Pedagogische chatbots
Veel van mijn kennis heb ik te danken aan Wikipedia. De lezer moet zich daar niet veel van voorstellen, want het meeste van wat ik opzocht, was ik snel weer vergeten, maar ik geloof dat zo’n kennis toch ergens in het achterhoofd blijft hangen. Alleen was Wikipedia een strenge docent die geen vragen in de aula dulde. Soms was de uitleg te lang, soms te kort, en als het over onderwerpen ging, bijna altijd te moeilijk voor iemand als ik.
Met de chatbots is dat grotendeels opgelost. Ik verduidelijk in de prompt of ik een kort of een uitgebreid antwoord wil. En ik kan altijd bijkomende vragen stellen. Bijvoorbeeld. Ik lees een artikel over economische concurrentie en daar wordt in verwezen naar de Olley-Pakes decompositie. In één zin wordt uitgelegd wat die decompositie betekent. Als ik er meer over wil weten, stel ik de vraag aan Grok: ‘Wat is de Olley-Pakes decompositie?’ Ik krijg een uitleg die vol staat met wiskundige formules, Griekse letters en symbolen die ik niet kan thuisbrengen. Het soort de uitleg die ik van Wikipedia zou hebben gekregen als daarover een lemma was voorzien. Ik stel mijn vraag aan Grok opnieuw: ‘Kun je dat gemakkelijker uitleggen, met een eenvoudig fictief voorbeeld?’ En ik krijg onmiddellijk een antwoord dat begint met ‘Supereenvoudige uitleg. Stel: er zijn maar 5 kippenboerderijen in België …’ en eindigend met ‘Hopelijk is het nu kristalhelder.’
Grok is de geduldige docent aan wie ik altijd vragen kan blijven stellen. Het is jammer dat leerlingen en studenten de chatbots kunnen gebruiken om hun opstellen of papers te schrijven. Dat is een pedagogisch nadeel. Maar de bots moeten een formidabele hulp zijn om een moeilijke cursus te begrijpen.
Filosofische memes
Ik heb mijn FB zo getraind dat ik weinig foto’s van katten zie, en weinig tegeltjes die mij ‘Goeiemorgen’ wensen. Daarentegen blijf ik memes zien voorbijkomen met uitspraken van filosofen en andere denkers. Als het om Amerikanen of Engelsen gaat, zijn de citaten in het Engels — en anders ook. Vaak zijn het parafrases, vervalsingen, of plattitudes, of baden ze in de sfeer van Bond zonder Naam. Neem dit citaat van Rudolf Steiner:
Where is the book in which the teacher can read about what teaching is? The children themselves are this book. We should not learn to teach out of any other book than the one lying open before us and consisting of the children themselves.
Mijn eerste gedachte is dan, omdat Steiner hier toch Engels spreekt, kort en krachtig te antwoorden: ‘Claptrap!’ Mijn tweede gedachte is: hadden die Reformpedagogen, te beginnen bij Steiner zelf, maar niet zoveel boeken geschreven ‘about what teaching is!’
Heel uitzonderlijk kom ik een uitspraak tegen waar ik wel over blijf nadenken. Laatst zag ik er een die aan William James (1842-1910) werd toegeschreven:
A great many people think they are thinking when they are merely rearranging their prejudices.
Nu, het is best mogelijk dat James zoiets nooit gezegd of geschreven heeft. Het komt in elk geval niet voor in The Variety of Religious Experience, want dan zou ik het hebben aangestreept. Maar het is een aardige gedachte. Onze vooroordelen als de elementaire deeltjes van ons denken. Alles wat we doen is ze wat anders rangschikken, zoals scheikundige processen met atomen doen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten