woensdag 15 april 2026

Hongaarse verkiezingen, bescheiden bedenkingen


Bescheiden
        Ik heb de laatste tien jaar vermeden om veel over Hongarije te lezen, en ook voordien was mijn interesse voor dat land beperkt. Het zou mij niet passen om vandaag allerlei analyses te maken, of die van anderen te beoordelen. Maar enkele bescheiden bedenkingen, dat moet kunnen.

Onsympathieke kop
     Die Peter Magyar heeft, vind ik, een onsympathieke kop. Als ik zo’n leerling in de klas had, was ik de eerste maand op mijn hoede. Achteraf bleek die jongen natuurlijk mee te vallen. En wat die Peter betreft: hij heeft het toch maar klaargespeeld.

Gedurfde slogan
     Aangezien ik, ondanks zijn kop,  supporterde voor Peter, durfde ik de al  te positieve peilingen niet geloven. Maar ik kreeg wel vertrouwen toen ik las dat zijn verkiezingslogan was: ‘Nu of nooit!’ Dat vond ik in de gegeven omstandigheden een geniale slogan. Er spreekt durf, vertrouwen en zelfvertrouwen uit. Alles of niets. 

Nederlaag toegeven.
     Natúúrlijk heeft Orban zijn nederlaag toegegeven. Met 15 procent achterstand in the popular vote had Trump zijn nederlaag ook moeten toegeven. Met een kleine achterstand had Orban ongetwijfeld de uitslag aangevochten. En Magyar ook.

Alternance
     De verkiezingsuitslag bewijst dat het Hongarije van Orban een democratie was, met vrije verkiezingen en mogelijkheid tot alternance.Liberaal of illiberaal? Daar zeg ik in een andere alinea iets over.

Antifascistisch front
     Laten we voor het gemak even aanemen dat Victor Orban een soort halve fascist was. Dan bewijst de overwinning van de rechtse Magyar dat een verenigd en radicaal links front niet de enige manier is om ‘het fascisme tegen te houden’. Ook rechts en centrumrechts kunnen een autoritair-rechtse overwinning tegenhouden. Er zijn in de geschiedenis inderdaad voorbeelden waarin rechtse of centrumrechtse krachten het fascisme geholpen hebben om aan de macht te komen: Hindenburg en Von Papen in Duitsland, Giolitti in Italië. Maar het is geen sociologische wet dat het altijd zo moet gaan. 

Reacties op Magyars overwinning
     Links-liberaal en links reageert verschillend op de overwinning van Magyar. Beiden zijn blij, maar ze verschillen in waar ze bang voor zijn. Links-liberaal vreest dat Magyar zijn beloften niet kan waarmaken en daardoor het terrein klaarmaakt voor een terugkeer van Orban. Links vreest dat Magyar een Orban light wordt. ‘Geen illusies over Magyar,’ las ik ergens, ‘hij is een blijft een christelijke conservatief.’ Rechts is dan weer bang dat Boedapest op enkele maanden tijd verandert in Brussel. Zelf ben ik nergens bang van, behalve van mijn schaduw, en de mogelijkheid dat de hemel op mijn hoofd valt.

53 % of 2/3 meerderheid?
     In het nieuws gebruikt men soms dag na dag dezelfde zinnetjes omdat een nuance niet verloren mag gaan. Als er sprake van is om een procentenindex te vervangen door een centenindex voegt men er iedere keer aan toe dat de maatregel alleen van toepassing is op brutolonen vanaf 4000 euro. Mensen die niet erg aandachtig zijn, worden dus telkens weer aan de belangrijke nuance herinnerd.
     Men had dat met de verkiezingsuitslag in Hongarije ook moeten doen. De partij van Magyar behaalde 53 procent van de stemmen, waardoor ze 2/3 van de zetels in het parlement krijgt. Doordat voortdurend die 2/3 meerderheid herhaald werd, zullen mensen die niet erg aandachtig zijn, een verkeerd en overdreven beeld krijgen van de overwinning van Magyar.
     Dezelfde verkeerde indruk ontstond toen je bij de laatste Amerikaanse verkiezingen een kaart zag waarvan 75 procent van de oppervlakte Republikeins-rood kleurde, en toen er voortdurend gesproken werd van ‘landslide’, terwijl de werkelijkheid is dat Trump 49,8 % van de stemmen haalde en Kamala Harris 48,3 %.

Proportionele vertegenwoordiging
     Ik ben ondertussen een voorstander geworden van kiesstelsels die proportionele resultaten opleveren. Een partij die 53 van de stemmen haalt, moet ongeveer – give or take a few – 53 procent van de zetels bezetten, en niet 66 %. Er zijn, lijkt mij, twee grote nadelen aan kieswetten volgens het winner takes it all-principe, zoals die worden toegepast in Engeland, Hongarije, enz.  Het eerste nadeel is dat een opzettelijke hertekening van kiesdistricten grote gevolgen kan hebben; het tweede nadeel is dat het te gemakkelijk is om een 2/3 meerderheid van de zetels te behalen  wat in veel landen volstaat om de grondwet te wijzigen. Terwijl die grondwet en de 2/3-regel een belangrijk middel vormen om de ‘dictatuur’ van 50 % + 1 te vermijden.

Hongarije-berichtgeving
     Wat mij bij de Hongarije-berichtgeving van de voorbije jaren tegenstak waren de vage metaforen: de corruptie ‘tierde welig’; de rechtstaat werd ‘uitgehold’, oppositiepartijen werd ‘het leven moeilijk gemaakt,’ de pers werd ‘aan banden gelegd’, de holebi-gemeenschap kreeg ‘de wind van voren.’ Dan kon ik kiezen tussen twee mogelijkheden: mijn kop in het zand steken of zelf op zoek gaan naar precieze informatie, met analyses uit het pro- en anti-Orban kamp. Dat had ik er niet voor over.

Grote lijnen
     Als ik geen zin heb om een dossier grondig uit te spitten, probeer ik de grote lijnen voor ogen te houden. Twee zaken in Hongarije waren zonneklaar: Orban voerde een streng antimigratiebeleid, en hij stemde in Europa vaak tegen voorstellen voor steun aan Oekraïne. Ik ging akkoord met het eerste, en niet akkoord met het tweede. Theo Francken heeft een aantal posts geplaatst waarin hij dezelfde positie inneemt. 

Illiberaal?
     Hongarije onder Orban was, zo is nu gebleken, een democratie. Maar was het ook een liberale democratie? Orban zelf noemde zich, geloof ik, illiberaal, dat wil zeggen: een tegenstander van het liberalisme en een voorstander het conservatieve gedachtegoed. Maar dat zegt niets over het systeem. Dat was voorzover ik kan nagaan in ruime mate liberaal. De lakmoesproef is daarvoor de vrije meningsuiting. Er waren onafhankelijke kranten, onafhankelijke televisiezenders, onafhankelijke online-pubicaties en op de sociale media kon iedereen zijn mening kwijt. Kwalijk was dat de staatszenders alleen de versie van de regering aan bod lieten komen. Ook gaf de staat indirect subsidies aan regeringsgetrouwe kranten door overheidsreclame te plaatsen. 

Regimepers
     Hongarije had dus, naast een minoritaire vrije pers, ook een majoritaire regimepers. Sommingen noemen de linksliberale consensus van onze eigen grote media ook een vorm van regimepers. Maar wie even nadenkt, zal zien dat er belangrijke nuanceverschillen zijn tussen een langzaam gegroeide, homogene desk opinion en een door de regering aan de media opgelegde versie van de feiten, met radicale uitsluiting van oppositionele geluiden. 

Homoseksualiteit
     In de krant las je vaak dat in Hongarije de ‘homorechten niet worden gerespecteerd’. Je kon daardoor de indruk krijgen dat het in dat land voor homoseksuelen strafbaar was om hand in hand over straat te lopen. Dat was natuurlijk niet zo. De legale positie van de homoseksuelen was er véél beter dan bijvoorbeeld die in Engeland in de jaren zestig, toen homoseksualiteit daar nog strafbaar was. Maar er wás echte discriminatie in Hongarije. Homoseksuele koppels konden niet trouwen of kinderen adopteren, iets wat in andere Europese landen wel algemeen aanvaard wordt en wettelijk wordt toegelaten.
      Ergerlijk was vooral dat de Hongaarse overheid door communicatie en nieuwe wetgeving de aandacht vestigde op de aparte status van homoseksualiteit, een soort – hoe heet dat ook weer – stigmatisering. In het Engeland van de jaren zestig probeerde men het thema homoseksualiteit zoveel mogelijk te verzwijgen waardoor de polarisering verminderde, de verlichte elite zich niet moest ergeren, en het minder verlichte deel van de bevolking rustig kon evolueren in de richting van meer tolerantie.
      Ook was er in Hongarije, als tegemoetkoming aan een breed gedragen onverdraagzaamheid, een wet die het organiseren van Gay Pride parades verbood. Maar zelfs als men zulke parades smakeloos of zedeloos vindt, de wet dient daar niet voor. Als de homogemeenschap zichzelf wil stigmatiseren, moet ze dat recht hebben, tegen een gechoqueerde, illiberale meerderheid in. Die meerderheid heeft dan weer het recht om het hoofd af te wenden. 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten