zaterdag 3 januari 2026

Elchardus en de vrije meningsuiting

     Mark Elchardus schreef een schitterende stuk op Doorbraak ter verdediging van de vrije meningsuiting*. Die wordt vooral bedreigd door wetgeving van 1981 om ‘aanzetten tot haat’ te bestrijden. Elchardus neemt vooral aanstoot aan de gebrekkige evaluatie van de wet. Er werd een evaluatiecommissie ingesteld  die in 2022 een eindverslag indiende. Daarin stond dat er onvoldoende gegevens waren om de doeltreffendheid van de wet te beoordelen, maar stelt tegelijk voor om de middelen uit te breiden om de wet af te dwingen. Elchardus stelt daarbij een aantal vragen die een uitgangspunt kunnen zijn voor onderzoek, bezinning of debat.

  • Waarom moet eenzelfde misdaad zwaarder gestraft worden als hij uit ‘haat’ werd gepleegd?
  • Hoe kan een rechter oordelen dat een misdrijf uit ‘haat’ werd gepleegd?
  • Hoe kan een rechter oordelen dat een boodschap daadwerkelijk ‘aangezet’ heeft tot ‘haat’?
  • Heeft een mens niet het recht om te ‘haten’, zolang hij geen geweld pleegt of discrimineert? 
  • Waarom schrijft de commissie dat een ‘haatboodschap’ schadelijker is dan de discriminatie zelf? Is ‘boem’ roepen erger dan iets in de lucht blazen?
  • Waarom introduceert de evaluatiecommissie de modieuze begrippen als ‘cyberhaat’ en ‘intersectionaliteit’? 
  • Is het redelijk, zoals de commissie vraagt, om slachtoffers van ‘intersectionele discriminatie’ te vergoeden voor elk kenmerk van het slachtoffer?** 
  • Waarom moeten, zoals de commissie vraagt, niet alleen slachtoffers maar ook actiegroepen het recht krijgen procedures tegen ‘haatboodschappen’ op te starten? 
  • Hoe gevaarlijk is de evolutie om drukpersmisdrijven in verband met racisme te laten behandelen door correctionele rechtbanken in plaats van door een traditionele jury?
  • Dienen boodschappen op de sociale media niet dezelfde bescherming – persvrijheid – te krijgen als die in de traditionele media?
  • Hoe rechtvaardig is het om sociaal zwakke mensen die zich onhandig uitdrukken gerechtelijk te vervolgen?

     Ik heb op elk van die vragen een onmiddellijk antwoord klaar dat teruggaat op de absolute prioriteit van het vrije woord. Elke inhoudelijke beperking van het vrije woord zie ik als een hellend vlak. Het antwoord van Elchardus gaat in dezelfde richting, maar is minder dogmatisch.

De antidiscriminatie-wetgeving is aan herevaluatie toe. Begrippen als ‘haat’, ‘haatboodschap’ en ‘haatmisdrijf’ moeten uit de wetgeving verdwijnen. De wet moet specificeren onder welke omstandigheden kan worden besloten dat een uitspraak ‘aanzet tot’ discriminatie of geweld. Er moet degelijke evidentie zijn: een aangetoond statistisch verband tussen dezelfde of gelijkaardige uitspraken en de gevreesde gevolgen, redelijke aanwijzingen dat de persoon die de woorden zegt of schrijft voldoende invloed heeft om de gevolgen te veroorzaken.

     Wie zoals ik het argument van een hellend vlak gebruikt, weigert een grens te trekken. Elchardus wil die grens wel trekken, door nauwkeurig de gevolgen af te wegen. Als een statistisch verband kan worden aangetoond tussen bepaalde uitspraken en bepaalde gevolgen, dan kan vervolging worden ingesteld of een veroordeling worden uitgesproken.
      Hij doet mij hier denken aan het ‘consequentialisme’ van Etienne Versmeersch die vond dat men altijd de gevolgen moest afwegen. Eerst vond Vermeersch dat pedofilie niet noodzakelijk strafbaar moest zijn. Later veranderde hij van mening toen een statistisch verband kon worden aangetoond tussen pedofilie en daaruit volgende psychologische trauma’s. Herman De Dijn ging daar niet mee akkoord. Het verbod op pedofilie kon beter als een onaantastbaar taboe worden beschouwd, zei hij.
      In de kwestie van vrije meningsuiting volg ik instinctief de dogmatische logica De Dijn. Maar ik ben blij dat ik in Elchardus een medestander heb die de consequentialistische logica toepast. In een democratie komt je daar een stuk verder mee. 


Het Doorbraak-stuk van Elchardus staat hier

** Men kan het juridische probleem rond intersectionele discriminatie als volgt samenvatten: ‘Moet een allochtone lesbische bejaarde bij discriminatie vier keer vergoed worden: als vrouw, als allochtoon, als lesbienne en als bejaarde?’

Geen opmerkingen:

Een reactie posten