Geweld in Belfast
Een moordaanslag ligt aan de oorzaak van de gewelduitbarsting in Belfast. De pers laat niet na om te vermelden – terecht – dat de moord gepleegd werd door een Soedanese asielzoeker. Men verbergt dus niet dat de dader een zwarte man was. Maar waarom wordt niet vermeld dat het slachtoffer een blanke, desnoods een ‘witte’ man was? Dat is nochtans belangrijk om de racistische component van de gewelddadige reactie te begrijpen? Dat geldt ook voor de gewelduitbarsting na de dood van George Floyd. Die zou er niet gekomen zijn, en zeker niet op die schaal, als Floyd was gedood door een zwarte politieman. In beide gevallen speelt een soort ‘rassensolidariteit’, opgestookt door aan de ene kant extreemrechts en aan de andere kant door extreemlinks.
Ik probeer voor mijzelf uit te maken wat ik ‘erger’ vind: het straatgeweld van Black Lives Matter of dat van de Noord-Ierse heethoofden. Dat is een beetje belachelijk – straks ga ik dat geweld nog, alsof ik een staatshoofd was, ‘veroordelen’. Maar ik wil toch weten wat ik denk. Dat álle straatgeweld slecht is? Uiteraard, al weet ik niet zeker of je dat zo mag zeggen. Je kon indertijd ook geen bordje opsteken met de boodschap All Lives Matter zonder een supremacist te zijn.
Ja, de heethoofden van van BLM hebben een tiental dodelijke slachtoffers gemaakt, en in Noord-Ierland is dat vooralsnog niet het geval. Maar wat niet is, kan nog komen. Daar staat tegenover dat een groot deel van het BLM-protest vreedzaam was, terwijl je de indruk krijgt dat het in Belfast alléén maar om geweld gaat. BLM werd gedragen door het establishment, en dat gooide wat olie op de golven. Je kunt, zoals ik, met een zekere minachting kijken naar voetbalspelers op tv die op één knie neerzinken, terwijl ze zich niet eens in een kerk maar op de grasmat bevinden, maar ik heb dat toch veel liever dan dat men auto’s en winkels in brand steekt.
Ik weet het nog niet.
Van Raemdonck de mond gesnoerd
Als aangevallen partij had An Van Raemdonck meer recht dan gelijk wie anders om aanstoot te nemen aan de grap van Maarten Boudry. Die was ook werkelijk tegen haar gericht. Uit haar antwoord op FB:
De reactie van Boudry op mijn stuk is illustratief: valse info verspreiden om verwarring te creëren over feiten en waarheid. Een grote speler in de mainstream pers aanvallen en verdachtmaken als links onevenwichtige pers. Een ex-collega (want Boudry werkt niet langer aan UGent) aanvallen met pesterijen en hiermee proberen het zwijgen op te leggen.
Over het meeste wat in die alinea staat heb ik al een en ander geschreven. Hier viel ik vooral over de laatste woorden: dat Boudry met zijn grap geprobeerd had om Van Raemdonck ‘het zwijgen op te leggen.’ Je ziet dat vaak: een polemische aanval – boven of onder de gordel – wordt omschreven als een poging om iemand te ‘intimideren’, ‘te muilkorven, ‘het zwijgen op te leggen,’ of ‘de mond te snoeren.’
Die beschuldigingen mogen niet te lichtvaardig gebruikt worden, anders verliezen zij hun waarde als waarschuwing. Het doet mij denken aan de fabel van Aesopus over de jongen die altijd ‘wolf’ riep. Op de duur geloof je hem niet meer ook als er werkelijk een wolf komt*. Ik lees soms in mijn krant dat Trump ‘de pers aan banden wil leggen.’ Dat kan best waar zijn. Maar hoe weet ik dat de journalist niet iemand is als Van Raemdonck die de beschuldiging te pas en te onpas gebruikt.
* Aesopus was geen geleerde en schreef die fabel toen men nog dacht dat wolven gevaarlijke dieren waren. Ondertussen weten we dat een doorsnee wolf in normale omstandigheden en als hij zich veilig voelt geen volwassen mensen van normale gestalte aanvalt. Behalve als het een kwaaie is.
Spreekt D’hanis zichzelf tegen?
Heb ik nu D’hanis op een tegenspraak betrapt? Op 9 juni schrijft hij:
Bovendien gooit Boudry nog een zak koren op de molen van extreemrechtse fake news-schreeuwers door te doen alsof Knack helemaal niet controleert wie hen stukken stuurt*. Het voorspelbare gevolg is dat zijn volgers de media volledig als begraven beschouwen. Dat gigantische wantrouwen tegenover het journalistieke proces is wat wij in het onderwijs met hand en tand bestrijden.
Wantrouwen zaaien tegenover ‘het journalistieke proces’ in het algemeen en tegenover Knack in het bijzonder, Knack, dat door Van Raemdonck respectvol een ‘grote speler in de mainstream pers’ wordt genoemd? Foei.
Maar wacht, heeft D’hanis niet heel onlangs nog Noam Chomskys Manufacturing Consent geciteerd? Ik zoek het op en jawel, hier, op 6 juni. En als er nu één boek is dat ‘gigantisch wantrouwen’ zaait tegenover het journalistieke proces, is het toch wel Manufacturing Consent zeker.
Als ik D’hanis nu een kwaad hart toedroeg, zou ik zeggen dat hij te dom is om die tegenspraak te zien, maar zo zit het niet in elkaar. Radicaal-links, links en linksliberaal (waar ik Knack bij reken) overlappen elkaar voldoende – denk aan Israël/Palestina – om een haat-liefde-verhouding tussen die drie toe te laten. Slechts wie een grote behoefte voelt aan logische consistentie zal zich in zo’n geval nooit op een tegenspraak over die materie laten betrappen. Je zult Chomsky of Susan Neiman nooit horen spreken over het vertrouwen dat we moeten hebben in ‘het journalistieke proces’ van zeg The New York Times.
Dat van twee walletjes eten past goed bij wat ik D’hanis zijn eclecticisme zou noemen. Als je hem vraagt hoe we de beschaving kunnen redden, is de kans groot dat hij antwoordt: ‘Karl Marx met een scheut Maynard Keynes.’ Nu ken ik Keynes heel slecht, en misschien heeft D’hanis zich in de General Theory verdiept, maar Marx en Keynes lijken mij toch héél verschillende remedies. Zei Murray Rothbard niet: ‘Je kunt veel slechts over Marx zeggen, maar hij was tenminste geen Keynsiaan.’ Nou ja, er bestonden ook marxo-keynsianen, zoals Joan Robinson, maar die laatste lijkt mij echt een héél ander type dan D’hanis*.
En de eigen remedies van D’hanis zijn geloof ik nóg anders: veel meer geld voor uitkeringen, veel meer geld voor sociale woningen, veel meer geld voor leraren, en ten slotte: veel meer geld voor sociale werkers zodat die alle frictie met zachtheid kunnen wegmasseren. Zijn oplossingen gelijken op die van de PVDA, maar dié lui zijn niét naïef over de realiseerbaarheid van hun in wezen tegenstrijdige eisenpakket**. Hun onrealistische eisen maken deel uit van een strategie: laten zien dat het kapitalisme niet werkt, en ondertussen acties stimuleren als generale repetitie voor een revolutionaire machtsovername. Maar voor wie politiek-links-zijn meer een vrijblijvende hobby is, zij het enigszins visceraal geïnspireerd, luistert het allemaal niet zo nauw.
Nu ik het allemaal op een rijtje zet, heb ik bijna een zelfportret: haat-liefde voor de mainstream journalistiek, naïviteit, politiek als vrijblijvende hobby, enige viscerale inspiratie, eclecticisme, geen grote behoefte aan logische consistentie … Ik scoor, schat ik, vijf op zes. Misschien vierenhalf.
* Tja, Knack hééft niet gecontroleerd wie het stuk gestuurd had. Ze hebben achteraf Van Raemdonck opgebeld om bevestiging te vragen. Maar dat was geen journalistieke fout. je kunt het een redactie niet kwalijk nemen dat ze niet controleert of een vrije tribune die per mail wordt opgestuurd wel degelijk van ondergetekende auteur is, vooral als die auteur vroeger al vrije tribunes geplaatst heeft.
** Over Joan Robinson: zie mijn stukje hier.
*** Tegenstrijdig omdat de eisen elkaar in de weg staan. Ze kunnen onmogelijk allemaal gerealiseerd worden, hoeveel miljonairstaks je ook heft. Zelfs niet als de PVDA bij de verkiezingen de absolute meerderheid behaalde en alleen een regering mocht vormen.
Beleggen op de beurs
In De Standaard van 11/7 staat een lezersbrief van Paul Claes, Kessel-Lo, over de gevaren van speculeren op de beurs. We krijgen geschiedenisles over de tulpenbollen in Nederland, John Law in Frankrijk, de Russische obligaties van onze grootouders en het recentere gesjoemel van Lernout & Hauspie. De lezer wordt aangeraden zich niet in het rovershol te wagen. Ik ben dat ook niet van plan.
Een passage in de lezersbrief zette mij aan het mijmeren:
De Amerikaanse econoom Hendrik Bessembinder berekende dat 1,5 procent van alle aandelen goed is voor alle winst op de beurs. De voorbije jaren creëerde 98,5 procent van alle wereldwijd noterende aandelen gemiddeld nul waarde winst. De enige winnaars zijn de traders: de beurshandelaren.
Zo samengevat, kón dat niet helemaal juist zijn, anders waren aandeelhouders wel heel erg te beklagen. Dan had de PVDA niets om naar uit te kijken, want als de meeste aandeelhouders niets verdienen, dan mag men het vergeten om daar veel te belasten.
Ik heb het dus aan Grok moeten vragen. Het beginsel is correct, leerde ik, dat een heel groot deel van de beurswinst – laat ons zeggen 95 procent of meer – in de laatste 30 jaar gemaakt werd door enkele goede aandelen: Apple, Microsoft, Amazon, Nvidia … Helaas zegt dat niets over de toekomst. De kans dat een bepaald aandeel stijgt of daalt in waarde is ongeveer 50 procent. Ik kan dus niet gegarandeerd rijk worden door nú Apple-aandelen te kopen.
Verder is het niét waar dat de andere aandelen niéts opbrengen. Alleen brengen ze gemiddeld niet méér op dan een veilige belegging in obligaties. Dat is al iets helemaal anders dan niéts opbrengen. Men kan het betreuren dat die opbrengst ook nog eens aangevreten wordt door de inflatie, maar dát komt omdat regeringen en centrale banken te veel geld drukken.
En die traders? Jawel, als er veel met aandelen heen en weer wordt geschoven, kunnen traders daar een mooi percentje van opstrijken, ten koste van de aandeelhouders of ten koste van andere traders. Maar er zijn ook veel aandeelhouders die op lange termijn beleggen. Zeggen dat de traders de énige winnaars op de beurs zijn is absurd.
Hoeveel van de totale winst die op de beurs gemaakt wordt gaat dan naar de traders? Grok wil geen schatting maken, maar beperkt zich tot ‘veel minder dan hun aandeel in de handel zou doen vermoeden.’ Ik dring aan: 20 %? Nee, veel minder. 10 %? Nu krijg ik wel een voorzichtig antwoord:
In de praktijk houden traders als groep waarschijnlijk minder dan 10% netto over van de structurele beurswinsten… maar ja, 10 % is een plausibele schatting voor het collectieve aandeel van alle traders samen. De rest (90% of meer) gaat naar passieve langetermijnbeleggers die gewoon de markt volgen met lage kosten.

Het slachtoffer in Belfast heeft het gelukkig overleefd, dacht ik, dus geen moord.
BeantwoordenVerwijderenInderdaad. Gek hoe ik bij het zoeken naar een formulering zo slordig omging met de inhoud en met informatie die ik al zoveel keer tegengekomen was.
VerwijderenWie vandaag in De Morgen de titel van het opinieartikel van Martha Balthazar leest zou denken dat ze de volkswoede in Belfast rechtvaardigt: "Zijn we vergeten hoe volkswoede eruitziet en waar die voor dient?"
BeantwoordenVerwijderenhttps://www.demorgen.be/meningen/zijn-we-vergeten-hoe-volkswoede-eruitziet-en-waar-die-voor-dient~b424a70c/
Ze heeft het natuurlijk over de "terechte" "volkswoede" die volgens haar tot uiting komt in de onderwijsprotesten in Brussel. Beetje ongelukkige timing toch. Haar stuk illustreert wel dat we in Vlaanderen veel beter (geschiedenis)onderwijs nodig hebben. Citaat: "Om mijn geheugen op te frissen, kijk ik nog eens naar beelden van mei ’68. Die legendarische tijd die onze sociale rechten heeft bezegeld, zo hebben we het toch geleerd op school. Ik zie boze studenten die stenen gooien, brandjes stichten en slogans over hun toekomst scanderen. Deelsteps waren er nog niet. Een revolte, een aanklacht tegen neoliberaal beleid, die de status quo even deed daveren, die de koningen even op hun plaats zette."
Ik vond het dat Boudry zich een beetje verlaagd heeft door te lachen om dit arme troeltje dat ook eens een artikel mocht plengen in het blaadje van Denolf. Als een vrouw je een wafel tegen je smoel geeft, geef je toch geen wafel terug als je een beetje caballero bent. Je lacht toch niet met een vrouw om haar mindere fysieke kracht waardoor ze bvb geen auto in gang kan duwen of je zegt toch niet dat vrouwelijke komedians gewoon niet goed zijn.
BeantwoordenVerwijderenMijn vrouw laat vragen of je haar wagen wil "in gang" duwen. In ruil zal zij jouw tekstje wat fatsoeneren.
VerwijderenOm dezelfde reden ga ikbook niet lachen om het geschriftje van Martha.
BeantwoordenVerwijderen