zondag 14 mei 2017

Moslimkinderen gemarteld in het graf ... of op school?

    Montasser AlDe’meh – wat typt die tweede naam lastig – heeft in meerdere Brusselse scholen bevonden dat moslimkinderen schrik wordt aangejaagd voor wat hun na de dood kan overkomen*. Kinderen krijgen verhalen te horen over martelingen in het graf: wanden die naar elkaar toeschuiven als een bankschroef, slangen die bijten, engelen die schedels in slaan, beenderen die verpulverd worden. Montasser – ik zal alleen het gemakkelijke deel van de  naam gebruiken – herkent die verhalen van zijn eigen jeugd. Hij vindt dat die verhalen zelf een marteling zijn die moet stoppen. Ook vermoedt hij dat zulke verhalen een rol spelen bij het ontstaan van zelfmoordterrorisme. Dat er jongeren zijn die hun zonden, of hun kleine of grote criminaliteit, willen wegwassen door martelaarschap, zodat ze aan de straffen in het graf ontkomen.
     Montassers verklaring lijkt mij nogal geloofwaardig. De angst voor uiterst pijnlijke straffen zou voor mij een sterkere drijfveer zijn dan de hoop op een kitscherig paradijs met tweeënzeventig maagden uit de Matrix van Allah. Een flink deel van onze eigen middeleeuwen, met zijn fraaie en minder fraaie kanten,  is verklaarbaar vanuit de angst voor vagevuur en hel.
      Een interessant antwoord op Montasser vond ik bij mijn Facebookvriend Mohamed Omar die, naar het mij toeschijnt, een vrome moslim is. Omar argumenteert uitgebreid dat er geen oorzakelijk verband kan worden bewezen tussen de martelverhalen in het graf en het zelfmoordterrorisme. Nee, dat kan niet worden bewezen. Verder haalt Omar een slim filosofisch argument aan: dat je moeilijk een onderscheid kunt maken tussen angst voor hiernamaalse straf en angst voor de dood in het algemeen. Mja, dat onderscheid is misschien niet zo makkelijk te maken.  Hij zegt ook dat angst voor straf na de dood ervoor zorgt dat we een braaf leven te leiden. Bedreiging met straf zou dan braafheid veroorzaken. In een milde bui wil ik dat wel aannemen, alhoewel Omar zijn oorzakelijk verband heus niet beter zal kunnen bewijzen dan Montasser het zijne tussen de martelverhalen en het zelfmoordterrorisme.
     Tegelijk bevat Omars tekst voor mij veel verontrustends. De details van de martelingen in het graf, schrijft Omar, moeten niet aan kinderen van zeer jonge leeftijd worden verteld. Een leeftijd van 12 tot 16 jaar vindt hij minder een probleem. Ik wel. Sommige kinderen, schrijft Omar, reageren eerder koelbloedig op de martelverhalen van de Islamtraditie, en hij haalt er zijn eigen jeugdervaringen bij als voorbeeld. Dat is best mogelijk. Maar als sommige andere kinderen daar wel traumatisch op reageren, is dat nog altijd een heel goede reden om één en ander opnieuw te bekijken. De verhalen over hel en bestraffing, vervolgt Omar, worden in evenwicht gehouden door verhalen over het paradijs. Dat weet ik nog niet zeker. Iedereen kent wel enkele details van Dantes Hel, van zijn Paradijs weten we hoogstens dat hij het geschreven heeft. Het ene blijft gewoon beter hangen dan het andere.
     De troost die Omar biedt is niet altijd overtuigend. Allah kan in zijn barmhartigheid besluiten om de ergste zondaar te vergeven en te redden van de wrede straffen die hem normaal te wachten staan. Wat moet je doen om die barmhartigheid te verdienen? Tja, eigenlijk niets. Allah is zoals Alexander de Grote. De ene keer beslist hij een stad te vernietigen omdat ze weerstand bood, de andere keer beslist hij om de stad te sparen … omdat ze weerstand bood. Zo’n willekeur vind ik weinig geruststellend.
     Montasser en Omar verschillen van mening over de plaats van de martelverhalen binnen de Islam. Montasser beweert dat die verhalen niet in de Koran voorkomen; Omar van zijn kant beweert dat Montasser dat als eenvoudige leek niet kan weten. ‘Schoenmaker blijf bij je leest,’ schrijft hij. Dat is eigenaardig. Waarom zou Montasser dat niet kunnen weten? Het volstaat toch om de Koran open te slaan en op zoek te gaan naar de passages over het hiernamaals. Met een elektronische versie moet dat kinderspel zijn. Als iemand beweert dat de Bruiloft in Kana niet voorkomt in het Nieuwe Testament kan ik hem in geen tijd wijzen op Johannes (2:1-11) en de discussie is gesloten. Montasser beweert dat de martelverhalen hun oorsprong vinden in de onbetrouwbare Hadith. Maar voor Omar is de Hadith een onderdeel van de Islam dat we in geen geval mogen ‘onderwaarderen’. Dat is jammer. De Islam zou er geloof ik baat bij hebben om de erg gewelddadige en wrede Hadith te onderwaarderen. Maar misschien blijf ik ook best bij mijn leest.
     Mijn leest – dat is dan de katholieke godsdienst. Omar schrijft dat de martelverhalen ‘in elke religie bestaan’. Of ze in élke religie bestaan, weet ik niet, maar binnen het katholicisme bestaan ze zeker. Ik zou misschien beter schrijven: bestonden. In Portrait of an Artist vertelt Joyce hoe in een preek de collegejongens urenlang en gedetailleerd de martelingen in de hel beschreven krijgen.** Veel van die jongens zullen maar met een half oor geluisterd hebben naar wat die clown op de kansel verkondigde, maar bij een beïnvloedbare jongen als Joyce werd diep in de ziel gekrast.
     Het mooie aan die katholieke traditie is dat ze allang is stopgezet. Toen ik op de lagere school was, werd ons verteld van de hel en het vuur en van de klok die tikte ‘altijd-altijd-altijd’. Maar tegelijk werd ons verteld dat we dat vuur niet letterlijk moesten nemen. Dat vuur was symbolisch voor een geestelijk lijden, het pijnlijke besef van de zondaar dat hij Gods liefde verspeeld had door onwaardig gedrag. Dat geestelijk lijden, werd ons verteld, was erger dan lichamelijk lijden. Maar dàt geloofde niemand. Dat we het lichamelijke lijden niet letterlijk moesten nemen, stelde ons juist gerust.
     Religie wordt zoveel draaglijker als de letterlijke lezing verlaten wordt. Ik kan maar hopen dat ook de Islam dat pad inslaat.  

* in Knack (hier) en Terzake (hier). In Terzake volgde een antwoord van Mohamed Achaibi (hier). Het antwoord van Mohamed Omar vind je hier.

** Over de hel van Joyces schreef ik al iets (hier). Dat ikzelf bang blijf van de duivel heb ik hier al toegegeven.

1 opmerking:

  1. De martelverhalen van het christendom stammen voor 80% uit de Oudheid. Toen werd de pacifistische 'underdog'-godsdienst voor de onderklasse, in casu het Christendom, gedurende circa 300 jaar geassocieerd met verraderschap t.a.v. het staatsideaal van het Romeinse Imperium en de traditionele goddelijke afstamming van de keizer. Dat is pas veranderd met Constantijn I, die zelf nooit christen werd of hij zou op zijn doodsbed zich moeten bekeerd hebben.

    Het martelaarschap in de Islamietische cultuur werd en wordt heel anders bepaald. Er is geen sprake van lammeren, die geslacht worden ter ere van een godsdienst. In de zin van de djihad gaat het om strijders voor hun specifiek geloof, die als ze omkomen als martelaren het paradijse lusthof verdienen.

    Anderen, die hier minder voor voelen of humanere opinies hebben, wacht volgens de Islamitische overlevering alleen de gruwelijke hel.

    Uw hoop dat de islam de letterlijke interpretaie van hun 9de of 10de eeuwse godsdienstschriften verlaten, lijkt me een utopie. De maatschappelijke en persoonlijk uitgemeten straffen zijn te dictatoriaal om dit toe te laten.

    BeantwoordenVerwijderen