zaterdag 27 februari 2016

aso, tso en bso

Dimitri Tolstoi - De onderwijshervormer
die het niveau verhoogde
     In zaken van onderwijs ben ik behoudsgezind. Goede onderwijshervormingen bestaan, dat wil ik niet betwisten, en alles kan altijd beter. In 1871 hervormde minister Dimitri Andrejevitsj Tolstoi (1823-1889) het Russische onderwijs door meer wiskunde, meer klassieke grammatica en minder ‘praatvakken’ op het programma te plaatsen. Zijn onderwijshervorming kwam erop neer het onderwijsniveau te verhogen. Maar bij ons is het net of de wind van de hervorming toevallig altijd in de àndere richting waait.
     De vorige minister van Onderwijs was Pascal Smet. Die jongen doet nu iets in Brusselse regering. Smet had een groot plan om het verschil tussen algemeen secundair onderwijs (aso) en technisch secundair onderwijs (tso) in de eerste twee jaren van het middelbaar af te schaffen. Dat zou een ‘brede eerste graad’ worden. Na twee jaar, zei Smet, konden de leerlingen dan beter kiezen wat ze precies wilden studeren.
     Ik vond dat een heel slecht idee. Leerlingen met verschillende aanleg en interesses kun je in de lagere school nog samen in één klas houden, maar dat wordt leerjaar na leerjaar moeilijker. Het middelbaar is voor veel van die kinderen een bevrijding. Ze komen dan in klassen terecht waar het niveau weer gelijker is, en in zulke klassen leren de kinderen beter. Ik heb dat als leraar zelf vaak ondervonden en het blijkt ook uit onderzoek van echte geleerden (hier).

      Dat was nog niet alles. In Frankrijk staat bij een overweg meestal een bord met de waarschuwing: “Un train peut en cacher un autre”. Met onderwijshervormingen is het ook zoiets. Bij elke hervormingstrein die langskomt, staan de onderwijsexperten in Brussel klaar om hun eigen wagonnetje met oude nieuwigheden eraan vast te haken. De ‘brede eerste graad’ moest voor hen ook een grote inhoudelijke hervorming worden, met nieuwe lessen in economische en financiële aangelegenheden, sociale en burgerschapscompetenties, creativiteit en ondernemingszin, sociaal-emotionele ontwikkeling en relationele vaardigheden (hier). Zulke lessen, verkleuterd tot het niveau van twaalf- en dertienjarigen, nemen dan de plaats in, en bedreigen zo het niveau van, de bestaande lessen. Maar daar heb ik al eens over gezeurd (hier).
     De ‘brede eerste graad’ is er drie jaar geleden niet gekomen. Bart De Wever heeft toen iets geroepen in het latijn – tene quod bene, geloof ik – wat betekent dat men het goede moet behouden. Nu lees ik in Het Nieuwsblad van 26 februari dat de nva een ‘hardliner’ naar de onderwijscommissie stuurt, zekere Koen Daniëls, die het dossier verder ‘blokkeert’. Ik vind dat blokkeren prima.
      Een paar jaar geleden is men begonnen initaalwoorden te spellen met kleine letters. TV werd tv en DVD werd dvd. Dat kan ik billijken. Voortaan schrijf ik dus aso, tso, bso en kso. Zo behoudsgezind ben ik nu ook weer niet. Maar véél meer wil ik niet toegeven.

2 opmerkingen:

  1. Het van buiten leren willen afschaffen is ook zo een zaak.Door van buiten te leren oefen je je geheugen en ondertussen zitten de zaken die je automatisch en instinctief moet kunnen in je hoofd zoals de tafels van tien en de dt regel.Als ik zie hoe mensen van 20-25j een rekenmachientje moeten boven halen om te weten dat 8x9 72 is,tja....... En het is juist dat je maar op latere leeftijd weet wat je wil worden maar het is economisch niet haalbaar om iedereen tot 25-30jaar op school te houden en het is ook niet nodig.In de lagere school heb je de vriendschapsbanden en de samenhorigheid van de groep nodig om je te ontwikkelen maar ook om de rangorde te bepalen want ondanks onze ontwikkeling tot "verlichte wezens"blijven we dieren die vechten om een plaatsje in horde.Ik kan hier eindeloos over doorbomen maar heb er geen zin en geen tijd voor.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. De basis van de opvoeding ligt in het leren omgaan met concepten, zo niet kan je niet functioneren in de maatschappij. De bais voor die omgang ligt eigenlijk in een paar vakken: wiksunde, wijsbegeerte en grieks/latijn. Die zijn de fundamenten waarop onze maatschappij werd gebouwd. De rest vloeit daar uit (noem maar op, moderne talen, informatica, scheikunde, psychologie, machienbediening, ... ). Wie met de concepten niet kan omgaan, kan die nooit vorm geven. Als je geen vorm kunt geven kan je dan ook niets "maken", terwijl het maken zelf (uitvoering) dit kan je door de praktijk leren.

    BeantwoordenVerwijderen