Ondanks de vakantie schreeft Reynebeau op 28 juli een kort stukje over het zomerakkoord. Hij maakt daarbij zulke rare sprongen dat het een lang stuk zou vergen om die allemaal te ontrafelen. Reynebeau schrijft dat er twee opvattingen bestaan over de sociale zekerheid. Liberaal-conservatieven beschouwen die als een ‘gunst’ en mensen zoals hijzelf – socialisten dus – beschouwen die als een ‘recht’. Dat is niet waar. Liberaal-conservatieven beschouwen de sociale zekerheid in de eerste plaats als een collectieve verzekering. Dat is trouwens de manier waarop Reynebeau zelf het ontstaan van de sociale zekerheid schetst.
Wie vroeger, in de negentiende eeuw, zijn of haar baan verloor, hoorde zelf maar uit te zoeken hoe het verder moest … Collega’s van de werkloze begrepen wel wat het betekende om geen inkomen meer te hebben. Ze legden geld bijeen in solidariteitskassen om diegenen te ondersteunen die een tegenslag te verwerken hadden of werkloos, ziek of oud te worden. Zo zijn de vakbonden en de ziekenfondsen ontstaan. Daar is later het monument van de sociale zekerheid op gebouwd.
Hoewel Reynebeau het wat anders formuleert, blijkt uit zijn uitleg dat de ‘solidariteitskassen’ dus ontstonden als een soort verzekering. Door je vrijwillige bijdrage kreeg je inderdaad ‘recht’ op een vervangingsinkomen dat betaald werd uit die vrijwillige bijdragen. In die zin was dat vervangingsinkomen een contractueel ‘recht’, maar geen onvoorwaardelijk mensenrecht.
Die situatie veranderde toen het ‘monument van de sociale zekerheid’ werd gebouwd. De vrijwillige bijdragen werden verplichte bijdragen; het bijhorende ‘recht’ bleef bestaan. Daar kwam nog wat ‘herverdeling’ bij. Er zijn vandaag weinig liberaal-conservatieven die grote bezwaren maken tegen het verplichte karakter van de sociale zekerheid of de ‘herverdeling’ die erbij wordt toegepast. Zelf heb ik misschien principiële bezwaren, die ik echter in een democratische onderhandeling snel zou laten varen, zolang er niet wordt overdreven.
Zowel de vrijwillige solidariteitskassen als de verplichte sociale zekerheid zijn dus gebaseerd op ‘rechten’ en niet op ‘gunsten’. En dat verandert niet met het zomerakkoord van de regering. Nochtans is het precies dat wat Reynebeau schrijft:
Het liberaalconservatisme ziet de sociale zekerheid niet als een recht maar als een node verleende gunst, omkranst met voorwaarden, sancties en straffen. Om de pensioenmalus te vermijden, bijvoorbeeld, zouden periodes eerst niet en dan toch wel meetellen: ‘op tijdelijke werkloosheid gezet worden’ was immers niet de schuld van de werkloze, die koos daar niet ‘vrijwillig’ voor. Versta: in elke andere vorm van werkloosheid ligt de schuld wel degelijk bij de werkloze die vrijwillig ervoor gekozen zou hebben.
Dat onderscheid tussen volledige en tijdelijke werkloosheid heeft weinig te maken met een ‘node verleende gunst’. Integendeel. De redenering van de regering is immers correct. Periodes van tijdelijke werkloosheid vallen inderdaad niet onder de verantwoordelijkheid van de werknemer. Zijn volledige dienstjaren worden dus niet toegekend als ‘gunst’. Dat men die dienstjaren er eerst niet wou bijtellen, had niets te maken met de gunst-of-recht-filosofie, maar met brute besparing. Men kan geen geld uitkeren, noch als ‘gunst’ noch als ‘recht’, als men het niet heeft.
En omgekeerd valt de langdurige werkloosheid wel degelijk onder de verantwoordelijkheid van de werknemer. Sommingen vinden zonder veel moeite ander werk. Anderen moeten grote moeite doen om nieuw werk te vinden – talloze malen solliciteren, omscholing, grote verplaatsingen, aanvaarden van een lager loon en slechtere omstandigheden. En nog anderen doen weinig inspanningen, terwijl we vandaag toch echt niet in de tijd van de Great Depression leven en er nog altijd veel jobs worden aangeboden. En wat mij betreft, de mensen die veel inspanningen doen om werk te vinden moeten volgens mij niet dezelfde ‘rechten’ hebben als zij die dat veel minder doen.
Wat gebeurt er als iemand na twee jaar werkloosheid, of langer, zijn uitkering verliest. Hij krijgt een lager inkomen, uitgekeerd door het OCMW, het zogenaamde leefloon. Is dat een recht? Is dat een gunst? Ik weet het niet. In een welvarende maatschappij zal er altijd een grote consensus bestaan om hulpbehoevende medeburgers een bestaansminimum te verschaffen. Je kunt het samenvatten met de woorden van Bart De Wever: ‘We laten hen niet in de steek.’ Volgens Reynebeau is dat hetzelfde als wat Marie-Antoinette zou hebben gezegd over de hongerigen van Parijs: ‘Qu’ils mangent de la brioche.’ Ik vind dat helemaal niet hetzelfde.
En wat te denken van Hart tegen Hard-jongen Wouter Hillaert die in DS van vandaag over slotsessie TAZ aan Zee in Oostende puur activistisch pro-Palestina oreert ...
BeantwoordenVerwijderenAsiel krijgen is idd. een gunst, en geen recht. De massale inwijking in EU-landen is onderhand een pest geworden, eigenlijk voor iedereen. Wie dit negeert, gooit olie op de polarisatie van de meningen daarover. De nefaste effecten zijn al jaren merkbaar, onderhuids en met het blote oog.Voor iedere weldenkende burger, waar die zich ook bevindt op het politieke spectrum. Waarom blijft men mensenrechten verwarren met burgerrechten?
BeantwoordenVerwijderenIndien de definitie 1 van genocide op zichzelf staat en niet tot de context, zegt het niets. Die context is een stadsoorlog in een dichtbevolkt gebied waarbij Hamas als guerilla alle Geneefse conventies van oorlogsvoering overtreedt.
BeantwoordenVerwijderen