Er was een tijd dat Godsdienst een antwoord leek te bieden op wetenschappelijke vragen. Waar komt de bliksem vandaan? Wie heeft ervoor gezorgd dat vogels vleugel hebben om te vliegen en de mensen benen om te lopen? Hoe komt het dat we een geweten hebben? Die vragen zijn ondertussen opgelost door Benjamin Franklin (1706-1790), Charles Darwin (1809-1882), en Robert Trivers (1943-2026). Van die drie is de laatste het minst bekend. Hij heeft zelfs geen lemma op de Nederlandstalige Wikipedia. Hij overleed één dag voor Paul R. Ehrlich en twee dagen voor Jürgen Habermas, maar in tegenstelling tot de beroemde milieuactivist en de beroemde filosoof kreeg hij weinig aandacht in onze pers.
Dat is nu rechtgezet door de column van Griet Vandermassen (DS 1 april). Vandermassen legt kort enkele ontdekkingen van Trivers uit en haalt een persoonlijke herinnering op: aan die keer in 2002 dat ze samen een wetenschappelijk congres verlieten om ‘een toeter van een joint te roken.’ Trivers schreef tussen 1971 en 1975 vijf grensverleggende artikels, maar daarna was het gedaan met de spectaculaire ontdekkingen. Volgens zijn collega Steven Pinker kwam dat omdat hij in zijn vijf artikels het maximum gewrongen had uit het uitgangspunt van de ‘selfish gene’ maar ook omdat hij zich voor de rest van zijn leven te goed deed aan ‘toeters van joints’. Trivers was bipolair, en Pinker speculeert dat zijn wetenschappelijke creativiteit losbarstte in periodes van hypomanie, die hij later door marihuanagebruik onder controle had weten te krijgen.
Het in memoriam van Pinker is prachtig*. Voor wie nog niets van hem gelezen heeft, is het een mooie inleiding in diens geestige schrijftijl, met dat elegante evenwicht tussen associatie en architectuur. Ook is zijn verzameling Woody Allen-citaten groter dan de mijne. En mocht de lezer niet de minste interesse hebben voor evolutionaire psychologie, kan hij meteen naar de laatste alinea’s scrollen, het deel over de excentrieke persoonlijkheid van Trivers, dat begint met de zin: ‘Trivers’s other contradictions could not be explained by any DSM diagnosis.’
Trivers, legt Pinker uit, voelde zich aangetrokken tot de zelfkant van de samenleving. Mij doet hij daarom denken aan Sue Hamilton, dat personage in Hammetts Flypaper. Sue is, net als Trivers, in een voornaam gezin geboren was. ‘She grew out of childhood with a kink that made her dislike the polished side of life, like the rough,’ schrijft Hammett over zijn heldin. ‘He was afflicted with a strong nostalgie de la boue, schrijft Pinker over zijn held. Trivers was aangenaam gezelschap, had een schat aan straffe verhalen, en kon, door ervaring wijs geworden, goede raad geven over hoe je moest vechten met een machete: ‘It’s all about the angles.’
En het is dus die Trivers die het morele godsbewijs in zijn simplistische versie, zoals we het in de humaniora aangeleerd kregen, onderuit heeft gehaald. We hebben een geweten, leerden we, dat ons vertelt wat goed en kwaad is, en het was God die dat geweten in ons hart had geblazen . Trivers legt uit dat dat geweten evengoed kan worden verklaard vanuit de evolutie en vanuit de genen. Coöperatief ingestelde exemplaren van het menselijke ras hebben tegenover profiteurs en bedriegers, naast evolutionaire nadelen, ook evolutionaire voordelen. Wat begint** als egoïstische berekening – I’ll scratch your back and you’ll scratch mine – krijgt vorm in gevoelens van sympathie en vertrouwen, van dankbaarheid en trouw, van schuld en schaamte, en van verontwaardiging en minachting. De reden is dat die gevoelens krachtiger werken dan het rationeel afwegen van voor- en nadeel. Daarmee is niet weerlegd dat ons geweten van God komt, maar die stelling is, naar het woord van Laplace, een wetenschappelijk overbodige hypothese geworden was.
Natuurlijk is daarmee het mysterie van de moraal niet opgelost. De evolutietheorie legt uit hoe het altruïsme ontstaat, niet waaróm het altruïsme ‘goed’ is. De theorie legt uit wat mensen ‘goed’ vinden, maar onderbouwt niet waarom datgene wat mensen ‘goed’ vinden, ook ‘goed’ ís. De theorie legt uit waarom de evolutie ons zowel met egoïstische als altruïstische kenmerken opzadelt, maar zegt niet waarom ík aan het tweede de voorkeur zou móeten geven. Zelfs Pinker geeft toe dat dat ándere vragen zijn. Theologen, filosofen en ethici zullen geloof ik voor hun vak niet zoveel hebben aan Trivers. Trivers heeft geen problemen opgelost voor hun vak, maar voor zijn vak. En naar wat ik ervan begrepen heb, valt er tegen zijn oplossing niet veel in te brengen.
Trivers, legt Pinker uit, voelde zich aangetrokken tot de zelfkant van de samenleving. Mij doet hij daarom denken aan Sue Hamilton, dat personage in Hammetts Flypaper. Sue is, net als Trivers, in een voornaam gezin geboren was. ‘She grew out of childhood with a kink that made her dislike the polished side of life, like the rough,’ schrijft Hammett over zijn heldin. ‘He was afflicted with a strong nostalgie de la boue, schrijft Pinker over zijn held. Trivers was aangenaam gezelschap, had een schat aan straffe verhalen, en kon, door ervaring wijs geworden, goede raad geven over hoe je moest vechten met een machete: ‘It’s all about the angles.’
En het is dus die Trivers die het morele godsbewijs in zijn simplistische versie, zoals we het in de humaniora aangeleerd kregen, onderuit heeft gehaald. We hebben een geweten, leerden we, dat ons vertelt wat goed en kwaad is, en het was God die dat geweten in ons hart had geblazen . Trivers legt uit dat dat geweten evengoed kan worden verklaard vanuit de evolutie en vanuit de genen. Coöperatief ingestelde exemplaren van het menselijke ras hebben tegenover profiteurs en bedriegers, naast evolutionaire nadelen, ook evolutionaire voordelen. Wat begint** als egoïstische berekening – I’ll scratch your back and you’ll scratch mine – krijgt vorm in gevoelens van sympathie en vertrouwen, van dankbaarheid en trouw, van schuld en schaamte, en van verontwaardiging en minachting. De reden is dat die gevoelens krachtiger werken dan het rationeel afwegen van voor- en nadeel. Daarmee is niet weerlegd dat ons geweten van God komt, maar die stelling is, naar het woord van Laplace, een wetenschappelijk overbodige hypothese geworden was.
Natuurlijk is daarmee het mysterie van de moraal niet opgelost. De evolutietheorie legt uit hoe het altruïsme ontstaat, niet waaróm het altruïsme ‘goed’ is. De theorie legt uit wat mensen ‘goed’ vinden, maar onderbouwt niet waarom datgene wat mensen ‘goed’ vinden, ook ‘goed’ ís. De theorie legt uit waarom de evolutie ons zowel met egoïstische als altruïstische kenmerken opzadelt, maar zegt niet waarom ík aan het tweede de voorkeur zou móeten geven. Zelfs Pinker geeft toe dat dat ándere vragen zijn. Theologen, filosofen en ethici zullen geloof ik voor hun vak niet zoveel hebben aan Trivers. Trivers heeft geen problemen opgelost voor hun vak, maar voor zijn vak. En naar wat ik ervan begrepen heb, valt er tegen zijn oplossing niet veel in te brengen.
*Zie voor het Pinkers In memoriam: hier.
** Begint ... volgens de logica, niet volgens de chronologie.

Beste man van het midden, welkom in onze 'brede' club! We verschillen dan wel niet zelden van mening, 'ons' centrum behaalde bij de laatste parlementaire verkiezingen meer dan twee derden in het stemhokje. We zitten goed, toch?
BeantwoordenVerwijderenCitaat: "Zó groot zijn de meningsverschillen tussen Vos en mij dus niet."
BeantwoordenVerwijderenHet verschil in DNA tussen chimpansees en mensen ie slechts 1-4 %. De hersenen verschillen 2 % .
Ik weet niet hoe men dat meet, maar ik veronderstel dat volgens een aantal relevante criteria die getallen min of meer juist zijn.
Over maatschappelijke issues zal je ongetwijfeld 100 criteria kunnen opstellen waarover we het min of meer eens zijn. Maar je kan er ook 100 opstellen die de verschillen in de verf zetten...
Alle mensen hebben een gelijkaardige fysiek, denken en voelen gelijkaardig, godsdiensten tonen veel gelijkaardigheden (het verschil tussen christendom en islam is niet zo groot).
En toch moorden ze elkaar uit.
Mijn statement was ironisch (om de redenen die u aangeeft) maar dat zult u wel begrepen hebben.
VerwijderenJa, de ironie in uw statement was merkbaar, als men de wijdere redeneringswijzen (opvattingen, opinies) van Vos kent. Anders niet.
Verwijderen'The devil is in the detail' is wel essentieel om de wereld te begrijpen. Anders zou religie een perfecte oplossing kunnen zijn (voor 'the imperfect state of humankind'), maar ook communisme, ook fascisme.
Dwing iedereen ertoe om hetzelfde te denken, of in ieder geval dat te aanvaarden, en alle problemen zijn van de baan. Dat dachten de Amadezen ook... en vele anderen.
Dan lijkt de liberale democratie zowat de slechtste oplossing, een kakofonie - niet zo - het is de enige lange-termijn oplossing, eigenlijk geen oplossing maar een eeuwigdurende flux. Ook hier komt echter de duivel te voorschijn, het democratisch systeem moet zelf voortdurend bijgesteld worden.
Iemand als Trump, zolang hij geen dictator wordt, maakt er deel van uit.
Ik had nog gedacht om in mijn stukje de uitdrukking 'the devil is in the detail' te gebruiken ...
VerwijderenAlleen meten is weten, heb ik vroeger in de colleges natuurkunde geleerd. Dat klinkt wat hard, en het betekent niet dat alles wat niet kwantificeerbaar is ook waardeloos is, of in absolute zin relatief, of persoonlijk, zoals je soms hoort beweren, maar wèl dat je bijvoorbeeld niet met absolute zekerheid kunt zeggen dat iets goed is, het zal altijd de vraag zijn: waarvoor? 'Goed' lijkt me niet kwantificeerbaar, 'goed voor lijf en leden' mogelijk wel. 'God' dan weer niet. Eén letter minder en je zit in de soep. Draai het nieuwe woord om en je een hond, daarvan kun je het geblaf uitstekend meten.
BeantwoordenVerwijderenEen bagatel, maar de auteur van Dikke Freddy is Eric Vlaminck (zonder "e").
BeantwoordenVerwijderenIk had de schrijfwijze nochtans opgezocht, maar blijkbaar kan ik de 'ck' en de 'a' niet tegelijk in mijn korte geheugen houden.
Verwijderen