LONGREADS

▼

BOEKEN -- RECENSIES & NOTITIES

▼

dinsdag 15 september 2026

La Patate en de planeconomie

     De Standaard heeft een schrijfwedstrijd georganiseerd om jong talent aan te trekken, en de laureaten mogen nu dagelijks, om de beurt, in de krant hun mening schrijven over iets waar ze een mening over hebben. Er zijn wel eens wat schoolopstellen bij, maar ik werp er toch altijd een snelle blik op.
     Het stuk van gisteren, van Nona De Dier – eerst rechten gestudeerd en nu taal- en letterkunde aan het studeren – hield wat langer mijn aandacht gaande omdat het over La Patate ging. Mijn vrouw heeft mij onlangs nog uitgelegd wie Average Rob was en hoe zijn frituur in Antwerpen eruit zag. Hij vraagt nu aan het brede publiek om hem geld te lenen, maar ik zal nog eerst even de kat uit de boom kijken.
     Voor Nona De Dier steekt La Patate ongunstig af tegen de middenstandseconomie die ze als kind heeft leren kennen in haar geboortestad Aalst. ‘Het kapitaal achter de onderneming komt van bevriende miljonairs.’ ‘40 procent van de aandelen is in handen van een investeervennootschap.’ ‘Geen middenstander in zicht, wel heel veel private equity.’ Dat zal allemaal wel zo zijn. Maar dan komt het: 

Zulke modellen hebben meer weg van een planeconomie dan van een vrijemarktmeritocratie die ons wordt voorgehouden.

      Hier zijn twee misverstanden. De vrije markt is géén meritocratie, al kan ze er wel eens voor zorgen dat mensen met pit het verder brengen dan onpraktische mijmeraars zoals ik*. En ten tweede: bedrijfsplanning – hoezeer die ook kan lijken op een staatsbureaucratie – is géén planeconomie. Op mijn allereerste marxistische scholing vatte B.D. de stelling van Friedrich Engels in de Anti-Dühring helder samen: het kapitalisme brengt orde en planning binnen de ondernemingen, maar wanorde en chaos tussen de ondernemingen. Die wanorde en chaos – weliswaar binnen een wettelijk kader – dát is de vrije markt. La Patate kan in die chaos best failliet gaan. Nu ik erover nagedacht heb, weet ik wel zeker dat ik Average Bob geen geld zal lenen. 
     Een planeconomie daarentegen gaat niet failliet, of toch niet op die manier.

* Ik ben geneigd om te denken dat meritocratie binnen kapitalistische bedrijven een grotere, en zeker een bewustere, rol speelt dan in de kapitalistische economie in zijn geheel. Een bedrijf heeft er alle voordeel bij om de bekwaamste werknemers te rekruteren en te promoveren. Maar begrippen als het Peter Principle wijzen op mechanismen die ook die meritocratische logica ondermijnen. Als die ondermijning te ver gaat, wordt dat weer door de ‘chaotische vrije markt’ afgestraft.


  

4 opmerkingen:

  1. Ik begrijp wel waarom ... een boontje heeft voor middenstandsbedrijven. Het klinkt allemaal goed: het zijn familiebedrijven, ze zijn geïntegreerd in de buurt en als het goed gaan blijven de winsten binnenhuis, in plaats van te verdwijnen in de zakken van vreemde aandeelhouders. Maar je moet dat toch niet romantischer voorstellen dat het is.
    Wanneer een middenstandsbedrijf klein blijft dat houdt dat meestal in dat de eigenaars veroordeeld zijn tot een lang leven van hard werk en weinig vrije tijd, waarbij niet zelden de kinderen verwaarloosd worden of, meestal tegen hun zin, ingeschakeld worden in het bedrijf. Eens die zelfstandige oud geworden is moet hij genoegen nemen met een karig pensioentje, want de Belgische staat is niet royaal voor zelfstandige ondernemers. Dat houdt dus in dat er moet gespaard en belegd worden tijdens het actieve leven. Wanneer er ziekte of ander onheil in het spel zijn, ziet het voor deze mensen meestal ook niet goed uit. Meestal gaat hun bedrijf eraan ten gronde en blijven ze met lege handen achter. En zo zijn er nog wel wat nadelen.
    Als het familiebedrijf een succes wordt en uitgroeit tot een grote KMO moeten de bedrijfsleiders zeer waakzaam zijn. De regel is: de eerste generatie richt op, de tweede generatie brengt het bedrijf tot bloei en de derde generatie verprutst het. De ondergang van Van Hool is daar een goed voorbeeld van. Van Hool was ooit een prachtig bedrijf, opgericht door een soort patriarch, volledig in handen van de familie en volledig geïntegreerd in de leefwereld van Lier en ruime omgeving. Er werkten honderden mensen uit de streek en over het algemeen was men zelfs fier op de succesrijke onderneming. Paradoxaal genoeg is het bedrijf kapotgegaan aan familiale spanningen en na-ijver.
    Als dat soort Kmo’s wil ontsnappen aan de 'derdegeneratievloek’, moeten op tijd een strikte grens trekken tussen de familie en het bedrijf. Vaak zetten ze externe managers op sleutelposities en leggen ze de spelregels vast in een familiestatuut. Colruyt en Bekaert zijn daar bijvoorbeeld in geslaagd. De vraag is: zijn dat nog middenstandsondernemingen met een omzet van respectievelijk 10,6 en 3,7 miljard euro?


    BeantwoordenVerwijderen
  2. Die ... staan natuurlijk voor de auteur van het artikel, Nona De Dier. Mijn excuses hiervoor, Marcus.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Het is jammer dat de auteur in plaats van planeconomie niet oligarchie of nog beter corporatisme heeft gebruikt. Om de huidige economieën in Europa samen te vatten: er is een onderlaag van een vrije markt, een dikke middenlaag van herverdeling die voor een groot stuk blijft plakken aan de herverdelers, en er is een toplaag die de "leverage" heeft om aan die herverdeling te ontsnappen of de impact daarvan verwaarloosbaar te maken t.o.v. haar massa.

    Dat is de grote paradox van sociale democratieën: de maatregelen die ze nemen om een eerlijk speelveld te creëren, zijn omzeilbaar door de happy few;

    Dat is een iets te grove samenvatting, want het pad naar private equity is quasi voor iedereen bewandelbaar, alleen is er m.i. een grote factor geluk mee gemoeid, zoals die kerel die onlangs werd geïnterviewd en die vooral op zijn buikgevoel afging. De duizenden durfkapitalisten die op buikgevoel hun kapitaal zijn kwijtgespeeld komen natuurlijk niet in de krant.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Die samenvatting lijkt mij inderdaad realistisch. Zelf geloof ik dat de betrekkingen van de 'oligarchen' onder elkaar nog redelijke onder het vrije-marktmechanisme vallen en qua prijs/kwaliteit min of meer vrije-marktresultaten opleveren.

      Verwijderen