Ik voorspel dat er binnen twee eeuwen nog altijd studies zullen verschijnen over de opkomst en de ondergang van woke. Misschien is woke op dat moment een onooglijk hobbeltje in de curve van de geschiedenis geworden, maar waarom zouden toekomstige onderzoekers geen studies wijden aan onooglijke hobbeltjes? Ze doen het nu toch ook, en als de hyperspecialisatie verder toeneemt, zullen ze het in de toekomst nog vaker doen. In een moeite voorspel ik dat die toekomstige onderzoekers het net als nu niet eens zullen zijn over de definitie en het belang van woke, de gunstige dan wel kwalijke invloed ervan, en de redenen waarom de beweging is opgekomen en ondergegaan. Wie van polemiek houdt, zal ook binnen twee eeuwen aan zijn trekken komen.
Voor die polemiek moet ik overigens geen 200 jaar wachten. Zo heb ik met enige nieuwsgierigheid kennis genomen van het meningsverschil tussen Nathan Cofnas en Richard Hanania. Onze kwaliteitskranten De Morgen (20/8) en De Standaard (29/8) brachten allebei een foto van van Cofnas, Hanania en ene Curtis Yarvin arm in arm. Die foto hoorde bij lange stukken over radicaal-rechtse ‘netwerken’ – het soort artikels dat altijd al het handelsmerk is geweest van slim-links. Te onzent werd het genre geïntroduceerd door Walter De Bock, de grootste linkse slimmerik van allemaal. Maar De Bock had meestal niet zulke mooie foto’s.
Ik vind die netwerk-artikels heel vermoeiend en oninteressant*, maar vaak zijn de vermelde feiten wel correct en zijn de veralgemeningen die er rond geweven worden niet helemáál fout. Zo kun je inderdaad zeggen dat Hanania en Cofnas tot hetzelfde anti-woke kamp behoren. Als er zo’n kamp bestaat, dan behoor ik er ook toe. Maar dan moeten we minstens toegeven dat dat kamp – evenmin als woke zelf – geen centraal comité of politiek bureau heeft, dat een eensgezind optreden dicteert. Hanania bijvoorbeeld schrijft ergens: ‘Als Cofnas en de zijnen werkelijk zouden overwinnen, zou dat waarschijnlijk betekenen dat we in een fascistisch regime terechtkomen.’ En Hanania bedoelt met dat ‘fascistisch regime’ niet iets om naar uit te kijken.
Dat Hanania er geen bezwaar tegen heeft om gearmd met Cofnas op de foto te staan komt onder andere hierdoor dat hij zeker weet dat Cofnas niét werkelijk zal overwinnen. Dan is het makkelijker om tolerant te zijn. En Cofnas kan dan weer tolerant zijn omdat hij zeker weet dat hij met zijn ijzeren logica iedereen in het anti-woke kamp uiteindelijk zal kunnen overtuigen – als je het wat tijd geeft. Het is opmerkenswaard dat juist de zekerheid van het eigen gelijk aan eigen kant te hebben, binnen bepaalde perken en gedurende een zekere periode, tot tolerantie kan aanzetten.
De juiste volgorde van het debat is (1) Hanania’s boek The Origins of Woke (september 2023), (2) Cofnas’ antwoord (januari 2024), (3) Hanania’s antwoorden op Cofnas (februari 2024 en augustus 2026). Aangezien ik het boek van Hanania niet gelezen heb, en ook niet van plan ben om het te lezen, begin ik in medias res met het antwoord van Cofnas. Dat antwoord is geen peer reviewed artikel, veeleer een soort langgerekte column, met de vermakelijke titel: ‘Why We Need to Talk about the Right’s Stupidity Problem’. En de titel is niet alleen een lokkertje, want Cofnas vertelt inderdaad heel uitgebreid over de domheid van rechts. Hij citeert onder andere onderzoek waaruit blijkt dat de gemiddelde racist een merkelijk lager IQ heeft dan de gemiddelde antiracist. Volledige zinnen zouden zo uit de pen van een linkse polemist kunnen komen. Zoals: ‘Dezelfde conservatieven die klagen over immigranten die slecht Engels praten, kennen zelf minder Engelse woorden dan hun progressieve tegenstanders.’ Ook weidt Cofnas uit over de superioriteit van de woke media in het brengen van interessante informatie. Mijn FB-vriend Petrus de Courtrai zal het graag horen.
De ondertitel van het stuk geeft aan welke conclusie Cofnas trekt uit die vaststelling. Aangezien een groot deel van rechts zo dom is, wordt het tijd om de slim-linkse elite van kamp te laten veranderen:
Om de [intellectuele] elite voor zich te winnen, moet rechts de Grote Leugen ontmaskeren die aan de grondslag van woke ligt: de stelling dat iedereen gelijke capaciteiten heeft.**
Oorspronkelijk was die stelling over de gelijke capaciteiten geen Grote Leugen. Het was een begrijpelijke misvatting van degenen die een rechtvaardige strijd voerden tegen rassendiscriminatie. Daarover schrijft Cofnas:
De burgerrechtenbeweging riep terecht veel sympathie op voor de benarde positie van zwarte Amerikanen, die lange tijd zwaar waren onderdrukt. Tegen de tijd dat in de jaren zestig de belangrijkste burgerrechtenwetten werden aangenomen, was vrijwel iedereen uit de gevestigde, respectabele kringen ervan overtuigd geraakt dat het gelijkstellen van de wettelijke rechten van zwart en blank het rassenprobleem zou oplossen.
De redenering gaat als volgt. Sinds de Verlichting heeft de overtuiging dat alle mensen, en alle ‘rassen’, gelijke capaciteiten hebben, steeds meer veld gewonnen. Wanneer men in de jaren 50-60 vaststelt dat de zwarte bevolking, 100 jaar na de afschaffing van de slavernij, nog altijd armer is dan de blanke bevolking, dan moet dat aan discriminerende wetten liggen. Als die wetten worden afgeschaft, dan zal na enige tijd de zwarte en blanke bevolking even welvarend zijn.
Maar in de jaren 60 wérd de wettelijke discriminatie afgeschaft en toch bleef de zwarte armoede bestaan. Men had dus nood aan nieuwe verklaringen – white privilege, micro-agressie, verborgen, onbewust of structureel racisme – en nieuwe remedies – positieve discriminatie, identity politics, dekolonisering van de geesten, diversiteitstraining, verwijderen van foute standbeelden, antiracistische wiskunde, enzovoort.
Volgens Cofnas zijn die nieuwe verklaringen en remedies ook logisch, zolang men een andere verklaring niet onder ogen wil zien: de verschillende capaciteiten van de verschillende bevolkingsgroepen. Woke is dus intellectueel superieur aan de liberale en conservatieve ideologie van ‘kleurenblindheid’ en trekt dáárom de intellectuele elite aan. Met andere woorden: woke heeft gelijk … behalve als het ongelijk zou hebben op één punt: dat van de gelijke capaciteiten. En dát is geen kwestie van politiek, maar van wetenschap. En die wetenschap kan worden ingezet om de elite te overtuigen.
Het interessante van de redenering is dat ze niet alleen een verklaring biedt voor de doelstellingen van woke – een beter bestaan voor de minderheden – maar specifiek voor de excessen van de beweging die er volgens mij de essentie van uit maken. Hanania echter schijnt dat niet te zien, en wel omdat hij het argument van Cofnas verkeerd begrijpt. Hij schrijft: ‘We kunnen zeggen dat Cofnas’ theorie uit een eenvoudige redenering in vier stappen bestaat:
- Zwarte en witte mensen verschillen om genetische redenen van elkaar in cognitieve en gedragsmatige eigenschappen; die opvatting kunnen we rassenrealisme noemen
- De gevestigde intellectuele wereld ontkent dit.
- Als je rassenrealiteit ontkent, is het logisch dat je uitkomt bij een woke-linkse positie
- Woke zal nooit worden verslagen zolang mensen geen rassenrealisten worden.
Maar daarmee heeft Hanania de belangrijkste stap in de redenering gemist: de mogelijke verklaringen van de welvaartverschillen tussen blank en zwart – die hij op andere plaatsen in zijn tekst wel goed aangeeft. Die verklaringen zijn
- Legale discriminatie
- Structureel racisme (als onderdeel van andere vormen van structurele discriminatie)
- Culturele verschillen
- Genetische verschillen
- (Andere)***
Daarmee kan het argument van Cofnas veel duidelijker worden weergegeven. Activistisch ingestelde mensen konden tot in de jaren 60 de legale discriminatie als boosdoener aanduiden, maar toen die verdwenen was, moesten ze kiezen tussen de hard-wetenschappelijke verklaring van de genetica, de sociologische verklaring van de cultuurverschillen, of de excessieve verklaring van het structureel racisme. Genetische en culturele verschillen kun je niet met regeringsmaatregelen of met ‘actie’ bestrijden, dus werd logischerwijze voor het exces gekozen.
De argumentatie van Cofnas is deels wetenschappelijk, deels strategisch; die van Hanania is uitsluitend strategisch. De wetenschap - of die genetische verschillen er nu zijn of niet – interesseert hem niet zo. Hij schrijft:
Afgaand op mijn eigen ervaringen en op wat ik via-via opvang, zou ik zeggen dat misschien de helft van de slimste conservatieve en libertaire auteurs op zijn minst vermoeden dat er genetische IQ-verschillen tussen bevolkingsgroepen bestaan— of dat ze dat zelfs als vanzelfsprekend beschouwen.
Je krijgt de indruk dat Hanania tot die helft behoort, maar dat hij het, zoals de meeste anderen van die helft, niet verstandig vindt om daar al te veel nadruk op te leggen. ‘Shut Up About Race and IQ’ is de titel van een van de essays****. Zijn keuze om in een discussie met Cofnas de zaak strategisch te bekijken is overigens terecht. Ook diens argumentatie gaat over de middelen om een doel te bereiken: woke verslaan. En hij wil dat in de eerste plaats bereiken door de ideeënstrijd te winnen.
Hanania gelooft dat je door gepraat over ras en IQ alleen het dom-racisme versterkt terwijl je geen enkele verstandige wokist zult kunnen overtuigen. Woke heeft zijn wortels niet in een verkeerde wetenschap, maar in emoties:
Het is niet zo dat mensen eerst een wetenschappelijke theorie over ongelijkheid ontwikkelen en vervolgens op basis daarvan maatregelen gaan steunen om die ongelijkheid te verkleinen. Het begint andersom: ze hebben eerst een afkeer van ongelijkheid en nemen vervolgens de wetenschappelijke theorieën over die hun goed uitkomen — meestal pas achteraf.
Volgens Hanania heeft Cofnas
… een verkeerd beeld van de manier waarop ideeën in de loop van de tijd veranderen … Zijn onderliggende beeld van historische verandering is dat we allemaal deel uitmaken van een soort debatclub, en dat de zaken evolueren doordat de ene verzameling ideeën de andere rechtstreeks verslaat. Maar volgens mij boeken activistische bewegingen vooral succes door langs hun tegenstanders heen te praten. Mensen raken enthousiast over een idee — individuele vrijheid, nationalisme, de communistische revolutie — en weten op basis daarvan getalenteerde en energieke mensen te mobiliseren. Uiteindelijk winnen ze daarmee terrein. Wanneer ze wel ingaan op de belangrijkste argumenten van hun tegenstanders, doen ze dat meestal slechts indirect en impliciet. Hun uiteindelijke doel is niet zozeer om de tegenstander in een intellectueel debat te overtuigen, maar om hem op het politieke strijdtoneel te verslaan.
In dié ruzie tussen Cofnas en Hanania wil ik mij niet moeien*****. Wel geef ik Hanania gelijk als hij stelt dat het beter is om woke in bedwang te houden dan om het te verpletteren, dat woke slechts één van de vele politieke problemen van vandaag is, en dat een eenzijdige fixatie op woke kan leiden tot rechtspopulisme.
Woke is overigens niet alléén slechts één van de politieke problemen van vandaag, het is ook slechts één van de verschijningsvormen van elitair activisme. Mocht je woke kunnen verslaan met hard-wetenschappelijke argumenten, dan komt het activisme terug op een ander terrein waar hard-wetenschappelijke argumenten minder zwaar wegen. Er is keuze genoeg: het klimaat, de dierenrechten, Palestina, de datacenters … Er komt geen grote, definitieve omslag in de krachtsverhoudingen. Daarom is de ‘hereditarian revolution’ die Cofnas predikt net géén ‘revolutie’, althans niet in de maatschappelijke zin van het woord******.
En nog iets anders. Cofnas kan gelijk hebben dat de aanhangers van woke tot het intelligentere deel van de bevolking behoren, maar dat betekent nog niet dat ze openstaan voor een discussie met wetenschappelijke argumenten. Sommige overtuigingen en praktijken van woke zijn zo absurd en fanatiek – weg met Zwarte Piet, de genderneutrale voornaamwoorden, de ‘witte’ in plaats van ‘blanke’ mensen – dat elke rationaliteit zoek is. Hoogstens kun je zeggen dat de intelligentste aanhangers dat zelf allemaal niet geloven en alleen meedoen uit lafheid, luiheid, opportunisme, onverschilligheid, naïviteit en – soms – wereldvreemdheid. Men kan ook met een hoog IQ nogal wereldvreemd zijn. Zou dat eigenlijk niet het geval zijn met Cofnas? Hij redeneert zuiverder dan Hanania, maar Hanania kent zijn wereld.
Eén argument dat Hanania niét gebruikt is het volgende. Om te werken zou de strategie van Cofnas moeten worden omgekeerd: éérst woke verslaan zodat het rassenrealisme daarna acceptabel wordt. De intellectuele elite heeft – net als ik – geen benul van de nieuwste bevindingen in de genetica, maar weet nog net dat Cofnas in die materie een minderheidspositie innneemt. Waarom zou ze dan een minderheidspositie volgen in een hoogst technische materie?
Bij mijn weten is het biologisch-genetisch onderzoek vandaag nog niet ver genoeg gevorderd om definitieve besluiten te trekken over ras en ancestrale populaties. Als dat waar is, dan is de strategie van Cofnas voorbarig. Dan moet men wachten tot het onderzoek verder gevorderd is. Omgekeerd is het ook mogelijk dat het onderzoek wel ver genoeg gevorderd is, maar houden de topwetenschappers zich op de vlakte, vermijden ze land- en zeemijnen, weigeren ze de logische conclusies uit hun eigen onderzoek te trekken, en stemmen ze hun openlijke uitspraken af op de woke vooroordelen van de intellectuele elite. Dan zou je eerst de vooroordelen van de intellectuele elite op een ándere manier moeten kunnen wegnemen voor de genetische wetenschap zich ondubbelzinnig durft uitspreken.
En hoe zou Cofnas dat aanpakken?
* Over complottheorieën van slimlinks, zie mijn stukje hier.
** Cofnas verwijt liberalen en conservatieven dat ze geen bruikbare definitie van ‘woke’ hebben. Zijn eigen definitie vind ik onbevredigend, maar ze heeft het voordeel dat woke-aanhangers ermee akkoord zullen gaan. ‘Wokism is what happens when people are serious about the equality thesis.’ Zelf heb ik verschillende keren iets geschreven over die defintie, o.a. hier en hier. Over de aard en de geschiedenis van woke heb ik op mijn blog een essay overgenomen van Paul Graham (hier)
*** De categorie van de ‘andere’ verklaringen laat ik hier buiten beschouwing. Mijn eigen mening, als leek, is dat de drie verklaringen – genetica, cultuur, structurele discriminatie – elkaar niet uitsluiten en elkaar zelfs kunnen beïnvloeden. Cultuurverschillen kunnen IQ-verschillen als oorzaak of als gevolg hebben, zoals ze ook oorzaak en gevolg kunnen zijn van discriminatie. ‘Stucturele discriminatie’ is wat Charles Murray ‘soft custom noemt’ en hij schrijf daarover: ‘My speculative proposition here is that once legal prohibitions and hard custom ar no longer an issue, soft custom has a short half-life.’
**** Hanania geeft het toe: voor iemand die vindt dat men beter over ras en IQ zou zwijgen, schrijft hij er zelf opvallend vaak over. Hij behoort tot de ‘individuals who love to talk about race and IQ, in addition to talking about talking about race and IQ, and talking about talking about talking about race and IQ.’
***** Hoe het komt dat een bepaalde ideologie op een bepaald moment veel invloed krijgt, is een ingewikkeld vraagstuk. Natuurlijk hangt het af van de mogelijkheid om talentvolle en energieke individuelen te mobiliseren maar dat hangt op zijn beurt af van andere factoren, met inbegrip van wat wetenschappers beweren of ontdekken – Adam Smith, Darwin, Marx, Keynes, Watson en Crick, Robert Trivers … Voor wat de praktische politiek betreft, heeft Hanania natuurlijk gelijk. Elke spindoctor zal je uitleggen dat het weerleggen van argumenten weinig oplevert. Gelukkig heb ik met de praktische politiek niets te maken.*
****** Het begrip ‘hereditarian revolution’ kan zowel naar naar een maatschappelijke revolutie als naar een zuiver wetenschappelijke revolutie verwijzen. In het tweede geval zou het betekenen dat de gedragswetenschappen meer op biologie gaan steunen, zoals biologie op chemie steunt, chemie op fysica, en fysica op wiskunde.


