dinsdag 23 augustus 2016

Onder het tapijt

Griet Op de Beeck in Zomergasten
     Er is veel lijden in de wereld en, zoals Pessoa terecht opmerkt, niet alleen onder de werkende mensen, maar vooral onder de lijdende mensen, dat wil zeggen de mensen die lijden. Een man kan alles hebben wat hij wil – rijkdom, goede gezondheid, een aardige vrouw, twee brave kinderen, een mooi, groot huis en een auto uitgerust met krachtige motor en lederen zetels – en toch knaagt de worm aan zijn hart en tevreden is hij niet. ‘Is dít alles?’ vraagt hij zich vertwijfeld af.  En ook de aardige vrouw die met hem is getrouwd, loopt tobbend rond in haar mooie, grote huis, met dezelfde kwellende vraag in haar hoofd. Is dít alles?
      Als we met zulke levensvragen te maken krijgen, kunnen we ons tot de wereld van de letterkunde wenden. De wereld van de mannen en vrouwen die nadenken en schrijven en schrijven en nadenken. Misschien weten zíj wat we aanmoeten met de ellende van het bestaan.
    Eén zo’n letterkundige is de Vlaamse schrijfster Griet Op de Beeck. Vorige week zondag kwam ze uitgebreid op de televisie in een programma dat Zomergasten heet en uitgezonden werd door de Nederlandse omroep vpro. Griet gelooft dat menselijk geluk maakbaar is, misschien op een paar uitzonderingen na, en met veel hulp van een psychiater, maar – maakbaar.* Het gevaar daarbij is echter Het Tapijt. “We hebben allemaal een tapijt en we hebben de neiging daar alles onder te vegen en ­erop te gaan staan. Dat is waar alles begint, van burn-out tot depressie en erger.’
     Een andere letterkundige zegt dan weer iets heel anders. De Nederlandse auteur Karel van het Reve was in 1947 groepsleider in het zomerkinderkamp De Grote Beer en hij was verantwoordelijk voor de tent waar de latere professor Hans van den Bergh zijn bedje had. Hansje was erg onder de indruk van de grote Karel omdat die er als tentverantwoordelijke totaal geen belang aan hechtte of alles volgens de regels werd opgeruimd. Zelfs als er inspectie dreigde, bleef hij er Siberisch onder. ‘Kom jongens, als het maar een beetje netjes oogt.’ En hij beval de rommel gewoon onder het tapij te vegen.  Eigenlijk hadden ze daar in die tent geen tapijt, en moesten ze zich behelpen met een handdoek, maar voor de levensbeschouwelijke strekking van de uitspraak maakt dat, geloof ik, weinig verschil.
     Wie moet ik nu volgen – Griet of Karel? Misschien moet ik een keer een boekje lezen van Griet, zodat ik de twee schrijvers in een breder verband kan vergelijken. Van Karel héb ik al eens iets gelezen.

* Die boodschap bracht Griet met een vrolijkheid en een geestdrift die aan exaltatie grensden. Hier vind je er een proeve van, helaas zonder de tapijtuitspraak.

1 opmerking:

  1. Menselijk geluk is zeker maakbaar en het heeft inderdaad met een tapijt te maken. Niet wat je eronder veegt is belangrijk, wel dat je ermee leert vliegen.

    BeantwoordenVerwijderen