Bedreigt AI de vrije markt? Dat is mogelijk, en wel op drie manieren. De eerste bedreiging is van fundamentele aard. We kunnen ons voorstellen dat AI op termijn de verhouding tussen productie, consumptie en investering efficiënter zou kunnen regelen dan de markt. Over die mogelijkheid is al gespeculeerd vóór AI bestond. Men sprak toen van een ‘supercomputer’. De tweede bedreiging is dat de grote techbedrijven samensmelten tot één monopolie en zo de hele markt corrumperen. Als je de huidige concurrentie ziet tussen de VS en China, en binnen de VS, denk ik niet dat dat snel zal gebeuren.
De derde mogelijkheid is de meest indirecte maar ook de meest imminente: dat de paniek rond AI en de ingrijpende gevolgen die we mogen verwachten, wordt aangegrepen om de oude gedachte van een staatsgeleide economie te doen herleven. Het is de gedachte die ik haast dagelijks in De Standaard aantref. Vandaag nog (8/4) in het commentaarstuk van Hans Cottyn: ‘een doortastende overheid’, ‘regels en beperkingen’, ‘een sterke en vrije democratie die de arbeidsmarkt regelt, de ongelijkheid beteugelt en de winsten doet terugvloeien naar werknemers en gemeenschap.’
Dat technologische vooruitgang en de daaruit voortvloeiende maatschappelijke ontwikkelingen nieuwe reguleringen vergen is overigens evident. Anderzijds schept de nieuwe technologie misschien ook de mogelijkheid om oude reguleringen af te bouwen. We kennen de toekomst niet, maar als AI ertoe zou leiden dat nog slechts een minderheid van de bevolking nuttig productief werk kan leveren, dan wordt een universeel basisinkomen een noodzakelijke maatregel -- die veel bestaande welvaartstaatsbureaucratie overbodig kan maken.
Kannibaliseert AI de werkgelegenheid?
Elke technologische vernieuwing in het verleden heeft niet alleen werkgelegenheid vernietigd maar er ook gecreëerd, soms zelfs rechtstreeks. Voor locomotieven had je machinisten nodig, en voor computers computerprogrammeurs. Niemand weet met zekerheid of dat in de toekomst ook zo zal zijn. We kunnen ons makkelijk voorstellen – het is nu al aan de gang – dat robotten worden geproduceerd door robotten en dat artificiële intelligenties wordt ontwikkeld door artificiële intelligentie. Ik dacht eerst voor dit verschijnsel het woord ‘kannibalisme’ te gebruiken, maar bij nader inzien gaat het om het tegenovergestelde.
De finishlijn
Bij De Standaard is het vooral Dominique Deckmyn die over AI schrijft. In de krant van 11 april is hij niet te spreken over het ‘economisch plan’ van het Amerikaanse tech-bedrijf OpenAI.
‘Het komt er dus op neer,’ schrijft hij, ‘dat de overheid de zaar verlieslatende AI-industrie de komen jaren recht houdt met massale investeringen.’
Hoe zit het nu? Lijdt de AI-industrie zwaar verlies, of worden daar, zoals ik elders lees, ‘superwinsten’ gemaakt? Verder wil Deckmyn vooral niet dat Big Tech zomaar AI ontwikkelt zonder toelating van de overheid.
Maar de mogelijkheid dat de gemeenschap zou kunnen kiezen voor geen (of minder) AI, of dat die trager wordt ingevoerd, komt daarentegen bij OpenAI niet op.
Ja, nee, natuurlijk komt die gedachte bij OpenAI niet op. Ik vind het zelf ook een rare gedachte: een ‘gemeenschap’ die zou kunnen kiezen voor het niet of minder snel invoeren van treinen, televisies, internet, gsm’s, of AI. Of nog een rare gedachte: dat de ‘gemeenschap’ in China wel zou beslissen om snel AI in te voeren, maar dat de ‘gemeenschap’ in Europa zou beslissen om daar niet aan mee te doen.
Een beetje verder in de krant staat een groot interview met AI-experte Marietje Schaake, die warm en koud blaast. Europa moet een inspanning doen om AI sneller te ontwikkelen (‘bouwen, bouwen, bouwen’) maar tegelijk moet de staat zijn rol spelen, hoewel ook weer niet te veel, want dan ga je China en de VS achterna.
Wellicht zijn al die nuances noodzakelijk. Maar over haar uitgangspunt ben ik sceptisch: ‘In de race om AI denkt niemand meer na over hoe de finishlijn eruitziet,’ zegt ze. Maar dat is eigen aan een open economie: dat die finish-lijn niet wordt vastgelegd in een vooraf bepaald plan. Noch de bedrijven, noch de overheid weten hoe de finish-lijn er zal uitzien. Ze gaan allebei tewerk volgens het principe van ‘piecemeal engineering’, met een toekomstvisie die voortdurend wordt aangepast.
AI-afkeer en enthousiasme
Het is alsof Dominique Deckmyn twee brillen heeft om naar zijn onderwerp te kijken. Als hij zijn politieke bril opzet, is hij heel kritisch. Big Tech bedreigt onze werkgelegenheid, veiligheid, privacy, democratie, vrijheid en misschien zelfs ons voortbestaan. Als hij zijn technische bril opzet, kan hij zijn enthousiasme niet verbergen. Zie bijvoorbeeld hoe hij zijn column Technocraat van18 april afsluit:
In een handvol heel belangrijke dingen zoals softwareontwikkeling en nu ook computerbeveiliging, zijn AI-agents de afgelopen maanden zo spectaculair goed geworden dat er simpelweg geen terugkeer meer is naar vroeger.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten