Longreads: als het ietsje (of veel) langer mag zijn

woensdag 14 januari 2026

De Sutter, AI, gemakzucht


      Verschillende deelnemers aan het De Sutter-debat vonden dat de gehallucineerde citaten wezen op luiheid. Serge Simonart ging in De Afspraakeen stap verder: ‘Het gebruik van AI, hoe je het ook draait, wijst op luiheid en gemakzucht.’ Frank D’hanis gebruikt op zijn FB-pagina het luiheidsargument zelfs om de rectorale flater te vergoelijken.

 “Het echte probleem van Petra De Sutter is niet technologie, maar intellectuele luiheid”, schrijft Isolde Van Den Eynde, nooit verlegen om een ultrakorte bocht … Het is net omgekeerd, de technologie buit onze natuurlijke neiging om het voor onszelf makkelijk te maken gewoon uit. Zeer bewust doet ze dat ook. We kunnen daar collectief niet aan weerstaan … Als OpenAI-oprichter Sam Altman geïnterviewd wordt over het gevaar dat AI ons allemaal dommer zal maken, ontkent hij dat honderduit. Het zijn de mensen die AI misbruiken die het probleem zijn.’ … De technologie wordt voorgesteld als iets dat ons allemaal ten goede zou komen, maar … wie er momenteel gigantisch veel uit AI halen zijn de AI-bedrijven zelf, ze zijn druk bezig om de technologie te consolideren en er een cashkoe van te maken. Ik vind het vreemd dat daarbij niet vaker de metafoor van de drugdealer gebruikt wordt. Met beetjes en stukjes krijgen we gratis stalen AI toegespeeld, we worden afhankelijk en dan wordt de prijs opgedreven.

     Het is waar dat de meeste technische vooruitgang onze natuurlijke neiging uitbuit om het voor onszelf gemakkelijker te maken. Dat begint al met de uitvinding van het wiel. Gisteren zagen mijn vrouw en ik hoe klusjesmannen een constructie ontmandelden op het strand van Oostende. Een hele ploeg wandelde urenlang op en af met een twee blokken in de armen. Eén man kon het zich makkelijker maken: die had een kruiwagen en vervoerde in één keer zes blokken; hij leek met die zes blokken minder moeite te hebben dan de anderen met twee.
     Ik moet overigens niet naar prehistorische voorbeelden zoeken. Ik heb die zaken zelf ook meegemaakt. In de lagere school moest ik mijn opstellen nog schrijven met een kroontjespen. Vanaf het vijfde leerjaar werd de gemakzuchtige vulpen toegelaten. In het middelbaar begonnen we met de nog gemakzuchtiger balpennen te schrijven, waardoor het bedrijf BIC enorme winsten binnenrijfde. Mijn eindwerkje mocht ik met een typemachine schrijven. Dat was alweer een enorme vooruitgang, alhoewel het verbeteren van tikfouten een omslachtige zaak was.
      Eigenlijk is het maar goed gekomen met de wordprocessor die kon worden aangesloten op een printer. Mijn eerste licenciaatsverhandeling heeft meer dan 10 jaar aangesleept, en zonder WordPerfect was die nooit afgewerkt. Mijn tweede licenciaatsverhandeling, die twee keer zo dik was, heb ik op enkele maanden geschreven op een computer en met een teksverwerkingsprogramma waarmee ik, samen met anderen, Bill Gates schatrijk heb gemaakt.
     Heeft de tekstverwerking mij lui gemaakt? Ja en nee. Het schrijven is veel makkelijker geworden. Anderzijds, als ik nog altijd tot de kroontjespen veroordeeld was, zou ik vandaag niet elke dag vlijtig aan mijn stukjes schrijven en vijlen. Dan lag ik misschien de hele dag languit in de sofa naar televisie-series te kijken. Dat bewijst natuurlijk dat ik geen echte schrijver ben, zoals Gerard Reve, maar dat wist ik al.
     Ja, de technologie buit onze natuurlijke neiging uit om het ons gemakkelijk te maken. In Train Dreams (2025) kunnen we zien hoe Joel Edgerton met bijl en zaag de bomen te lijf ging, en in Germinal (1993) zagen we Gérard Depardieu met een houweel de steenkool loskappen. Ik zou met AI kunnen opzoeken welke technologie er vandaag gebruikt worden om aan bosontginning en mijnbouw te doen. en welke bedrijven grote winsten maken met de verkoop van die technologie. Van drie dingen ben ik zeker: door die nieuwe technologie is het vandaag gemakkelijker, het is efficiënter, en houthakkers en mijnwerkers hebben nog altijd een hard leven. Zelfs rectoren en hun tekstschrijvers hebben vandaag nog altijd een hard leven, zelfs als ze AI gebruiken.

                                                                          ***

     Natuurlijk is het in zeker zin gemakzuchtig als een rector, of zijn teksschrijver, aan AI vraagt om enkele citaten te zoeken die de ethische rol van de universiteit belichten. Vroeger moest je daarvoor gaan zoeken in de Oxford Dictionary of Quotations, en dan was het nog niet zeker dat je daar iets bruikbaars vond. Maar ik vind niet dat de flater van De Sutter, of van haar tekstschrijver, veel met intellectuele luiheid te maken heeft. ‘De rector struikelt over wat elke student hoort te leren aan de universiteit: de basis van bronnencontrole,’ schrijft Isolde Van den Eynde. Maar die controle is niet verwaarloosd uit luiheid, maar uit domheid – of zoals ik het in een vorig stukje vriendelijker verwoordde – uit ‘gebrek aan mediawijsheid’.
     Zelf ben ik ook wel eens lui. Stel, ik heb ergens een aardig citaat gezien van een of andere geleerde, politicus of humanist, en ik wil het graag gebruiken. Ik weet dat er een redelijke kans bestaat dat het citaat niet authentiek is. Ik kan beginnen met dat uit te zoeken met AI, maar ik weet dat ik de eerste antwoorden niet kan vertrouwen en moet blijven doorvragen en controleren. Dan kies ik vaak voor een gemakkelijkheidsoplossing: ik geef het citaat en vermeld dat het
‘toegeschreven wordt aan Voltaire of Churchill of Albert Schweitzer. Er is altijd wel iemand die het citaat toegeschreven heeft aan Voltaire of Churchill of Albert Schweitzer. En een precieze bronvermelding moet ik niet geven, want mijn stukjes moeten, net zo min als een rectorale redevoering, voldoen aan de academische vereisten.

                                                                          ***

     Worden we luier en dommer door AI? Die vraag is voor mij wat te groot, maar ik ben a priori geneigd om te geloven dat elke technologische vooruitgang ook zijn nadelen heeft. Door de uitvinding van het schrift, leren we minder uit het hoofd, door de boekdrukkunst lezen we boeken minder grondig, en door zakjapanners en Excel zijn we het rekenen verleerd. (Zakjapanners, kent iemand dat woord nog?)
      Een andere, kleinere, vraag is: hoe zit dat met mezelf? Word ik luier en dommer door AI? Op het eerste gezicht is het omgekeerd. Ik weet nu méér. Als ik een artikel in de krant lees dat meer vragen oproept dan beantwoordt, kan ik AI inschakelen om wat meer te weten te komen. Er zijn een aantal eenvoudige vragen over biologie waar ik nu eindelijk het antwoord op ken. Ik had die vragen al aan veel deskundigen gesteld, en die konden mij geen antwoord geven, niet omdat ze het niet wisten, maar omdat ze mijn onbeholpen vraag niet begrepen. AI begrijpt mij.
     Tegelijk merk ik dat mijn leergierigheid vermindert. Ik heb een vraag, en ik weet dat AI mij het antwoord kan bezorgen, om het even wanneer ik het vraag. Dan wordt de vraag minder dringend. En als ik het antwoord dan toch opzoek, voel ik minder de aandrang om het te onthouden. Ik kan de vraag altijd opnieuw stellen. Het is niet zoals met informatie uit een krantenartikel of een boek. Dat krantenartikel moet ik uitknippen of opslaan, en in de juiste map archiveren. Of ik moet onthouden in wélk boek welke informatie stond, en als ik dan iets wil opzoeken moet ik beginnen bladeren en zoeken in de onderstreepte passages. Nu mag ik alles vergeten. AI onthoudt alles.

maandag 12 januari 2026

Citaten van De Sutter en van de paus



Nog enkele bedenkingen* bij de citaten

Ontslag?
      Moet De Sutter ontslag nemen als rector van de Gentse universiteit. Het was een discussiepunt aan tafel. ‘Als ik erover zou nadenken,’ zei ik, ‘zou ik wellicht vinden van wel.’ ‘Zo ken ik je niet,’ zei mijn zoon. ‘Jij predikt altijd mildheid bij fouten, zeker als er geen boos opzet mee gemoeid is.’ ‘Ja,’ zei ik, ‘dat is omdat ik er niet over nadenk.

Links-rechts lijn?
     Ik las ergens: ‘De commentaren lopen ook netjes langs de links-rechts-lijn.’** Dat zie je inderdaad vaak. Bij een rechtse stommiteit schreeuwt links moord en brand, maar als een van hen een stommiteit begaat, probeert men te minimaliseren en goed te praten. En omgekeerd natuurlijk.
     Zelf ben ik als rechtse jongen op mijn hoede voor zo
n reflex. Bij een linkse stommiteit probeer ik mij voor te stellen hoe ik zou reageren als dergelijk incident zich voordeed bij laat ons zeggen Jan Jambon. Ik zou er in dat geval nog meer de nadruk op leggen dat de flater geen plagiaat was in de strikte zin van het woord. Ik zou op zoek gaan naar overdrijvingen bij de verguizers om die te fileren. 

Postje?
     In elk geval, De Sutter néémt geen ontslag. ‘Dat komt omdat ze zich vastklampt aan haar postje,’ lees ik her en der. Dat is een kwaadwillige interpretatie. Misschien vreest ze dat haar ontslag nog meer negatieve publiciteit voor de universiteit zou meebrengen. In die welwillende interpretatie is De Sutter bereid haar persoonlijke eer ondergeschikt te maken aan het functioneren van de universiteit.

Zwak?
 Alhoewel ze de steun gekregen had van de voltallige Raad van Bestuur, weigerde De Sutter daarna de pers te woord te staan. Dat is misschien verstandig, maar het is zeker zwak.

Authentiek? (1)
     Hoe authentiek is je rede als je je citaten bij elkaar sprokkelt met AI? Dat hangt een beetje af van de prompts die je gebruikt hebt. Vraag je: ‘Zoek enkele citaten waarin de verhouding tussen wetenschap en ethiek wordt belicht’, dan scoor je laag op authenticiteit. Vraag je: ‘Paul Verhaeghe schreef onlangs iets over kennis en wijsheid, maar ik ben de exacte woorden vergeten. Wat waren die ook al weer?’, dan is er geen authenticiteitsprobleem. Maar je nodigt de chatbot wel uit tot hallucineren.

Authentiek? (2)
     Zou een rector eigenlijk niet zijn eigen redevoeringen moeten schrijven, zoals een student zijn eigen papers moet schrijven? Of mag hij dat geheel of gedeeltelijk overlaten aan een medewerker die daarbij dan handig of onhandig gebruik maakt van AI? Hier staan twee benaderingen tegenover elkaar. De traditionele benadering is dat een redevoering iets zegt over de persoon die ze houdt***. We zouden een andere kijk hebben op Lincoln mocht blijken dat hij niet zelf het Gettysburg Address en het Second Inaugural Address heeft geschreven. De moderne kijk is dat je beter een efficiënte taakverdeling doorvoert waarbij een tekstschrijver zich specialiseert in het schrijven van teksten en een bestuurder zich specialiseert in besturen
     Ik ben men in zulke zaken natuurlijk oldskool. Lincoln moet zijn eigen speech schrijven en de paus moet zelf zijn dagelijkse mis opdragen. 
     Misschien zeg je nu: Clerick, dat is gemakkelijk. Lincoln leefde in een minder hectische tijd dan wij. Een universiteit besturen vandaag, dat is een ander paar mouwen. Dan moet je de hele dag door vergaderen, telefoneren en dossiers bestuderen. Je hebt dan echt geen tijd om ook nog eens speech te schrijven. Is het dan niet veel beter dat hij dat over laat aan iemand die zoiets goed kan?
     Ik begrijp die redenering. Maar als ik verbonden was aan de universiteit van Gent zou ik naar de eerste redevoering van mijn nieuwe rector uitkijken. Ik zou vooreerst hopen dat de redevoering niet saai was en liefst af en toe geestig, en ten tweede dat ik mijn rector een beetje leer kennen. Ik heb het als leraar twee keer mogen meemaken dat we een nieuwe algemeen directeur kregen op onze school. Ze hielden allebei een toespraak voor het personeel, en je kreeg meteen een eerste indruk met welk soort mensen je te maken had, twee heel verschillende mensen trouwens. Wat je op dat moment nog niet wist, was of het goede directeurs zouden zijn. Dát kun je inderdaad niet afleiden uit een speech. Een van die twee directeurs liet trouwens later zijn speeches schrijven door een medewerker en die waren saai en nooit geestig.
     Ik ben natuurlijk, zoals altijd, bereid tot een compromis.  Een bestuurder mag een tekstschrijver inzetten voor een speech, maar er moet bij het schrijven regelmatig overleg zijn tussen de twee, waardoor de bestuurder mee zijn stempel zet op het resultaat. Ik weet niet hoe groot de betrokkenheid van De Sutter was bij het tot standkomen van haar speech, maar het resultaat was magertjes. 

Formaliteit?
 
     Is een rectorale rede een formaliteit? Zeer zeker. Er zitten obligate stukken bij zoals begroetingen, dankwoorden en onvermijdelijke plattitudes. Maar je hebt ook een morele plicht om het talrijke publiek niet al te erg te vervelen. Als je redevoering 15 minuten duurt en er zijn 400 aanwezigen, dan ben je verantwoordelijk voor 100 uren van andermans tijd. Dan mag je rede niet beginnen, zoals De Sutter deed, met een zin als: 

‘In een wereld die snel verandert, is dit ook het gepaste moment om ons opnieuw de fundamentele vraag te stellen: welke plaats neemt onze universiteit in binnen die wereld?’   

Vergelijk dat even met de redevoering die Bart De Wever hield voor de Verenigde Naties****: 

‘Meneer de voorzitter, geachte collega’s, dames en heren. Het is de eerste keer dat ik hier voor u sta. Ik ben 54 jaar oud, wat betekent dat ik in de jaren tachtig een tiener was, toen Ronald Reagan president was van dit grootse land, een man die ik toen bewonderde en die ik nog steeds bewonder. Vandaag ben ik weemoedig als ik terugdenk aan die tijd … 

Lange citaten?
     De gehallucineerde citaten waren niet meer dan platitudes, maar in het begin van de rede komt een heel ander citaat voor van de dichter John Masefield van 1946: 

“There are few earthly things more splendid than a university.In these days of broken frontiers and collapsing values, when every future looks somewhat grim and the dams are down and the floods are making misery, …, wherever a university stands, it stands and shines. …It is a place where those who hate ignorance may strive to know, where those who perceive truth may strive to make others see.” 

    Dat is misschien wat cultuurpessimistisch, maar ’t is toch mooi gezegd. Hier stelt zich echter een ander probleem. Voorgelezen citaten mogen niet te lang zijn.  Die zijn voor een luisterend publiek moeilijk te volgen. Je mag ze alleen gebruiken, zei ik tot mijn leerlingen, als je de tekst gelijktijdig kunt projecteren. Misschien wérd de tekst wel geprojecteerd in Gent. Ik was er niet bij.

Tikfout?
     Een FB-vriend vergeleek de gehallucineerde citaten met een tikfout. Dat is een minimalisering van de fout. Je kunt die verzonnen citaten beter vergelijken met mijn nonchalante dt-fouten. Nog beter zou je ze kunnen vergelijken met die andere hebbelijkheid van mij: het fout schrijven van eigennamen. Zoals ik elke eigennaam zou moeten controleren, zou een redenaar elk citaat op zijn authenticiteit moeten controleren. 

Drie keer?
     Wie graag de fout van De Sutter wil vergoelijken kan best eens stil staan bij de gedachte dat niet één, niet twee, maar drie citaten gehallucineerd waren. 

Betrouwbaar? (1)
     Op De Afspraak van 8/1 zei AI-expert Jeroen Baert: ‘Als iemand tegen mij zegt: ik heb het opgezocht op ChatGPT, dan is dat voor mij hetzelfde als ‘ik heb het aan een waarzegster gevraagd.’ Dat is een verkeerde houding, en niet alleen omdat ChatGPT statistisch beter voorspelt dan die waarzegster. Natuurlijk is ChatGPT waardeloos als gezagsargument. Maar daar gaat het niet om. Het gaat om de prijzenswaardige eerlijkheid waarmee iemand zij bron heeft aangegeven. Ik heb weinig respect voor mensen die daarop uit de hoogte antwoorden dat ChatGPT onbetrouwbaar is. Wat ze moeten doen is aantonen dat dat dit specifieke ChatGPT-antwoord fout is.

Betrouwbaar? (2)
     De heisa rond de rede van Petra De Sutter deed mij denken aan een rede van rector Piet De Somer waarin hij de academische vrijheid verdedigde als een ‘recht op dwaling’. Onlangs wou ik opzoeken wanneer De Somer dat juist gezegd had. De chatbots gaven mij verschillende antwoorden: Grok liet mij kiezen tussen 1968 en 1973 en vroeg wat ik het beste antwoord vond. ChatGPT gokte op 1985. Ik besloot de opgegeven bronnen van ChatGPT te raadplegen, en die bleken lang niet allemaal betrouwbaar of nauwkeurig. Een van die bronnen was iets uit de blogosfeer: Clericks Weblog, of zoiets.


* Mijn eerste bedenkingen bij het De Sutter-incident staan hier.

** De links/rechts scheidingslijn klopt zeker niet helemaal. Apache en De Morgen, allebei veeleer links, hadden heftige kritiek op De Sutter.

*** Er bestaan ook redevoeringen waarvan bekend is dat ze door de bestuurder alleen worden voorgelezen. De jaarlijkse troonrede van de Nederlandse koning is een tekst die vastgelegd wordt op de ministerraad. Maar bij de kersttoespraak of de 21 juli-toespraak van de koning der Belgen is dat anders. Daar draagt de koning zelf de verantwoordelijkheid voor de rede en ik stel mij voor dat hij vele uren besteed aan het overleg met medewerkers die de tekst in een definitieve vorm moeten gieten.

**** De rede van De Wever voor de Verenigde Naties staat hier. 


De Paus en het vrije woord    

     En nu we het toch over betrouwbare en onbetrouwbare citaten hebben … Gisteren zag ik een citaat van de Paus op de FB-pagina van een betrouwbare vriend:

It is painful to see how, especially in the West, the space for genuine freedom of expression is rapidly shrinking. At the same time, a new Orwellian-style language is developing which, in an attempt to be increasingly inclusive, ends up excluding those who do not conform to the ideologies that are fuelling it.

     Dat is een citaat dat ik prima zou kunnen gebruiken als ik ergens een rede moet houden of als ik weer eens een stukje wil schrijven ter verdediging van het vrije woord. Maar ik vertrouw het niet helemaal. Zegt de paus hier nu net hetzelfde als J.D. Vance in zijn München-speech van vorig jaar, toen hij tekeer ging tegen woke en cancelcultuur? Komt de paus nu ook al in het geweer tegen de gevaarlijke wetgeving rond haatspraak, racisme en islamofobie? En waarom zegt hij uitdrukkelijk dat het probleem zich stelt ‘in the West’? Is het beter gesteld met het vrije woord in Rusland, in China, in de Arabische wereld, in zwart Afrika? Of is het een citaat dat AI bij elkaar gehallucineerd heeft?
     Ik besluit te doen wat Petra De Sutter heeft nagelaten: AI inzetten om de authenticiteit van een citaat te controleren. Ik kom er al snel achter dat de woorden van de paus inderdaad letterlijk zo uitgesproken werden in zijn Nieuwjaarstoespraak voor de buitenlandse diplomaten. Maar de context van het citaat is belangrijk. Ik vind die in een stuk van Church Times:

 [The pope] said … that “subtle forms” of discrimination were spreading in Western countries, where Christians were “restricted in their ability to proclaim the truths of the gospel for political or ideological reasons, especially when they defend the dignity of the weakest, the unborn, refugees and migrants, or promote the family.

     De paus heeft het dus niet over wettelijke beperkingen die worden opgelegd aan het vrije woord maar over het marginaliseren van christelijke standpunten rond huwelijk, abortus, euthanasie en een christelijk-genereus immigratiebeleid. Maar de vrije mening garandeert niet dat alle meningen even vaak aan bod komen. Sommige meningen zijn nu eenmaal niet populair meer onder het volk of onder de elite.
     Ik geloof niet dat de paus veel voorbeelden kan geven van christenen die in Westerse landen worden vervolgd wegens het verkondigen van evangelische standpunten. Alleen rond abortus worden wel eens wetsvoorstellen ingediend om bepaalde meningen te verbieden. In ons land zijn er zulke voorstellen geweest van Open-VLD en van MR. Ik heb die wetsvoorstellen toen bekritiseerd als een aanval op het vrije woord. Misschien heeft de paus dát blogje* gelezen.


* Mijn blogje over abortus en vrije meningsuiting staat hier.

zondag 11 januari 2026

Zuhal Demirs 'vriendjes', e.a.


Zuhal Demirs 
vriendjes      
     Onderwijsminister Zuhal Demir kende 8,5 miljoen euro toe aan het expertisecentrum Onderwijs en Leren van Tim Surma*. Ze deed dit via een ‘vertrouwelijke mededinging’ en niet via een ‘openbare aanbesteding’. Tim Surma en zijn ploeg zullen het geld gebruiken om een vijftigtal pilootscholen te begeleiden bij het toepassen van de nieuwe minimumdoelen voor het basisonderwijs. Ze zouden daarvoor onder andere een reeks podcasts maken.
       Mocht ik nog les geven, dan zou ik dat wellicht grondiger onderzoeken. Nu wil ik alleen iets zeggen over twee kritieken die tot Demir werden gericht. De eerste is die van Hannelore Goeman van Vooruit. Ze stelde in een Tiktokvideo dat ‘N-VA het onderwijs voor de happy few maakt.’ Dat is een sluw verwoorde kritiek omdat ze twee – eigenlijk drie – zaken tegelijk suggereert. Ten eerste zouden alleen een beperkt aantal scholen – de ‘happy few’ – van de subsidie profiteren. Die kritiek ontkent de mogelijke dynamiek van een pilootproject dat nuttige ervaring kan opleveren voor álle scholen. Soit, n’insistons pas. Ten tweede zou het project zélf ten goede komen aan slechts een beperkte groep van leerlingen, waarbij alweer twee zaken door elkaar worden gegooid: de happy few van best presterende leerlingen dan wel de happy few van leerlingen uit de hogere klasse. Die laatste, emotionele betekenis, kleurt de hele boodschap. Het is begrijpelijk dat mijnwerkersdochter Demir daar woest op reageerde.
      De tweede kritiek op Demir is dat ze aan ‘vriendjespolitiek’ doet door niet via een openbare aanbesteding te werken. Dat is een begrijpelijke kritiek. De openbare aanbesteding is een manier om corruptie te beperken. Als je politici hun gang laat gaan, zullen ze projecten kiezen die hun, in het ergste geval smeergeld, en in het beste geval stemmen zullen opleveren. Een openbare aanbesteding met verschillende offertes is daarentegen een objectieve manier om zicht te krijgen op prijs/kwaliteit.
     Is ze dat ook in de materie van onderwijscurriculum? Dat betwijfel ik. Want wat is kwaliteit? Er is in de onderwijspolitiek al lang een ideologisch conflict aan de gang over de fundamentele doelstellingen van het onderwijs. Men spreekt in die context niet van ‘ideologie’ maar van ‘visie’, maar dat komt op hetzelfde neer. Toen ik les gaf, kreeg ik geen podcasts, maar wel een eindeloze stroom van vernieuwende pedagogische richtlijnen. Ik werd op studiedagen, interne vergaderingen en bijscholingen in de richting geduwd van ‘vaardigheden’, constructivisme, zelfontdekkend leren, inductieve methode, begeleid zelfstandig leren, groepsprojecten, vakoverschrijding, communicatief onderwijs, en procesevaluatie. Ook moest ik vertrekken van de leefwereld en de ‘natuurlijke leergierigheid’ van het kind. Over al die zaken dacht ik ongeveer het tegenovergestelde van wat het ministerie van Onderwijs en de Guimardstraat voor de geest stond. Maar zou men die visie-verschillen in objectieve termen van ‘kwaliteit’ kunnen duiden? Alweer: dat betwijfel ik. Aan beide kanten van de controverse schermde men met de term ‘evidence based.’
     Ik moet Karel Verhoeven (DS 10/1) gelijk geven als hij de toewijzing van het curriculum-project aan Onderwijs en Leren als volgt beschrijft: ‘De minister selecteert die [onafhankelijke experts] voor hun opvattingen en hun ideologie.’ Zeker, zeker. Ik zou het ook zo gedaan hebben. Ik zou er vanuit gegaan zijn dat het hier niet gaat om een neutrale ‘kwaliteit’ – zoals die van bouwmaterialen – die dan tegen een bepaalde kostprijs kan worden afgewogen, maar dat het gaat om een ‘visie’.
       Ik had natuurlijk kunnen proberen om die visie in de aanbestedingscriteria te vertalen, maar dat biedt onvoldoende garanties. Van Michael Oakeshott heb ik geleerd dat beleid met zoveel impliciete ‘details’ te maken heeft dat het niet exhaustief in teksten kan worden gevat. Ik zou dus, als minister van Onderwijs, met verschillende experten gesproken hebben om af te toetsen of ik al dan niet ‘op dezelfde golflengte’ zat. Ik denk dat ik na een informeel gesprek van vijf minuten al zou geweten hebben of iemand tot de oude garde van de vernieuwers behoorde dan wel tot de nieuwe wind van back to the basics. En die oude garde had ik niet binnengelaten, hoe goed ze ook scoorden op een openbare aanbesteding.
     Demir heeft zelf toegegeven dat de toekenning van het budget ‘geen schoonheidsprijs’ verdiende. Natuurlijk was een openbare aanbesteding ceteris paribus beter geweest. De geijkte, beproefde procedures zijn de beste –  behalve als je tegen de stroom wil inroeien. Dan kunnen die procedures een status-quo bestendigen die ik in het onderwijsbeleid zou betreuren. 

* Tim Surma ken ik niet maar hij heeft samen met Paul Kirschner een boek geschreven over onderwijs. Van Kirschner heb ik indertijd wel enkele artikels gelezen. Ze waren een balsem op de wonden die telkens weer toegebracht werden door de richtlijnen van het ministerie en de Guimardstraat. 

Het liberalisme van De Gucht
     Veel Open-VLD’ers krijgen in interviews vragen over het verschil tussen hun partij en die andere min of meer liberale partij N-VA. Ze antwoorden dan in heel algemene bewoordingen. Het siert Frédéric De Gucht dat hij zocht naar een concreet voorbeeld. De Zondag(11/1) stelde de vraag wat voor hem liberalisme betekende:

Dat is simpel. Wij geloven dat het individu vrij moet zijn om zijn talenten te ontwikkelen. Elke andere ideologie gaat ervanuit dat het individu – en ook de maatschappij – gemaakt en gestuurd moet worden. Een voorbeeld? Onderwijsminister Zuhal Demir (N-VA) die wil bepalen wat gewenst gedrag is op school. Dat is toch niet de rol van de overheid? Dat is het verschil tussen ons en een partij zoals N-VA. Wij vertrekken vanuit vertrouwen in de mens, zij vanuit wantrouwen.

     Over die kwestie leggen verschillende partijen inderdaad andere klemtonen: mensen vrij laten, mensen sturen of mensen opvoeden. Ik ben in het algemeen voor het vrij laten – van volwassenen. Bij kinderen mag flink gestuurd en opgevoed worden. En de vraag is helemaal niet wát gewenst gedrag is op school. Daarover zullen Demir, De Gucht en ik het eens zijn. Dat is dat de leerlingen beleefd zijn, liefst opletten en hun taken uitvoeren, en zeker de andere leerlingen niet storen die wel willen opletten. Demir mag als Onderwijsminister best vragen dat dat gewenste gedrag zich materialiseert in onze klassen, al moet ze zich niet noodzakelijke moeien met de manier waaróp de leraar dat voor elkaar krijgt.
    Verder zou ik niet graag moeten kiezen tussen ‘vertrouwen’ en ‘wantrouwen’ in de mens. Als ik iets wil wantrouwen, is het een ideologie die uitgaat van de algehele goedheid of algehele slechtheid van de mens. Wel geloof ik als liberaal en conservatief dat er heel wat spontane mechanismen bestaan – waaronder de vrije markt en de tradities – die een grote meerderheid van mensen tot aanvaardbaar gedrag brengen, zonder dat de overheid daarvoor moet ingrijpen.

Straffen en sancties
     Er moet ergens een rapport bestaan van het ministerie van Onderwijs waaruit blijkt dat straffen en sancties slechts in 0,006 % van de gevallen een hulp betekende voor kinderen met problemen. Toen ik dat las, rezen er bij mij drie vragen, waarvan de eerste mij een deed glimlachen: die 0,006 %, hoe heeft men dat berekend? Tweede vraag: zijn straffen niet vooral bedoeld als afschrikking, en als bescherming voor kinderen zonder problemen? Derde vraag: heb ik als leraar eigenlijk ooit een straf uitgedeeld? Ik weet dat niet meer. Op één klassenraad heb ik het voorstel van de directie gesteund om een gewelddadige leerling van school te sturen. In een ander geval heb ik een soortgelijk voorstel met succes bestreden. Uiteraard waren de gevallen niet vergelijkbaar.

Groenland 
    
Een lezer vroeg mij om nu al mijn standpunt vast te leggen over een mogelijke Amerikaanse militaire verovering van Groenland. Dat was een listige vraag. Als ik nu verklaarde dat ik tégen die militaire verovering was, dan kon ik die verovering achteraf niet goedpraten terwijl de de Amerikaanse en Deense troepen om het eiland aan het vechten waren. Wat moest ik antwoorden?  
   
 Ik ‘begrijp’ dat Trump om geostrategische redenen graag Groenland bij de VS wil, zoals ik ‘begrijp’ dat Poetin om vergelijkbare redenen Oekraïne in de Russische invloedssfeer wil. Als ik zulke toestanden moet evalueren, zonder dat ik daar nota bene voor betaald wordt, dan kijk ik toch in de eerste plaats naar de manier waarop een en ander gebeurt. Als Groenland gekocht wordt, kan het mij niet veel schelen – als Groenland gebombardeerd wordt, heb ik wel enkele humanitaire bezwaren.
     Ondertussen ben ik blij met het stuk van Dominique Minten in De Standaard (9/1). Ik word eraan herinnerd dat Groenland 57.000 inwoners heeft. Ik leer dat Denemarken jaarlijks 12.500 dollar per persoon naar Groenland stuurt voor gratis gezondheidszorg, onderwijs, lonen van staatsambtenaren en uitkeringen. Trump zou naar het schijnt Denemarken willen kopen en daarbij aan elke inwoner een cheque van 1 miljoen dollar geven. Moeten de Groenlanders nu kiezen tussen 12.500 dollar per jaar of in één keer 1 miljoen dollar? Of krijgen ze boven dat miljoen nog altijd een jaarlijkse subsidiëring, maar dan minder rijkelijk dan het Europese model voorziet?
     Groenland heeft ook veel grondstoffen, zoals uranium, lees ik. Trump zou die graag laten ontginnen. De Groenlanders zijn echter naar het schijnt heel milieubewust en staan niet te springen om hun mooie landschappen ontsierd te zien door lelijke, vervuilende mijnen. Hendrik Schoukens, docent milieurecht, schrijft:

De huidige links-liberale coalitieregering op het eiland handhaaft het bestaande verbod op uraniumwinning en streeft niet actief naar een heropening van de sector. (DS 9/1)

      Die grondstofontginning is ook niet echt nodig zolang je land massaal gesubsidieerd wordt.


Goedkope grondstoffen in Venezuela
     De interventie van Trump in Venezuela wordt door sommigen gezien als een neokoloniaal project om, zoals het linkse cliché wil, ‘goedkope grondstoffen’ te roven. Nu schijnt Venezuela inderdaad over de grootste olievoorraad ter wereld te beschikken, maar naar het schijnt zou de ontginning ervan, door de ligging en de kwaliteit van de olie, allesbehalve goedkoop zijn. 


Erger 
     Ik las ergens op de socials: ‘Ik ben absoluut geen fan van Maduro. Maar een internationale grootmacht als de VS, waarvan de president meent een ander land te mogen bombarderen en politici te mogen ontvoeren, is nog veel erger.’ Ik was aangenaam verrast dat er niet stond dat het ene ‘duizend keer erger’ was dan het andere. 


Erich von Däniken (1935-2026)
     Ik heb dat beroemde boek van Erich von Däniken niet gelezen. In het Duits heette het Erinnerungen an die Zukunft, in het Engels Charriots of the Gods en in het Frans Présence des extraterrestres. De Nederlandse titel was het duidelijkst: Waren de goden kosmonauten?  
     Ik bracht het boek wel eens ter sprake in de les als ik het begrip ‘falsificatie’ wilde uitleggen. Von Däniken, vertelde ik, reisde de wereld rond op zoek naar archeologische vondsten waar niemand een sluitende verklaring voor had en die hij dan maar aan buitenaardse wezens toeschreef. Maar wie zó tewerk ging, vond natuurlijk tientallen bewijzen. Er was altijd wel ergens een oude tekening waarop je met enige fantasie een ruimtepak kon ontdekken. Je ontdekt zulke ruimtepakken ook soms in een wolkendek. Een wetenschapper, voegde ik eraan toe, ging anders te werk. Hij formuleerde een scherpe hypothese, bijvoorbeeld: de piramide van Cheops is gebouwd door buitenaardse wezens, en ging dan op zoek naar feiten om zijn eigen hypothese te weerleggen. Soms schreef ik tijdens mijn uitleg de naam Karl Popper op het bord.

vrijdag 9 januari 2026

Petra De Sutter citeert ... verkeerd


** Rector De Sutter heeft in haar openingstoespraak in september drie citaten gebruikt 
– van Einstein, van filosoof Hans Jonas, en van psychiater Paul Verhaeghe – die alle drie verzonnen bleken te zijn door AI. Die flater was al langer bekend in besloten kring, maar werd nu openbaar gemaakt, verneem ik, ‘na een onderzoek dat gevoerd werd door de nieuwssite Apache.’ Bij hett woord ‘onderzoek’ schoot ik in de lach, zonder goede reden overigens.  

 ** Uit De Sutters flater blijkt een elementair gebrek aan media-wijsheid waarvan de eerste regel luidt: de meeste citaten van Einstein zijn verzonnen.

** De verzonnen Einstein-uitspraak werd door De Sutter in het Engels geciteerd: ‘Dogma is the enemy of progress’. Ze gaf als bronvermelding een toespraak die de geleerde gegeven had aan de Sorbonne in 1922. Die bronvermelding is een goed punt, want dat maakt de controle gemakkelijker. Maar tegelijk had de vraag moeten rijzen: hoe groot is de kans dat Einstein zijn publiek aan de Sorbonne in het Engels heeft toegesproken? Mijn leerlingen verloren punten als ze van een Duits, Frans of Russisch boek een Engelse titel opgaven. Ofwel gebruikte je Duits, Frans of Russisch, ofwel gebruikte je Nederlands.

** Ik had in het zesde jaar een hele lessenreeks over correct citeren in academische teksten: bronvermelding, aanhalingstekens, gebruik van parafrase. Een van mijn tips voor gevorderden was dat platitudes zoals ‘een dogma is de vijand van vooruitgang’ geen bronvermelding behoefden, en dat je twee keer moest nadenken of de platitude wel de moeite waard was om op te nemen in je tekst.

** De andere platitude in de rede van De Sutter was dat ‘wetenschappelijke vooruitgang moet worden geleid door ethische overwegingen’ en dat ‘kennis zonder geweten tot een ramp kan leiden.’ Het zou mij verwonderen als de geciteerde filosoof Hans Jonas nóóit iets in die richting had gezegd of geschreven. Iederéén heeft ooit wel eens iets in die richting gezegd of geschreven. In de memoires van mijn vader vind ik dat ‘technology without humanity would end in disaster.’

** Er is echter niets mis met een paar goedgekozen citaten in een officiële rede*. Die horen erbij. Onze directeur op het Sint-Aloysius-College van Menen (nu SAM), de Z.E.H. Devloo, had altijd wel een paar citaten van Franse auteurs om ons mee om de oren te slaan. Wij als leerlingen begrepen overigens niets van wat hij zei, hoe luid zijn stem ook in de zaal weergalmde.

** Je zou als redenaar eigenlijk geen citaten mogen gebruiken die je niet al kende vóór je je redevoering schreef, anders is het valse eruditie. In die zin heb ik er geen probleem mee dat De Sutter een boek van Paul Verhaeghe citeerde. Ik acht de kans groot dat ze dat boek van Verhaege wel degelijk gelezen heeft en dat ze de geciteerde gedachte toen min of meer heeft onthouden. Als je dan aan een chatbot om het correcte citaat vraagt, en je specificeert wat je je nog woordelijk herinnert, of verkeerd herinnert, dan is de kans op een gehallucineerd antwoord 50 procent. Dan moet je meer nog dan anders checken en dubbelchecken.

** Op het vtm-nieuws zei Maarten Boudry dat De Sutter de eer aan zichzelf moest houden en ontslag moest nemen als rector. Ik vond het niet kies van vtm om de mening te vragen aan Boudry die een oude vete uit te vechten heeft met De Sutter. Mijn vrouw ging daar niet mee akkoord. ‘Hij is de enige die dat openlijk durft zeggen,’ vond ze, ‘dus is het normaal dat ze bij hem aankloppen.’

** Boudry vergeleek de situatie terloops ook met een student die ‘plagiaat’ pleegde. Dié vergelijking is niet terecht. Petra De Sutter heeft géén plagiaat gepleegd. Ze heeft niét geprobeerd om gedachten en woorden van iemand anders als die van haarzelf voor te stellen. Ze maakte de omgekeerde fout.

** Na Boudry kwam Verolien Van Cauberghe aan het woord, professor communicatiewetenschappen. ‘Dit is echt jammer,’ zei ze, ‘dit had geverifieerd moeten worden, dit kan niet, en dat is ook wat de rector heel duidelijk aangeeft.’ Die laatste woorden vonden mijn vrouw en ik allebei grappig. Misschien spreekt Van Cauberghe op vergaderingen altijd zo: ‘Het is zoals de rector heel duidelijk gezegd heeft, we moeten  …’

** Van Cauberghe zei nog: ‘En de rector geeft de fout eerlijk toe.’ Uit de kranten verneem ik dat dat niet helemaal klopt en dat De Sutter geprobeerd heeft haar fout stilzwijgend en halfslachtig te corrigeren. Die stilzwijgendheid begrijp ik, al is het niet helemaal in de haak, maar die halfslachtigheid is een stommiteit. 

** De eerste reflex van De Sutter als ze een flater heeft begaan, is blijkbaar altijd om een heel klein beetje te liegen. In De Morgen van 13 september zei De Sutter dat er meningen bestaan – zoals de ontkenning dat het geweld in Gaza een vorm van genocide was – ‘die geen onderwerp van onderzoek mogen zijn.’ Toen de Raad van Bestuur haar confronteerde met die dogmatische uitspraak beweerde ze dat de journalist haar woorden had verdraaid en uit de context had gerukt, terwijl van haar uitspraak natuurlijk een bandopname bestaat. Ze had beter kunnen toegegeven dat ze zich verkeerd had uitgedrukt en iets anders bedoelde. 

** Ik zal ook in 2026 blijven reageren op opiniestukken in De Standaard, en zeker als ze geschreven zijn door ‘onderzoekers in de filosofie’. Dit keer is het masterstudent Victor Warmotte die de verzonnen citaten van De Sutter in een bredere context plaatst. Hij vindt dat een rector helemaal geen AI mag gebruiken voor het schrijven van een redevoering. 

De opgave van de universiteit is het voorzien in een specifieke vorm van discours die zich emancipeert van wat reeds gezegd is … LLM’s reproduceren eenvoudigweg wat eerder gezegd is.

Het zou inderdaad lullig zijn als een rector zijn redevoering helemáál door AI liet schrijven. Maar ik heb geen precieze informatie over de rol van de rector, van haar medewerkers, en van de chatbots in de totstandkoming van de rede. En ik ben er zeker niet tegen dat zo’n rede, in tegenstelling tot een doctoraatsdissertatie, enigszins reproduceert wat eerder is gezegd, bijvoorbeeld in de vorm van plechtige citaten. 

** Neemt niemand het nu op voor De Sutter? Toch wel. D. wijdt er zijn dagelijks FB-stukje aan. Ik lees die altijd. D. argumenteert dat

  1. de rede geschreven is door medewerkers van De Sutter, niet door haarzelf
  2. de verkeerde citaten geen bewuste fraude uitmaken
  3. het om een banale inauguratiespeech gaat
  4. de fout niet ligt bij de luiheid van de AI-gebruikers*, maar bij de ontwerpers van AI die de luiheid stimuleren en de kritische intelligentie ondermijnen 
  5. journalisten hypocriet zijn als ze de AI-fout in de openingsrede bekritiseren terwijl ze zelf ook AI gebruiken
  6. men beter het ontslag zou eisen van Zuhal Demir.

Zoals meestal heb ik niet veel zin om op de argumenten van D. in te gaan. Hij beweert ook dat de AI-technologie beter niet had bestaan, ‘behalve voor narrow toepassingen in de wetenschappen, zoals voor onderzoek naar protein folding.’ Zelf ben ik blij dat AI beschikbaar is voor iedereen. Ik heb voor dit stukje alleen al drie vragen gesteld aan mijn chatbot. 




* Je kunt citaten in redevoeringen op minstens twee manieren gebruiken. In het eerste geval heb je in je op een bepaald punt in je rede een platitude nodig, en dan kun je die wat opsmukken door er een beroemde naam bij te halen die ooit een gelukkige formulering heeft gebruikt. Of je kunt een moeilijk te interpreteren citaat gebruiken om je over de betekenis ervan te bezinnen, een beetje zoals de priester een citaat uit het evangelie aanhaalt in een preek.


** Intellectuele luiheid ... Dat was het verwijt van Isolde Van den Eynde in HLN.


woensdag 7 januari 2026

Films over films: lijstjes


     Als je aan drie verschillende chatbots vraagt om een lijst te maken van films over film, dan krijg je een bonte verzameling van titels en genres. Je krijgt titels van mooie films die je recent gezien hebt (Babylon, 2022; The Fabelmans, 2022), van films waar je maar een vage herinnering aan hebt (The Last Tycoon, 1976), van films waarvan je niet meer weet of je ze gezien hebt (Get Shorty, 1995; Ed Wood, 1994), van films die je kent van reputatie (The Man with the Movie Camera, 1929), van films die je graag zo snel mogelijk zou willen zien (Cinema Paradiso, 1988),  en van films die je graag opnieuw wil zien (8 1/2, 1963; Sunset Boulevard, 1950; La nuit américaine, 1973; The Player, 1992).
      De chatbots gebruiken verschillende criteria om hun lijst samen te stellen. Scream (1996) wordt opgenomen als parodie, The French Dispatch (2021) als pastiche, en één lijst bevat zelfs The Wolf of Wall Street (2013) omdat een ‘milieu getoond wordt dat vergelijkbaar is met dat van Hollywood.’ Het is duidelijk dat men met zulke criteria heel veel films kan selecteren, om te beginnen met élke film van Tarantino en met meer dan de helft van die van Woody Allen. Die kunnen allemaal als ‘hommage’ of ‘meta commentaar’ worden verkocht.
       De lijsten nemen ook enkele documentaires op zoals Hearts of Darkness  A Filmmaker’s Apocalypse (1991) en Burden of Dreams (1982). Dat is een filmgenre dat mij minder aanspreekt, alhoewel er uitzonderingen zijn. Wat helemaal ontbreekt zijn compilatiefilms. Een mijlpaal in mijn persoonlijke ontwikkeling als filmkijker was That’s Entertainment (1974). Die komt niet voor op de lijstjes. Ik heb hem intertijd in verschillende zalen gezien: eerst enkele keren in Kortrijk, en toen die daar niet meer gedraaid werd, nam ik de trein naar Gent. Er bestonden nog geen streamingsdiensten, geen dvd’s en zelfs geen videocassettes. 
     Als ik de lijsten van mijn chatbot-vrienden bekijk, begin ik onwillekeurig te speuren naar films  die ze vergeten zijn. Ik denk dan aan

  • A Star is Born (1937) – die in tegenstelling tot de remakes van 1954, 1976 en 2018 niet over de muziek scene gaat maar over het milieu van filmacteurs.
  • Nine (2009) –  een verrukkelijke musical die verder borduurt op de Fellini-klassieker ½
  • Stardust Memories (1980) – nog een spin-off van 8 ½, dit keer van Woody Allen
  • Toby Dammit (1968) –  alweer een spin-off van 8 ½, maar nu geregisseerd door Fellini zelf; de film is het derde deel van Histories extraordinaires. 
  • The French Lieutenant’s Women (1981) – er is een indrukwekkende scène waarin Meryl Streep onverwacht en op spectaculaire manier verandert van een Amerikaanse actrice in haar Engels personage; je krijgt heel sterk de indruk dat de liefdesverhouding tussen de acteurs zich in het echte leven afspeelt, terwijl die tussen de personages maar fictie is.
  • All That Jazz (1979) – terwijl hij een nieuwe musical dirigeert duikt Joe Gideon, alter ego van Bob Fosse, af en toe in de montagekamer om steeds weer dezelfde scène te perfectioneren van een film waarin de kijker Lenny (1974) herkent.
  • The Man Who Killed Don Quixote (2018) – een film die ik graag eens opnieuw zou willen zien ; ik meen mij te herinneren dat er op een bepaald moment een oude filmscène geprojecteerd wordt op een doek of een muur. Lost in La Mancha (2002), de film over de moeilijkheden om The Man Who Killed Don Quixote te maken,  is geloof ik beroemder dan de film zelf. Hij staat op het lijstje van wat ik nog wil zien.
  • Citizen Kane (1941) – misschien wat vergezocht om hier op te nemen, maar bij die titel denk ik altijd, onder andere, aan de scène in de projectiezaal. 
  • The Studio (2025) – goed gemaakte satirische mini-serie over het maken van films; zoals vaak bij satires – denk aan Barton Fink (1991) – is er een gebrek aan sympathieke personages die het plezier compleet kunnen maken. De tweede aflevering heet ‘The Oner’ en gaat over een scène die in één take moet worden opgenomen en - uiteraard - is die aflevering zelf ook in één take opgenomen.
  • Their Finest (2016) – een absoluut charmante romcom over het draaien van een propagandafilm tijdens WO II.
  • The Other Side of the Wind (2018) – ondanks de grote namen – Welles, Huston, Bogdanovich – nogal vervelend. 
  • Jay Kelly (2025) – goed gemaakte maar niet meteen meeslepende satire over het beschermde leventje van Hollywood-acteurs; geen enkele chatbot heeft die opgepikt; recente films blijven onder hun radar als je er niet uitdrukkelijk naar vraagt.  
  • Rifkin’s Festival (2020) – de sfeer van een filmfestival en veel mooie pastiche-scènes; kritiek en publiek konden de film niet smaken – ik wel.
  • Fly Me to the Moon (2024) – daar heb ik al iets over geschreven. Zie hier.

     Om een of ander reden worden veel voor de hand liggende biografische films door de chatbots genegeerd. Zoals

  • Chaplin (1992) – een oerdegelijke biografische film die de hele carrière van deze geniale filmmaker omspant
  • Le redoutable (2017) – over Jean-Luc Goddard, voor mij bijzonder leuk omdat de film focust op de maoïstische periode van de regisseur
  • Stan & Ollie (2018) –  gaat meer over ruzie en verzoening dan over het maken van films, maar graag gezien
  • Riefenstahl (2024) – voor deze documentaire heb ik graag een uitzondering gemaakt op mijn stelregel om alleen speelfilms te selecteren
  • Seberg (2019) – als er in een film Black Panthers voorkomen moet ik die altijd zien, uit revolutionaire nostalgie, en als Kirsten Stewart meespeelt natuurlijk ook. 
  • Hitchcock (2012) & The Girl (2012) – twee mooie films; het is eigenaardig dat er binnen één jaar tijd twee films over Hitchcock verschenen zijn, zoals er enkele jaren daarvoor onmiddellijk na elkaar twee films over Truman Capote verschenen – en Toby Jones speelt mee zowel in één van die Hitchcock-films als in één van die Capote-films.
  • Me and Orson Welles (2008) – prachtige film over de jonge Welles en over zijn theaterproductie van Julius Caesar

Een aparte lijst verdienen de speelfilms films die over één specifieke film gaan.

  1. Nouvelle Vague (A bout de souffle) – 2025. Het eerste kwartier is fantastisch; de rest is ook heel goed. Had ik een eindejaarslijstje gemaakt van mijn beste films, hij stond erbij.
  2. Mank (Citizen Kane) – 2020. Een film die noch mijn vrouw, noch mijn zoon kon bekoren, allez savoir pourquoi. Mijn zoon had kort daarvoor nochtans Citizen Kane gezien, maar het mocht niet baten.
  3. The Offer (The Godfather) – 2022. Briljante mini-serie; zie mijn stukje hier.
  4. Saving Mr Banks (Mary Poppins) – 2013. Mary Poppins, Tom Hanks, Emma Thompson, Paul Giamatti  - What’s not to like?
  5. Hitchcock (Psycho) - 2012. Anthony Hopkins is een uitstekende Hitchock
  6. The Girl (The Birds) – 2012. Toby Jones is een uitstekende Hitchcock.
  7. Shadow of the Vampire (Nosferatu) - 2000. Perfecte grimering van Willem Dafoe die ook in zijn gestiek en mimiek niet te onderscheiden is van de oorspronkelijk Max Schreck, maar verder erg beperkt van opzet.
  8. Irma Vep (Les Vampires, Irma Vep) – 2022. Zeer mooie mini-serie die gaat over het maken van een remake (2022) van een bestaande remake (1996) van een bestaande film (1915); een aantal acteurs van de eerste remake spelen mee in de tweede; het is allemaal nog veel leuker dan ik hier vertel, met een excentrieke filmcrew en een chronisch depressieve regisseur.
  9. Curtiz (Casablanca) – 2018. Je kunt je afvragen of een vernieuwende film als Citizen Kane en een conventioneel melodrama als Casablanca in kwaliteit met elkaar vergelijkbaar zijn; ze behoren nu eenmaal tot verschillende genres. Maar er is een heel groot – wellicht zelfs aantoonbaar – verschil in kwaliteit tussen Mank en Curtiz, de allebei tot hetzélfde genre behoren.
  10. Dolemite is my Name (Dolemite) – 2019. Een passioneel pleidooi voor slechte smaak, zonder daar overigens zelf in te vervallen; zelf hou ik vooral van slechte smaak als ze gedoseerd en occasioneel is.
  11. Hugo (Le voyage dans la lune) – 2011.Alhoewel de film over Meliès gaat, moet ik altijd in de eerste plaats denken aan die seconde waarin James Joyce door het scherm wandelt.

P.S. De drie lijsten van de chatbots (Grok, ChatGPT, CoPilot) geven samen 85 filmtitels. De titels die twee of drie keer voorkomen zijn aangeduid met twee of drie sterretjes.

8½ (1963)*** –  Adaptation (2002)*** –  American Movie (1999)*** –  Argo (2012)** –  Babylon (2022)** –  Barton Fink (1991)*** –  Be Kind Rewind (2008)*** –  Birdman (2014)    Boogie Nights (1997)** –  Bowfinger (1999) *** –  Burden of Dreams (1982)** –  Cecil B. Demented (2000) –  Cinema Paradiso (1988)*** –  Close– Up (1990) –  CQ (2001) –  Dolemite Is My Name (2019) –  Ed Wood (1994)*** –  F for Fake (1973) –  Get Shorty (1995)** –  Hail, Caesar! (2016)*** –  Hearts of Darkness (1991)*** –  Hollywood Shuffle (1987) –  Hugo (2011)*** –  Inglourious Basterds (2009)    Inland Empire (2006) –  Irma Vep (1996) –  La La Land (2016)    La Nuit américaine (1973)*** –  Le Mépris (Contempt, 1963) –  Living in Oblivion (1995)*** –  Man with a Movie Camera (1929)** –  Mank (2020)    Maps to the Stars (2014) –  Me and Earl and the Dying Girl (2015) –  Mulholland Drive (2001)*** –  My Week with Marilyn (2011)*** –  New Nightmare (1994)    Once Upon a Time in Hollywood (2019)*** –  One Cut of the Dead (2017) ** –  Pompo the Cinephile (2021)    RKO 281 (1999) –  Room 237 (2012) –  Saving Mr. Banks (2013)    Scream (1996)    Shadow of the Vampire (2000)*** –  Sherlock Jr. (1924) –  Silent Movie (1976)    Singin' in the Rain (1952) *** –  Son of Rambow (2007)    State and Main (2000)*** –  Sullivan’s Travels (1941)** –  Sunset Boulevard (1950)*** –  Super 8 (2011)** –  Synecdoche, New York (2008) –  The Artist (2011) –  The Aviator (2004) –  The Bad and the Beautiful (1952)*** –  The Big Picture (1989) –  The Blair Witch Project (1999) –  The Bling Ring (2013)    The Cameraman (1928) –  The Disaster Artist (2017)*** –  The Dreamers (2003)    The Fabelmans (2022)*** –  The French Dispatch (2021)    The Great Dictator (1940)    The Holiday (2006)    The Kid Stays in the Picture (2002)    The Last Movie (1971)    The Last Picture Show (1971)    The Last Tycoon (1976)** –  The Life Aquatic with Steve Z (2004)    The Majestic (2001) –  The Pervert’s Guide to Cinema (2006) –  The Player (1992) *** –  The Purple Rose of Cairo (1985)** –  The Souvenir Part II (2021)    The State of Things (1982)    The Stunt Man (1980)** –  The Truman Show (1998) –  The Wolf of Wall Street (2013)    Tropic Thunder (2008)*** –  Trumbo (2015)  – What Just Happened (2008) – Why Don’t You Play in Hell? (2013) –