LONGREADS

BOEKEN -- RECENSIES & NOTITIES

dinsdag 5 mei 2026

Mysogynie: Zinzen, Naegels en Sanctorum


     Veel mensen kunnen Walter Zinzen niet goed uitstaan, en ze vinden het dan fijn dat er een scherp stuk verschijnt waarin de oude journalist onderuit wordt gehaald, ook al gebeurt dat door Joël De Ceulaer in De Morgen. Ik kan Zinzen ook niet goed uitstaan, maar het recente stuk van De Ceulaer vind ik flauw. Ik geef hem gelijk als hij Zinzen te veel Poetin-empathie aanwrijft, of als hij, in tegenstelling tot Zinzen, vindt dat Vlaams Belang-politici door de VRT als ‘normale’ politici moeten worden behandeld. Maar het is onbegrijpelijk dat hij Zinzens polemiek tegen Michelle Haas verklaart vanuit een misogyne instelling. De Ceulaers tirade gaat als volgt : 

Ik citeer nog even wat u exact over haar zei, zodat iedereen kan volgen: ‘Ik word bijna ziek als ik haar riedels over oorlog en bewapening hoor op tv.*’ Eerlijk: ik heb dat een paar keer moeten lezen voor ik het begreep. Ik werd bijna - welja - ziek toen ik besefte dat u wellicht op de hondenfluit blies. (…)  U geniet het vermoeden van onschuld, mijnheer Zinzen, maar ik ben openbaar aanklager. U had het onder meer ook over Jonathan Holslag, maar waarom maakt juist Haas u ziek? De debatten over defensie worden toch gedomineerd door witte mannetjes in alle maten en gewichten. Ik vraag het u op de man af: stoort het u dat een jonge vrouw zich in dit domein laat gelden? Wordt u bijna ziek als u haar hoort, of ook en vooral als u haar ziet? Op tv zíé je mensen, niet? Bent u nog van het vooroorlogse principe dat blonde dames mooi moeten zijn en zwijgen? Volgt u de tradwifes op TikTok?’ 

     De kwestie is niet dat De Ceulaer hier overdrijft. Hij mag dat doen als dat zijn opvatting van ‘satire’ is. De kwestie is dat er in de uitspraak van Zinzen niets is dat ook maar in de verste verte lijkt op een vooroordeel tegenover vrouwen, of op een ‘hondenfluit’ – wat op zich al een gruwelijk argument is. Zinzen richt zijn zure oprispingen tegen Haas niet omdat ze een vrouw is, maar omdat ze te Nato-minded en defensie-vriendelijk is. Je moet van heel slechte wil zijn om dat anders te zien. En dat Zinzen naar  Haas verwijst als naar die Nederlandse vrouw van het Egmont-instituut’, kunnen we hem ook al niet kwalijk nemen. Je merkt in de formulering de nodige ergernis, maar hij kon haar toch moeilijk die kerel van het Egmont-instituut noemen. 

*


     Met slechts de helft van de slechte wil van De Ceulaer zou ik sporen van mysogynie kunnen aanwijzen in de laatste column van Tom Naegels (DS 2/5):

 

Anneleen van Bossuyt (N-VA) denkt dat haar job betekent dat je aan ChatGPT vraagt: ‘Hé Claude, zeg eens iets dat Theo Francken zou zeggen?’ Waarna de bot een tekstje genereert met een sneer naar een linkse organisatie. Dan post ze dat op haar socials, met een mooie foto van zichzelf erbij, en het is weer klaar voor die dag met minister te zijn.

 

     Het is niet het soort polemiek die ik van Tom Naegels verwacht, maar ik heb geen zin om hier de eerste steen te werpen. Zijn suggestie dat Van Bossuyt een luie minister van Migratie is – ‘weer klaar voor die dag’ – kan ik niet beoordelen; zijn sneer dat ze een man – ‘Theo Francken’ – nodig heeft om rechtse inspiratie op te doen vind ik ongepast; en zijn insinuatie dat ze haar uiterlijk – ‘mooie foto’ – inzet in het politieke debat, getuigt niet meteen van goede smaak. Maar ik ben er vrij gerust in dat Naegels niets heeft tegen vrouwen. Hij heeft hoogstens iets tegen rechtse vrouwen die minister van Migratie zijn. Iets anders beweren, zelfs in ‘satire’, is flauw.


*

     Laat ik nu eens iets moeilijkers proberen. Zou ik na Walter Zinzen en Tom Naegels ook Johan Sanctorum van antifeminisme kunnen vrijpleiten. Wat moeten wij bijvoorbeeld denken van zijn recente uitval op Doorbraak, ook al tegen Michelle Haas?

En dan heb je nog de experten: de alomtegenwoordige kolonel-op-rust Roger Housen, maar vooral het slimme blondje Michelle Haas (UGent), dat steeds meer de spreekbuis lijkt van minister Francken, en helemaal mee is met de defensiecodex waar het parlement of de media officieel nog niks over weten.

     ‘Het slimme blondje …’ Is dat nu vrouwenhaat of antifeminisme? Ik moet speculeren waarom Sanctorum die omschrijving koos, maar ik denk dat ik het weet. Hij provoceert graag. Hij weet dat er in ons huidige klimaat macho’s bestaan die om dat ‘blondje’ zullen grijnslachen en wokies die woedend zullen zijn. Misschien trekt Sanctorum zich daar niets van aan. Misschien doet hij alsof die polarisatie achter ons ligt, en iedereen weer lustig kan schelden zonder bijbedoelingen. Maar ik denk dat het anders is. Dat polemische ‘blondje’ is alleen pikant omdát de polarisatie bestaat. Sanctorum is degene die grijnslacht. Hij profiteert van de toestand die hij belachelijk maakt. Maar geldt dat niet voor elke satiricus?
     Daarmee weet ik nog altijd niet of Sanctorum een feminist of een antifeminist is. Ook daarover moet ik speculeren. Maar onder ons, het zou mij niet verwonderen dat hij feministischer is dan ik, en dat hij daarom met een gerust hart grapjes durft maken waar ik mij niet aan zou wagen.



* Zinzen spreekt overigens ook over die Nederlandse vrouw van het Egmont-instituut. Ook hier merk ik in de formulering de nodige ergernis, maar geen minachting voor vrouwen in het algemeen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten