woensdag 16 november 2016

Zwarte Piet en pikzwarte Frank


     Omdat mijn eigen baas, Lieven Boeve, het Pietenpact mee heeft ondertekend, heb ik de woordelijke tekst van het verdrag eens opgezocht, want de stijl zegt altijd wel iets over de steller. In dit geval moet er minstens een ambtenaar en een jolige oom bij de redactie betrokken zijn geweest. 
      “Het uitgangspunt is dat we Sinterklaas vieren zonder raciale stereotyperingen. Voor de rest is de invulling van het feest vrij: de Sint kiest lekker zelf* of hij zonder of met pieten - roetveegpieten, regenboogpieten, ongeschminkte pieten - jong en oud komt verblijden.”

     De lezer merkt dat hier een moeizaam compromis is bereikt. De radicaal-politiek-correcten, zoals professor Verene Shepherd van de Verenigde Naties, willen helemaal geen Piet, en eigenlijk ook geen Sint, en de behoudsgezinden willen het recht bewaren om Piet zijn gezicht helemaal zwart te schilderen, behalve het gebied om de lippen, dat helemaal rood wordt geschilderd. De middenweg is dan een roetveegpiet, op voorwaarde dat je hem geen roetmop** noemt, want dan zijn we even ver van huis. En nu is er zelfs een nieuw compromis: de initiatiefnemers hebben beloofd over Piet te zwijgen tot na 6 december. Dat mogen ze van mij nog iets langer doen.
     Alhoewel ik de politiek-correcten graag eens een tik uitdeel, laat de hele geschiedenis mij onberoerd. Ik deel ongeveer de mening van
Toon Hermans die ‘Snieklaas’ een ‘vervelend personage’ vond en die knecht van hem ‘een zak’ en ‘een idioot’. Als ik een bundel van Godfried Bomans ter hand neem, sla ik de stukjes over de Sinterklaas altijd over. En of Zwarte Piet wordt opgevoerd met dikke lippen of dunne lippen, dat houdt mij ook niet zo bezig. Ik heb zelf lippen van, ik zal niet zeggen het negroïde, maar dan toch van het wellustige type.
     Waar ik mij als leraar wel voor interesseer is de taalkundige kant van de zaak, want ook daar zijn de politiek-correcten lichtgeraakt. Is Zwarte Piet nu een schoorsteenveger of een … ja wat eigenlijk? Een neger? Een zwarte? Een ex-gekoloniseerde? Een medemens oorspronkelijk afkomstig uit Afrika? En zijn we dat laatste niet allemaal?
     Ik werd ooit getroffen door een lovend stuk van Karel van het Reve over de Surinaamse politicus Frank Essed (1919-1988). Die Essed, die door Van het Reve ongeneerd een bosneger werd genoemd, was een onvermoeibare bouwer geweest. Een paar keer minister, meestal tewerkgesteld als hoge ambtenaar, en altijd aan het bouwen: vliegvelden, wegen, waterkrachtcentrales, spoorwegen ... Daarbij was hij, naar het schijnt, onkreukbaar. Met de sergeantenrevolutie van 1980 werd hij gevangengenomen. Maar zelfs na drie jaar folteren en speuren kon men geen snippertje bewijs van corruptie vinden.
     Essed heeft als jonge man nog enige tijd in Nederland verbleven en heeft toen op Karel van het Reve een grote indruk gemaakt.
      “Hij was heel groot en heel dik,” schreef Van het Reve bij het overlijden van Essed.  “Maar hij was vooral verschrikkelijk zwart. Ik heb zelden zo’n pikzwarte neger gezien. Hij lachte graag, en omdat hij zo groot en dik was schudde het hele huis wanneer hij lachte. Hij was een bosneger en groeide op in een bosnegerdorpje aan zo’n Surinaamse rivier. Veel scholen schijnen er daar in de buurt niet geweest te zijn, maar als je daar aanleg voor hebt kun je ook lezen en schrijven leren uit een oude krant of uit oud verpakkingsmateriaal.”
     Daarna legt Van het Reve nauwgezet uit hoe Essed een middelbare schoolopleiding volgde met een schriftelijke cursus waarvan de afleveringen per boot werden bezorgd. Die afleveringen kwamen soms maanden te laat, waardoor de opleiding telkens onderbroken werd. “Maar,” voegt Karel eraan toe, bosneger of niet,“als je goed kunt leren doet het er niet veel toe wat voor opleiding je volgt.***”
     Essed ging tenslotte studeren in Nederland en behaalde daar twee academische titels - die van ingenieur en die van doctor in de wis- en natuurkunde. In Paramaribo is een voetbalstadion naar hem genoemd, het Dr. Ir. F. Essed Stadion. Ga daar maar eens tegenaan staan Piet!
 
     Postscriptum
     Ik kreeg van Facebookvrienden twee anekdotes cadeau.
     Dokter  Jan van Duppen schreef hoe hij ooit van een Surinaamse bosneger uitleg kreeg over het raciale vraagstuk in zijn land: “‘Zeg nou zelf, doc,” zei die man, “wat een oetlul moet je toch zijn om bij die Hollandse slavendrijvers aan de kust te blijven zitten en niet het bos in te vluchten. Strandnegers, dat zijn pas echte sukkels.”
     Simon Gelten schreef hoe hij in zijn studietijd bevriend was met een jongen van de Nederlandse Antillen. “We volgden verschillende studies maar woonden in de zelfde studentenflat, hielden beiden van voetbal, film en mooie vrouwen. Hij was erg zwart, maar dat was niet zo'n geweldig probleem, want racisme was in die tijd geen issue, nette mensen deden daar niet aan en je hoorde er ook niet zo veel over, een enkele keer bij Sonja (Barend), maar dat was al. Maar Surinamers en Antillianen mochten elkaar niet. Ik herinner me dat hij door Surinamers (of andere Antillianen die lichter van kleur waren) weleens ‘bosneger’ werd genoemd.
    
Een derde Facebookvriend, Mark de Mey, schreef al eerder een mooie blogpost over de kwestie hoe een zwarte medemens benoemd best benoemd wordt.

__________

* Politiek-correcte organisaties zouden beter voorzichtig zijn als ze iemand toelaten ‘lekker zelf te kiezen’, al is het dan de Sint. Je weet waar je begint, maar je weet niet waar je eindigt.
**‘Roetmop’ zou anders een mooie compromis-naam voor Piet kunnen zijn want het woord betekent volgens encyclo.nl zowel ‘nikker’ als ‘schoorsteenveger’.
*** Het stuk van Karel van het Reve is afgedrukt in de bundel Luisteraars en in het zevende deel van het Verzameld Werk.
 




 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen