LONGREADS

BOEKEN -- RECENSIES & NOTITIES

zaterdag 30 mei 2026

Eric Röhmer en het marxisme

     Mijn zoon kreeg geschiedenis van een lerares van mijn generatie. Hij leerde onder andere dat Marx de grondlegger was van het ‘wetenschappelijke socialisme’. Ze had het een paar keer herhaald: het socialisme van Marx was wetenschappelijk. Wie vijf minuten nadacht over de definitie van ‘wetenschap’ had kunnen weten dat dat onzin was. En wie het marxisme een beetje kende en onafhankelijk nadacht kon zien dat het ‘dialectisch materialisme’ van Friedrich Engels een primitieve metafysica was, en het ‘historisch materialisme’ van Karl Marx in het beste geval een invalshoek van waaruit je naar de geschiedenis kon kijken, niets meer. 
     Maar in de vroege jaren zeventig was onafhankelijk nadenken over die kwestie niet in de mode. Veel jonge intellectuelen hadden een poster ophangen met een tekst van Mao Zedong Tegen de stroom ingaan is een marxistisch principe, maar zelf lieten ze zich liever met de stroom meevoeren. Je kon in die tijd in een beschaafd gezelschap kiezen tussen drie mogelijkheden: je kon zwijgen over het marxisme, je kon jezelf er een aanhanger van verklaren, of je kon – gevaarlijk – er kritiek op hebben. Maar je kon niet zeggen dat het marxisme geen wetenschap was. Dan was je niet alleen een rechtse hond, je was ook dom.
     Je had in die tijd het invloedrijke tijdschrift Cahiers du cinéma. Er wordt een fraai beeld geschetst van de sfeer op de redactie in de film Nouvelle vague. Toen Eric Röhmer zijn film Ma nuit chez Maud had uitgebracht werd hij, die zelf hoofdredacteur van het blad was geweest, geïnterviewd. Geraard Goossens plaatste onlangs een fragment uit dat interview op zijn FB-pagina. Röhmer werd in het interview bekritiseerd omdat hij een marxist ten tonele had gebracht die aarzelde en speculeerde, in plaats van wetenschappelijke analyses te maken. 

 

In een scène uit Ma nuit chez Maud speculeert Vitez over de kansen op de overwinning van het socialisme. Als communist hoort Vitez zich echter te baseren op een wetenschap, het historisch materialisme, dat de komst van het socialisme beschouwt zonder enige weddenschap of speculatie.

Pas op. Het marxisme wedt niet, maar men kan wel op het marxisme wedden. Voor zover het historisch materialisme geen wetenschap is …

Het historisch materialisme is een wetenschap.

Nee. Het is een filosofie. U moet mij niet komen vertellen dat het marxisme een wetenschap is. Dat de som van de hoeken van een driehoek gelijk is aan twee rechte hoeken, zal niemand ontkennen. Maar het dialectisch materialisme …

Wij zeiden ‘historisch’.

Goed dan, het historisch materialisme — men kan juist de grondslagen ervan ontkennen. Ik bijvoorbeeld ken het geen enkele waarde toe, behalve die van een filosofisch systeem, naast andere. Maar het is geen wetenschap.

 

          De arrogantie waarmee de interviewer tot twee keer toe Röhmer onderbreekt om hem de les te spellen zal ook de jonge lezer opvallen. Maar je moet jaren zeventig gekend hebben om de twee soorten naïviteit te herkennen. De dogmatische naïviteit van de meeloper en de complexloze naïviteit van het kind dat luidop en als enige vaststelt dat de keizer geen kleren aan heeft. Röhmer was misschien geen marxist, maar hij aarzelde geen moment om ‘tegen de stroom in te gaan’,  ook al was die stroom breed genoeg om iedereen te omvatten die ertoe deed: de traditionele communist, de verstokte compagnon de route, de ruige maoïst en de modieuze, pijprokende, jazz-minnende intellectueel in rolkraagtrui. 

     Ik kan mij ongeveer voorstellen welke slechte indruk dat interview op mij zou hebben gemaakt als ik het in 1970 had gelezen, ongeveer het moment dat Ma nuit chez Maud gedraaid werd op het filmforum van mijn college. Iemand die langs zijn neus weg vertelt dat hij aan het marxisme geen enkele waarde toekent’!  

3 opmerkingen:

  1. Franse linksen hadden iets met cahiers. Je had bvb cahiers marxistes-leninistes. Het woord had iets gezelligs, het deed denken aan handgeschreven doorwrochte schoolcahiers vol ezelsoren en vlekken.
    Twijfelende intelectuelen blijven zeurpieten, ze blijven maar doorlullen over lege begrippen als historisch materialisme en dialectiek. Waarom niet direct de waarheid zoals Jack Nichelson in de film Reds die daar ergens een zatte schrijver verbeeldt die tegen Warren Beaty die de onstuimige Reed speelt, zegt: "Jullie rijkeluiszoontjes die de arbeiders naar de revolutie willen voeren, terwijl het enige wat de arbeider wil is zoveel mogelijk verdienen en zo weinig mogelijk werken." Reds was natuurlijk een commerciële prent, maar toch zag ik indertijd in de zaal daar Jef Turf zitten.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Het is al lang dat ik 'Reds' eens opnieuw zou willen zien. Ik herinner mij Henry Miller die zei dat Reed altijd zijn neus in andermans zaken wou steken.

      Verwijderen
    2. Geëngageerde of bevlogen individuen steken altijd ongevraagd hun neus in andermanszaken. Waarom doen ze dat? Jan van Duppen heeft het antwoord: om zichzelf goed te voelen...

      Verwijderen