woensdag 14 december 2016

Hoeveel verdient Raoul?

     Op DeMorgen.be van 7 december schrijft PVDA-man Raoul Hedebouw dat hij van zijn vergoeding als volksvertegenwoordiger maar 1.700 euro voor zichzelf houdt.  Maar in Het Nieuwsblad van 10 december houdt hij plots maar 1.600 euro meer over. Dat is een heel verschil op zo’n bescheiden bedrag. Ik geloof dat Raoul niet zo mee bezig is met geldkwesties en daarom de ene keer 1.600 zegt en de andere keer 1.700. Toen ik lid was van de PVDA was ik daar ook zo niet mee bezig.
     Want hoe ging dat indertijd? Er bestond binnen de PVDA tot midden de jaren tachtig niet zoiets als een vast lidgeld dat de militant van zijn loon moest afdragen. Het was omgekeerd. De partij bepaalde het loon dat je mocht houden, en dat was voor iedereen gelijk en erg laag. Alles wat daarboven lag, moest je afgeven. Ik schat dat dat bedrag, op het moment dat ik de partij verliet, rond de 600 euro lag. Dat is niet veel, maar in Belgische franken zag het er meer uit, en het geld was toen ook meer waard. Daar kwam nog een bonus bovenop als je kinderen had, of als je een auto bezat om andere kameraden naar betogingen of stakingsposten te brengen.
     Er waren met die regeling twee problemen. Ten eerste wou men enthousiaste fabrieksarbeiders die onwillig waren een derde of een vierde van hun loon af te geven desalniettemin de toegang tot de partij niet ontzeggen . Voor die mensen bestond een tijdelijke regeling waarbij een bedrag werd afgesproken. Dat gold alleen voor échte fabrieksarbeiders. Studenten of afgestudeerden, ook al verrichtten ze al tien jaar fabrieksarbeid, bleven toch tot de categorie van de ‘intellectuelen’ behoren en vielen dus onder de algemene regeling.
    Het tweede probleem was dat van de erfenissen. Die moesten helemaal in de partijkas worden gestort en dat gaf soms trammelant. Een van mijn celgenoten was de zoon van een fabriekseigenaar. Toen zijn vader overleed, wou hij maar een deel van het geld aan de partij geven. De rest wou hij onder de arbeiders van zijn vaders fabriek verdelen, samen met een brief en een communistisch pamflet. Daar is toen veel discussie over geweest. Ik meen dat de kameraad tenslotte toch alles aan de partij van de arbeiders heeft gegeven, in plaats van aan de arbeiders zelf.

    De PVDA is ondertussen nogal veranderd en in sommige opzichten voor mij zelfs onherkenbaar veranderd. Ik neem dus aan dat de kameraden de strenge financiële voorwaarden hebben afgeschaft – samen met het communisme 1.0, het portret van kameraad Stalin en de bezoekjes aan Noord-Korea. Als ze die financiële regels niet hebben afgevoerd, moeten ze nu met hun huidige 10 000 leden wel een erg rijke partij zijn.
     Maar hoe zit dat nu met Raoul – 1.600 of 1.700? Ik zou hem aanraden om met die 1.700 uit te pakken. Dat kun je nog altijd mooi afzetten tegen de 6.000 euro die de kapitalistische volksvertegenwoordigers verdienen. En voor de werklozen in de Waalse cités lijkt dat een aanvaardbaar bedrag. Maar onder de leden, sympathisanten en kiezers lopen natuurlijk veel mensen rond die flink wat meer verdienen dan die 1.600 of 1.700 euro en dat moet je die mensen niet te al te erg inpeperen. Dat weet Raoul zelf ook wel, geloof ik. In Het Nieuwsblad zei hij: ‘Een ingenieur die bij ons verkozen raakt en voordien 2.500 euro netto verdiende, zal die ook behouden. Wij zijn geen tegenstanders van een goed loon.’
     Raoul is een sluwe rakker.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen