ook op het economische domein worden toegepast, en dát zal wel de definitie van De Wever niet zijn. Marc Reynebeau (DS 25/2) verzekert mij ervan dat ik mij geen zorgen hoef te maken:

Hoezeer hij ook stelt het neoliberalisme te verfoeien, Bart De Wever lijkt nog in de ban te blijven van de sfeer waarin hij in de jaren 80 politiek opgroeide, die van de Amerikaanse president Ronald Reagan en de Britse premier Margaret Thatcher.

       Dat is een hele geruststelling.
     Minder geruststellend is de opmerking van Ive Marx (DS 24) dat van De Wevers humor in zijn recente essay niet zoveel te merken valt. Maar dat wist ik al. In zijn vorige essays Over Identiteit en Over Woke bleven de grappen ook achterwege. Marx maakt nog een andere kanttekening:

In De Wevers boekje vind je een grafiekje dat laat zien dat het bruto binnenlands product per inwoner in de Verenigde Staten sterker is gegroeid dan in de EU … Als je echter begint om te rekenen naar productiviteit per uur, dan wordt het verschil met de best presterende Europese landen – waaronder België – bijna volledig uitgewist. De enige reden waarom er een kloof per hoofd van de bevolking is, is simpelweg omdat we hier een pak minder uren werken. We nemen bijvoorbeeld meer vakantie op.

     Dat klopt natuurlijk. De Amerikanen nemen kortere lunchpauzes, werken langere uren, en klagen over de Europeanen die ‘altijd op vakantie zijn.’  Nu kun je bij die aantekening van Marx ook weer aantekeningen maken. De grafiek is bijvoorbeeld niet zozeer interessant omdat hij een kloof in productiviteit aantoont, maar omdat die kloof groter wordt. Dat is niet omdat de Amerikanen ondertussen nóg kortere lunchpauzes nemen, nóg langere uren werken en nóg minder op vakantie gaan. Het tegendeel is waar: ook de Amerikanen werken minder en minder, iets wat socioloog Charles Murray documenteert én betreurt in Coming Apart. Bovendien is het normaal dat in een vrijere economie meer plaats is voor sectoren met een lage productiviteit – hamburger restaurants – naast sectoren met een hoge productiviteit. Het is dat laatste wat De Wever wil aankaarten, en dat weet Marx ook wel. De rest van zijn eigen betoog gaat over die ‘éne sector’ die verantwoordelijk is voor de ‘kloof’ namelijk de informatietechnologie.
     Dit gezegd zijnde blijft de kanttekening van Marx over het bbp interessant. We hebben het bbp-cijfer nodig als we willen spreken over welvaart, maar het is een erg ruwe benadering. De rijkdom van een rustig leven en veel vakantie wordt niet gemeten. En als we het bbp willen gebruiken om iets te bewijzen, moeten we dubbel oppassen. Een liberale uiteenzetting die een positief verband legt tussen vrije markt en bbp, moet er toch ook even de Gini-index bij halen om te zien of dat bbp een beetje redelijk verdeeld is. En een linkse* uiteenzetting die een positief verband legt tussen migratie en bbp moet minstens dat BBP per inwoner uitrekenen.
     Frédéric Bastiat heeft indertijd op nog een andere valstrik gewezen. Het moedwillig kapotslaan van een ruit en het laten herstellen ervan komt in het bbp terecht in dezelfde kolom als het maken van een nieuwe broek. Elchardus legde het op zijn manier uit:

 Of, om een actueel voorbeeld te nemen, wanneer een vrouw tijdens het joggen wordt aangerand, ernstig gewond raakt en medische verzorging nodig heeft, wordt dat als een bijdrage aan het bbp geregistreerd. 

      Cijfers, het blijft een moeilijke kwestie. Wie dat niet gelooft, kan best eens twee columns over migratie met elkaar vergelijken, bijvoorbeeld een van Frank D’hanis (hier) en een van Mark Elchardus (hier). 

* Eventueel ook van links-libertarische zijde.



dinsdag 24 februari 2026

Eredoctoraat voor Francesca Albanese


     De eerste keer dat ik de naam van Francesca Albanese hoorde, was over de autoradio, een jaar geleden. Albanese nam een stevig pro-Palestijns en anti-Israëlisch standpunt in, wat in het Westen niet ongewoon is. Ik heb er niet veel over gezegd, want mijn vrouw zat naast mij en wij denken anders over die kwestie. Maar het stoorde mij dat dat standpunt kwam van een ‘speciaal rapporteur van de UNO voor de mensenrechtensituatie in de bezette Palestijnse gebieden.’ Israël is toch ook een lid van de UNO, dacht ik, moet zo’n rapporteur dan niet wat meer neutraliteit aan de dag leggen? En bestaat er ook zo’n ‘rapporteur’ voor de mensenrechtensituatie in Iran*?
      Maar nu hebben de raden van bestuur van de VUB, de UGent en de Universiteit van Antwerpen beslist om aan Albanese een eredoctoraat toe te kennen. Daar is hier en daar wat protest tegen. De Standaard publiceerde en open brief van Joël Kotek, politicoloog, en Viviane Teitelbaum, voorzitster van Jonathas, een instituut dat het antisemitisme wil bestrijden.
     Kotek en Teitelbaum roepen de drie universiteiten op om dat eredoctoraat niét uit te reiken. Ze vinden dat sommige anti-Israël uitspraken van Albanese ‘aansluiten bij het repertoire van antisemitische stereotypen’ en geven daarvan enkele voorbeelden. Ze nemen er ook aanstoot aan dat Albanese zulke uitspraken deed in de aanwezigheid van Hamas-leiders. Ook vinden ze de uitspraken van Albanese misschien wel in strijd met de racisme-wet van 1982 en de anti-negationisme-wet van 1995.
      Ik ben een koele minnaar van het antisemitisme-argument, en van de wetten van 1982 en 1995 ben ik een verklaard tegenstander. Maar ook zonder die wetten vind ik de beslissing om dat eredoctoraat uit te reiken ongelukkig. In het algemeen is het beter om eredoctoraten uit te reiken voor academische of humanitaire prestaties, veeleer dan voor politiek engagement. Maar ik begrijp dat de grens tussen het humanitaire en het politieke niet altijd scherp te trekken valt**. De universiteiten zullen doen wat ze niet laten kunnen, en ondertussen ben ik al blij dat De Standaard ook eens een stuk tégen Albanese heeft geplaatst
.     En toen las ik op FB een boze reactie van, dacht ik, Tom Naegels:

Als Albanese al geen eredoctoraat zou mogen krijgen, volgens deze twee doctrinair-zionistische apartheidsverdedigers en Nakba-ontkenners, waarom zouden zijzelf dan wel vereerd moeten worden met een podium in een kwaliteitskrant?

     Hoe had Tom zoiets kunnen schrijven? Zo’n kinderachtige redenering! En dan het stijltje: ‘doctrinair-zionistische apartheidsverdedigers en Nakba-ontkenners.’ Was dat misschien een pastiche op de stijl van de open brief? De dag erna zag ik de papieren krant, met de boze reactie als lezersbrief. Het raadsel was opgelost. De auteur was niet Tom Naegels, maar Tom Lanoye. 

* Voor alle duidelijkheid: ik ben er geen voorstander van dat er zo’n Uno-rapporteur voor de mensenrechten in Iran zou komen. Kritiek op de mensenrechtenschending moet komen van individuele landen of niet-gouvernementele organisaties. 

** Ook de grens tussen het academische en het politieke valt niet altijd scherp te trekken. Zie mijn stukje hier over onder andere het eredoctoraat dat de KULeuven uitreikte aan de Amerikaanse fysicus Norman Rasmussen. 



zondag 22 februari 2026

Kortjes

 Strak vijfjarenplan voor het klimaat
      Lieven Sioen maakt zich zorgen dat Europa zijn CO2-uitstoot minder snel zou afbouwen (DS 11/2). Hij haalt terecht aan dat ‘zelfs erg liberale economen’ in een koolstoftaks de effciëntse manier zien ‘om een economie klimaatneutraal te maken.’ Als klimaatneutraliteit de overheersende ambitie is moet die koolstoftaks inderdaad zo hoog mogelijk zijn. Als die klimaatneutraliteit echter tegen andere ambities moet worden afgewogen, ziet de zaak er anders uit.
     Sioen gebruikt overigens in zijn klimaatenthousiasme een erg discutabel argument.

Nochtans vormden net ambitieuze regelgeving en strakke langetermijnplanning de strategie waarmee China het groen technologisch leiderschap van Europa overnam. De Green Deal heet daar gewoon vijfjarenplan.

       Ik betwijfel of strakke vijfjarenplannen de oplossing zijn. In elk geval, de ‘erg liberale economen’ die een koolstoftaks bepleiten, doen dat precies om die strakke planning te vermijden.


Deportaties ... naar Rusland
     Laatst schreef de voortreffelijke Paul Cordy in zijn dagelijkse FB-post over het McCarthyisme in het Amerika van de jaren 50. Het McCarthyisme, schreef hij, was de twééde Red Scare, want na Wereldoorlog I was men in de Verenigde Staten al eens in paniek geweest voor het Rode Gevaar. Wat ik niet wist was de manier waarop dat gevaar in die tijd werd bezworen. Gevaarlijke communisten werden gedeporteerd … naar Rusland – een erg wrede straf. Ik ken al heel mijn leven het argument: ‘Als het onder het communisme zoveel beter is, waarom ga je er dan niet wonen?’  Ik wist niet dat de praktische Amerikanen het argument ooit in de praktijk hebben gebracht.


‘Vechten’
     De burgemeester van Minneapolis en de gouverneur van Minnesota worden gedagvaard voor een Grand Jury omdat ze hebben opgeroepen om te ‘vechten’ tegen de uitwijzing van illegalen. Men wil nagaan of dat van de burgemeester en de gouverneur geen ‘oproep tot geweld’ inhield. Dat is natuurlijk een waanzinnige beschuldiging omdat iedereen weet dat ‘vechten’ in een politieke context een metaforische betekenis heeft. Men ‘vecht’ voor beter onderwijs. Men ‘vecht’ voor een begroting in evenwicht. Men ‘vecht’ om in Brussel een regering tot stand te brengen. Mag ik desalniettemin voorstellen om de krijgshaftige metafoor in het vervolg niet meer te gebruiken. Dat is iets waar ik voor wil … ach nee.


Theater met gordijn
     We hebben in de Bourla-schouwburg een fijne avond beleefd met de vertoning van Voor het pensioen van Thomas Bernhard (1931-1989). In de brochure stond dat het ging om ‘een familiedrama in de lijn van Ibsen, Strindberg en O’Neill.’  Dan mag je je aan een striemende kritiek op het kleinburgerdom verwachten, en aangezien het een Duits stuk is, wordt dat kleinburgerdom in verband gebracht met het nazisme. Dat zal mij, vrees ik, niet van mijn kleinburgerlijkheid genezen.
     Niet alleen de inhoud viel binnen het traditionele realisme, aangevuld met wat absurditeit, ook de uitvoering zelf hield zich aan de klassieke regels, met bijvoorbeeld een min of meer herkenbaar decor. Wat mij nog het meeste beviel was dat het podium voor de voorstelling begon werd afgeschermd door een … gordijn. Je ziet dat bijna nooit meer. Vandaag zie je voor de voorstelling de acteurs op het podium rondlopen en met elkaar praten of zelfs, in het ergste geval, acrobatische dansen uitvoeren.

  

Een nogal slap boekje van Bert Engelaar
        ABVV-voorzitter Bert Engelaar en slamdichter Martijn Nelen (‘Bekvegter’) hebben een boekje uitgebracht dat de meest bekende ‘korte bochten van rechts’ op een guitige manier onderuit wil halen. Ik heb er even in gebladerd. Ik had gedacht dat het slappe kost zou zijn, maar het is nog heel wat slapper uitgevallen dan ik had kunnen vermoeden. Neem het stukje over het ‘torenhoge overheidsbeslag’. Een flauwe woordspeling op ‘financieel beslag’ en ‘beslag voor pannenkoeken’ wordt eindeloos uitgemolken. Er wordt gesuggereerd dat ‘rechts’ op die metafoor speculeert. En dan volgt de polemische kopstoot: ‘Bij overheidsbeslag gaat het zelden om exacte cijfers.’ Au contraire, beste Bert en Martijn. Als rechts over het overheidsbeslag spreekt, gaat het altijd om concrete cijfers. Het is een van de weinige cijfers die ik uit het hoofd ken: 54 %, al is het ondertussen wellicht iets meer*.

* Zie mijn stukje hier.  


Interviews met Bart De Wever
     In De Standaard (14/2) zegt Bart De Wever dat hij liever geen interview had gegeven, maar dat hij zich heeft laten overtuigen door de mensen die hem omringen. De Wever heeft gelijk. Ik heb het interview gelezen, ik hou van De Wever, wat hij zegt is realistisch, maar ik vond het een saai stuk. Zoals eigenlijk alle algemene interviews met politici. In interviews lijken ze allemaal op elkaar, allemaal even verstandig, allemaal even welbespraakt, allemaal even bezorgd over onze toekomst. The Economist noemde De Wever onlangs een ‘continental wit who moonlights as Belgian Prime Minister.’ Je merkt daar weinig van in een uitgeschreven interview.


De overheid als draagmoeder
     De Franse overheid wil iets doen aan de lage geboortecijfers en zal naar alle 29-jarige vrouwen een brief sturen met de aanmaning om hun vruchtbaarheid te laten checken. Zelf denk ik dat we de denataliteit zullen moeten aanvaarden, en proberen op te vangen door verhoogde productiviteit en AI, maar Sarah De Coster (DS 14/2) denkt vooral aan sociale maatregelen: kinderopvang, zwangerschapsverlof, huisvesting, bescherming tegen inkomensverlies. Daar zijn goede argumenten voor, maar de formulering is voor een libertair als ik nogal angstaanjagend: 

 We hebben overheden nodig die [tegen zwangere vrouwen] zeggen: “we dragen mee”.

     En net die zin heeft de eindredactie dan uitgekozen als citaatkop!

 



Smartphoneverbod op school

      Ik heb meestal heel wat bedenkingen bij wat Dominique Deckmyn schrijft over sociale media en AI, maar dit keer (DS 14/2) slaat hij de spijker op de kop. Hij heeft het onder andere over de studie van de KU Leuven waaruit blijkt dat een streng smartphoneverbod op school nadelig is voor het welbevinden van scholieren. Deckmyn schrijft:

Laten we toch onthouden dat dit verbod er niet kwam op vraag van scholieren om hun welbevinden te verhogen. De maatregel kwam er op vraag van leerkrachten en ouders om te maken dat de leerlingen beter leren. De belangrijkste vraag is dus: leidt het tot betere leerresultaten? En liefst draagt het ook bij tot het beperken van ‘problematisch gebruik’, of ‘verslaving’, bij jongeren.

      De studie van de KU Leuven lijdt aan het euvel van data availability bias. Niets makkelijker dan aan een representatief staal van scholieren te vragen of ze zich na de invoering van het smartphoneverbod beter of slechter voelen. De twee andere vragen die Deckmyn opwerpt zijn veel moeilijker te onderzoeken. Zie ook lamppost bias, McNamara fallacy, proxy bias. 

***

     Een heel mooie lezersbrief in De Standaard van 13 februari. Een leraar mediakritiek schrijft:

Deze week berichtte het VRT-journaal dat onderzoek van de KU Leuven wijst op een ‘contraproductief effect’ van een totaalverbod van smartphones in scholen. Dat zou een ‘eerder negatieve impact hebben op het mentale welzijn van de jongeren … Je begrijpt het bericht beter door te kijken wat het nieuwsitem wegliet: de methodologie achter de studie.’

     Elke berichtgeving over wetenschappelijk onderzoek zou voor de helft moeten bestaan uit een beschrijving van de gevolgde methodologie. Hier heeft men de kwestie onderzocht door ‘zelfreportage’, met andere woorden door aan leerlingen te vragen of ze zich nu beter of slechter voelden door het smartphone-verbod. De lezersbrief besluit: 

Het probleem is de manier waarop waarop technologie jarenlang ongehinderd een centrale plaats kreeg in het leven van jongeren. Een kortstondige toenamen van negatieve gevoelens zegt in dat licht vooral iets over de diepte van die onafhankelijkheid, niet over de zin of onzin van het verbod.


donderdag 19 februari 2026

Besnijdenis in de VS


Besnijdenis in de VS
     In onze kranten kunnen we nu uitgebreid lezen over de voor- en nadelen van de besnijdenis. Men legt daarbij uit dat het om de penis gaat, iets wat onze godsdienstleraar in het eerste middelbaar zorgvuldig verzweeg. Hij bleef maar spreken over de ‘voorhuid’ en nam daarbij met twee vingers een stukje huid van zijn andere hand vast. Daar werden we niet veel wijzer van. Terloops lees ik ook in de krant dat 75 procent van de Amerikanen besneden zijn.
     75 %, dat kan niet waar zijn denk ik, en zoek het op met Grok. Het is waar. Volgens Grok is het zelfs 80 procent, maar het aantal nieuwe besnijdenissen van pasgeborenen is dan weer gedaald tot 50 procent. Die daling doet zich vooral voor in de grote steden. In gebieden waar men meer voor Trump stemt blijft het besnijdenispercentage hoog.
      Die Amerikaanse toestanden doen mij denken aan een gedicht van Poesjkin – dat ik eerst tevergeefs bij Heine heb gezocht*. Maar dat die twee dichters veel gemeen hebben in stijl en toon, had men al langer opgemerkt. Het gedicht gaat als volgt:

Rebecca, Christus is verrezen!
Vandaag, mijn engel, wil ik trouw
Aan onze Here Jezus wezen
En aan Zijn wet: dus kus ik jou.
Maar morgen zal ik me bekeren
En trouw aan Mozes’ wetten zweren:
En voor een kus ben ik bereid
Jou dat te schenken, wat altijd
Voor jood en christen zal fungeren
Als tastbaar basisonderscheid.


     In de VS geldt dat tastbaar basisonderscheid dus veel minder dan Heine, pardon Poesjkin, dacht. 

* Door dat misverstand heb ik Heines mooie anti-antisemtische gedicht ‘Dona Clara’ nog eens opnieuw kunnen lezen.

woensdag 18 februari 2026

Ongelijkheid in de VS: grafieken

          Hoe groot is de ongelijkheid eigenlijk die links zo graag wil bestrijden? In ons land is die vrij klein. Je kunt dat meten met een wiskundige formule die de zogenaamde Gini-index als resultaat heeft. Wij hebben een Gini-index van 0,25, waarmee we bij de top-5 van meest gelijke landen behoren. De VS hebben een Gini-index van 0,40, een van de hoogste ongelijkheidsmetingen in de rijke landen. Maar voor een leek is het moeilijk om zich iets voor te stellen bij een wiskundige formule. Wij houden meer van begrippen als de ‘1 percent’ en de ‘bottom 50 percent’.
    In wat volgt, gaat het alleen over de VS, waarvan ik, met de hulp van Gemini, gemakkelijker aan cijfers kon komen. Laten we beginnen met een eenvoudige grafiek: de evolutie van de besteedbare inkomens van de laatste 50 jaar. (De grafieken worden duidelijker als men er op klikt.) 

Evolutie van inkomens in de VS


      Dat is een erg alarmerende voorstelling. Je kunt die wat verzachten door het mediaan inkomen te kiezen in plaats van de Bottom-50. Of je kunt die wat verscherpen door de Top-0,1 en de Bottom-10 te kiezen, maar dan is die laatste lijn nog nauwelijks zichtbaar omdat ze ongeveer samenvalt met de x-as. In elk geval kan iedereen zien dat de ‘kloof’ tussen arm en rijk groter wordt, al is het ook weer niet zo dat ‘de armen armer worden’ - hun inkomen stijgt, maar slechts héél traag.
       Eigenlijk is het cijfermatige eindresultaat van de evolutie ook weer niet zo verwonderlijk. Een gezin uit de Top-1 heeft een inkomen dat dertig keer groter is dan het mediane inkomen van de armste helft van de bevolking. Hadden we iets anders verwacht? De gemiddelde egalitarist is er, geloof ik, van overtuigd dat de Amerikaanse Top-1 niet dertig maar ‘duizend-miljoen-miljard’* keer meer verdient dan de rest van de inwoners. Ik word het niet moe om het mopje van Hendrik Vos telkens opnieuw te gebruiken.
     De lijngrafiek heeft het voordeel dat ze de evolutie over de tijd kan weergeven. Maar het nadeel voor mij is dat ik die lijn makkelijk verwar met een weergave van de actuele toestand. Dan ben ik geneigd om het volledige gebied tussen de twee lijnen te zien als ‘het deel van de koek’ dat door de rijken wordt opgeslokt. Daarom ga ik hieronder over op taartgrafieken.
     Ik kijk eerst even naar de vermogensongelijkheid.

Ongelijkheid in vermogen



       Hier hebben we alweer een alarmerende voorstelling van zaken. De Bottom-10 kun je op de grafiek niet eens weergeven omdat ze meer schulden dan bezittingen hebben. De Top-0,1 alleen al heeft 7 keer meer dan de hele Bottom-50. Of om het nog spectaculairder te stellen: één gezin uit de Top-0,1 heeft 2500 keer meer dan een gezin uit de Bottom-50. Anderzijds, toen ik begon les te geven, zullen er ongetwijfeld ook collega’s geweest zijn met een vermogen dat 2500 keer groter was dan het onze: het verschil tussen een afbetaald huis en een huis met een hoge hypotheeklening. Ook moeten we beseffen dat een groot deel van die rijkdom van de Top-0,1, de Top-1 en de Top-10 niet bestaat uit auto’s en huizen en computers, maar uit aandelen in bedrijven die auto’s en huizen en computers produceren.
     Dat brengt ons bij de consumptie-ongelijkheid. Het klopt dat de Top-0,1 meer en betere huizen, auto’s en computers heeft dan de doorsneeburger, maar hier is het verschil véél, véél kleiner.

Ongelijkheid in consumptie



          Met de consumptie als graadmeter blijft de ongelijkheid bestaan. De Bottom-10 krijgt maar 60 procent van waar ze recht zou op hebben bij een volmaakt gelijke verdeling en de Top-1 krijgt gemiddeld 8 keer te veel. Alleen de 40 procent tussen de Top-10 en de Bottom-50 (het okergele segment) krijgt gemiddeld een aandeel dat aan de egalitaire principes beantwoordt. Bij een egalitaire maatschappij zou iedereen in oranje segment zitten.
      Ik geef toe dat de strikt egalitaire verdeling, en de afwijkingen ervan, mij niet zo bezighouden. Wel zou de consumptie-ongelijkheid, vind ik, een interessante invalshoek moeten zijn voor wie graag herverdeelt. In laatste instantie is het immers de consumptie die moet herverdeeld worden. Het is de luxe-jacht van Bezos die de ogen uitsteekt. Maar die luxe-jacht zit dus in in dat kleine donkerblauwe segment, waarvan iedereen zal inzien dat het niet volstaat om alle sociale noden te lenigen. De liberaal in mij zal dan voor de zoveelste keer aanhalen dat het beter is om een grotere taart te bakken dan om de taart te herverdelen.
     Voor wie vindt dat een taartdiagram met de samengevoegde grootheden van de taartdiagram de consumptie-ongelijkheid onvoldoende illustreert heb ik ook nog een blokdiagram besteld, waaruit blijkt dat een gezin uit de Top-1 negentien keer zoveel consumeert als een gezin uit de bottom-10 en zeven keer meer dan een mediaan gezin. Wie de ongelijkheid grafisch liever nóg groter voorstelt, moet de consumptiecijfers nemen van de Top-0,1. Maar dan zou je voor de grafiek een logaritmische schaal moeten gebruiken.


Ongelijkheid in consumptie tussen twee gezinnen








1. Vermogensongelijkheid (Wealth)

 

Vermogen omvat bezittingen zoals huizen, aandelen en pensioenrekeningen minus schulden.

 

Categorie

Aandeel in totaal vermogen

Top 0,1%

~14%

99% - 99,9%

~16%

90% - 99%

~37%

50% - 90%

~28%

10% - 50%

~5%

Armste 10%

<0% (Netto schuld)

 

 

Zonder uitsplitsing van de armste 10 %

 

Categorie

Aandeel in totaal vermogen

Top 0,1%

~14,5%

99% - 99,9%

~16,5%

90% - 99%

~37%

50% - 90%

~30,5%

Armste 50 %

~5%

 

2. Inkomen vóór belastingen en transfers (Pre-tax Income)

Dit is het "marktinkomen" (salaris, dividenden, rente) voordat de overheid ingrijpt via belastingen of sociale uitkeringen.

 

Categorie

Aandeel in inkomen (Pre-tax)

Top 0,1%

~10%

99% - 99,9%

~9%

90% - 99%

~28%

50% - 90%

~36%

10% - 50%

~15%

Armste 10%

~2%

 

 

3. Inkomen ná belastingen en transfers (Post-tax Income)

Dit toont het effect van herverdeling (zoals de inkomstenbelasting en programma's als SNAP of Social Security). 

 

Categorie

Aandeel in inkomen (Post-tax)

Top 0,1%

~8%

99% - 99,9%

~8%

90% - 99%

~25%

50% - 90%

~36%

10% - 50%

~19%

Armste 10%

~4%

 

4. Consumptie-ongelijkheid (Consumption)

De ‘consumptie’ omvat alle uitgaven aan wonen, voedsel, vervoer, zorg, entertainment en kleding.

Huishoudens met lage inkomens geven vaak meer uitgeven dan ze verdienen (via leningen of spaargeld) en de allerrijksten consumeren slechts een fractie van hun inkomen.

 

Categorie

Aandeel in totale consumptie

Top 0,1%

~3%

99% - 99,9%

~5%

90% - 99%

~17%

50% - 90%

~39%

10% - 50%

~30%

Armste 10%

~6%

 

Mediaan gezin top 1%: Consumeert jaarlijks ongeveer $550.000.

Mediaan gezin armste 10%: Consumeert jaarlijks ongeveer $28.500.

Amerikaans mediaan gezin: consumeert jaarlijks ongeveer $78.000.

 


De linkse visie op AI

     Filosoof Mathias Vander Hoogerstraete (DS 13/2) vindt dat de overheid moet ingrijpen om ethische normen op te leggen aan de ontwikkeling van AI. Behalve het axioma dat je zoiets niet aan de winstzucht van de bedrijven kunt overlaten, zijn de argumenten wat onduidelijk. Hij verwijst naar veiligheidschecks – iets waar ik weinig vanaf weet.
     AI ontwikkelt zich volgens de filosoof niet in de gewenste richting. De technologie wordt te weinig ingezet voor kankerbestrijding en klimaatbeleid. De huidige toepassingen worden door jongeren misbruikt om hun schooltaken te maken en om hun sociale relaties uit te bouwen. Hoe zoiets met overheidsregulering moet worden bestreden is mij niet duidelijk.
     In zijn conclusie laat de filosoof zien hoe de AI-problematiek kan worden ingepast in een linkse agenda:

De disruptieve kracht van AI rijt heel wat maatschappelijke discussies open. Moeten we afstappen van ons transactioneel onderwijs, waarin we output belonen met cijfers? … Wie kan er profiteren van de enorme productiviteitswinsten die generatieve AI in veel sectoren belooft?

     Twee oude stokpaardjes van links: een school zonder punten* en de herverdeling van de ‘enorme winsten’ nog voor ze zijn gerealiseerd. Ergens in het midden van de tekst worden we ook gewaarschuwd voor het naïeve geloof in trickle-down economics. 

* Een grapjas noemde het ooit: the free distribution of diplomas under the deserving poor.

 

dinsdag 17 februari 2026

Robert Duval (1931-2026)


Robert Duval (1931-2026)
     
‘Robert Duval is dood,’ zei mijn vrouw. Normaal vraag ik dan hoe oud hij geworden is. Maar dit keer had ik mijn mening daarover al gevormd. ‘Die moet al heel oud geweest zijn. In To Kill a Mockingbird was hij al niet meer van de jongste en die film is van 62.’
 
        Iedere filmliefhebber zal geloof ik, na enig nadenken en zonder het op te zoeken, tien films met Duval kunnen opsommen, meestal in een of andere opvallende bijrol. In mijn lijst van tien zou ongetwijfeld de tv-film Stalin (1982) voorkomen. Duval speelde daarin de Russische dictator. Goed, hij geleek fysiek niet zo goed op Stalin, maar dan moet je weten dat in die film de rol van Lenin werd gespeeld door Maximilian Shell en de rol van Boecharin door Jeroen Krabbé. Dat is natuurlijk allemaal niet zo erg als wat we in Death of Stalin (2017) zagen. Daarin werd de rol van Chroestjov gespeeld door Steve Buscemi. Nu vraag ik je. Trouwens, nu we het toch over Russen hebben, Duval speelde ook de rol van een Russische generaal in de tv-film Hemingway and Gehlhorn (2012). Hij wilde met Martha Gelhorn naar bed en maakte daarover ruzie met de beroemde schrijver.
     Duvals naam zal altijd verbonden blijven met zijn rol als Killgore in Apocalypse Now (1979) en als Tom Hagen in The Godfather (1972). In die eerste film levert hij de quote ‘I love the smell of napalm in the morning.’ Daar kan niets tegenop. In The Godfather zijn zijn uitspraken minder memorabel. Hij komt hij niet veel verder dan het kille ‘Mr. Corleone never asks a second favor once he’s refused the first.’ Iedereen zal toegeven dat de film tientallen quotes bevat die meer indruk maken.
      Zelf moet ik denken aan een andere quote uit een minder bekende film: A Civil Action (1998). Het is een klassiek rechtbankdrama. Een groot bedrijf loost giftige stoffen in een meer, de omwonenden worden ziek, een min of meer idealistische advocaat spant een rechtszaak in tegen het bedrijf en … vanaf dan neemt het verhaal een minder klassieke wending. Duval is de advocaat van het vervuilende bedrijf. In een informeel gesprek legt hij aan zijn opponent uit waarom hij denkt de zaak te zullen winnen: ‘You didn’t find anyone who saw me.’ Ik heb het altijd fascinerend gevonden dat advocaten soms spreken over hun cliënt in de eerste persoon enkelvoud.

***


    Velen denken bij de naam van Robert Duval in de eerste plaats aan zijn rol als evangelisch predikant in The Apostle (1997). Ik heb die film ongetwijfeld gezien, maar ik verwar hem te veel met Elmer Gantry (1960) waarin het Burt Lancaster is die de rol van predikant speelt. Ergens in de film zegt die: ‘It does a man good to get down on his knees once in a while.’ Ik loop niet zo hoog op met Lancaster, minder dan anderen in elk geval, en ik heb weinig aanleg voor religie, maar dat zijn woorden die blijven hangen.





2 + 2 = 5: Orwell, de film

     De linkse filmregisseur Raoul Peck heeft een lange documentaire gemaakt waarin hij de ideeën van Orwell toetst aan de hedendaagse politiek. De titel 2 + 2 = 5 verwijst naar Orwells kritiek op totalitaire regimes die geen objectieve waarheid erkennen en berichten, slogans, en analyses alleen afstemmen op het nut dat ze opbrengen. De ene keer zeggen de totalitaire dictators  ‘2 + 2 = 4’, een volgende keer ‘2 + 2 = 3’ en nog een andere keer ‘2 + 2 = 5’ . Die drie uitspraken staan voor hen op gelijke hoogte. De objectieve waarheid van de eerste uitspraak heeft geen voorrang op de twee ‘alternatieven’. De objectieve waarheid heeft geen waarde op zich. De objectieve waarheid bestaat niet.
     De regisseur lijkt die kritiek van Orwell verkeerd te begrijpen. Hij denkt dat het een kritiek is op politieke leugens. Maar politieke leugens zijn van alle tijden en komen zowel in democratische als totalitaire regimes voor. De kritiek van Orwell gaat specifiek over de totalitaire leugen zoals hij onder het stalinisme werd toegepast. Die leugen 

  1. is schaamteloos – ook als die door feiten wordt tegengesproken die iedereen zelf kan controleren
  2.  gaat terug op een relativistische ideologie of filosofie die objectieve waarheid ontkent
  3. wordt met dwang opgelegd.

     De regisseur heeft gelijk om het schaamteloze liegen van Trump in verband te brengen met Orwells dystopie. Dié vergelijking is alvast terecht. Het tweede kenmerk, namelijk het relativisme – waar het Orwell echt om te doen is – is iets moeilijker. Het is een kwestie waar ik hier liever niet op inga*. Erg belangrijk is echter het derde kenmerk: de leugen wordt met dwang opgelegd en wordt ‘waarheid’ genoemd. Daar wil ik wél iets over zeggen.
     De film klaagt aan dat er op de sociale media leugens worden verspreid, dat eigenaars van de sociale media zoals Zuckerberg niets doen om die leugens tegen te houden, en dat de overheid zelf tekort schiet om die leugens in de kiem te smoren**. Maar een instantie die de macht krijgt om leugens in de kiem te smoren, heeft ook de macht om de waarheid in de kiem te smoren. Er bestaat een naam voor zo’n instantie: Big Brother, en die naam werd door Orwell zelf gemunt.
     2 + 2 is niets meer dan een beeld voor een eenvoudige waarheid. In werkelijkheid is de waarheid vaak niet eenvoudig en gaat het om sommen waarvan men niet weet of 3, 4 of 5 de uitkomst is. Er bestaat dan misschien een juiste uitkomst en een objectieve waarheid, maar niemand heeft ze in pacht. 

De korte versie
     In een vrije maatschappij valt de boodschap ‘2 + 2 = 5’ onder het beginsel van de vrije meningsuiting. Niemand mag ze verbieden, en niemand mag verbieden dat ze wordt tegengesproken.

 

* Ideologieën die objectieve waarheid ontkennen of relativeren vinden we terug bij allerlei soorten mensen, van diepzinnige filosofen als Richard Rorty tot eenvoudige kerkjuristen als Rik Torfs, van de marxisten met hun proletarische waarheid tot de nazis met hun Arische wetenschap, en de wokies met hun standpoint theory. Rorty gaat in zijn boek Contigency, Irony and Solidarity dieper in op het relativisme dat wordt opgeroepen door het 2 + 2 = 5-probleem. Zie daarover mijn blogje hier.

** De eis om leugenachtige informatie te censureren wordt in de film overgebracht door Alexandria Ocrasio-Cortez.

 

Park Chan-ook over her kapitalisme

       Over No Other Choice, de laatste film van Park Chan-wook, schreef ik eerder: ‘Wie wil kan in het verhaal een satire op het kapitalisme zien, maar je wordt daar op geen enkel moment toe verplicht.’ En nu lees ik in een kort interview in De Standaard (11/2) wat de regisseur er zelf van vindt:

 Ik kan niemand verbieden om de film als antikapitalistisch te bestempelen, maar ik vraag mij vooral af of het veel zin heeft om tegen het kapitalisme tekeer te gaan. Ik zie niet zo gauw wat we er dan voor in de plaats zouden willen. Ik wilde vooral laten zien dat het systeem zijn mankementen heeft.

     Wat die mankementen zijn, wordt in de film duidelijk gemaakt. Man-su, het hoofdpersonage in de film, heeft van de productie van hoogwaardig papier zijn passie gemaakt. Terwijl hij als arbeider in een papierfabriek werkte, heeft hij zich door avondonderwijs moeizaam bijgeschoold tot papier-ingenieur. En dan wordt hij wegens fusies en en verregaande automatisering met AI afgedankt. Hij wordt in de tweede helft van zijn leven het slachtoffer van de creative destruction die hem in de eerste helft van zijn leven tot welstand heeft gebracht. Daarom begint hij andere ingenieurs te vermoorden om zelf weer een betrekking te krijgen.
      Wordt Man-su nu door het monsterachtig systeem gedwongen om zelf een monster te worden en aan het moorden te slaan? Zoals Antonio Ricci in Ladri di biciclette gedwongen wordt om een fiets te stelen? Park Chan-wook vindt dat een ‘erg gemakkelijk verwijt.’

 Man-su kiest er helemaal zelf voor om zich zo te gedragen. Wat hem overkomt praat dat niet goed. Hij weet dat hij ook tijdelijk rekken kan gaan vullen, dat hij desnoods zijn huis kan verkopen en soberder kan gaan leven.  Je kunt het systeem wel met de vinger wijzen, maar uiteindelijk blijf je zelf verantwoordelijk voor wat je doet.

        Wat een gemoraliseer! Je gelooft je oren niet! Hoe unzeitgemäss! Behoort een regisseur met zulke ouderwetse ideeën eigenlijk wel tot de cultuursector? Heeft hij dan niets geleerd van zijn hippe collega’s in Hollywood?


Hemmerechts, Nooteboom, Pfeijffer

     Op haar FB-pagina schrijft Kristien Hemmerechts dat Cees Nooteboom tot een generatie schrijvers behoorde die ‘ontzag en egards leken te verwachten’ en voor wie ‘zelfrelativering hun sterkste eigenschap niet was.’ Daaronder stonden, zoals dat op sociale media gaat, een hele reeks ongepaste scheldreacties aan het adres van Hemmerechts.
     De bewering van Hemmerechts over Nooteboom kan natuurlijk waar zijn, misschien is het zelfs een understatement, maar het is niet erg kies om zoiets onmiddellijk na een overlijden te schrijven. For one thing: de overledene kan zich niet meer verdedigen. Maar zelf denk ik vooral aan de overlevenden*. Er lopen nog veel mensen rond die Nooteboom persoonlijk gekend hebben of voor wie hij als auteur iets betekend heeft. Die zijn in de rouw, en dan is het kwetsend om zo’n eenzijdige kritiek te lezen.
     Je kunt als je wilt die kritiek wel vermelden, maar dan liefst terloops in een genuanceerd portret, iets wat Ilja Leonard Pfeijffer probeerde op zijn FB-pagina – een stuk dat overigens ook niet uitblonk door zelfrelativering, al vergeleek hij Nooteboom met Zeus en zichzelf met ‘een dagloner uit Sikyon
.’ 
    Nu, het onschuldige verwijt van Hemmerechts verzinkt natuurlijk in het niets vergeleken bij de vulgaire koppen die De Standaard publiceerde toen Brigitte Bardot overleed**.


 *Is dat niet de titel van een mooie muziekalbum? Het zou ook een mooiere titel voor mijn stukje geweest zijn. Maar om zelf overzicht te houden op wat ik geschreven heb, begin ik hoe langer hoe meer inhoudelijke titels te gebruiken.


** Over het In memoriam van De Standaard over Bardot, zie mijn stukje hier.


maandag 16 februari 2026

Een welgestelde Maga-vrouw


Landman: een welgestelde Maga-vrouw
      In De Standaard stond een stuk met als kop: Schoonheid aan de leiband: waarom alle Maga-topvrouwen er hetzelfde uitzien
, met een collage van een zestal foto’s. Op de sociale media circuleert een versie van die collage die men heeft uitgebreid met een zo weinig mogelijk flatterende foto van de journaliste van het stuk. Als ik zoiets zie, scroll ik snel verder, want ik ben bang van de seksistische commentaren die er waarschijnlijk onder staan.
      Op Het Nieuws zie ik soms korte straatinterviewtjes met volkse Maga-vrouwen. Wat ze zeggen is vaak niet goed onderbouwd, en die vrouwen hebben zo te zien geen budget voor dure make-up, plastische chirurgie en een personal trainer. Maar hoe ziet de welgestelde Maga-vrouw eruit? 
     Ik denk dan meteen aan Angela Norris en haar dochter Ainsly in de tv-reeks Landman. Angela is blond, rondborstig en heeft wél geld voor dure make-up, plastische chirurgie en een personal trainer. Angela is voortdurend bezig met geld uitgeven. Zelfs als ze aan charity doet, zoals het entertainen van bejaarden in een instelling, kan ze dat alleen door geld over de balk te gooien.
     Haar man, die werkzaam is in de olie-industrie, moet zich de ziel uit zijn lijf werken om geld binnen te brengen en zij heeft de heilige plicht om ervoor te zorgen dat dat geld dat binnenkomt wordt uitgegeven: een enorm huis aan de rand van de stad, een huis op het strand, dure juwelen, dure kleren. Dat is de taakverdeling. Als Angela even in de put zit, is er maar één remedie: shoppen in een luxe-winkel, liefst met haar dochter, die ze probeert op te voeden met dezelfde normen en waarden. Moeder en dochter zien eruit alsof ze nog nooit in hun leven een goed boek hebben gelezen.
     Je moet het zien om het te geloven, maar de makers van de reeks zijn erin geslaagd om van Angela een sympathiek en fascinerend personage te maken. 





zondag 15 februari 2026

Studielast in de middelbare scholen



     In de lerarenkamer wordt wel eens gezeurd over de leerlingen van tegenwoordig. Ze zijn zo lui geworden, hoor je dan. Ik heb dat gezeur nooit goed kunnen verdragen. Het woord ‘bepamperen’ heb ik nooit uitgesproken. Waren de leerlingen aan het einde van mijn carrière luier dan aan het begin ervan? Dat is zo moeilijk om te meten. Onze subjectieve indrukken zijn zo onbetrouwbaar. Waren de leerlingen ‘in mijn tijd’ minder lui? Ikzelf was in elk geval erg lui.
     Ik ben ook op mijn hoede voor subjectieve indrukken die in de tegenovergestelde richting wijzen, zelfs al zijn ze 
wetenschappelijk onderzocht. Ik las op de FB-pagina van leraar Frank D’hanis: 

Praat met gelijk welke jongere op een Vlaamse school over de studielast en ze zal je zeggen: “het is veel, echt veel”. Uit onderzoek blijkt dat hun … meest voorkomende klacht de schooldruk is, de stress die dat oplevert, de oneindige barrage aan taken* en toetsen en evaluaties waar ze voortdurend aan worden onderworpen. Het is dus nu al veel te veel, en dan zitten we nog met een minister die het allemaal nog een tikje erger wil maken. Ze wil net nog meer prestatiegerichte scholen, nog meer stress, nog meer druk.

     Nu vind ik: leraren moeten niet te veel zeuren, maar leerlingen moeten dat ook niet doen. Gelukkig dat mijn zoon thuis niet lastig deed over studiedruk, al moest hij in de auto van en naar de voetbaltraining wel eens studeren voor een wiskundetoets. Maar misschien deed hij wel zonder dat ik dat wist zijn beklag tegenover de leraren in het klaslokaal. Hopelijk hadden die daar niet ál te veel begrip voor.

* Sommige overbodige taken zijn het resultaat van de verkeerde pedagogische opvatting over zelfontdekkend leren



vrijdag 13 februari 2026

De 'speciale scholen' van Demir


De speciale scholen van Zuhal Demir
  
    Op een FB-pagina waar wel vaker iets ongunstigs gezegd wordt over onze minister van Onderwijs las ik: 

In haar nieuwste plannetje wil onderwijsminister en James Bond-schurk Zuhal Demir leerlingen die worden uitgesloten naar een speciale school sturen. In deze disciplinaire kerkers zullen ze dan een “reset” krijgen.

        Geloof het of niet, maar ik heb vannacht toevallig een droom gehad waarin ik aan Demir een voorstel aangaande onderwijs meegaf – althans, dat probeerde ik, want in mijn dromen mislukt altijd alles. In elk geval: het was niet dát gedurfde voorstel, want zelfs in dromen ben ik bang hoe mensen zullen reageren. Maar nu Demir zelf van die speciale scholen sprak, durf ik mij eindelijk ook uitspreken: ja, die speciale scholen, dat is een goed idee; het is de logica zelve. Als je lastpakken wegstuurt van je eigen school, trekken ze naar een andere school om daar de boel op stelten te zetten. Dan is het beter om hen naar een school te sturen waar men zich specialiseert in lastpakken.
     Gaat zoiets in tegen de vrije schoolkeuze van de ouders? Ik vind van niet. De vrije schoolkeuze gaat in twee richtingen. Ouders kunnen vrij een school kiezen, en scholen kunnen vrij kun leerlingen kiezen. Alleen de ‘speciale scholen’ zouden van de overheid een verbod moeten krijgen om leerlingen te weigeren, in ruil voor speciale subsidiëring.