dinsdag 3 november 2015

Volmaakt berouw

     Als alles goed gaat, start op 1 september van dit jaar in de buurt van Overijse een nieuwe katholieke school – de Sint-Ignatiusschool. Het wordt een instituut voor gelovigen die wat strenger in de leer zijn, en het bestuur belooft dat godsdienstles zal worden gegeven uit de Mechelse Catechismus van 1954.
     Die catechismus heb ik nog gekend. Een heerlijk werkje! Het was een soort zakboekje dat je bij je hield gedurende de hele lagere school, met een lange reeks vragen en antwoorden, thematisch gerangschikt, genummerd en voorzien van een cijfercode die aangaf in welk leerjaar je welke onderdelen moest kennen. Ook waren de vragen duidelijk en de antwoorden kort. ‘Wat is het teken van de christenmens?’ -  ‘Het teken van de christenmens is het kruisteken.’
     Ik wil mij verder nergens mee moeien, maar ik zou de godsdienstleraren van de nieuwe school aanraden bijzondere zorg te besteden aan de vragen 416 tot en met 419. Dat zijn de vragen over ‘berouw’. Nietzsche was er tegen, La Rochefoucauld vond het huichelarij – zoals hij alles huichelarij vond – en Edith Piaf had er geen last van, maar voor katholieken is berouw een hoeksteen waar je niet zomaar met een boogje omheen loopt.
     Wat mij in mijn jonge jaren wakker hield, was het verschil tussen ‘onvolmaakt’ en ‘volmaakt’ berouw. Dat eerste kende ik, want ik had vaak genoeg spijt van iets wat ik had gedaan. Ik was beschaamd bij de gedachte dat iemand het te weten zou komen, of bang dat er straf zou volgen, maar zoiets, leerden we, was slechts onvolmaakt berouw, en zoals het antwoord op vraag 418 luidde: ‘Onvolmaakt berouw is voldoende maar volmaakt berouw is beter.’ Hoe zo’n volmaakt berouw - zónder schaamte of angst voor straf - eruit moest zien, kon ik niet bevatten.
     En nog altijd niet. Ik zie het zo. Je hebt een kwalijke daad gesteld. Daarmee heb je eigenlijk al bewezen dat je die daad in precies gelijke omstandigheden weer zou stellen, bijvoorbeeld als je in het verleden terugkeerde – zonder je kennis uit het heden mee te nemen, want dan waren de omstandigheden niet meer precies gelijk. Zelfs met zo’n tijdreis kun je je daad dus niet ongedaan maken. Of stel, je bent door opvoeding, ervaring en het zien van goede voorbeelden, een ander mens geworden en je zou die kwalijke daad nu níet meer stellen. Waarom zou je dan berouw hebben over iets wat die vreemdeling, die vroegere versie van jezelf, gedaan heeft. Het is een verdomd venijnig dilemma: ofwel ben je veranderd en is berouw niet meer nodig, ofwel ben je niet veranderd en dan is berouw  niet mogelijk, althans niet in zijn volmaakte vorm.
     Er is een prachtig verhaal van Borges – alle verhalen van Borges zijn prachtig – over een soldaat die op het slagveld als een lafaard op de vlucht slaat. Hij is daar erg beschaamd over en trekt zich terug uit de mensenmaatschappij. Na vele jaren van eenzaamheid, schaamte, schuldgevoel, wroeging en spijt, sterft hij. En dan gebeurt iets raars. Na zijn dood gaan zijn medestrijders zich hem herinneren als een held in het gevecht. Het verleden ís veranderd. Het berouw was volmaakt geweest.


Oorspronkelijk geplaatst op 10 juni

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen