zondag 10 augustus 2025

In de marge van het Gaza-drama.


De bungeesprong van Bart De Wever
 
      Een medewerker van De Standaard liet mij een filmpje zien van de bungeesprong van Bart De Wever. ‘Ongelooflijk. Heb je gezien hoe diep het daar is?’ Maar dan lees ik in de commentaar in dezelfde Standaard dat De Wever in plaats van over zijn bungeesprong beter iets over Gaza op de sociale media zou plaatsen, zoals Rousseau en Mahdi en Trump dat doen. 

Als de enige communicatie Instagramposts over je bungeesprong en je bezoek aan de leeuwen en de krokodillen is, dan is dat niet alleen maar een politieke strategie, maar ook een provocatie.

      Ik betwijfel niet dat Mahdi en Rousseau ook vanuit humanitaire bezorgdheid over Gaza communiceren, maar ik zie er toch ook wat politieke strategie en provocatie in. Dat die politici aan populariteit willen winnen door iets van de daken te roepen dat goed ligt bij de publieke opinie, kun je hen niet kwalijk nemen. Ook weten ze dat ze De Wever in deze kwestie makkelijk tot een compromis zullen kunnen bewegen dat verder reikt dan wat hijzelf verstandig vindt. Hij zal N-VA geen tweede keer door een wisselmeerderheid rond een secundaire kwestie uit de regering laten drijven. Het gevaar schuilt ergens anders. Dat Rousseau en Mahdi door dat soort gemakkelijke ‘overwinningen’ ook op andere vlakken steeds maar brutaler worden totdat er geen huis mee te houden is.
     (DS 9/8)

‘Gaza verdient een wisselmeerderheid’
     De dagelijkse berichtgeving over partijstandpunten rond Gaza deden Paul Cordy op zijn FB-pagina besluiten dat ‘de pers aanstuurt ‘doelbewust bezig met de politieke spanning op te voeren in de hoop de regering De Wever te doen crashen.’ Dat is het soort intentieproces en dat wil ik meestal wil vermijden, maar ik begrijp wat Cordy bedoelt. Neem nu het hoofdartikel van Ruben Mooijman van enige tijd geleden (24/7). Hij schrijft uitdrukkelijk dat een crash van de regering ‘rampzalig’ zou zijn. Ook een slap compromis rond Gaza moet worden vermeden. Wat is dan de beste oplossing: ‘Als coalitiepartners het fundamenteel oneens zijn over een uiterst belangrijk dossier … is de democratisch zuivere oplossing ... een wisselmeerderheid.’
     Ik zou het nooit in een hoofdartikel durven schrijven, maar in een bescheiden blog, vind ik, kan het: Gaza is voor België géén uiterst belangrijk dossier. Het is een uiterst belangrijk dossier voor de Gazanen, voor Israël, voor de Arabische landen, voor Iran, voor de USA en tot op zekere hoogte voor Europa. Het belang van het dossier hangt zeker af van de humanitaire kwestie, maar ook van wat je eraan kunt doen. Zo is voor ons land ook de oorlog in Soedan of de situatie van de Oeigoeren in China geen‘uiterst belangrijk dossier.’
     En voor de zekerheid voeg ik eraan toe dat alle maatregelen die België kan nemen niet noodzakelijk alléén ‘symbolisch’ zijn, noch dat symbolische maatregelen geen énkel belang hebben.


Wie wegkijkt, is medeplichtig
      Ivo Victoria wijdde een column aan ons aller medeplichtigheid in de tragedie van Gaza. Hij weerlegt het gekende excuus dat alles wat we ‘doen’ alleen maar een symbolische waarde heeft:

Betogen, petities tekenen, geld storten: velen beweren wijsneuzig of gelaten dat het toch niets uithaalt. Maar het is niet (alleen) de vraag wat ze zelf kunt veranderen. De vraag is ook: wat voor mens ben je? Een harteloze lul (m/v/x) bijvoorbeeld, die ‘zin in vakantie’ antwoordt wanneer ze hem naar Gaza vragen?

     Dat is een goede benadering.  Wat is beter: een eerlijke harteloze lul of een hypocriete lul? Soms  denk ik: het tweede. Veel van de mensen die iets ‘doen’ voor Gaza, of die zich ‘betrokken voelen’  zijn ideologisch gedreven. Maar anderen hebben echt wel humanitaire motieven. Dat daar hypocrisie bij komt kijken, ligt voor de hand.  En dan? Alsof een beetje hypocrisie zo erg is. Hypocrisie ondermijnt de waarheidsliefde, maar bevordert de gezelligheid in de samenleving.
    (DS 31/7) 

Gaza: getuigenissen
     Infectiologe Erika Vlieghe schreef een emotioneel stuk over de ellende in Gaza. Ze vertelt van haar bewondering voor collega-artsen die in Gaza proberen de nood te lenigen van mensen die zwaar verwond zijn door kogels, granaatscherven en instortende gebouwen. Ik deel die bewondering. Die mensen zijn helden. Dat wil niet zeggen dat ik álles geloof wat iédere arts vertelt. Ook een humanitaire held maakt niet altijd het onderscheid tussen wat hij gezien heeft en wat hij gehoord heeft. Misschien laat zich in zijn interpretatie leiden door vooroordelen. Ook kan hij bezwijken voor de verleiding om met het oog op de Goede Zaak de werkelijkheid te vertekenen. Misleidende propaganda kan voortkomen uit het nobelste idealisme.
     Vlieghe heeft het voorbeeld van Nick Maynard,

 ‘een ervaren, oer-Britse chirurg uit Oxford – niet iemand die je verdenkt van overdrijvingen voor de bühne of propaganda. Op haast klinische wijze beschreef Maynard de schotwonden van argeloze Gazanen die bij hem werden binnengebracht. Op dag 1 waren ze allemaal in de armen geschoten, op dag 2 in de buik en op dag drie waren het jonge mannen, in de testikels geschoten – alsof het om een soort macaber spel van verveelde sluipschutters bleek te gaan.

     Ik vind het moeilijk om die getuigenis te geloven. Ik geloof zonder enige moeite dat het Israëlisch leger bij de ordehandhaving rond voedselbedeling op de menigte schiet. Ik geloof ook zonder enige moeite dat daarbij, onder de tienduizenden toegestroomden tientallen onschuldige slachtoffers vallen. Ik acht het waarschijnlijk dat die chaos mee wordt uitgelokt door gangsters en Hamas-strijders. En ik acht het niet uitgesloten dat er zich onder de Israëlische soldaten regelrechte sadisten bevinden. Maar dat scenario van dag 1, dag 2 en dag 3 … Het kán natuurlijk, maar heel eerlijk, ik geloof het niet.

Gaza en de komkommertijd
     In rechtse kringen heeft De Standaard een linkse reputatie. Dat is normaal. Als ik overvallen word door de drang om objectief te zijn, doe ik wel eens een poging om voor mijzelf na te gaan hoe gewettigd de rechtse ergernis is. Meestal kom ik dan tot een genuanceerde conclusie. Ik heb daar al een paar keer verslag van gedaan*. Nu heb ik echter de de kranten van de laatste 14 dagen nog eens doorbladerd, is mijn indruk was ongunstiger. Ik zie minutenlang met stijgende verbazing al die koppen voorbijkomen over Israël die meer de indruk gaven van een overtuigingscampagne dan van een zakelijke berichtgeving. Ik ga er hier even van uit dat die campagne niet ingegeven wordt door antisemitisme, maar door bekommernis om de humanitaire ramp in Gaza en door de linkse, tiersmondistische ideologie die al meer dan 50 jaar in de mode is.
      Dat kranten campagne voeren voor een goede zaak, tegen een Grote Slechterik of een Kleine Satan, is geen nieuw verschijnsel. Ik hoorde eergisteren Geert Mak met gloed en enthousiasme vertelle, over al die getalenteerde journalisten die in de jaren dertig campagne voerden voor de New Deal. Er zullen tijden en landen geweest zijn waarin neutraliteit wat hoger aangeschreven stond, maar campagne voeren zit, vrees ik, in het DNA van het perswezen. Mijn krant voert campagne tegen Poetin, Trump en Netanyahu. Waarom niet? Als er tussendoor maar wat informatie wordt meegegeven die hopelijk niet te éénzijdig is geselecteerd.
     Waarom was ik dan zo verbaasd? Het was geloof ik de hoeveelheid. De krant bestond dag na dag voor de helft uit human interest en voor de helft uit Gaza. Op de buitenlandpagina’s ging het over de oorlog, en op de binnenlandpagina’s over welke houding onze regering tegenover die oorlog moest aannemen. Dat heeft te maken, geloof ik, met de komkommertijd. Er is in de vakantie minder politiek nieuws dan gewoonlijk. En dan kiest men een onderwerp waarmee de krant zonder al te veel moeite kan worden gevuld, dat commercieel interessanter is dan de oorlog in Soedan, en waarbij de standpunten en de te gebruiken bronnen al lang vastliggen. Die stukken schrijven zichzelf.

De radiostilte van BDW
      Alsof ze mijn komkommer-verhaal gelezen hadden, bracht De Standaard de dag erna, bladzijde 1, de kop: ‘Aanhoudende radiostilte De Wever over Gaza ergert coalitiepartners.’ Dit nieuws glijdt wel heel snel af van het grote verhaal (de ellende in Gaza) naar het kleinere verhaal (wat kan de Belgische regering doen?) naar het heel kleine verhaal (de vakantie van BDW en de politique politicienne van de CD&V). Ik geef overigens toe dat het verhaal wel hoogdringend moest worden geplaatst. Binnen enkele dagen is BDW terug van vakantie en dan is het te laat.
      Er is overigens meer dan de komkommerverklaring. Lezer Edgard Frederix reageerde:

 Misschien is het niet zozeer dat verslaggevers zich laten meeslepen door de emotie van het moment, maar dat zij ineens beseffen dat ze méér kunnen dan alleen nieuws brengen. Waarom slechts het verhaal kleuren, als je met een beetje collectieve slagkracht – alle klassieke media trekken hier aan dezelfde kant van de koord – ook de koers van een regering kunt bijsturen? Wat toch lijkt te lukken. Dat betekent echt wel iets voor al die opiniemakers …

     Frederix heeft gelijk: het is een echte strijdcampagne en het eigene daarvan is dat ze op alle fronten tegelijk wordt gevoerd. Op de tweede pagina van dezelfde krant van vandaag staat het commentaar van Inge Ghijs. Niet de regering dit keer, maar de universiteiten moeten er aan geloven. Waar blijft die alzijdige academische boycot van Israël? vraagt Ghijs zich af. Niet wachten op Europa! Geen tijd verliezen! Boycot nu!
      Over BDW nog dit. Vermakelijk was wat ik in de pers las over de 21-juli-verklaring van de koning. Ik stel het even wat schematisch en hyperbolisch voor. Eerst werd de koning luidruchtig geprezen omdat hij een moedig standpunt innam tegen de oorlog in Gaza. Wat een verschil met het stilzwijgen van de premier. Enkele dagen daarna besefte men dat de toespraak van de koning natuurlijk door de premier was goedgekeurd. Dan moest er snel aan toegevoegd worden dat zo’n toespraak van de koning eigenlijk alleen maar wat symboliek inhield.

Whataboutery, Samidoun, Mooijman
     Ik hou niet van whataboutery. Ik zal mijn tegenstanders in de Gaza-discussie niet snel voor de voeten gooien dat ze zwijgen over Soedan of de Oeigoeren, want ik voel mijzelf ook meer betrokken bij de ene dan bij de andere tragedie. Maar heel soms kan ik mij ergeren aan selectieve verontwaardiging en aan twee maten, twee gewichten. Neem nu het commentaar van Ruben Mooijman over de uitwijzing van Mohammed Khatib, Europees coördinator van Samidou. Mooijman schrijft:

Khatib verdedigt de moord op onschuldige burgers door Hamas. Dat zijn meningen die doen walgen. Maar het is een fundament van de rechtstaat dat ook walgelijke meningen toegelaten zijn … In een open, zelfbewuste samenleving moeten afwijkende meningen een plaats kunnen hebben. Ook als die radicaal of extreem zijn.

     Ik ben het daar woord voor woord mee eens. Maar toch zou ik willen vragen aan Mooijman of hij ooit hetzelfde geschreven heeft naar aanleiding van rechtsextremistische ‘walgelijke meningen’. En die vraag van mijn kant zou whataboutery zijn.  Ik ben daar een beetje beschaamd over, en zoek in het commentaar van Mooijman snel naar iets anders om over van mening te verschillen. Ik polemiseer nog altijd liever over wat iemand wél zegt, dan over wat hij niét zegt. Bijvoorbeeld:

  Khatib werd door voormalig staatssecretaris Nicole De Moor (CD&V) omschreven als een haatprediker. Die term wordt geassocieerd met islamitisch fundamentalisme. Dat is iets heel anders dan opkomen voor de rechten van de Palestijnen, zoals Samidoun.

     Hier komt Samidoun er wel heel goedkoop vanaf. Doet Samidoun niets anders dan ‘opkomen voor de rechten van de Palestijnen’? Dan zou de organisatie een soort drukkingsgroep zijn die de redactionele lijn van De Standaard in de praktijk brengt. En meer algemeen: kun je niet tegelijk haat prediken en in de praktijk brengen, het islamitisch fundamentalisme aanhangen, en opkomen voor de rechten van de Palestijnen op het hele land van ‘the river to the sea’? Is dat niet precies wat Hamas doet?
 
     Terloops verschil ik nog van mening met Mooijman over een andere kwestie. Hij vindt niet dat de overheid het recht heeft om Khatib zijn vluchtelingenstatus in te trekken. Dat is iets voor de rechtbank, vindt Mooijman, want anders wordt ‘deur opengezet naar willekeur en machtsmisbruik.’ Daarmee kent hij, naar mijn smaak, aan vreemdelingen rechten toe die het privilege van staatsburgers zijn. In mijn opvatting, en gezien de omvang van de migratie, lijkt het mij beter om asiel weer te gaan bekijken als een intrekbare gunst, en niet als een recht.
       (DS 8/8)

Israël en de proportionaliteit
 
      Simon Truwant heeft een boek geschreven: De waarheid heeft vier gezichten. Hoe we het publieke debat kunnen redden. Ik heb het boek niet gelezen, maar het is een kwestie die mij interesseert, al ben ik niet zeker dat Truwant de oplossing ervoor heeft. Toch niet als ik kijk naar zijn laatste Israël-opiniestuk (DS 12/8). Hij schrijft dat de critici van Israël – hij noemt Maxime Prévot, Conner Rousseau, Jan Jambon, David Grossman – de fout maken om de oorlog in termen van proportionaliteit te zien. Die critici vinden dat het gewelddadig antwoord van Israël veel meer leed berokkent dan de oorspronkelijke Hamas-raid – dat dat geweld dus niet proportioneel is. Maar eigenaardig genoeg weerlegt Truwant die critici door zelf een beroep te doen op de proportionaliteit.

 De militaire, humanitaire en psychologische foltering van de Palestijnen overstijgt al zo lang de wreedheden van 7 oktober, en ook dat waren oorlogsmisdaden, dat het absurd is om nu nog altijd over proportionaliteit te spreken. DS 12/8

     Ondanks zijn concrete woorden ‘foltering van de Palestijnen’ blijft Truwant hier opmerkelijk vaag. Als hij met foltering bedoelt de toestand van het Jüdenfreie Gaza van 2005 tot 2023, met zijn miljardensubsidies, appartementstorens, ziekenhuizen, scholen, ondergrondse tunnels en rakketaanvallen op Israël, dan lijkt ‘foltering’ mij een minder goede omschrijving dan ‘gemiste kans’. Als Truwant er de hele geschiedenis van de Israëli’s en Arabieren in het gebied mee bedoelt, dan denk ik dat zijn en mijn visie daarop nogal verschillend zijn.
     In elk geval, als Truwant mij mee wil krijgen in het kamp van de Israël-critici, dan zal hij vooral de proportionaliteits-troef moeten uitspelen. Hij heeft overigens wel gelijk als hij de intenties van Israël in het debat wil betrekken. Volgens hem is het werkelijke doel te komen tot ‘een Israël dat enkel en alleen voor Israëli’s is van de rivier tot de zee.’ Als dát het doel is, en niet bijvoorbeeld een veilig Israël binnen de staatsgrenzen, dan ik die kritiek van Truwant onderschrijven. Maar niet zijn oproep om het debat en de acties te radicaliseren. 

Theodor Herzl 
     Omdat ik dagelijks berichten en commentaren over Israël-Palestina over mij heen krijg, schrijf ik er zelf ook over. En terwijl ik mijn commentaren schrijf, voel ik een zekere vermoeidheid opkomen. De berichtgeving en commentaren lijken mij eenzijdig, maar ik heb geen zin om dat van naaldje tot draadje uit te zoeken. Er zijn zaken waar ik al lang mijn mening over heb gevormd, er zijn zaken waarover ik mij mening opschort. Ik moet dus ofwel mijn mening herkauwen, ofwel schrijven over iets waar ik geen mening over heb.
     Daar komt nog iets bij. Hoewel er nu zeer veel doden vallen, en er in de toekomst nóg veel kunnen vallen, lijkt het voor mij een probleem uit het verleden. Men meldt mij op mijn FB-pagina dat het zionisme van Theodor Herzl (1860-1904) helemaal verkeerd was. Ach, denk ik dan, Theodor Herzl ... Ik hoorde die naam al op de eerste vergadering van het Palestina-comité dat ik bijwoonde. Dat is 55 jaar geleden. Ik was toen 15. Ik kon toen niets aan de toestand in het Midden-Oosten veranderen, en ik kan er nu niets aan veranderen. Toen dacht ik wel dat ik de oplossing kende. Nu denk ik dat niet meer.


 

* Zie mijn stukjes hierhierhier en hier.

8 opmerkingen:

  1. Ik ben eigenlijk wel geinteresseerd in je analyse van het interview met David Gossman. Je hebt er schijnbaar al tijd in geinvesteerd. Het zou toch zonde zijn om dit dan niet te delen met 'de wereld'?

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. In essentie. Genocide heeft in de huidige discussie grof gezegd drie betekenissen: 1) een groot aantal (vermijdbare) slachtoffers door de schuld van Israël, 2) alleen de schuld van Israël, 3) als gevolg van de uitdrukkelijke bedoeling om veel Palestijnse burgers te vermoorden. In de controverse rond het woord draait het om de betekenis 2 en 3. Grossman gebruikt het woord in betekenis 1).

      Verwijderen
  2. Willem CEUPPENS, Dilbeek10 augustus 2025 om 08:51

    Betreft het stukje over David Grossman,
    en voor alle duidelijkheid:

    U schrijft: "Ik heb nu het hele artikel gelezen, en ben van mening veranderd"... Bedoelt u dat werkelijk zo, of is er een woordje weggevallen, namelijk: "... en ben van mening NIET veranderd..." ?

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Nee, ik ben van mening veranderd. Ik denk nu dat de nuances van Grossman niet tot hun recht komen in de kop (maar dat gebeurt nu eenmaal meer als je een korte kop wil maken). Genocide heeft grof gezegd drie betekenissen: 1) een groot aantal (vermijdbare) slachtoffers en door de schuld van Israël, 2) alleen de schuld van Israël, 3) met de uitdrukkelijke bedoeling om veel Palestijnse burgers te vermoorden. In de polemiek rond het woord draait het om de betekenis 2 en 3. Grossman gebruikt het woord in betekenis 1).

      Verwijderen
    2. Willem Ceuppens, Dilbeek10 augustus 2025 om 15:20

      Bedankt voor uw toelichting.

      1/ Ik ga ermee akkoord dat Grossman het woord genocide gebruikt in de betekenis zoals door u aangegeven: een oorlogssituatie met "een groot aantal (vermijdbare) slachtoffers, (hier) door de schuld van Israël".

      2/ [Het eventuele "intentionele aspect" wordt in de loop van het interview niet expliciet vermeld, en hij kan in die intentionaliteit blijkbaar niet geloven, het is hem al erg genoeg dat er schuld (al dan niet deels) bij Israël ligt.]
      Te begrijpen.

      3/ En inderdaad naargelang de betekenis die aan het begrip "geno-cide" wordt toegekend, impliceert ook de titel van het artikel AL DAN NIET dat "intentionele aspect".

      Er is dus enige dubbelzinnigheid. U had dus gelijk het hele artikel te lezen. (Ikzelf beschik alleen over de vertaling in De Standaard)

      4/ Ik wil er nog graag aan toevoegen dat m.i. naast een strikt grieks-latijns etymologische betekenis (die daarbij ook geen intentionaliteit impliceert) is het begrip "geno-cide" hier gangbaar in twee volgende betekenissen:

      (1): Een juridische (die intentionalieit impliceert), en
      (2): Een feitelijke die aansluit bij de etymologische betekenis [genos (kind, familie, geslacht, generatie) + caedere (doden)], maar eventuele intentionaliteit "niet expliciet impliceert"...

      5/ U meldt dat de "Neue Züricher Zeitung" opmerkte dat de zin "Het is een genocide" niet letterlijk in het interview voorkwam. Dat lijkt me ook correct voor de versie van De Standaard (buiten in de titel, dus).

      Grossman zegt wel:

      "Jarenlang heb ik geweigerd het woord genocide te gebruiken. Maar nu moet ik het wel gebruiken,...

      Maar dat woord dient voornamelijk voor het geven van een definitie of voor juridische doeleinden: ik wil daarentegen spreken als mens die in dit conflict is geboren...

      Ik wil spreken als iemand die heeft gedaan wat in zijn vermogen lag om te voorkomen dat Israël een genocide-staat wordt genoemd (!).

      En nu, met immens verdriet en een gebroken hart, moet ik constateren dat het vlak voor mijn ogen gebeurt..." (dus niet dat er een genocide is, maar "dat Israël een genocide-staat wordt genoemd")

      David Grossman heeft dus een dubbel verdriet:

      (1) Een verdriet over een pijnlijk gebeuren, waarbij ook Israël schuld draagt (er is wel schuld, maar geen intentionaliteit);
      (2) Een verdriet over de reputatie van Israël

      Moge zijn verdriet toch vruchtbaar zijn...

      Verwijderen
    3. Willem Ceuppens, aanvulling10 augustus 2025 om 16:56

      Voor de betrokken "Palestijnse" families maakt het natuurlijk geen zier uit of het nu een "juridische" genocide is, of alleen maar een "feitelijke" genocide... of god weet welk label men ook plakt op die afschuwelijke gebeurtenissen en triestige feiten...

      Verwijderen
    4. Akkoord met alles wat u schrijft.

      Verwijderen
  3. Het is oorlog in Gaza - wat een ramp is - maar geen genocide. Als het nodig is om Hamas met wortel en tak uit te drijven, dan ligt een drastische (helaas militaire) oplossing voor de hand. Met veel collateral dammage...Israël kan dat en moet dat. Dat wisten we al lang voor de fameuze 7 oktober-raid. Daarvoor hoorden we de wijsneuzen niets oreren. Net zoals nu over bvb. Afrikaanse toestanden in Soedan. Of de massale verdrukten in N-Korea. Of in Irak, Iran of Afganistan. Om over Oekraïne maar te zwijgen. Gratuite klaagzangen, zonder werkbare oplossingen. Alsof die plots zouden ontstaan door massale uiting van pronkerige verontwaardiging in een Pride Parade. Hoe naïef.

    BeantwoordenVerwijderen