Albanië-reis 1975
In 1975 nam ik met een vijftigtal geloofsgenoten deel aan een communistische studiereis naar Albanië. We reden met de bus, eerst door een reeks kapitalistische landen, dan door het slechts half socialistische Joegoslavië, om dan ten slotte in het enige échte socialistische land van Europa enkele weken rond te toeren. De rivaliteit tussen Joegoslavië en Albanië indertijd was goed zichtbaar aan de grens. De Joegoslaven hadden in hun gebergte met rotsblokken de slogan ‘Leve Tito’ aangebracht. Dat was om de Albanezen te jennen. Maar de Albanezen lieten niet op hun kop zitten. Ze hadden aan hun kant van het gebergte de slogan ‘Leve Enver’ aangebracht. Gelukkig was de grensstreek niet dichtbevolkt, zodat slechts weinig Joegoslaven en Albanezen dagelijks die verheerlijking van de vijandige leider moesten ondergaan.
Het oversteken van de grens was een heel ritueel. Geïllustreerde tijdschriften werden in beslag genomen omdat ze decadente luxe aanprezen. Westerse literatuur was ook niet welkom. Een medereiziger had een boek bij van Thackeray. Dat moest hij afgeven, ondanks zijn uitleg dat Thackeray een groot realist was die het Engelse kapitalisme van de 19de eeuw had aangeklaagd. Ook brede broekspijpen en lang haar werden beschouwd als kapitalistisch. Je moest je haar laten bijknippen en een broek lenen van iemand anders die de richtlijnen op voorhand beter had ingestudeerd. Dat werd allemaal goed gemaakt door de rode vlaggen die buiten en binnen de fabrieken hingen; zo’n rode vlag was in een Belgische fabriek niet denkbaar, wat mooi het verschil tussen socialisme en kapitalisme illustreerde. Na de reis ben ik kleine zaaltjes diavoorstellingen gaan geven waar veel van die rode vlaggen in voorkwamen.
Vandaag herinner ik mij van de reis niet zoveel meer. We hebben geloof ik veel fabrieken bezocht, en veel minuten stilgestaan voor standbeelden van gevallen helden. Er stond een atheïstisch museum op het programma. Ons hotel lag op een mooi zandstrand. Een cynicus in het gezelschap – er is er altijd één - maakte er zelfs een grapje over: ‘Zie je hoe wit en fijn het zand hier is? Dat is dankzij kameraad Enver. Vóór het communisme was het zand hier ruw en asgrauw.’
Wat mij nog het meeste bijgebleven is zijn de revolutionaire liederen die we zongen toen we verbroederden met communistische groepen van andere landen. Iedereen kende Bella Ciao. Maar vooral zongen we op de bus. De partijleiding had een brochure gemaakt met revolutionaire liedjes. Dirigente Lieve Fransen – zo staat ze vermeld op latere Palestina-manifesten – zorgde ervoor dat we maat hielden. Wat we het vaakst zongen was het Lied van de Revolutionaire Jeugd.
Hajde të punojmë,
djersën ta kullojmë,
se ndërtojmë
Shqipërinë e re.
Laten we werken
laten we zweten
want we bouwen
het nieuwe Albanië.
Ik zing die Albanese versie nog wel eens als ik alleen thuis ben.

"Marx (...) is en blijft een leerling van Hegel die gelooft in een grandioos schema dat de wereldgeschiedenis regelt." Daarom is het marxisme zo gemakkelijk een soort religie wordt.
BeantwoordenVerwijderenAls ik uw reisverslag naar Albanië lees, heb ik herinneringen aan de Lourdes-reizen die ik als kind maakte. Gezellig in de bus, Maria-liederen zingen, driftige pastoortjes die jonge vrouwen erop wezen dat ze hun hoofdhaar en hun blote armen moesten bedekken in de buurt van De Grot. Uitstapjes naar het armelijke huisje van Bernadette Soubirous en geen rode vlaggen maar wel alomtegenwoordige afbeeldingen van de Heilige Maagd.
Dat Atheïstisch museum, daar ben ik wel benieuwd naar. Wat stond daar in uitgestald? Ik herinner me dat na de ruimtereis van Gagarin (die geen God had gezien in de ruimte) de Sovjetoverheid allerlei hatelijke artikelen plaatste waarin het geloof van die stomme christenen belachelijk werd gemaakt. Ik heb trouwens een aangetrouwd familielid van Tsjechische afkomst terwijl een achternicht van me in de DDR heeft gewoond. Beiden herkenden die verhalen, toen ik ze daarover aansprak, maar volgens hen speelde het geloof of het ongeloof niet zo'n grote rol in de arbeidersparadijzen waarin ze gewoond hadden. Ongeloof was de officiële partijlijn, maar niemand trok zich daar veel van aan, de partij ook niet. Bij speciale gelegenheden benadrukte een partijbons in een artikel dat religie opium van het volk was, zoals de grote leider had uitgelegd, en dat was het zo'n beetje. https://simonindemarge.blogspot.com/2018/04/boga-njet-geen-god-gezien.html
BeantwoordenVerwijderenIntuïtie, perceptie, getallen, terminologie als 'vernielde huizen', vergelijkingen met vele decennia geleden, men dient met dat alles m.i. voorzichtig om te springen wanneer men met een mix van al die elementen, het risico loopt van 'hinein zu interpretieren' . Maar als die 2 % burgerslachtoffers toch zou kloppen hoe verkeerd kàn het dan zijn te spreken van genocide?
BeantwoordenVerwijderenCitaat: "...maakte Friedrich Engels een vergelijking tussen het historisch materialisme en de evolutieleer. "
BeantwoordenVerwijderenVerwarring tussen teleologie en wetenschap. Misschien begrijpelijk in de 19de eeuw, maar geen excuses in de 20ste.
In de wetenschap bestaat er geen waarheid of doel. Wetenschap is gebaseerd op modellen, die niet noodzakelijk "echt" zijn maar wel overeenkomen met observaties. Eén tegenvoorbeeld en het moet herzien worden.
Het politieke marxisme, de leer, heeft niets met wetenschap te maken, niettegenstaande de pretentie van de geloofsgenoten.
Dan was mijn schoonzus Riet Dhont waarschijnlijk een van je reisgenoten. Riet is nog altijd recht in de leer…
BeantwoordenVerwijderenEr waren elk jaar, geloof ik, verschillende reizen, maar inderdaad, Riet en Lou waren erbij. Zie ook https://philippeclerick.blogspot.com/2025/11/riet-75-activiste.html
VerwijderenRaf Feys: Rietje Dhondt was destijds als studente lid van de politieke werkgroep van onze Leuvense Pedagogisch Kring. Ze raadde ons in 1968 aan om in geen geval deel te nemen aan de vakantiewerking van Amada: de studie van het boekje Que Faire van Lenin. Dit deden we ook niet. Ik bewonder wel haar taaie inzet.
BeantwoordenVerwijderen