woensdag 4 november 2015

Een gedreven leraar

Pol Pot (1925-1998)
  1975 was een slecht jaar voor de Verenigde Staten. Bijna gelijktijdig werden in Azië drie door hen gesteunde regeringen omvergeworpen door communistische guerrilla’s – in Vietnam, Laos en Cambodja.
     Vergeleken met Vietnam was Cambodja een achterlijk land. Sloom, bijgelovig, verlegen. Die van Vietnam kweken rijst, die van Laos kijken toe en die van Cambodja luisteren hoe het groeit, zei men. Als je een Cambodjaanse boer meststof gaf waarmee hij zijn productie kon verdubbelen, ging hij het jaar erop slechts de helft van het land beplanten. Dan bijgelovig. Toen de guerrillastrijders oprukten naar Phnom Penh, liet president Lon Nol magisch zand uitstrooien als een beschermende cirkel rond de hoofdstad. En verlegen. Cambodjanen maakten geen ruzie, spraken niet tegen, lieten alles over hun kant gaan … tot ze ontploften, en dan was je beter niet in de buurt. En dat land kwam in 1975 in de greep van de Rode Khmers en hun leider, Pol Pot.
     Die Pol Pot heeft een moeilijk leven gehad – wie niet? Slechte student in zijn thuisland en later in Parijs, de liefde van zijn leven afgesnoept door een hanige diplomaat, getrouwd met een frigide, onvruchtbare en later ook schizofrene vrouw … het gaat je niet in de kouwe kleren zitten. Toch bleef hij altijd glimlachen. Als jonge leraar Frans werd hij door zijn leerlingen op handen gedragen. Lesgeven was zijn speciale gave. Ook later, toen hij met harde hand ‘Democratisch Kampuchea’ leidde, was er niets wat hij liever deed dan wekenlange politieke seminaries geven aan partijkaders. En zelfs nadat hij van de macht verdreven was, bleef hij in afgelegen bergstreken lessenreeksen op touw zetten voor zijn volgelingen. Niemand was ongevoelig voor zijn combinatie van bescheidenheid, charme, geduld en overtuigingskracht – de deugden van de leraar.
     Voor hij aan de macht kwam, heeft Pol vele jaren in de jungle verbleven, waar hij ook malaria kreeg. Naast zijn seminaries, wat hij dus het liefste deed, moest hij zich ook bezighouden met diplomatie, want de Rode Khmers hadden steun nodig van de communistische broeders in Vietnam.  Dan moest hij te voet door de wildernis en over de bergen. Zo’n reis kon wel vijf maand duren en daarna moest hij ook nog eens zoete broodjes bakken bij de Vietnamezen, die hij niet kon uitstaan.
     Zijn seminaries en zijn voetreizen werden uiteindelijk beloond. In april 1975 trokken zijn troepen Phnom Penh binnen. De twee miljoen inwoners van de stad werden geëvacueerd. Het geld werd afgeschaft. Privélandbouw, privéwoningen en privémaaltijden werden afgeschaft. Tienduizenden mensen werden terechtgesteld als saboteurs. In de vier jaar van zijn bewind kwamen minstens 1,7 miljoen mensen om van honger en ontbering. Op een bevolking van acht miljoen.


Oorspronkelijk geplaatst op 12 juni 2015

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen