Mijn dagelijkse portie linkse FB-posts
Op mijn FB-feed krijg ik dagelijks enkele groen-linkse posts te zien. De meeste lees ik zonder ergernis of leedvermaak, terwijl dat toch gevoelens zijn die mij wel eens overvallen bij het lezen van krantencommentaren en stukken in het opiniekatern van De Standaard. Soms voel ik bij die groen-linkse tweets een soort schaamte, en stel ik mij de vraag: ben ik ook zo geweest? Maar bij de stukjes van D. bijvoorbeeld stel ik mij die vraag nooit. Daar weet ik het antwoord: ja, ik ben ook zo geweest, met precies dezelfde mengeling van emotionaliteit, moralisme en absolute zekerheden. Mijn vroegere ik is het met alles eens wat hij schrijft, behalve met zijn halfzachte meningen over onderwijs.
Laatst vertelde hij dat hij wat snotterde en daarmee naar de dokter ging. Die liet hem kiezen: thuisblijven of gaan werken. De eerste reactie van D. was om te gaan werken. Hij is leraar, en zo kort voor de examens, zou hij het gevoel hebben dat hij zijn leerlingen in de steek liet. Maar toen bedacht hij dat zo’n houding van weinig solidariteit getuigde met de zieken die nu ‘door de rechtse regering aan het werk worden gejaagd.’ Hij onderdrukte zijn ‘kleinburgerlijke’ reflex en bleef thuis. Ik zou geloof ik ook zo geredeneerd hebben.
Op mijn FB-feed zag ik op verschillende plaatsen iets verschijnen over een merkwaardig duel op de degen dat zou zijn uitgevochten in 1892 tussen prinses Pauline Meternich en gravin Anastasia Kielmansegg. Ik heb niet gecontroleerd of het echt gebeurd is. Dat factchecken heeft vandaag veel van zijn charme verloren omdat het zo gemakkelijk geworden is, en bovendien: si non e vero … Sommige verhalen, zegt Karel van het Reve, zijn te mooi om ze op hun waarheidsgehalte te controleren.
Een pikant detail in het verhaal is dat de vrouwen met ontbloot bovenlijf vochten, om te vermijden dat bij verwonding stukjes tekstiel in het lichaam kwamen. Zoiets kon in die tijd voor dodelijke infecties zorgen. Fatsoenshalve waren dus ook geen mannen aanwezig, maar alleen vrouwen die optraden als secondant en als medische hulpverlener. Het was, zou je kunnen zeggen, een feest van emancipatie.
Ik heb even getwijfeld of ik het bericht zou doorsturen naar een feministische vriendin. Misschien kon ik haar daarmee een plezier doen. Maar toen las ik wat de aanleiding van het duel was: een meningsverschil over bloemschikking. Misschien vond mijn vriendin dat wel een kwalijke stereotypering
Anja Meulenbelt heeft dus de PC Hooftprijs voor beschouwende literatuur gewonnen. Mijn vrouw vertelt dat ze op haar werk een duidelijke generatiekloof vaststelt. De wat ouderen kennen Anja Meulenbelt al heel hun leven, de jongere generatie hoort nu voor het eerst naam.
Ikzelf behoor tot de Amada-generatie. Wij lazen De schaamte voorbij op onze manier. Uiteraard hadden wij ook belangstelling voor Anja’s zoektocht naar het ultieme orgasme, maar we lazen het vooral als een afrekening met het maoïstische milieu in Nederland, dat, onder ons gezegd, nog veel erger was dan dat in Vlaanderen. Maar wat Anja daarover schreef was toch ‘de schaamte voorbij.’ Zelfs als het waar was wat ze schreef – en het wás waar – mocht je dat niet schrijven. Je speelde ermee in de kaart van de klassevijand. De titel had moeten zijn: Ik moest beschaamd zijn.
Zoveel jaren later stel ik vast dat ik niet op mijn tegel ben blijven staan. Anja wel. Aan het einde van De schaamte voorbij was ze nog maar een halve maoïste meer. En dat is ze nog altijd geloof ik.
Jane Austen
Op 16 december vierden Janeites de 250ste geboortedag van de schrijfster. De zeer belezen Dirk Ooms plaatste op zijn FB-pagina een fragment van W.H. Auden dat ik niet kende (of vergeten was). In het fragment is ‘you’ de schandaalauteur Lord Byron en ‘she’ Jane Austen.
You could not shock her more than she shocks me;
Beside her Joyce seems innocent as grass.
Ik voel precies wat Auden bedoelt. Joyce is een naïeve romanticus die zichzelf heeft moeten overwinnen om de werkelijkheid te zien zoals ze is. Hij wil die overwinning op zichzelf heel graag laten blijken. Maar Jane Austen lijkt als een keiharde realiste geboren te zijn. Ze voelt geen behoefte om illusies te bestrijden. Illusies zijn haar speelgoed.
Palestina en de ‘westerse christenen’
Op de opiniepagina’s van De Standaard staat op de vooravond van Kerstmis een opvallende, maar ook voorspelbare kop: ‘Kindeke Jezus tussen de puinhopen.’ Die puinhopen zijn natuurlijk die van Gaza. Het is echter de inleiding van het stuk dat mijn aandacht trekt: ‘Was Jezus vandaag geboren,’ schrijft Lofti Hamidi, ‘dan lijdt het geen twijfel aan welke kant van de muur hij zich zou bevinden. Wrang dat juist westerse christenen zich achter de onderdrukker scharen.’
Wat is er nu weer aan de hand met de westerse christenen?
Ik lees snel het stuk. ‘Hoe een aanzienlijk deel van de westerse christenen … pal achter Israël staat vanwege een Bijbelse voorspelling over het einde der tijden.’ Het einde der tijden? Ik ken niet veel christenen in mijn onmiddellijke omgeving die dáármee bezig zijn. Ik ken ook niet veel mensen van wie het Israël- of Palestina-standpunt van dat apocalyptisch visioen afhangt. Misschien in Amerika? Je weet maar nooit met die gekke predikanten. Maar wat doet die verwijzing dan plompverloren in de lead van een Vlaams krantenartikel?
Parsen
Omdat ik soms artikels van Quillette aanklik, kreeg ik in mijn mailbox een kerstboodschap van managing editor Iona Italia. Het begon als volgt:
Dear Philippe, even though personally I’m a non-believer—and as a Parsi, the god I don’t believe in is the Zoroastrian deity, Ahura Mazda—I’ve never gone a year without celebrating Christmas.
Dat bijzinnetje met ‘as a Parsi’ was fraai gezegd. Onmiddellijk moest ik denken aan het gedicht van J.H. Leopold – eigenlijk een vertaling van Al-Ma’arri (973-1057):
Christenen, Joden, Parsen, Moslemin
zij dolen allen; voor wie toe wil zien,
vervalt de ganse mensheid slechts in tweeën,
twee soorten enkel worden er ontdekt:
intelligente mensen zonder vroomheid
en vrome mensen zonder intellect.
Moderne woorden als narratief en iconisch
Van sommige moderne woorden die uit het Amerikaans komen overgewaaid weet ik dat ik ze nooit zal gebruiken. Maar er zijn twijfelgevallen. ‘Iconisch’ zou ik niet gebruiken als synoniem van ‘belangrijk’, maar van Diane Keaton of Vivian Leigh zou ik wel durven schrijven dat hun naam vastgeklonken is aan een ‘iconische’ film. De betekenis is dan ‘belangrijk voor een vorige generatie.’ Over dertig jaar zou men de Harry Potter-boeken en films van mij ‘iconisch’ mogen noemen.
‘Narratief’ is ook zo’n twijfelgeval. Ik zou het gebruiken in de betekenis van ‘framing’, maar zonder negatieve bijbetekenis. Iets als: ‘een bepaalde versie van de feiten.’ Maar ik zou vermijden om, zoals Heleen Debruyne (DS – Terugblik 2025), te spreken van een ‘neoliberaal narratief’. De journaliste die het interview van Debruyne afneemt gebruikt het woord ook zo. Ze spreekt van de ‘narratieven van de goede moeder’. Ik zou in die gevallen spreken van ‘ideologie’, al is dat ook geen mooi woord.
Expertologen
Wetenschapsredacteur Maxie Eckert bespreekt (DS 27/12) de verantwoordelijkheid van de journalist die een expert aan het woord laat. ‘Quoting a scientist is not the same as quoting science.’ Men had in de corona-periode te veel stamcelonderzoekers, gezondheidseconomen en amateurrekenaars aan het woord gelaten die
geen deel waren van een wetenschapsgemeenschap waarin de nieuwste inzichten werden gewikt en gewogen. Ze waren buitenstaanders … Laat dit een pleidooi zijn om de experts die we een forum geven, kritisch te selecteren en om te toetsen hoe hun uitspraken zich verhouden tot de collectieve kennis van de wetenschapsgemeenschap. Om je als journalist goed in te lezen en je bullshitdetector fijn af te stellen. Om tijdens het gesprek de expert naar bewijslast voor gedurfde stellingen te vragen.
Dat zijn terechte opmerkingen, maar het is moeilijk om uit de cercle vicieux te raken. De journalist is immers zelf ook geen lid van de wetenschapsgemeenschap. Hij kan dan ook moeilijk de ‘bewijslast’ evalueren die elke expert ongetwijfeld kan op tafel kan leggen. Ik zou dan ook vooral een brede selectie van experts bepleiten. De wetenschappen waar kranten over berichten zijn vaak van de minder exacte soort, sterk leunend op statistiek en niet altijd makkelijk te scheiden van ideologische vooroordelen. Ik denk aan gezondheidswetenschappen, economie, sociologie, politicologie. Ik besef het gevaar van een onkritische keuze bij het zoeken naar de beste experten, maar ik ben nog banger van een eenzijdige keuze.
Boekenlijstjes
De Standaard (27/11) publiceert twee top-tienlijstjes die door lezers zijn samengesteld. Het eerste lijstje dateert van 1957 en bevat de ‘belangrijkste Nederlandstalige boeken’ tussen 1900-1950. Het tweede lijstje is er een van de huidige lezers en beslaat de jaren 2000-2025. Van het eerste lijstje heb ik alle boeken gelezen, behalve één. Van het tweede lijstje heb ik geen enkel boek gelezen, behalve één. Ik moet eraan toevoegen dat het nieuwe lijstje één titel bevat die ik van plan ben om binnenkort te lezen, en dat ik de meeste boeken van het oude lijstje onder dwang van leraren en professoren heb gelezen. Die oude boeken worden aangevoerd door De Vlaschaard van Stijn Streuvels. Volgens mijn eigen definitie is dat een ‘iconisch’ boek. Het was geloof ik de enige boektitel die mijn grootmoeder kende, al las ze dagelijks in La Libre Belgique en las ze maandelijks de Nederlandse Readers’ Digest van kaft tot kaft.
Ook in een vorige Standaard (20/11) stonden boekenlijstjes. 70 ervaren lezers, vooral journalisten en occasionele medewerkers van de krant, mochten hun boek van het jaar, en hun boek van de voorbije 25 jaar voorstellen. Eigenaardig genoeg waren twee titels populair die ik dit jaar wél gelezen had. Als Rusland wint van Carlo Masala is een dun boekje dat ik staande in een boekenwinkel heb gelezen. Het ontvouwt een scenario van wat er gebeurt als Rusland in Oekraïne wint. Spoiler: Esland wordt aangevallen en de Nato durft niet reageren. Het andere boek was Het complot tegen Amerika van Philip Roth. Ik heb het gelijktijdig met mijn vrouw gelezen: zij op papier en ik op mijn reader. Het is natuurlijk goed geschreven, slim gestructureerd met af en toe een korte of uitgebreide vooruitblik op de rest van het verhaal. Maar het boek heeft mij ook aan het denken gezet over begrippen als identiteit, integratie en assimilatie. Dat die identiteit in dit geval de Joodse is, doet niet erg ter zake.
Thierry Breton
De Verenigde Staten hebben natuurlijk het recht om Thierry Breton* een inreisverbod op te leggen. Toen ik voor het eerst naar de VS reisde heb ik een verklaring moeten ondertekenen dat ‘I am not and have never been a member of the Communist Party’. Dat is misschien een beetje kleinzielig van de Amerikanen, maar het is hun recht. En ik ga nu zeker ook Breton niet verdedigen, zoals Hans Cottyn doet (DS 27/12):
Thierry Breton is het brein achter de Digital Service Act, de Europese regelgeving die Musk & Co een doorn in het oog is. De Amerikanen noemen democratisch tot stand gekomen wetten al snel censuur … De online haat en desinformatie aan banden leggen, is één van de essentiële taken van de overheid die wil voorkomen dat een samenleving uit elkaar valt.
Als de Amerikanen het aan banden leggen van ‘online haat en desinformatie’ censuur noemen, hebben ze gelijk, ook als dat gebeurt met ‘democratisch tot stand gekomen wetten.’ In een ander stuk van dezelfde krant wordt betreurd dat miljardair Bolloré een deel van de Franse media in handen heeft.
Ideeën die lang taboe waren, voeden via Bolloré’s media hun weg naar het publieke vocabulaire. Termen als ‘grand remplacement’ werden genormaliseerd.
Zou de overheid, in de redenering van Cottyn, ook dié vormen van ‘haat en desinformatie’ aan banden moeten leggen? En welke andere taboes moeten er dan nog in stand worden gehouden?
*Zie mijn eerder stukje over Breton, met een verwijzing naar de fameuze brief die de eurocommissaris indertijd stuurde naar Elon Musk. (hier)
Het verdeelde Trump-kamp
Het interview met de rechtse, maar Trump-kritische, ideoloog Richard Hanania (DS 27/12) is grotendeels mislukt. Dat kan aan de interviewer, de geïnterviewde of aan de omstandigheden van het interview liggen. Toch bevat het interessante informatie over de verdeeldheid in het populistische kamp, en met name over het Epstein-dossier. Daarover zegt Hanania:
Dat is echt een onderwerp waarover Trump niet op één lijn zit met zijn achterban. Trump zegt: vergeet dit toch. Maar veel Republikeinen en consumenten van rechtse media zijn erdoor geobsedeerd.
Dat is een zwak punt van de populisten. Ze kunnen hun achterban opstoken met praatjes over Hillary Clinton die deel uitmaakt van een pedofilienetwerk, maar zulke mensen zijn geneigd om álle praatjes over pedofilienetwerken te geloven.
De Boose en de rampen.
Johan De Boose is niet bang van een Russische agressie. Ook tijdens de Koude Oorlog was hij er gerust in.
Geloven we echt, vraag ik mij dagelijks af, dat er straks een kolossale troepenmacht uit het land van Ivan de Verschrikkelijke op het marktplein zal verschijnen, die onze vrouwen zal ontvoeren, onze mannen ontmannen en onze huizen slopen? Nee, dat zal niet gebeuren, lieve mensen. Het is al veel, veel erger.
Hoezo? Wat is er erger dan de verkrachting van onze vrouwen, de castratie van onze mannen en de vernietiging van onze huizen? De Boose weet het antwoord: de klimaatramp (‘de bom tikt’), de migratieramp (‘fascistische straffen voor wie illegalen steunt’) de genocideramp (‘eeuwenoude dilemma’s die evenmin met tomeloos geweld worden opgelost’),
en boven op dit alles, op nummer één van alle rampen, prijkt de big brother technologie die ons met hoerige listen manipuleert en ons op hybride manieren verkracht, ontmant en sloopt.
De enige ramp waar ik direct en dagelijks mee te maken heb is de technologieramp, en ik zou niet durven beweren dat die ‘veel, veel erger’ is dan wat zich bijvoorbeeld afspeelt aan het front in Oekraïne.

