Ik behoor tot de generatie die Brigitte Bardot net gemist heeft. Et Dieu créa la femme is van 1956 en toen was ik juist één jaar oud. Het succeslied Brigitteee-Bardot-Bardot is van 1961, alhoewel het ook enkele jaren later nog op de jukebox gekozen werd. Ik heb slechts enkele van haar latere films gezien, waarvan L’ours et la poupée mij nog het beste is bijgebleven. Ik ben gevoelig voor het ‘icoon’ dat ze geweest is, maar ook weer niet zo gevoelig. Er is een televisieserie Bardot waarvan ik de eerste drie of vier afleveringen gezien heb, maar ik voelde niet de noodzaak om ze allemaal te bekijken.
Moest ik nu, bij haar dood, een stukje over Bardot schrijven?
En dan zag ik de kop in De Standaard. ‘Brigitte Bardot (1934-2025), het boegbeeld van de seksuele revolutie, gleed af in haat.’ Ik vind die titel niet erg kies. Ik wil ook uitleggen waarom. Het heeft allemaal met nuancering te maken. Dat de latere Bardot sympathie had voor het extreemrechtse Front en later Rassemblement national is bekend. Maar dan. Er is, geloof ik, een onderscheid tussen volgende beweringen: - (1) extreemrechts stimuleert ressentiment tegen immigranten
- (2) extreemrechts drijft op haat
- (3) extreemrechts heeft haat als enige drijfveer
- (4) haat is de reden waarom Bardot sympathie voelde voor extreemrechts.
De Standaard-kop is verklaarbaar vanuit een bepaalde politieke analyse aangaande extreemrechts, maar ook vanuit een keuze voor sterke emoties. En daar komt bij dat de korte formulering, die voor een kop noodzakelijk is, alles nog aanscherpt: ‘haat’ zonder uitleg van wát gehaat wordt. Dan wordt die ‘haat’ de hele persoon. En dan nog ‘afglijden’ in die haat - of laten we zeggen in een ‘poel van haat’. Met een kop als ‘Brigitte Bardot, het boegbeeld van de seksuele revolutie werd later een sympathisante van extreemrechts,’ had ik minder problemen gehad.
Het artikel ónder de kop biedt overigens enige ondersteuning van de boodschap onder (4). Steven De Foer benadrukt dat Bardot een ‘middelmatige’ actrice was; hij schrijft over de ‘mensenhaat’ van Bardot, en dat ze
zes keer veroordeeld voor het aanzetten tot rassenhaat. Bardot deed krasse uitspraken over moslims (‘Onze voorouders hebben niet voor niets eeuwenlang strijd tegen hen geleverd, moeten we ons door een buitenlandse overbevolking uit ons eigen land laten jagen?’), homo’s (‘laag-bij-de-grondse flikkers’, ‘kermisfenomenen’), werklozen (‘profiteurs’) en … moderne vrouwen (‘vrouwen bij de politie of in het leger, nonsens, de plaats van de vrouw is in het bed van een man’).
Dat zijn geen uitspraken die ik zou doen, alhoewel ik vermoed dat die over homo’s meer met de Gay Pride-parades te maken had. Maar zelfs hier spreek ik niet graag over ‘haat’. Of neem die werklozen-uitspraak. Ik ken een aantal concrete mensen die een aantal andere concrete mensen als ‘profiteurs’ beschouwen wegens hun zelfgekozen langdurige werkloosheid. Maar dat is geen ‘haat’. Daar zijn mensen bij die samen aan de kersttafel zitten.
Als ik het artikel van De Foer lees, zou ik ook kunnen concluderen dat hij Bardot ‘haat’. Uit zijn artikels over Trump zou ik dat nog makkelijker kunnen concluderen, dat hij Trump ‘haat’. Maar ik zou nooit een kop verzinnen van ‘De Foer glijdt af in haat.’
De Foer schrijft over Bardot
Haar rapport is complex, het eindcijfer hangt af van antwoorden op moeilijke vragen. Is de ware feministe zij die het recht opeist om door mannen niet als lustobject gezien te worden, of juist zij die het recht opeist haar seksualiteit te etaleren, en er plezier, macht en geld uit te putten? Waar ligt de grens tussen vrije meningsuiting en haatzaaierij?
Die laatste retorische vraag, over vrije meningsuiting en haatzaaierij, doet mijn bloed koken. Maar ik vind niet dat ik De Foer daarom ‘haat’. Ik koester geen haat tegen mensen die het vrije woord onvoldoende ruim interpreteren. Ik word wel onredelijk boos als ze hun ongelijk en hun onderliggende onverdraagzaamheid niet willen inzien. En zo'n onredelijke boosheid kan omslaan in ‘haat', dat is waar. Daar moeten we allemaal voor oppassen.
***
Nu had ik echt-eerlijk-ik-zweer-het-op-mijn-communiezieltje gedacht dat De Standaard van maandag, na rijp beraad, de scherpe online-kop van zondag zou vervangen door een afgezwakte versie. Maar nee. Het blijft dezelfde. En sterker nog: die kop wordt zelfs overgenomen op de voorpagina.
‘Het boegbeeld van de seksuele revolutie gleed af in haat.’
Het is natuurlijke ook een kwestie van generaties: boomers tegen de rest. Dat heeft De Foer in zijn Bardot-artikel althans juist opgemerkt:
Conservatieve Fransen houden van Bardot omdat “de tijd dat we BB nog choquerend vonden” pure nostalgie geworden is voor hen. Of zelfs een model van authentieke Franse vrijgevochtenheid tegen de vaak preutsere normen van moslims of andere culturen die hun plaats in Europa opeisen.
Maar voor jongere generaties van min of meer linkse signatuur is BB nu eenmaal in de eerste plaats ‘iemand die bevriend was met Jean-Marie Le Pen.’ En het zijn die jongere generaties die de redactielokalen van de meeste kranten bevolken, en zeker in Vlaanderen.
Maar dan nog blijft het probleem van kiesheid. Niemand verwacht vandaag nog een necrologie in de traditie van ‘over de doden niets dan goed’. Schaduwzijden – of wat daarvoor moet doorgaan – mogen vernoemd worden. Het artikel zelf van De Foer blijft op dat vlak binnen het perken der redelijkheid. De voornaamste aandacht gaat naar de filmcarrière van Bardot en naar de invloed die ze gehad heeft op het culturele klimaat; en slechts twee alinea’s brengen haar extreemrechts engagement ter sprake.
Maar de verwoording in de kop blijft mij dwars zitten. Hij is uniek, geloof ik, zowel in de Vlaamse als in de internationale pers. Vergelijk maar:
- Het Laatste Nieuws: Tot haar 91ste aanbeden voor wie ze op haar 22 was.
- De Morgen: Afscheid van Brigitte Bardot
- Het Nieuwsblad: Meer dan een sekssymbool
- Le Figaro: L’icône du cinéma français est morte
- Le Monde: L’histoire d’une icône.
- Libération: Bye-bye BB
- La Dépêche du Midi: La France pleure une icône.
- France-info: Star mondiale du cinéma et militante infatigable de la cause animale
- The New York Times: French Movie Icon Who Renounced Stardom
- The Washington Post: French femme fatale and cultural phenomenon
- Los Angeles Times: France's prototype of liberated female sexuality
- Die Welt: Das ungezähmte Leben
- Der Spiegel: Frankreichs größter Star ist tot
- Neue Zürcher Zeitung: Die letzte Leinwandgöttin
Er zijn in dezelfde (en andere) kranten soms bijkomende koppen of leads waarin allusies worden gemaakt op het politiek engagement Bardot.
- De Tijd: Frans mode-icoon en controversiële persoonlijkheid
- De Morgen: Van filmicoon tot omstreden stem
- Het Nieuwsblad: De mooiste vrouw ter wereld die ook lelijke kantjes had
- Gazet van Antwerpen: Actrice, sekssymbool, dierenrechtenactiviste, en allesbehalve onomstreden
- Le Figaro: Ardente patriote
- Neue Zürcher Zeitung: Sie beendete ihre Karriere … und geriet anschließend vor allem mit politischen Äusserungen in Verruf.
We kunnen nu lachen met hypocriete clichés als ‘controversieel’, ‘omstreden’ en ‘allesbehalve onomstreden’. Maar bij een overlijden heb ik die liever. Op dergelijke momenten zijn clichés gepast. Als Noam Chomsky straks overlijdt, zal er ook wel hier en daar een kop zijn die het woord ‘omstreden’ gebruikt. Daar moeten vriend en vijand mee kunnen leven. Maar dat de formule ‘afglijden in haat’ bewaard bleef in de papieren versie van De Standaard, en de hoofdpagina haalde, dat zal mij nog een poosje blijven verwonderen. En ook natuurlijk dat men aanstoot nam aan sommige ideeën van Bardot, maar niet aan het feit dat ze daarvoor veroordeeld werd.
* Zo werd Bardot in 2001 in Cassatie veroordeeld voor haar ‘Lettre ouverte à ma France perdue.’ Die brief bevatte onder andere volgende passage:
‘Et puis voilà que mon pays, la France, ma patrie, ma terre, est de nouveau envahie, avec la bénédiction de nos gouvernants successifs, par une surpopulation étrangère, notamment musulmane, à laquelle nous faisons allégeance ! Au droits desquels nous nous plions avec soumission.
De ce débordement islamique nous devons subir à nos corps défendants toutes les traditions, pour beaucoup les mauvaises interprétations de leur religion et le mépris de l'ordre public devant lequel nos dirigeants politiques se soumettent avec une lâcheté qui n'a d'égale que leur trouille.’