De optreden van de immigratiepolitie in de VS heeft er de laatste weken voor gezorgd dat bedachtzame mensen het woord ‘fascisme’ in de mond namen: Christophe Bush, Bart Eeckhout, Geert Mak, Conner Rousseau, Quinten Jacobs, Jeroen Olyslaegers, Jan de Zutter … Enkele bedenkingen.
Fascistisch regime
Haast niemand omschrijft de Verenigde Staten zoals ze nu zijn als een ‘fascistisch regime’. Zover wil men niet gaan. Men spreekt over ‘fascistische praktijken’, over een ‘afglijden in’ of ‘overhellen naar’, over een ‘point of no return’ dat binnenkort bereikt wordt, enzovoort.
Historische of ruime betekenis
In de enge historische betekenis slaat de term ‘fascisme’ alleen op de beweging en de dictatuur van Mussolini. Maar mensen van allerlei strekkingen gebruiken de term veel ruimer spreken van fascisme bij elke tendens die zich radicaal verwijdert van de liberaal-democratische rechtstaat. Hayek schreef bijvoorbeeld: ‘No doubt an English “fascist” system would greatly differ from the Italian and German models.’ Hij zette het woord wel tussen aanhalingstekens, maar zag er toch min of meer een synoniem in voor het begrip dat hij meestal gebruikt: totalitarisme.
Zelf probeer ik zuinig te zijn met het woord, maar ik heb er geen groot bezwaar tegen dat anderen spreken van MAGA-fascisme, islamofascisme, ecofascisme, woke fascisme, links fascisme, enzovoort, zolang het woord gebruikt wordt om een discussie op gang te brengen, niet om ze af te sluiten.
Wannabee fascist
Ik lees vaak dat Trump een ‘wannabee fascist’ is. Dat lijkt mij een geloofwaardige omschrijving. Het lijkt mij erg waarschijnlijk dat Trump graag zou willen regeren zonder grondwet, zonder verkiezingen, zonder oppositie, zonder kritiek in de media. Maar met zo’n definitie lopen er onder de politici waarschijnlijk veel wannabee fascisten rond. Omdat ze een minder grote mond hebben dan Trump, kunnen we niet weten wie ze zijn, maar dát ze er zijn, daar ben ik nogal zeker van. Een grondwet zoals de Amerikaanse is opgesteld vanuit de veronderstelling dat de politieke wereld vergeven is van wannabee fascisten die met checks and balances onder controle moeten worden gehouden.
Hellend vlak
Ook geloofwaardig is de bewering dat de VS zich op een hellend vlak bevinden dat naar het fascisme kan leiden. Elke liberale democratie bevindt zich op een hellend vlak dat naar het fascisme kan leiden. Het vergt echter een grondiger analyse om na te gaan welke beleidsmaatregelen een land rechtstreeks – of onrechtstreeks, door een contraproductief effect – in het fascistisch moeras doen belanden.
Afvinken in het Fascist Playbook
Professor Ive Marx vond in De Afspraak van 30/1 dat men overdrijft als men de term ‘fascisme’ gebruikt om de recente gebeurtenissen in de VS te omschrijven. Conner Rousseau antwoordde dat in Trump-Amerika alle hokjes van het ‘Fascist Playbook’ waren aangevinkt. Hij was bereid om dat mij onbekende standaardwerk naar de professor op te sturen.
Ik veronderstel dat Rousseau ongeveer evenveel afweet van de VS als ik, dat wil zeggen: honderd keer minder dan Ive Marx, maar het behoort tot mijn credo dat ook een absolute leek iets waardevols aan een debat kan bijdragen. Maar wat Rousseau voorstelt is niet erg waardevol. Je kunt een verschijnsel als fascisme niet benaderen met een lijst kenmerken die al dan niet worden afgevinkt. Elk kenmerk moet immers worden gewogen. ‘Politiebrutaliteit’ is zeker een kenmerk van fascistische regimes. Maar je vindt het kenmerk jammer genoeg ook terug in zelfs de meest liberale democratieën. En als het erop aankomt om zo’n kenmerk te wegen, heb ik meer vertrouwen in Ive Marx dan in Rousseau.
Wie was Alex Petti?
Wie was Alex Petti die doodgeschoten werd door een ICE-agent? Volgens Conner Rousseau was het ‘een verpleger die andere mensen hun leven redt’ en volgens Ive Marx was het ‘iemand die zich moeide met een arrestatie terwijl elke Amerikaan weet dat zoiets buitengewoon onverstandig is.’ De twee omschrijvingen zijn allebei waar natuurlijk, maar de ene legt een beter causaal verband met het doodschieten dan de andere.
De vragen van Mark Elchardus
Mark Elchardus benadert de fascisme-kwestie aan de hand van vragen die de lezer zelf moet beantwoorden. Ik vat die vragen samen en voeg er zelf nog twee aan toe. Is er sprake van fascisme
- als een staat wettelijk bepaalt onder welke voorwaarden buitenlanders zich in het land mogen vestigen?
- als een staat overgaat tot de deportatie van buitenlanders die die voorwaarden schenden en illegaal het land binnenkomen?
- als die deportaties gepaard gaan met ‘opsporen, identiteitscontroles, huiszoekingen, aanhoudingen, opsluitingen, dwang, getrek en geduw’?
- als een regering kiest om de deportaties niet discreet te houden maar uit te voeren met ‘spektakel en straffe taal’, zodat toekomstige kandidaat-immigranten worden afgeschrikt?
- als een regering kiest voor haast boven voorzichtigheid, en daarbij vlug-vlug agenten recruteert die niet geschikt zijn voor de taak en niet goed opgeleid worden?
- als er bij de deportaties en bij de acties ertegen af en toe doden vallen door ongerechtvaardigd politiegeweld?
- als de regering over die dodelijke slachtoffers leugenachtige verklaringen aflegt?
- als de regering een gerechtelijk onderzoek start tegen de bugemeester van Minnneapolis en tegen de gouverneur van Minnesota omdat ze oproepen tot geweldloos verzet tegen de deportaties?
Alles wat hierboven wordt opgesomd is toepasselijk op de recente gebeurtenissen in de VS. Veel – maar niet noodzakelijk alles – is verwerpelijk. Het impliciete antwoord van Elchardus op zijn eigen vragen is dat de eerste zes kenmerken onvoldoende zijn om van fascisme te spreken.
De kracht van het woord
Op zijn FB-pagina legt Jeroen Olyslaegers uit waarom sommige mensen liever niet het woord ‘fascisme’ gebruiken om de Amerikaanse toestanden te omschrijven:
De reden is simpel: de meerderheid in deze samenleving heeft een hekel aan fascisten, aan geweld op straat tegen wie ook, en allicht simpelweg aan bullebakken. En dat weten de fascisten en daarom zullen ze zich altijd verzetten tegen het woord en dus niét willen argumenteren, lak hebben aan definities en luid blijven opiniëren.
Die redenering kan natuurlijk gemakkelijk omgedraaid worden; dan verklaart ze waarom anderen het woord ‘fascisme’ juist wél gretig gebruiken: omdat ‘de meerderheid in onze samenleving een hekel heeft aan fascisten’. Door het woord te gebruiken hoef je niet eens meer te argumenteren. Waarmee ik natuurlijk niet wil zeggen dat de Trump=fascisme-mensen nooit argumenteren.
***
Jan de Zutter volgt op zijn FB-pagina dezelfde redenering als Olyslaegers. Wie bij beschuldigingen van ‘fascisme’ over de definitie discussieert, doet aan
definitional deflection of definitional evasion … een bewuste afleiding waarbij de aandacht wordt verlegd van wat er feitelijk gebeurt naar de vraag of het juiste etiket wel mag worden gebruikt. Het gaat niet over een onschuldige poging om de dingen juist te definiëren, maar het is een vorm van machtsuitoefening via taal.
Ook hier kan de redenering gemakkelijk worden omgedraaid, en kan je evengoed zeggen dat diegene die het woord ‘fascisme’ wél gebruikt, zich bezondigt aan ‘machtsoefening via taal.’ De Zutter schrijft nog:
Volgens de taalfilosofe Judith Butler zijn woorden als fascisme, oorlogsmisdaad of genocide ‘drempelbegrippen’, die een punt markeren waarop schouderophalen niet meer mogelijk is. Wie voortdurend dit soort begrippen verwerpt omdat ze ‘toch eigenlijk niet helemaal correct zijn’ doet aan threshold denial. Dat houdt in dat er vaak wel erkend wordt dat er allerlei foute tot hele foute dingen aan de hand zijn, maar dat de ‘drempel’ nog niet bereikt is. Je hoorde dat in de discussies over de genocide: Ja wat er in Gaza gebeurt, is verschrikkelijk, maar is ‘juridisch’ géén genocide. Deze houding zorgt ervoor dat dringende actie kan worden uitgesteld, want ‘de drempel’ is nog niet overschreden.
De vraag die hier rijst is wat we moeten verstaan onder ‘dringende actie’. Als er ‘allerlei foute tot hele foute dingen aan de hand zijn’ dan moet daar natuurlijk dringende actie tegen worden ondernomen, onafhankelijk van welk woord voor die foute dingen wordt gebruikt. Maar met het woord ‘fascisme’ geven we aan dat normale democratische oppositie, kritiek in de pers, betogingen, spandoeken, vlugschriften en boodschappen op de sociale media niet meer volstaan. Als het om ‘fascisme’ gaat, is clandestien verzet en burgerlijke ongehoorzaamheid aan de orde, en is, behalve voor pacifisten, gewelddadige actie moreel geoorloofd.
Nu zal ik niet ontkennen dat er situaties zijn waar clandestien verzet, burgerlijke ongehoorzaamheid en gewelddadige acties moreel geoorloofd zijn. Maar óf zo’n situatie zich voordoet kun je niet beslissen door een ‘drempelbegrip’ te gebruiken (of te ontkennen).
Extreemlinkse analytische hygiëne
Eigenaardig genoeg komt ook vanuit extreemlinkse hoek wel eens kritiek op de losse manier waarop centrum-links spreekt over de ‘fascisering’ in de VS. Op de FB-pagina van Ludo De Witte kun je de volgende waarschuwing lezen:
Er waart door progressieve middens een spook: het doembeeld dat de VS op de drempel van het fascisme staat, zo niet dat het al gewoon een fascistische staat geworden is. Het lijkt me echt niet wijs om vandaag te beweren dat de VS ‘fasciseert’; dat het land op weg is naar fascisme; dat ‘de jaren dertig’ zich herhalen. De laatste in de rij die daarmee applaus oogst, is Christophe Busch (Hannah Arendt Instituut), in een FB-post (25/1/26), en ook in De Afspraak op Canvas.
Dan volgt een lange persoonlijke aanval op Christophe Bush, waarna De Witte overgaat tot de eigenlijke argumentatie.
Wie zoekt, vindt altijd wel parallellen tussen Trump II en de jaren dertig – precies zoals je dat ook kunt tussen Mussolini, Hitler, Xi, Poetin, Al Sharaa, Orban, Vander Leyen, Meloni en ga zo maar door. Maar een regering of regime karakteriseren als ‘fascistisch’, of spreken over een vage 'fascisering', zonder precies te definiëren wat fascisme is, is niet ernstig: in dat geval hebben we te maken met een banale toepassing van de Wet van Godwin.
Dat is geen slecht argument. Ik zou zelf zoiets kunnen schrijven in ongeveer dezelfde woorden. Maar ik heb ook begrip heb voor de benadering van Jan De Zutter. Die schrijft, niet geheel onterecht, ‘dat het nauwelijks mogelijk is om fascisme definitief en ondubbelzinnig te definiëren’ en dat ‘het fascisme zich overal op een andere wijze aandient.’
De rest van Dewittes tekst roept herinneringen op aan de theologische discussies in het extreem-linkse milieu van 50 jaar geleden. De mao-stalinisten zoals wij zagen in ons land overal tekenen van ‘fascisering’, terwijl de smerige trotskisten een onderscheid maakten tussen ‘fascisme’, ‘bonapartisme’, ‘cesarisme’ en ‘militaire dictatuur’. Dat onderscheid vind ik dus vandaag terug bij De Witte, die trouwens ook uitgebreid Trotski citeert.
In essentie komt het hierop neer dat je maar van ‘fascisme’ kunt spreken als het gaat om een ‘massabeweging’ zoals die van zwarthemden van Mussolini of de bruinhemden van Hitler. Die knokploegen waren iets helemaal anders dan de 25.000 ICE-agenten die onderdeel zijn van het Amerikaanse overheidsapparaat. De Witte haalt aan dat de ICE-politie op Belgische schaal zou neerkomen op een vreemdelingenpolitie van 300 à 350 agenten. ‘Good luck als je daarmee het fascisme wil invoeren,’ schrijft De Witte.
De Wittes kritiek op Christophe Bush en consorten is niet alleen een kwestie van ‘analytische hygiëne’, ze heeft ook te maken met de politieke strategie van een bepaald soort extreemlinks. Wat gebeurt er volgens De Witte als we spreken over de fascisering onder Trump II? Dan
- ontkennen we dat Trump onder druk van de acties ondertussen al zware toegevingen heeft moeten doen
- duwwen we progressieven in de richting van de Democratic Party, ‘de andere partij van het kapitaal’
- vergeten we dat Obama en Biden ook tot honderdduizenden immigranten per jaar gedeporteerd hebben
- miskennen we het ware doel van de deporaties: niet álle illegalen deporteren, niet de hele bevolking angst aanjagen, maar de overblijvende illegalen gemakkelijker als goedkope arbeidskrachten inzetten
- vergeten we dat ‘de razzia’s van ICE verbleken’ als je ze vergelijkt met ‘de Europese pushbacks van Frontex’
- leiden we ‘de aandacht af van het werkelijke gevaar dat de burgerlijke democratie bedreigt: de sluipende houdgreep van de tech miljardairs op de deep state, en de surveillance maatschappij die in de steigers wordt gezet.’

1) een staat wettelijk bepaalt onder welke voorwaarden buitenlanders zich in het land mogen vestigen? - neen, ik vind dit moreel even (weinig) verwerpelijk als declameren dat "we zonder migratie onze welvaart niet kunnen handhaven. De Australiërs en de Zwitsers hebben strenge immigratiewetten. Ten opzichte van de VS hebben ze het voordeel dat ze omgeven zijn door een oceaan, respectievelijk de rest van Europa. Een cruciaal element is wel: is die staat op democratische wijze tot die wettelijke bepaling gekomen?
BeantwoordenVerwijderen2) Een staat overgaat tot de deportatie van buitenlanders die die voorwaarden schenden en illegaal het land binnenkomen? - Dat lijkt me eigenlijk een logisch gevolg. Als iemand illegaal in het land is, wordt de situatie legaal door die persoon uit het land te zetten. Die legaliseren zou (1) uithollen.
3) die deportaties gepaard gaan met ‘opsporen, identiteitscontroles, huiszoekingen, aanhoudingen, opsluitingen, dwang, getrek en geduw’? - dit lijkt me opnieuw een logisch gevolg, want de illegalen zullen zich niet altijd goedschiks laten wegleiden en wellicht beschikken over legale sympathisanten.
4) een regering kiest om de deportaties niet discreet te houden maar uit te voeren met ‘spektakel en straffe taal’, zodat toekomstige kandidaat-immigranten worden afgeschrikt? - dit vind ik irrelevant in de discussie
5) een regering kiest voor haast boven voorzichtigheid, en daarbij vlug-vlug agenten recruteert die niet geschikt zijn voor de taak en niet goed opgeleid worden? - meer algemeen "en daarbij een loopje neemt met andere facetten van de wet"
6) er bij de deportaties en bij de acties ertegen af en toe doden vallen door ongerechtvaardigd politiegeweld? - dat er fouten gemaakt worden in de uitvoering, dat zou ik nog tolereren, maar een staat die onterecht mensen van hun vrijheid berooft, laat staan doodt, zit aan de foute kant van het spectrum.
7) de regering over die dodelijke slachtoffers leugenachtige verklaringen aflegt? - dit is zeker een symptoom à charge
8) de regering een gerechtelijk onderzoek start tegen de bugemeester van Minnneapolis en tegen de gouverneur van Minnesota omdat ze oproepen tot geweldloos verzet tegen de deportaties? - dit is ook problematisch
Punt 8 toont misschien nog geen fascisme maar wel een "dictatuur van de meerderheid". Wanneer een maatregel die door de meerderheid wordt ondersteund, een minderheid zodanig aanbelangt dat zij daartoe de openbare orde verstoren en hun eigen veiligheid op het spel zetten, dan moet men de-escaleren en de maatregel tijdelijk on hold zetten. Je kan dergelijk argument ook toepassen op een staking van de boeren of die van de NMBS. Niet iedereen kan immers met dezelfde kracht de openbare orde verstoren. Maar in het geval van Minneapolis was het wel duidelijk denk ik dat een liberaal-sociaal-democratische samenleving het niet toelaat dat burgers worden gedood, of dat men politici vervolgt die oproepen tot vreedzaam protest.
Trump profileert zich stilaan als meer dan een wannabe-fascist. Dat een derde ambtstermijn hoog op zijn agenda staat, is een primeur in de geschiedenis van de VS. Zijn gemorrel aan de verkiezingen is zorgwekkend.
Nu, over een jaar is Trump dood of hopeloos dement. Wie het vacuum opvult dat hij tegen dan gecreëerd heeft, is de echte vraag.
D
Pretti was een linkse geweldenaar die de deugpronker uithing. Hij had nochtans brave oudertjes die hem goede raad gaven -zoek geen boel met de poliesie-die hij natuurlijk in de wind moest slaan.
BeantwoordenVerwijderenIce voert gewoon de wet uit. Links vindt dat het uitvoeren van wetten die hen niet aanstaan altijd facistisch. De wet die ice uitvoert dateert van 1952. Dus dems, zoek die wet te veranderen.
BeantwoordenVerwijderen