zaterdag 28 november 2015

V. op tv

Thomas Pynchon, 16 jaar - andere foto's
bestaan nauwelijks
     Als u mijn stukjes leest, weet u waarom ik enkele jaren geleden besloot ooit het boek V. te lezen - de eerste roman van Thomas Pynchon. Ik heb toen beloofd om in een tweede stukje iets te zeggen over het boek zelf. Ik zou dat stukje V2 noemen.
     V. gaat over een zekere Benny Profane, een gewezen ‘marine’, zoals Pynchon zelf, en een stelletje hippies – het soort mensen dus waar mijn goeie vriendin C. zo’n hekel aan heeft. Het zijn hippies avant la lettre, want het verhaal speelt midden de jaren 50. Als je het meubilair, de auto’s, de haarsnit en de kleren een beetje aanpast, krijg je een goed beeld van Benny en zijn vrienden door de film The Big Lebowski nog eens opnieuw te bekijken (altijd een goed idee).
      Het wedervaren van Benny en de hippies wordt onderbroken door lange fragmenten die plaatsvinden op verschillende plekken en tijdstippen. Onder andere: Egypte (1898), Firenze (1899), Namibië (1904 en 1922), Parijs (1913), Malta (na WO I en tijdens WO II). In al die fragmenten duikt een vrouw op wiens naam met een V. begint: Victoria, Veronica, Vera, V.-in-love … Misschien ook is het dezelfde vrouw?
     Er is eveneens een kort dagboekfragment van een Ierse priester die zich in de jaren dertig terugtrekt in de riolen van Manhattan om missioneringswerk te verrichten onder de ratten, waarvan sommige onder marxistische invloed staan. De goede priester bekeert trouwens niet alleen de ratten tot het katholicisme, hij eet er ook dagelijks één van op, want een mens moet toch eten, vindt hij. Een van de vurigste volgelingen van de priester is de rat Veronica, alweer V, met wie hij – volgens sommige apocriefe bronnen althans – ‘onnatuurlijke betrekkingen’ onderhoudt.
     Pynchon is een grappige schrijver. In hoofdstuk zeven maken we kennis met drie anarchisten die van plan zijn om een schilderij van Botticelli uit het Uffizi te stelen. Het moet om De Geboorte van Venus gaan, want de afmetingen worden vermeld: 175 op 279 cm. Een van de anarchisten vindt dat veel te groot. ‘Capo di minghe,’ zei de Gaucho. ‘Ik ben geen klein mannetje. Ik ben zelfs een grote man. En breed. Ik ben gebouwd als een leeuw. Maar ik verzeker je – en zijn stem verhief zich in een machtig crescendo – dat er onder die verdomde Botticelli van jou voldoende plaats is voor mij en voor de dikste hoer van Firenze, met nog plaats over voor die olifant van een moeder van haar om als chaperonne op te treden.’ Dat moet inderdaad een groot schilderij zijn waar een gaucho, een dikke hoer en vooral ook een olifant samen onder kunnen schuilen voor de regen of voor de zon.
    Wat ik graag zou willen, is dat HBO van het boek eens een mooie tv-reeks maakte van, zeg, acht of tien afleveringen, geregisseerd of geproducet door de Coen Brothers. Sommige scènes zie ik voor mij. De zuidpoolreiziger die onder het ijs in een oranje schijn een ‘spin-aap’ ziet zoals die alleen in het mooie maar gevaarlijke toverland Veisshu voorkomen, het kabinet van plastisch chirurg Schoenmaker die zijn vrouwelijke patiënten misbruikt, de zeemansbar op Malta waar Pappy Hod zijn eigen dansrecord breekt dat al zoveel jaren standhield, met 25 jitterbugs na elkaar.
     Sommige stukken lijken speciaal geschreven om verfilmd te worden. Tijdens een weekendje Washington pikken Benny en Pig Bodine twee ‘government girls’ op.
‘I’m Flip,’ said the blonde, ‘and this is Flop’. Wat later rijden ze met hun vieren op twee fietsen door de verlaten straten van Washington op een koude zondagmorgen. De meisjes zitten op de stuurstang. Dat wordt een mooie scène – alleen een beetje oppassen met de keuze van de muziek. Het hoofdstuk ‘Egypte’ moet je draaien op acht verschillende locaties en bij elk scènebegin laat je de voeten, benen, rompen en ruggen van de personages zien, maar de gezichten onthul je pas naar het einde toe. Het hoofdstuk van de ratten blijft best beperkt tot een vertelstem en het omslaan van stoffige dagboekbladen. Als Hayao Miazaki gastregisseur is voor de episode, mag er ook animatie gebruikt worden, anders niet.
     Het meest kijk ik uit naar de verfilming van het negende hoofdstuk. Een groep kolonialen trekt zich tijdens een zwarte opstand terug in een versterkt landhuis. Het is het begin van een reeks orgieën en koortsdromen waarbij personages incarneren in andere personages en daarbij een soortgelijke opstand uit het verleden beleven of herbeleven. Vooraleer dat hoofdstuk onder handen te nemen raad ik de mensen van HBO aan nog eens goed de films van Visconti te bekijken. Decadentie hoor je te brengen met stijl.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen