vrijdag 9 januari 2026

Petra De Sutter citeert ... verkeerd


** Rector De Sutter heeft in haar openingstoespraak in september drie citaten gebruikt 
– van Einstein, van filosoof Hans Jonas, en van psychiater Paul Verhaege – die alle drie verzonnen bleken te zijn door AI. Die flater was al langer bekend in besloten kring, maar werd nu openbaar gemaakt, verneem ik, ‘na een onderzoek dat gevoerd werd door de nieuwssite Apache.’ Bij hett woord ‘onderzoek’ schoot ik in de lach, zonder goede reden overigens.  

 ** Uit De Sutters flater blijkt een elementair gebrek aan media-wijsheid waarvan de eerste regel luidt: de meeste citaten van Einstein zijn verzonnen.

** De verzonnen Einstein-uitspraak werd door De Sutter in het Engels geciteerd: ‘Dogma is the enemy of progress’. Ze gaf als bronvermelding een toespraak die de geleerde gegeven had aan de Sorbonne in 1922. Die bronvermelding is een goed punt, want dat maakt de controle gemakkelijker. Maar tegelijk had de vraag moeten rijzen: hoe groot is de kans dat Einstein zijn publiek aan de Sorbonne in het Engels heeft toegesproken? Mijn leerlingen verloren punten als ze van een Duits, Frans of Russisch boek een Engelse titel opgaven. Ofwel gebruikte je Duits, Frans of Russisch, ofwel gebruikte je Nederlands.

** Ik had in het zesde jaar een hele lessenreeks over correct citeren in academische teksten: bronvermelding, aanhalingstekens, gebruik van parafrase. Een van mijn tips voor gevorderden was dat platitudes zoals ‘een dogma is de vijand van vooruitgang’ geen bronvermelding behoefden, en dat je twee keer moest nadenken of de platitude wel de moeite waard was om op te nemen in je tekst.

** De andere platitude in de rede van De Sutter was dat ‘wetenschappelijke vooruitgang moet worden geleid door ethische overwegingen’ en dat ‘kennis zonder geweten tot een ramp kan leiden.’ Het zou mij verwonderen als de geciteerde filosoof Hans Jonas nóóit iets in die richting had gezegd of geschreven. Iederéén heeft ooit wel eens iets in die richting gezegd of geschreven. In de memoires van mijn vader vind ik dat ‘technology without humanity would end in disaster.’

** Er is echter niets mis met een paar goedgekozen citaten in een officiële rede*. Die horen erbij. Onze directeur op het Sint-Aloysius-College van Menen (nu SAM), de Z.E.H. Devloo, had altijd wel een paar citaten van Franse auteurs om ons mee om de oren te slaan. Wij als leerlingen begrepen overigens niets van wat hij zei, hoe luid zijn stem ook in de zaal weergalmde.

** Je zou als redenaar eigenlijk geen citaten mogen gebruiken die je niet al kende vóór je je redevoering schreef, anders is het valse eruditie. In die zin heb ik er geen probleem mee dat De Sutter een boek van Paul Verhaege citeerde. Ik acht de kans groot dat ze dat boek van Verhaege wel degelijk gelezen heeft en dat ze de geciteerde gedachte toen min of meer heeft onthouden. Als je dan aan een chatbot om het correcte citaat vraagt, en je specificeert wat je je nog woordelijk herinnert, of verkeerd herinnert, dan is de kans op een gehallucineerd antwoord 50 procent. Dan moet je meer nog dan anders checken en dubbelchecken.

** Op het vtm-nieuws zei Maarten Boudry dat De Sutter de eer aan zichzelf moest houden en ontslag moest nemen als rector. Ik vond het niet kies van vtm om de mening te vragen aan Boudry die een oude vete uit te vechten heeft met De Sutter. Mijn vrouw ging daar niet mee akkoord. ‘Hij is de enige die dat openlijk durft zeggen,’ vond ze, ‘dus is het normaal dat ze bij hem aankloppen.’

** Boudry vergeleek de situatie terloops ook met een student die ‘plagiaat’ pleegde. Dié vergelijking is niet terecht. Petra De Sutter heeft géén plagiaat gepleegd. Ze heeft niét geprobeerd om gedachten en woorden van iemand anders als die van haarzelf voor te stellen. Ze maakte de omgekeerde fout.

** Na Boudry kwam Verolien Van Cauberghe aan het woord, professor communicatiewetenschappen. ‘Dit is echt jammer,’ zei ze, ‘dit had geverifieerd moeten worden, dit kan niet, en dat is ook wat de rector heel duidelijk aangeeft.’ Die laatste woorden vonden mijn vrouw en ik allebei grappig. Misschien spreekt Van Cauberghe op vergaderingen altijd zo: ‘Het is zoals de rector heel duidelijk gezegd heeft, we moeten  …’

** Van Cauberghe zei nog: ‘En de rector geeft de fout eerlijk toe.’ Uit de kranten verneem ik dat dat niet helemaal klopt en dat De Sutter geprobeerd heeft haar fout stilzwijgend en halfslachtig te corrigeren. Die stilzwijgendheid begrijp ik, al is het niet helemaal in de haak, maar die halfslachtigheid is een stommiteit. 

** De eerste reflex van De Sutter als ze een flater heeft begaan, is blijkbaar altijd om een heel klein beetje te liegen. In De Morgen van 13 september zei De Sutter dat er meningen bestaan – zoals de ontkenning dat het geweld in Gaza een vorm van genocide was – ‘die geen onderwerp van onderzoek mogen zijn.’ Toen de Raad van Bestuur haar confronteerde met die dogmatische uitspraak beweerde ze dat de journalist haar woorden had verdraaid en uit de context had gerukt, terwijl van haar uitspraak natuurlijk een bandopname bestaat. Ze had beter kunnen toegegeven dat ze zich verkeerd had uitgedrukt en iets anders bedoelde. 

** Ik zal ook in 2026 blijven reageren op opiniestukken in De Standaard, en zeker als ze geschreven zijn door ‘onderzoekers in de filosofie’. Dit keer is het masterstudent Victor Warmotte die de verzonnen citaten van De Sutter in een bredere context plaatst. Hij vindt dat een rector helemaal geen AI mag gebruiken voor het schrijven van een redevoering. 

De opgave van de universiteit is het voorzien in een specifieke vorm van discours die zich emancipeert van wat reeds gezegd is … LLM’s reproduceren eenvoudigweg wat eerder gezegd is.

Het zou inderdaad lullig zijn als een rector zijn redevoering helemáál door AI liet schrijven. Maar ik heb geen precieze informatie over de rol van de rector, van haar medewerkers, en van de chatbots in de totstandkoming van de rede. En ik ben er zeker niet tegen dat zo’n rede, in tegenstelling tot een doctoraatsdissertatie, enigszins reproduceert wat eerder is gezegd, bijvoorbeeld in de vorm van plechtige citaten. 

** Neemt niemand het nu op voor De Sutter? Toch wel. D. wijdt er zijn dagelijks FB-stukje aan. Ik lees die altijd. D. argumenteert dat

  1. de rede geschreven is door medewerkers van De Sutter, niet door haarzelf
  2. de verkeerde citaten geen bewuste fraude uitmaken
  3. het om een banale inauguratiespeech gaat
  4. de fout niet ligt bij de luiheid van de AI-gebruikers*, maar bij de ontwerpers van AI die de luiheid stimuleren en de kritische intelligentie ondermijnen 
  5. journalisten hypocriet zijn als ze de AI-fout in de openingsrede bekritiseren terwijl ze zelf ook AI gebruiken
  6. men beter het ontslag zou eisen van Zuhal Demir.

Zoals meestal heb ik niet veel zin om op de argumenten van D. in te gaan. Hij beweert ook dat de AI-technologie beter niet had bestaan, ‘behalve voor narrow toepassingen in de wetenschappen, zoals voor onderzoek naar protein folding.’ Zelf ben ik blij dat AI beschikbaar is voor iedereen. Ik heb voor dit stukje alleen al drie vragen gesteld aan mijn chatbot. 




* Je kunt citaten in redevoeringen op minstens twee manieren gebruiken. In het eerste geval heb je in je op een bepaald punt in je rede een platitude nodig, en dan kun je die wat opsmukken door er een beroemde naam bij te halen die ooit een gelukkige formulering heeft gebruikt. Of je kunt een moeilijk te interpreteren citaat gebruiken om je over de betekenis ervan te bezinnen, een beetje zoals de priester een citaat uit het evangelie aanhaalt in een preek.


** Intellectuele luiheid ... Dat was het verwijt van Isolde Van den Eynde in HLN.


woensdag 7 januari 2026

Films over films: lijstjes


     Als je aan drie verschillende chatbots vraagt om een lijst te maken van films over film, dan krijg je een bonte verzameling van titels en genres. Je krijgt titels van mooie films die je recent gezien hebt (Babylon, 2022; The Fabelmans, 2022), van films waar je maar een vage herinnering aan hebt (The Last Tycoon, 1976), van films waarvan je niet meer weet of je ze gezien hebt (Get Shorty, 1995; Ed Wood, 1994), van films die je kent van reputatie (The Man with the Movie Camera, 1929), van films die je graag zo snel mogelijk zou willen zien (Cinema Paradiso, 1988),  en van films die je graag opnieuw wil zien (8 1/2, 1963; Sunset Boulevard, 1950; La nuit américaine, 1973; The Player, 1992).
      De chatbots gebruiken verschillende criteria om hun lijst samen te stellen. Scream (1996) wordt opgenomen als parodie, The French Dispatch (2021) als pastiche, en één lijst bevat zelfs The Wolf of Wall Street (2013) omdat een ‘milieu getoond wordt dat vergelijkbaar is met dat van Hollywood.’ Het is duidelijk dat men met zulke criteria heel veel films kan selecteren, om te beginnen met élke film van Tarantino en met meer dan de helft van die van Woody Allen. Die kunnen allemaal als ‘hommage’ of ‘meta commentaar’ worden verkocht.
       De lijsten nemen ook enkele documentaires op zoals Hearts of Darkness  A Filmmaker’s Apocalypse (1991) en Burden of Dreams (1982). Dat is een filmgenre dat mij minder aanspreekt, alhoewel er uitzonderingen zijn. Wat helemaal ontbreekt zijn compilatiefilms. Een mijlpaal in mijn persoonlijke ontwikkeling als filmkijker was That’s Entertainment (1974). Die komt niet voor op de lijstjes. Ik heb hem intertijd in verschillende zalen gezien: eerst enkele keren in Kortrijk, en toen die daar niet meer gedraaid werd, nam ik de trein naar Gent. Er bestonden nog geen streamingsdiensten, geen dvd’s en zelfs geen videocassettes. 
     Als ik de lijsten van mijn chatbot-vrienden bekijk, begin ik onwillekeurig te speuren naar films  die ze vergeten zijn. Ik denk dan aan

  • A Star is Born (1937) – die in tegenstelling tot de remakes van 1954, 1976 en 2018 niet over de muziek scene gaat maar over het milieu van filmacteurs.
  • Nine (2009) –  een verrukkelijke musical die verder borduurt op de Fellini-klassieker ½
  • Stardust Memories (1980) – nog een spin-off van 8 ½, dit keer van Woody Allen
  • Toby Dammit (1968) –  alweer een spin-off van 8 ½, maar nu geregisseerd door Fellini zelf; de film is het derde deel van Histories extraordinaires. 
  • The French Lieutenant’s Women (1981) – er is een indrukwekkende scène waarin Meryl Streep onverwacht en op spectaculaire manier verandert van een Amerikaanse actrice in haar Engels personage; je krijgt heel sterk de indruk dat de liefdesverhouding tussen de acteurs zich in het echte leven afspeelt, terwijl die tussen de personages maar fictie is.
  • All That Jazz (1979) – terwijl hij een nieuwe musical dirigeert duikt Joe Gideon, alter ego van Bob Fosse, af en toe in de montagekamer om steeds weer dezelfde scène te perfectioneren van een film waarin de kijker Lenny (1974) herkent.
  • The Man Who Killed Don Quixote (2018) – een film die ik graag eens opnieuw zou willen zien ; ik meen mij te herinneren dat er op een bepaald moment een oude filmscène geprojecteerd wordt op een doek of een muur. Lost in La Mancha (2002), de film over de moeilijkheden om The Man Who Killed Don Quixote te maken,  is geloof ik beroemder dan de film zelf. Hij staat op het lijstje van wat ik nog wil zien.
  • Citizen Kane (1941) – misschien wat vergezocht om hier op te nemen, maar bij die titel denk ik altijd, onder andere, aan de scène in de projectiezaal. 
  • The Studio (2025) – goed gemaakte satirische mini-serie over het maken van films; zoals vaak bij satires – denk aan Barton Fink (1991) – is er een gebrek aan sympathieke personages die het plezier compleet kunnen maken. De tweede aflevering heet ‘The Oner’ en gaat over een scène die in één take moet worden opgenomen en - uiteraard - is die aflevering zelf ook in één take opgenomen.
  • Their Finest (2016) – een absoluut charmante romcom over het draaien van een propagandafilm tijdens WO II.
  • The Other Side of the Wind (2018) – ondanks de grote namen – Welles, Huston, Bogdanovich – nogal vervelend. 
  • Jay Kelly (2025) – goed gemaakte maar niet meteen meeslepende satire over het beschermde leventje van Hollywood-acteurs; geen enkele chatbot heeft die opgepikt; recente films blijven onder hun radar als je er niet uitdrukkelijk naar vraagt.  
  • Rifkin’s Festival (2020) – de sfeer van een filmfestival en veel mooie pastiche-scènes; kritiek en publiek konden de film niet smaken – ik wel.
  • Fly Me to the Moon (2024) – daar heb ik al iets over geschreven. Zie hier.

     Om een of ander reden worden veel voor de hand liggende biografische films door de chatbots genegeerd. Zoals

  • Chaplin (1992) – een oerdegelijke biografische film die de hele carrière van deze geniale filmmaker omspant
  • Le redoutable (2017) – over Jean-Luc Goddard, voor mij bijzonder leuk omdat de film focust op de maoïstische periode van de regisseur
  • Stan & Ollie (2018) –  gaat meer over ruzie en verzoening dan over het maken van films, maar graag gezien
  • Riefenstahl (2024) – voor deze documentaire heb ik graag een uitzondering gemaakt op mijn stelregel om alleen speelfilms te selecteren
  • Seberg (2019) – als er in een film Black Panthers voorkomen moet ik die altijd zien, uit revolutionaire nostalgie, en als Kirsten Stewart meespeelt natuurlijk ook. 
  • Hitchcock (2012) & The Girl (2012) – twee mooie films; het is eigenaardig dat er binnen één jaar tijd twee films over Hitchcock verschenen zijn, zoals er enkele jaren daarvoor onmiddellijk na elkaar twee films over Truman Capote verschenen – en Toby Jones speelt mee zowel in één van die Hitchcock-films als in één van die Capote-films.
  • Me and Orson Welles (2008) – prachtige film over de jonge Welles en over zijn theaterproductie van Julius Caesar

Een aparte lijst verdienen de speelfilms films die over één specifieke film gaan.

  1. Nouvelle Vague (A bout de souffle) – 2025. Het eerste kwartier is fantastisch; de rest is ook heel goed. Had ik een eindejaarslijstje gemaakt van mijn beste films, hij stond erbij.
  2. Mank (Citizen Kane) – 2020. Een film die noch mijn vrouw, noch mijn zoon kon bekoren, allez savoir pourquoi. Mijn zoon had kort daarvoor nochtans Citizen Kane gezien, maar het mocht niet baten.
  3. The Offer (The Godfather) – 2022. Briljante mini-serie; zie mijn stukje hier.
  4. Saving Mr Banks (Mary Poppins) – 2013. Mary Poppins, Tom Hanks, Emma Thompson, Paul Giamatti  - What’s not to like?
  5. Hitchcock (Psycho) - 2012. Anthony Hopkins is een uitstekende Hitchock
  6. The Girl (The Birds) – 2012. Toby Jones is een uitstekende Hitchcock.
  7. Shadow of the Vampire (Nosferatu) - 2000. Perfecte grimering van Willem Dafoe die ook in zijn gestiek en mimiek niet te onderscheiden is van de oorspronkelijk Max Schreck, maar verder erg beperkt van opzet.
  8. Irma Vep (Les Vampires, Irma Vep) – 2022. Zeer mooie mini-serie die gaat over het maken van een remake (2022) van een bestaande remake (1996) van een bestaande film (1915); een aantal acteurs van de eerste remake spelen mee in de tweede; het is allemaal nog veel leuker dan ik hier vertel, met een excentrieke filmcrew en een chronisch depressieve regisseur.
  9. Curtiz (Casablanca) – 2018. Je kunt je afvragen of een vernieuwende film als Citizen Kane en een conventioneel melodrama als Casablanca in kwaliteit met elkaar vergelijkbaar zijn; ze behoren nu eenmaal tot verschillende genres. Maar er is een heel groot – wellicht zelfs aantoonbaar – verschil in kwaliteit tussen Mank en Curtiz, de allebei tot hetzélfde genre behoren.
  10. Dolemite is my Name (Dolemite) – 2019. Een passioneel pleidooi voor slechte smaak, zonder daar overigens zelf in te vervallen; zelf hou ik vooral van slechte smaak als ze gedoseerd en occasioneel is.
  11. Hugo (Le voyage dans la lune) – 2011.Alhoewel de film over Meliès gaat, moet ik altijd in de eerste plaats denken aan die seconde waarin James Joyce door het scherm wandelt.

P.S. De drie lijsten van de chatbots (Grok, ChatGPT, CoPilot) geven samen 85 filmtitels. De titels die twee of drie keer voorkomen zijn aangeduid met twee of drie sterretjes.

8½ (1963)*** –  Adaptation (2002)*** –  American Movie (1999)*** –  Argo (2012)** –  Babylon (2022)** –  Barton Fink (1991)*** –  Be Kind Rewind (2008)*** –  Birdman (2014)    Boogie Nights (1997)** –  Bowfinger (1999) *** –  Burden of Dreams (1982)** –  Cecil B. Demented (2000) –  Cinema Paradiso (1988)*** –  Close– Up (1990) –  CQ (2001) –  Dolemite Is My Name (2019) –  Ed Wood (1994)*** –  F for Fake (1973) –  Get Shorty (1995)** –  Hail, Caesar! (2016)*** –  Hearts of Darkness (1991)*** –  Hollywood Shuffle (1987) –  Hugo (2011)*** –  Inglourious Basterds (2009)    Inland Empire (2006) –  Irma Vep (1996) –  La La Land (2016)    La Nuit américaine (1973)*** –  Le Mépris (Contempt, 1963) –  Living in Oblivion (1995)*** –  Man with a Movie Camera (1929)** –  Mank (2020)    Maps to the Stars (2014) –  Me and Earl and the Dying Girl (2015) –  Mulholland Drive (2001)*** –  My Week with Marilyn (2011)*** –  New Nightmare (1994)    Once Upon a Time in Hollywood (2019)*** –  One Cut of the Dead (2017) ** –  Pompo the Cinephile (2021)    RKO 281 (1999) –  Room 237 (2012) –  Saving Mr. Banks (2013)    Scream (1996)    Shadow of the Vampire (2000)*** –  Sherlock Jr. (1924) –  Silent Movie (1976)    Singin' in the Rain (1952) *** –  Son of Rambow (2007)    State and Main (2000)*** –  Sullivan’s Travels (1941)** –  Sunset Boulevard (1950)*** –  Super 8 (2011)** –  Synecdoche, New York (2008) –  The Artist (2011) –  The Aviator (2004) –  The Bad and the Beautiful (1952)*** –  The Big Picture (1989) –  The Blair Witch Project (1999) –  The Bling Ring (2013)    The Cameraman (1928) –  The Disaster Artist (2017)*** –  The Dreamers (2003)    The Fabelmans (2022)*** –  The French Dispatch (2021)    The Great Dictator (1940)    The Holiday (2006)    The Kid Stays in the Picture (2002)    The Last Movie (1971)    The Last Picture Show (1971)    The Last Tycoon (1976)** –  The Life Aquatic with Steve Z (2004)    The Majestic (2001) –  The Pervert’s Guide to Cinema (2006) –  The Player (1992) *** –  The Purple Rose of Cairo (1985)** –  The Souvenir Part II (2021)    The State of Things (1982)    The Stunt Man (1980)** –  The Truman Show (1998) –  The Wolf of Wall Street (2013)    Tropic Thunder (2008)*** –  Trumbo (2015)  – What Just Happened (2008) – Why Don’t You Play in Hell? (2013) –  

 


zondag 4 januari 2026

Venezuela: bedenkingen


** Ik hoop dat men van mij niet vraagt om de Amerikaanse interventie in Venezuela te ‘veroordelen’. Ik heb geloof ik ook de Russische aanval op Oekraïne niet ‘veroordeeld’. Wel was en ben ik voorstander van militaire steun voor Oekraïne en, met enige tegenzin, van een economische boycot van Rusland. Maar ik zal nu niet pleiten voor militaire steun aan het Maduro-regime of voor een economische boycot van de Verenigde Staten. 

** De kidnapping van Maduro is een ondubbelzinnige schending van het internationaal recht. Wie een lijst opstelt van voor- en tegenargumenten, moet die schending bij de tegenargumenten plaatsen. Moeilijker om te plaatsen zijn de gevolgen voor de Venezolanen, voor de geopolitiek en voor de wereldeconomie.

** Een schending van het internationaal recht is op zich een morele fout. In geopolitiek dient minstens voor 20 procent rekening te worden gehouden met morele overwegingen. In de praktijk wordt het al dan niet respecteren van internationaal recht echter bepaald door machtsverhoudingen. Sterke landen kunnen zwakke landen verplichten zich aan de regels te houden. Een relatief machtsevenwicht tussen sterke landen kan ervoor zorgen dat ze het voor zichzelf ook voordelig vinden om de regels te respecteren. 

** Internationale rechtsregels zijn enerzijds ‘een vodje papier’ en anderzijds een onderdeel van het geopolitieke machtspel. Een relatief machtsevenwicht tussen sterke landen kan ervoor zorgen dat ze het voor zichzelf ook voordelig vinden om tijdelijk de regels te respecteren. Een duidelijk overwicht van één sterk land kan hetzelfde resultaat hebben. Landen die belang hebben bij een status quo kunnen zich in hun diplomatie beroepen op de internationale rechtsregels. 

** Internationaal recht berust op een soort afspraken die men respecteert zolang men ze voordelig acht.

 

** Ook het niet respecteren van afspraken kan een kost met zich meebrengen. Toen Duitsland in 1914, tegen de internationale afspraken in, België binnenviel, betekende dat voor Engeland en de VS een bijkomende reden om zich in het conflict te mengen.

** Geopolitiek heeft tegelijkertijd kenmerken van een win-win situatie, van een zero sum game, en van een prisoners dilemma.

** ‘Roekeloos’ en ‘illegaal’ kopt Het Laatste Nieuws. Dat tweede is zeker, dat eerste moeten we afwachten. Je zou kunnen zeggen dat ‘roekeloosheid’ in de geopolitiek een zwaardere fout – misschien zelfs een moreel zwaardere fout – is dan ‘illegaliteit’.

** Velen geloven dat China de Amerikaanse interventie nu kan gebruiken om een aanval op Taiwan te rechtvaardigen. Dat lijkt mij een heel bijkomstige omstandigheid. China heeft die rechtvaardiging niet nodig. De Chinezen hebben nooit twijfel laten bestaan over hun claim op Taiwan. Of en wanneer ze die claim met militaire middelen willen lichten, zal afhangen van krachtsverhoudingen en de weging van voor- en nadelen.

** Redeneren in termen van voor- en nadelen vind ik interessanter dan redeneren in termen van ‘excuses’. Ik ben dan ook niet geïnteresseerd in de vraag of de dictatuur van Maduro voldoende excuus is voor een Amerikaanse interventie, dan wel of de Amerikaanse interventie voldoende excuus is voor steun aan het Maduro-regime.

** Het economisch socialisme/communisme onder Chavez-Maduro heeft catastrofale gevolgen gehad voor de armoede in Venezuela. Het herverdelingscommunisme werkte tijdelijk onder Chavez dankzij de hoge olieprijzen. Het BBP per inwoner steeg van 4.500 dollar naar 12.000 dollar. Maar vanaf 2013 kromp het BBP tot minder dan een vierde, waardoor het nu nog 1.500 à 2000 dollar bedraagt. Dalende olieprijzen en internationale sancties verklaren slechts heel gedeeltelijk die catastrofe. Prijscontroles, nationalisaties, inefficiëntie, onderinvestering, onderproductie en corruptie verklaren de rest.

** Geopolitiek was het Maduro-regime verbonden met Rusland, Iran en China. Ik laat het aan de specialisten in dit domein over om te speculeren welke gevolgen een mogelijke Venezolaanse machtswissel voor die bondgenoten zal hebben. Mijn eigen hoop is dat het belangenconflict tussen de Verenigde Staten en Rusland ertoe zou leiden dat Trump dichter bij Zelensky komt te staan. Ik weet nog altijd niet hoe Trump uiteindelijk zijn gewicht in de schaal zal werpen inzake Oekraïne. Poetin weet het geloof ik ook niet. 

** Mijn tweede hoop is dat het allemaal goed afloopt voor de Venezolanen. In het scenario van Trump zullen multinationals de economie van Venezuela weer doen opbloeien, zullen ze grote winsten maken en zal de bevolking van Venezuela daar wel bij varen. Dat is geen onrealistisch scenario. In tegenstelling tot links geloof ik niet dat grote winsten van multinationals een welvaarststijging van de bevolking in de weg staan – integendeel. Maar voor hetzelfde geld ontstaat er in Venezuela een burgeroorlog, of komt er een militaire dictatuur die de elementaire mensenrechten op grotere schaal schendt dan het Maduro-regime deed. 

** Trump zei op de persconferentie herhaaldelijk dat ‘America will be running things during a certain period of time.’ Ik heb geen flauw idee van wat ik mij daarbij moet voorstellen. Hij en zijn entourage moeten een bepaald scenario voor ogen hebben. Ik weet niet wat dat scenario is, noch of het realistisch is.

** Ik heb op verschillende momenten van mijn leven anders aangekeken tegen de kwestie van de ‘grondstoffen’ dezer wereld. In mijn extreemlinkse jeugd waren het de imperialisten en multinationals die elkaar beconcureerden om grondstoffen te ‘roven’ van de arme landen. Dat betekende dat ze die arme landen te weinig betaalden voor exploitatierechten, dat ze de werknemers in de mijnbouw te lage lonen uitbetaalden, dat ze de lucratieve verwerking van de grondstoffen voor de rijke industrielanden reserveerden, en dat ze de afgewerkte producten voor monopolieprijzen verkochten, onder andere aan de arme landen.
     Als neoliberaal zag ik in dat die stellingen heel eenzijdig waren en niet overeenkwamen met de praktijk van de steeds vrijere wereldhandel. In werkelijkheid werden de meeste grondstoffen geëxploiteerd en verkocht aan marktprijzen. Het was niet nodig om grondstoffen te ‘controleren’:  het volstond om de hoogste prijs te bieden om ze in handen te krijgen.
     Ik ben nog altijd dat ideaal van de vrije wereldhandel toegedaan, maar ondertussen is duidelijk dat het geopolitieke belang van grondstoffen weer helemaal terug is. Het komt er weer op aan om grondstoffen te ‘controleren’: zorgen dat je er genoeg hebt voor eigen noden, zorgen dat je vijanden er liefst zo weinig mogelijk hebben, en zorgen dat je een (relatief) monopolie hebt dat je kunt gebruiken voor politieke chantage.

** Sommige experts speculeren dat een Venezuela in de Amerikaanse invloedsfeer zal zorgen voor een verhoogde olie-exploitatie, een wereldwijde daling van de olieprijzen, en een catastrofe voor de Russische economie die sterk van die olie-inkomsten afhankelijk is. 

** De Monroe-doctrine houdt in dat de twee Amerika’s (liefst met Groenland erbij) onder de controle komen van de Verenigde Staten. Dat is iets wat zowel een kleuter als een academische geostrateeg zal aanspreken: een veiligheid en bescherming gegarandeerd door twee oceanen. Een vergelijkbare droom voor Rusland is om heel Europa tot aan de Atlantische Oceaan in de eigen invloedssfeer te krijgen. Een belangrijke vraag hierbij is of de Verenigde Staten en Rusland de middelen hebben om die droom waar te maken. 

** Ik ben in zaken van internationale politiek niet erg beïnvloed door sympathie voor de underdog. Ik ben dat hoogstens een beetje. Ik zie geen a priori reden om te kiezen voor David tegen Goliath. Dat geldt ook voor de oorlog in Oekraïne. Dat Oekraïne kleiner is dan Rusland hoort niet bij de redenen waarom ik supporter voor Oekraïne. Ook is die underdog-positie vaak een kwestie van framing.  Vergelijk ‘De arme Palestijnen die het moeten opnemen tegen heel Israël,’ en : ‘Het arme Israël dat omsingeld is door een miljard moslims als buren.’

** We moeten altijd oppassen met voorspellingen en speculaties in de buitenlandse politiek. En met Trump moeten we dubbel oppassen. 



zaterdag 3 januari 2026

Kortjes

Mijn dagelijkse portie linkse FB-posts
     Op mijn FB-feed krijg ik dagelijks enkele groen-linkse posts te zien. De meeste lees ik zonder ergernis of leedvermaak, terwijl dat toch gevoelens zijn die mij wel eens overvallen bij het lezen van krantencommentaren en stukken in het opiniekatern van De Standaard. Soms voel ik bij die groen-linkse tweets een soort schaamte, en stel ik mij de vraag: ben ik ook zo geweest? Maar bij de stukjes van D. bijvoorbeeld stel ik mij die vraag nooit. Daar weet ik het antwoord: ja, ik ben ook zo geweest, met precies dezelfde mengeling van emotionaliteit, moralisme en absolute zekerheden. Mijn vroegere ik is het met alles eens wat hij schrijft, behalve met zijn halfzachte meningen over onderwijs.
     Laatst vertelde hij dat hij wat snotterde en daarmee naar de dokter ging. Die liet hem kiezen: thuisblijven of gaan werken. De eerste reactie van D. was om te gaan werken. Hij is leraar, en zo kort voor de examens, zou hij het gevoel hebben dat hij zijn leerlingen in de steek liet. Maar toen bedacht hij dat zo’n houding van weinig solidariteit getuigde met de zieken die nu ‘door de rechtse regering aan het werk worden gejaagd.’ Hij onderdrukte zijn ‘kleinburgerlijke’ reflex en bleef thuis. Ik zou geloof ik ook zo geredeneerd hebben.


Het vrouwenduel
     Op mijn FB-feed zag ik op verschillende plaatsen iets verschijnen over een merkwaardig duel op de degen dat zou zijn uitgevochten in 1892 tussen prinses Pauline Meternich en gravin Anastasia Kielmansegg. Ik heb niet gecontroleerd of het echt gebeurd is. Dat factchecken heeft vandaag veel van zijn charme verloren omdat het zo gemakkelijk geworden is, en bovendien: si non e vero … Sommige verhalen, zegt Karel van het Reve, zijn te mooi om ze op hun waarheidsgehalte te controleren.
     Een pikant detail in het verhaal is dat de vrouwen met ontbloot bovenlijf vochten, om te vermijden dat bij verwonding stukjes tekstiel in het lichaam kwamen. Zoiets kon in die tijd voor dodelijke infecties zorgen. Fatsoenshalve waren dus ook geen mannen aanwezig, maar alleen vrouwen die optraden als secondant en als medische hulpverlener. Het was, zou je kunnen zeggen, een feest van emancipatie.
     Ik heb even getwijfeld of ik het bericht zou doorsturen naar een feministische vriendin. Misschien kon ik haar daarmee een plezier doen. Maar toen las ik wat de aanleiding van het duel was: een meningsverschil over bloemschikking. Misschien vond mijn vriendin dat wel een kwalijke stereotypering 


Anja Meulenbelt
      Anja Meulenbelt heeft dus de PC Hooftprijs voor beschouwende literatuur gewonnen. Mijn vrouw vertelt dat ze op haar werk een duidelijke generatiekloof vaststelt. De wat ouderen kennen Anja Meulenbelt al heel hun leven, de jongere generatie hoort nu voor het eerst naam.
      Ikzelf behoor tot de Amada-generatie. Wij lazen De schaamte voorbij op onze manier. Uiteraard hadden wij ook belangstelling voor Anja’s zoektocht naar het ultieme orgasme, maar we lazen het vooral als een afrekening met het maoïstische milieu in Nederland, dat, onder ons gezegd, nog veel erger was dan dat in Vlaanderen. Maar wat Anja daarover schreef was toch ‘de schaamte voorbij.’ Zelfs als het waar was wat ze schreef – en het wás waar – mocht je dat niet schrijven. Je speelde ermee in de kaart van de klassevijand. De titel had moeten zijn: Ik moest beschaamd zijn.
     Zoveel jaren later stel ik vast dat ik niet op mijn tegel ben blijven staan. Anja wel. Aan het einde van De schaamte voorbij was ze nog maar een halve maoïste meer. En dat is ze nog altijd geloof ik. 

Jane Austen
     Op 16 december vierden Janeites de 250ste geboortedag van de schrijfster. De zeer belezen Dirk Ooms plaatste op zijn FB-pagina een fragment van W.H. Auden dat ik niet kende (of vergeten was). In het fragment is ‘you’ de schandaalauteur Lord Byron en ‘she’ Jane Austen.

        You could not shock her more than she shocks me;
        Beside her Joyce seems innocent as grass.

     Ik voel precies wat Auden bedoelt. Joyce is een naïeve romanticus die zichzelf heeft moeten overwinnen om de werkelijkheid te zien zoals ze is. Hij wil die overwinning op zichzelf heel graag laten blijken. Maar Jane Austen lijkt als een keiharde realiste geboren te zijn. Ze voelt geen behoefte om illusies te bestrijden. Illusies zijn haar speelgoed. 


Palestina en de ‘westerse christenen’
     Op de opiniepagina’s van De Standaard staat op de vooravond van Kerstmis een opvallende, maar ook voorspelbare kop: ‘Kindeke Jezus tussen de puinhopen.’ Die puinhopen zijn natuurlijk die van Gaza. Het is echter de inleiding van het stuk dat mijn aandacht trekt: ‘Was Jezus vandaag geboren,’ schrijft Lofti Hamidi, dan lijdt het geen twijfel aan welke kant van de muur hij zich zou bevinden. Wrang dat juist westerse christenen zich achter de onderdrukker scharen.’ 
     Wat is er nu weer aan de hand met de westerse christenen?
      Ik lees snel het stuk. ‘Hoe een aanzienlijk deel van de westerse christenen … pal achter Israël staat vanwege een Bijbelse voorspelling over het einde der tijden.’ Het einde der tijden? Ik ken niet veel christenen in mijn onmiddellijke omgeving die dáármee bezig zijn. Ik ken ook niet veel mensen van wie het Israël- of Palestina-standpunt van dat apocalyptisch visioen afhangt. Misschien in Amerika? Je weet maar nooit met die gekke predikanten. Maar wat doet die verwijzing dan plompverloren in de lead van een Vlaams krantenartikel?


Parsen
     Omdat ik soms artikels van Quillette aanklik, kreeg ik in mijn mailbox een kerstboodschap van managing editor Iona Italia. Het begon als volgt:  

Dear Philippe, even though personally I’m a non-believer—and as a Parsi, the god I don’t believe in is the Zoroastrian deity, Ahura Mazda—I’ve never gone a year without celebrating Christmas.   

    Dat bijzinnetje met as a Parsi was fraai gezegd. Onmiddellijk moest ik denken aan het gedicht van J.H. Leopol– eigenlijk een vertaling van Al-Ma’arri (973-1057):

            Christenen, Joden, Parsen, Moslemin
            zij dolen allen; voor wie toe wil zien,
            vervalt de ganse mensheid slechts in tweeën,
            twee soorten enkel worden er ontdekt:
            intelligente mensen zonder vroomheid
            en vrome mensen zonder intellect.


 Moderne woorden als narratief en iconisch
      Van sommige moderne woorden die uit het Amerikaans komen overgewaaid weet ik dat ik ze nooit zal gebruiken. Maar er zijn twijfelgevallen. ‘Iconisch’ zou ik niet gebruiken als synoniem van ‘belangrijk’, maar van Diane Keaton of Vivian Leigh zou ik wel durven schrijven dat hun naam vastgeklonken is aan een ‘iconische’ film. De betekenis is dan ‘belangrijk voor een vorige generatie.’ Over dertig jaar zou men de Harry Potter-boeken en films van mij ‘iconisch’ mogen noemen.
     ‘Narratief’ is ook zo’n twijfelgeval. Ik zou het gebruiken in de betekenis van ‘framing’, maar zonder negatieve bijbetekenis. Iets als: ‘een bepaalde versie van de feiten.’ Maar ik zou vermijden om, zoals Heleen Debruyne (DS – Terugblik 2025), te spreken van een ‘neoliberaal narratief’. De journaliste die het interview van Debruyne afneemt gebruikt het woord ook zo. Ze spreekt van de ‘narratieven van de goede moeder’. Ik zou in die gevallen spreken van ‘ideologie’, al is dat ook geen mooi woord. 

 

Expertologen
     Wetenschapsredacteur Maxie Eckert bespreekt (DS 27/12) de verantwoordelijkheid van de journalist die een expert aan het woord laat. ‘Quoting a scientist is not the same as quoting science.’ Men had in de corona-periode te veel stamcelonderzoekers, gezondheidseconomen en amateurrekenaars aan het woord gelaten die

geen deel waren van een wetenschapsgemeenschap waarin de nieuwste inzichten werden gewikt en gewogen. Ze waren buitenstaanders … Laat dit een pleidooi zijn om de experts die we een forum geven, kritisch te selecteren en om te toetsen hoe hun uitspraken zich verhouden tot de collectieve kennis van de wetenschapsgemeenschap. Om je als journalist goed in te lezen en je bullshitdetector fijn af te stellen. Om tijdens het gesprek de expert naar bewijslast voor gedurfde stellingen te vragen.

     Dat zijn terechte opmerkingen, maar het is moeilijk om uit de cercle vicieux te raken. De journalist is immers zelf ook geen lid van de wetenschapsgemeenschap. Hij kan dan ook moeilijk de ‘bewijslast’ evalueren die elke expert ongetwijfeld kan op tafel kan leggen. Ik zou dan ook vooral een brede selectie van experts bepleiten. De wetenschappen waar kranten over berichten zijn vaak van de minder exacte soort, sterk leunend op statistiek en niet altijd makkelijk te scheiden van ideologische vooroordelen. Ik denk aan gezondheidswetenschappen, economie, sociologie, politicologie. Ik besef het gevaar van een onkritische keuze bij het zoeken naar de beste experten, maar ik ben nog banger van een eenzijdige keuze.


Boekenlijstjes
     De Standaard (27/11) publiceert twee top-tienlijstjes die door lezers zijn samengesteld. Het eerste lijstje dateert van 1957 en bevat de ‘belangrijkste Nederlandstalige boeken’ tussen 1900-1950. Het tweede lijstje is er een van de huidige lezers en beslaat de jaren 2000-2025. Van het eerste lijstje heb ik alle boeken gelezen, behalve één. Van het tweede lijstje heb ik geen enkel boek gelezen, behalve één. Ik moet eraan toevoegen dat het nieuwe lijstje één titel bevat die ik van plan ben om binnenkort te lezen, en dat ik de meeste boeken van het oude lijstje onder dwang van leraren en professoren heb gelezen. Die oude boeken worden aangevoerd door De Vlaschaard van Stijn Streuvels. Volgens mijn eigen definitie is dat een ‘iconisch’ boek. Het was geloof ik de enige boektitel die mijn grootmoeder kende, al las ze dagelijks in La Libre Belgique en las ze maandelijks de Nederlandse Readers’ Digest van kaft tot kaft.
     Ook in een vorige Standaard (20/11) stonden boekenlijstjes. 70 ervaren lezers, vooral journalisten en occasionele medewerkers van de krant, mochten hun boek van het jaar, en hun boek van de voorbije 25 jaar voorstellen. Eigenaardig genoeg waren twee titels populair die ik dit jaar wél gelezen had. Als Rusland wint van Carlo Masala is een dun boekje dat ik staande in een boekenwinkel heb gelezen. Het ontvouwt een scenario van wat er gebeurt als Rusland in Oekraïne wint. Spoiler: Esland wordt aangevallen en de Nato durft niet reageren. Het andere boek was Het complot tegen Amerika van Philip Roth. Ik heb het gelijktijdig met mijn vrouw gelezen: zij op papier en ik op mijn reader. Het is natuurlijk goed geschreven, slim gestructureerd met af en toe een korte of uitgebreide vooruitblik op de rest van het verhaal. Maar het boek heeft mij ook aan het denken gezet over begrippen als identiteit, integratie en assimilatie. Dat die identiteit in dit geval de Joodse is, doet niet erg ter zake. 


Thierry Breton
      De Verenigde Staten hebben natuurlijk het recht om Thierry Breton* een inreisverbod op te leggen. Toen ik voor het eerst naar de VS reisde heb ik een verklaring moeten ondertekenen dat ‘I am not and have never been a member of the Communist Party’. Dat is misschien een beetje kleinzielig van de Amerikanen, maar het is hun recht. En ik ga nu zeker ook Breton niet verdedigen, zoals Hans Cottyn doet (DS 27/12):

Thierry Breton is het brein achter de Digital Service Act, de Europese regelgeving die Musk & Co een doorn in het oog is. De Amerikanen noemen democratisch tot stand gekomen wetten al snel censuur … De online haat en desinformatie aan banden leggen, is één van de essentiële taken van de overheid die wil voorkomen dat een samenleving uit elkaar valt.

         Als de Amerikanen het aan banden leggen van ‘online haat en desinformatie’ censuur noemen, hebben ze gelijk, ook als dat gebeurt met democratisch tot stand gekomen wetten. In een ander stuk van dezelfde krant wordt betreurd dat miljardair Bolloré een deel van de Franse media in handen heeft. 

Ideeën die lang taboe waren, voeden via Bolloré’s media hun weg naar het publieke vocabulaire. Termen als ‘grand remplacement’ werden genormaliseerd. 

     Zou de overheid, in de redenering van Cottyn, ook dié vormen van ‘haat en desinformatie’ aan banden moeten leggen? En welke andere taboes moeten er dan nog in stand worden gehouden?

*Zie mijn eerder stukje over Breton, met een verwijzing naar de fameuze brief die de eurocommissaris indertijd stuurde naar Elon Musk. (hier)


Het verdeelde Trump-kamp
     Het interview met de rechtse, maar Trump-kritische, ideoloog Richard Hanania (DS 27/12) is grotendeels mislukt. Dat kan aan de interviewer, de geïnterviewde of aan de omstandigheden van het interview liggen. Toch bevat het interessante informatie over de verdeeldheid in het populistische kamp, en met name over het Epstein-dossier. Daarover zegt Hanania:

Dat is echt een onderwerp waarover Trump niet op één lijn zit met zijn achterban. Trump zegt: vergeet dit toch. Maar veel Republikeinen  en consumenten van rechtse media zijn erdoor geobsedeerd.

     Dat is een zwak punt van de populisten. Ze kunnen hun achterban opstoken met praatjes over Hillary Clinton die deel uitmaakt van een pedofilienetwerk, maar zulke mensen zijn geneigd om álle praatjes over pedofilienetwerken te geloven. 


De Boose en de rampen.
     
Johan De Boose is niet bang van een Russische agressie. Ook tijdens de Koude Oorlog was hij er gerust in.        

Geloven we echt, vraag ik mij dagelijks af, dat er straks een kolossale troepenmacht uit het land van Ivan de Verschrikkelijke op het marktplein zal verschijnen, die onze vrouwen zal ontvoeren, onze mannen ontmannen en onze huizen slopen? Nee, dat zal niet gebeuren, lieve mensen. Het is al veel, veel erger.

     Hoezo? Wat is er erger dan de verkrachting van onze vrouwen, de castratie van onze mannen en de vernietiging van onze huizen? De Boose weet het antwoord: de klimaatramp (‘de bom tikt’), de migratieramp (‘fascistische straffen voor wie illegalen steunt’) de genocideramp (‘eeuwenoude dilemma’s die evenmin met tomeloos geweld worden opgelost’), 

en boven op dit alles, op nummer één van alle rampen, prijkt de big brother technologie die ons met hoerige listen manipuleert en ons op hybride manieren verkracht, ontmant en sloopt. 

     De enige ramp waar ik direct en dagelijks mee te maken heb is de technologieramp, en ik zou niet durven beweren dat die ‘veel, veel erger’ is dan wat zich bijvoorbeeld afspeelt aan het front in Oekraïne.