maandag 27 juni 2016

Karl Popper over de Brexit

      Over het referendum van vorige week donderdag heeft de filosoof Karl Popper (1902-1994) zich niet ondubbelzinnig uitgesproken, vooral omdat hij al enige tijd dood is. Maar over het beginsel van de democratie, de wijsheid of dwaasheid van het volk en ‘de kiezer heeft altijd gelijk’, heeft hij in 1954 een voordracht gegeven voor een stel liberale vrienden. ‘Public opinion and liberal principles’ heette die voordracht.
     Tien jaar daarvoor had Popper al eens omstandig uitgelegd dat Plato’s denkbeeld van een welwillende dictatuur van hooggestemde intellectuelen geen goed idee was. Die intellectuelen dachten alleen dat ze alles beter wisten. In werkelijkheid konden ze zich vergissen, net als iedereen. Verstandiger was het dus, volgens Popper, om de gewone mensen door verkiezingen een tijdelijke regering aan te laten duiden. De kans was dan wel groot dat die regering niet deugde, maar om de vier, vijf of zes jaar konden de burgers hun fout van de vorige keer weer rechtzetten en de tijdelijke regering door een andere vervangen.
     In zijn voordracht van 1954 rekent Popper af met het omgekeerde politieke denkbeeld samengevat in de slagzin ‘vox populi, vox dei’ - de stem van het volk is de stem van God – het volk weet alles beter. Dat was ook een mythe vond Popper. ‘Het volk’ bestond niet, evenmin als ‘de man in de straat’. Er waren veel mannen en veel vrouwen in veel straten en allemaal konden ze zich flink vergissen. Die mannen en vrouwen hadden geen glazen bol waarin ze haarscherp de gevolgen van hun keuzes konden waarnemen. Ze hadden geen onfeilbaar buikgevoel dat hun dwingend de juiste weg opjoeg. Ook kon je ‘het volk’ niet vergelijken met een schoolgaand kind dat met de jaren slimmer en wijzer wordt. Die schoolgaande kinderen worden trouwens ook niet allemaal slimmer en wijzer met de jaren, neem dat maar van mij aan.
     Tot hier, zou je kunnen zeggen, staat Popper aan de kant van de Brexit-critici. Die 52 % Britten die weg wilden uit de Europese Gemeenschap kunnen zich best hebben vergist– die 48 % andere ook natuurlijk – maar het gaat mij nu om die 52 %. En die 52 % waren, zo zeggen de Brexit-critici, niet goed geïnformeerd*. Honderden Britten hebben na het referendum met google opgezocht wat die Europese Gemeenschap nu precies inhield. Google houdt zulke cijfers bij**. De kranten schijnen te weten dat die googlezoekers mensen waren die eerst tegen Europa stemden en achteraf opzochten waar ze tegen hadden gestemd.  Hoe die kranten weten dat de googlezoekers uit het neen-kamp kwamen, weet ik niet. Maar het doet er niet veel toe. De leergierigheid van die honderden Britten, ja- of neen-stemmers, die de googlezoektocht hebben ondernomen, kan ik alleen maar toejuichen. Ik zou het beter zelf ook eens doen, want die Europese aangelegenheden zijn een verdomd moeilijke materie.
       Popper heeft wellicht gelijk als hij zegt dat de gewone man zich kan vergissen – en hij kan zich al zeker vergissen als hij zich moet uitspreken over een ingewikkelde kwestie die hij niet eerst met google heeft opgezocht en waar hij dus slecht van op de hoogte is. Popper zegt evenwel nog iets anders. ‘Ik geloof niettemin,’ zegt hij, ‘dat er een kern van waarheid zit in de vox populi-mythe. Men zou het zo kunnen formuleren: ondanks de beperkte informatie waarover zij beschikken, zijn eenvoudige mensen vaak wijzer dan hun regeringen; en zo niet wijzer, dan toch bezield door betere of edelmoediger bedoelingen.’
     Ik heb het woordje vaak in cursieve letter gezet. Het is niet zo dat eenvoudige mensen altijd wijzer zijn en betere bedoelingen hebben dan hun regeringen, maar vaak. Blijkens onderzoek  bestonden de 52 % neen-stemmers vooral uit oudere, laaggeschoolde en armere lieden***. Zulke lieden hebben niet per definitie betere bedoelingen – alleen omdat ze oud en laaggeschoold en arm zijn. Hun bedoelingen gelijken waarschijnlijk op die van mij: een allegaartje van overgeleverde waarden, wat edelmoedigheid, en kortzichtig eigenbelang. Verschillen ze hierin van de ja-stemmers? Of beter nog, verschillen ze hierin van de Grote Europeanen als Juncker – en Verhofstadt? Van die laatste twee toch een beetje, geloof ik. Ik kan me van het eigenbelang van de Britse neen-stemmers slechts een vage voorstelling maken. Schotse herders die werkloos zijn omdat de laird zijn schapen toevertrouwd aan goedkope Polen?   Een ondernemer met dyslexie die moeite heeft om de kleine lettertjes van de talrijke Europese richtlijnen te spellen? Maar van het eigenbelang van Grote Europeanen als Juncker – en Verhofstadt – kan ik mij een heel precieze voorstelling maken.
       Popper, Juncker en Verhofstadt, allemaal goed en wel, maar de ongeduldige lezer die tot hier is geraakt, wil nu graag weten wat ikzelf vind van die Brexit. Ik betreur die. In tegenstelling tot de voormelde Juncker en Verhofstadt zie ik de Europese Gemeenschap liever niet als een toekomstige superstaat maar eerder als een los samenwerkingsverband. Dat was ook de Angelsaksische kijk op de zaak. Nu dreigt binnen de Gemeenschap alleen nog de Pruisische en de Jakobijnse kijk over te blijven. Dat vind ik ervan. Maar dat iedereen zich kan vergissen, dat is de hoeksteen van Poppers leerstelsel.

________________

    
* Je zou denken dat de Britten juist goed geïnformeerd waren dankzij hun kwaliteitszender BBC. Dat is niet de mening van de Belgische fotografe Eva Vermandel die in Groot-Brittannië verblijft. In De Standaard van 27 juni verklaart ze: ‘De BBC heeft dit slecht aangepakt. Voor iedereen die tegen de Brexit pleitte, lieten ze iemand aan het woord die voor was. Je zag een expert waarschuwen voor reële en grote problemen en dan iemand die riep dat het allemaal paniekzaaierij was. Dat lijkt alleen maar evenwichtig.’  Mevrouw Vermandel is boos omdat de BBC werkte volgens de aloude regel van ‘woord en wederwoord’. Ja, die regel zit er bij de Angelsaksen diep ingebakken.

** Dat is toch wat gesuggereerd wordt door titels als ‘Britten zoeken massaal met google op wat de EG betekent nadat ze ertegen hebben gestemd’. Zie ook hier.

 *** We horen in de Brexit-context niet zo vaak iets over ‘de 1 %’, waar sommigen anders de mond van vol hebben. Hoe zou dat nu komen?

4 opmerkingen:

  1. Popper is ook hierbij van generlei hulp. Het komt allemaal doordat de Britten denken dat zij op het continent wonen, en dat Europa een eiland is.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. In de zangles kwam je zoiets niet te weten, maar in werkelijkheidsonderricht leerden we dat Europa een¨*schier*eiland was. Misschien kenden de Britten dat vak niet.

      Verwijderen
  2. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Heerlijk relativerend.
    Die Eva Vermandel heeft wel een punt. Als de BBC de aloude regel van ‘woord en wederwoord' tenminste toepaste met in het wederwoord telkens een pro-brexit opinie. Want de laatste uiteenzetting blijft het best in het geheugen hangen, wisten de oude retorici al. Zo kun je met 'evenwichtig' gedoseerde informatie toch efficiënt beïnvloeden.

    BeantwoordenVerwijderen