zondag 8 mei 2016

Katholiek onderwijs

    Lieven Boeve heb ik ooit eens op de radio gehoord. Hij vertelde dat hij, directeur-generaal van het Katholiek Onderwijs van Vlaanderen, met de fiets naar zijn kantoor reed. Het klonk een beetje alsof hij er trots op was. Hij zei bovendien dat hij er niet trots op was, en dat vind ik altijd enigszins verdacht.
     Van de week  heb ik niet naar de radio geluisterd, maar in de krant heb ik de naam van Lieven Boeve een paar keer vermeld gezien, samen met zijn ideetje van de “de katholieke dialoogschool”.  Boeve ging ervoor zorgen dat in de katholieke scholen moslima’s hun hoofddoek mochten dragen, dat er gebedsruimte kwam om Allah te vereren en dat wie dat wilde lessen kon volgen in de leer van de Islam. Achteraf verklaarde hij dat hij verkeerd was begrepen.
     Er kwam reactie. Abou Jahjah noemde Boeve op twitter ‘a man of his word’ (1), vrijzinnig Vlaanderen vond dat het katholiek onderwijs moest worden omgevormd tot pluralistisch onderwijs, bisschop Bonny zei dat er nog niets beslist was, en een aantal katholieke schooldirecteurs gaven korzelig aan dat er over die dialoogschool weinig dialoog was geweest. Een snedige reactie kwam er van Bart De Wever. Die  vond dat het katholieken hun eigenheid aan het opheffen waren en dat ze hun moslimleerlingen beter lessen burgerschap en bijkomende lessen Nederlands zouden geven.
     Van die lessen burgerschap verwacht ik niet veel, maar bijkomende lessen Nederlands geven is een uitstekend idee. Een kind kan zijn beste resultaten niet halen als het de onderwijstaal onvoldoende beheerst. Dat begrijpt bijna iedereen. Een moeilijker kwestie is die van de ‘katholieke eigenheid’, die De Wever zelf omschreef als ‘gelaïciseerd christendom’. Bestaat die eigenheid nog?
     De katholieke school is in alle geval niet meer wat ze was vroeger was. Toen mijn vader schoolliep, gingen de leerlingen twee keer per dag ter kerke, de meerderheid van de leraren waren priesters en de helft van de retoricastudenten koos voor een priesteropleiding. Toen ik schoolliep gingen we één keer per maand naar de mis, hadden we twee of drie priesterleraars en koos niemand voor een priesteropleiding. Nu geef ik les aan een nonnenschool. De leerlingen gaan in schoolverband nooit naar de mis. Bij de leraressen is geen enkele non. En ook het aantal geestelijke roepingen onder de laatstejaars is erg beperkt.
     Toch blijft de katholieke eigenheid in mijn school navoelbaar aanwezig.  De godsdienst hangt niet zwaar tegen de hanenbalken, zoals in het beroemde gedicht, maar er hangt wel iets in de lokalen en corridors. Hoewel ikzelf in niets geloof, is dat iets dat daar hangt mij niet onwelgevallig. Ook is dat iets tastbaarder dan je zou denken. Vooreerst is een verrassend aantal van mijn collega’s in minder of meerdere mate wél gelovig. Voor ik les gaf, had ik onder mijn vriendenkring nooit met christenen te maken gehad. Vervolgens is er onder de leraren een grote mate van vrijwillige inzet ‘over and above the call of duty’. Die inzet zal wel in alle scholen bestaan, maar ik zou de oude traditie van christelijke dienstbaarheid toch niet meteen uitsluiten als aanvullende verklaring ervan. Tenslotte is er nog een klein beetje van het gezonde conservatisme overgebleven dat een klein beetje tegenwicht biedt aan de drieste nieuwlichterij die vooral op onderwijskundig gebied zo gevaarlijk kan zijn.
     In Vlaanderen kiest zeventig procent van de ouders voor het katholieke onderwijs. Misschien heeft het gelovige erfenisje van het verleden wel een grotere rol gespeeld bij die keuze dan die ouders zelf beseffen, ik weet het niet. Maar ’t is een teer erfenisje. Om dat erfenisje dan in een dialoogschool te plaatsen tegenover de … euh … robuustere godsdienstbeleving van de islam is … euh … nogal gewaagd. Boeve ziet dat anders. “Door moslims meer ruimte te geven om hun geloof op school te uiten [ontstaat] een kans om ook de christelijke identiteit van de andere leerlingen weer aan te scherpen.” Bedoelt Boeve dat leerlingen die zien hoe hun moslimvriendjes de Koran bestuderen, ook gretig naar het Evangelie zullen grijpen? En zo ja, meent hij dat écht?
     Boeve heeft na de afwijzende respons op zijn dialoogschool de boodschap bijgesteld. Er is geen sprake van een aparte gebedsruimte voor moslims, maar van een stille ruimte voor alle godsdienstige gezindten. Islamlessen worden niet opgenomen als vak, maar als een mogelijke activiteit na de schooluren. En vooral: Boeve wil niets, ook de hoofddoek niet, “top-down opleggen”; het beslissingsrecht van de school blijft ongemoeid. Dat laatste vind ik sympathiek. Anderzijds - ik ken die mensen van de Guimardstraat een beetje als ze zich iets in het hoofd hebben gehaald. Er komen dan ‘visieteksten’, ‘richtlijnen’ en ‘omzendbrieven; er worden ‘denkprocessen opgestart’; directies krijgen op allerhande colloquia ‘toelichting’; leraren ontvangen ‘nascholing’ en ‘begeleiding’. En het wordt snel duidelijk welke richting een school best uitgaat als ze – om de uitdrukking maar eens te gebruiken – “tot de besten van de klas” wil behoren.
__________________

(1) De volledige tweet van Abou Jahjah luidt: “Lieven Boeve beloofde mij dit tijdens een gesprek een paar maanden geleden. A man of his word.” (hier)

De Morgen van 4 mei 2016 publiceerde een artikel over de dialoogschool hier. De visietekst van Katholiek Onderwijs Vlaanderen vind je hier. Een summier overzicht van de politieke reacties op Lieven Boeve vind je hier en hier.  Een vrijzinnige reactie kwam er onder andere bij monde van Jean-Jacques De Gucht  (hier). De reactie van bisschop Bonny vind je  hier en die van Bart De Wever hier. De bijsturing van Boeve verscheen
 in De Standaard van 6 mei 2016, pagina 34. Het artikel bevatte ook een aantal reacties van schooldirecties.







Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen