Tom Naegels en ik hebben dezelfde commentaar bij de verkiezingsnederlaag van Viktor Orban, maar dan omgekeerd. We denken allebei dat er geen alleenzaligmakende strategie bestaat om een dam op te werpen tegen extreem, radicaal, autoritair of illiberaal rechts. Ik betwijfelde in een stukje* of een verenigd front van links de beste garantie op succes is, en Naegels drukt dezelfde twijfels uit over een verenigd front van centrumrechts (DS 18/4). We hebben, geloof ik, allebei gelijk, wat niet moeilijk is zolang je je beperkt tot algemene wijsheden**.
Verder geef ik Naegels ook gelijk als hij schrijft dat progressieven hun idealen niet moeten opgeven vanwege een politieke strategie: ze moeten niet toegeven aan de chantage dat ze met hun idealen extreemrechts ‘provoceren’. Zo moeten ook rechtsliberalen en conservatieven niet toegeven aan de chantage dat ze met hun politiek extreem-recht ‘nabootsen’ of ‘in de kaart spelen’.
Verder houdt Naegels natuurlijk vast aan de overtuiging dat de activisten aan de linkerkant de goeien zijn, terwijl de activisten aan de rechterkant een soort beroepsmalcontenten zijn. Eerst legt hij uit wat het ‘feministische, antiracistische, queer of ecologische engagement’ inhoudt:
Anders dan rechtse mensen vaak denken, draait progressief zijn niet alleen om performatieve signalen uitsturen, zoals de juiste woorden gebruiken of de juiste snor dragen. Progressieven zetten zich in voor echte problemen van echte mensen …
Aan de overkant gaat het anders toe:
Er is ondertussen een hele bibliotheek volgeschreven over het profiel van de radicaal-rechtse kiezers. Ze voelen zich verweesd … Allerlei zaken kunnen symbool gaan staan voor dat gevoel niet meer meetellen, van een bushokje dat wordt afgeschaft over een botte uitspraak van een linkse schrijver tot de aanwezigheid van mensen met een andere huidskleur in de eigen wijk, in een stad niet zo veraf, of op de televisie. Dat zijn begrijpelijke gevoelens, maar er is geen politicus, zelfs geen hele regering, zelfs geen Europese Unie die daar iets aan kan verhelpen***.
Ik zal het wat scherper formuleren. De progressieve activisten zoeken een redelijke oplossing voor echte problemen van echte mensen. Rechts daarentegen is gefixeerd op symbolen en gevoelens van frustratie, kwesties waar geen oplossingen voor bestaan, en als er oplossingen bestaan, dan zijn het zeker niet die die door rechtse activisten worden voorgesteld.
Zelf denk ik dat de fixatie op symbolen, reële problemen, en problemen waar ‘een hele regering niets aan kan verhelpen’, nogal gelijk verdeeld is aan beide uiteinden van het politieke spectrum. En over wélke halfslachtige oplossingen de moeite zijn om uit te proberen, verschillen Naegels en ik vermoedelijk óók van mening.
* Zie mijn stukje hier.
** Welke strategie succesvol is moet min of meer afhangen van de ‘grondstroom’ in een bepaalde samenleving. In Hongarije is die wellicht niet links-liberaal.
*** Naegels geeft blijk van een scherp inzicht in de ziel van de radicaal-rechtse kiezer: ‘Het meest op de zenuwen van die kiezer werkt de progressief, die de indruk wekt zich als enige goed te voelen in de nieuwe cultuur, en die die zelfs nog verder in de ongewenste richting wil doen evolueren.’ How very true! En omdat ik nogal wat linkse kiezers onder mijn FB-vrienden heb en hun commentaren lees, kan ik verzekeren dat het omgekeerde, mutatis mutandis, evenzeer waar is: ‘Het meest op de zenuwen werkt de conservatief [c.q. de neoliberaal] die de indruk wekt enzovoort ... ’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten