zondag 8 februari 2026

Filmfestival Oostende 2026


      We hadden na veel gepuzzel een heel ambitieus lijstje samengesteld voor het Filmfestival van Oostende*. Het kwam erop neer dat we vijf films per dag zouden zien. Dat bleek moeilijk vol te houden. Het heeft geen zin om vijf films te kiezen als je tijdens de vertoning indommelt. We hadden bovendien allebei last van een verkoudheid. Uit de 100 films die werden aangeboden hadden we er 38 bij elkaar gepuzzeld; uiteindelijk hebben we er maar 25 gezien.
    
     Bij zo’n festival kies je uit gulzigheid ook altijd films die je ’s avonds thuis, uit een ruimer streaming-aanbod, misschien links zou laten liggen. Dan kun je je wel eens in de zaal vervelen. Bij sommige films verveel ik mij vooral het eerste halfuur en wordt mijn interesse eindelijk gewekt tijdens de third act. Bij actiefilms – maar daar waren er weinig van het op het festival – is het vaak omgekeerd: dan begin ik mij te vervelen wanneer de personages stoppen met praten, en in plaats daarvan beginnen rond te rennen en te schieten.
      Als ik de zaal verlaat na het zien van een film, gonst het in mijn hoofd van commentaren. Na enkele dagen schiet daar gelukkig niet veel meer van over. Wat bleef hangen, heb ik hier verzameld.  

Árva – Orphan (2024). Hongaarse film. Het verhaal speelt zich af kort na de mislukte anticommunistische opstand van 1956. Over een Joodse moeder en haar zoon. De moeder had tijdens de oorlog kunnen onderduiken – tegen betaling – bij een slager, die ook de vader is van het kind. Die slager gelijkt een beetje op Anthony Hopkins. Hij is een joviale bruut, vol levenskracht, egoïstisch en grofbesnaard. De jongen is veertien jaar. Ik hou in het algemeen niet van films waarin gekwelde kinderen van die leeftijd het hoofdpersonage zijn. Prachtige cameravoering. Het gezin leeft gelukkig niet in een communistische woonkazerne, maar in enkele kamers van een vroeger herenhuis.

Vissers uit Oostende  Pêcheries à vapeur (2025). Documentaire. Als toekomstige Oostendenaren wilden we die graag zien. België was naar het schijnt een van de eerste landen die om aan visvangst te doen overschakelden op stoomboten. In de marge werd ook de ‘sociale kwestie’ behandeld. De vissers waren vroeger heel arm en dat is geleidelijk aan verbeterd. De documentaire zelf legt de nadruk op de filantropische initiatieven van de redersfamilie Bauwens. Een professor die niet erg gespecialiseerd leek in de visserij sprak in algemene woorden over het belang van organisatie en syndicale strijd – ‘die niet ontstond in de grote industrie maar in de kleine bedrijven’ – en een andere professor die wel gespecialiseerd leek legde uit dat de rijke redersfamilie de vissers ‘aan het bedrijf wilden binden door hen betere voorwaarden aan te bieden.’

Broken English (2025). Interviews met en over Marianne Faithfull, ingekaderd in een fictief kaderverhaal. Intelligent verteld, knap gemonteerd, zeer goede keuze uit wat getoond en niet getoond wordt. We zien korte flitsen uit een vrt-uitzending waarin Faithfull geïnterviewd werd door deejay Zaki. Dat interview herinner ik mij. Toen Zaki, tegen de afspraken in, een vraag stelde over Faithfulls relatie met Mick Jagger, stond de zangeres op en liep kordaat weg. En dat incident – dat niet paste in het ritme van het verhaal – wordt niét getoond. Wat wel getoond wordt, is onder andere een aangrijpend stuk uit The Seven Deadly Sins. Ik word altijd emotioneel als ik onverwacht een fragment van Kurt Weill hoor dat ik niet ken, maar wel hérken.

Los Domingos (2025). Spaanse film over een meisje dat graag non wil worden in een slotklooster. Haar alleenstaande vader is een gemakzuchtige slappeling, haar atheïstische tante verzet zich als een Spaanse furie. De moeder-overste van het klooster is perfect gecast. Ze is verstandig, wijs, standvastig en begrijpt dat er in de wereld ook atheïsten zijn die je niet kunt overtuigen. Ze is kortom onuitstaanbaar.  ‘Ik weet weer waarom ik zo tegen nonnen ben,’ zei mijn vrouw na afloop. In het beste geval kan een film over zo’n afwijkende levenskeuze vragen wakker maken bij degenen onder ons die een meer conventioneel leven leiden. Maar dáárvoor ga je beter kijken naar Ida (2013), een Poolse film die een gelijkaardig verhaal vertelt.

Mad Bills to Pay (2025). Een (legaal) migrantengezin in de Bronx. Ik veronderstel dat het tot de bottom-10 van de maatschappij behoort. Geen auto, wel een aangename, nette woning. Vader verdwenen met de noorderzon. Moeder werkt hard. Dochter gaat naar school. Zoon verkoopt alcoholische drankjes op het strand. Hij heeft een 16-jarig meisje zwanger gemaakt dat komt inwonen bij het gezin. Dan gaat de zoon proberen om meer reguliere baantjes te combineren: toiletten schoonmaken en tafels afruimen in een fast food restaurant. Van de moeder en de dochter kun je het niet weten, maar de zoon en het meisje zijn echt niet snugger. Ze hebben een heel beperkte tijdshorizon. Je kunt je moeilijk voorstellen dat ze ooit uit de bottom-10 weggeraken. In de hele film wordt een luchtige toon aangehouden. Men maakt wel eens ruzie, maar die is even snel weer vergeten. Don’t worry, man, zegt de zoon, of woorden van die strekking.

Plainclothes (2025).  New York in de jaren 90. Een jonge politieagent moet homoseksuele mannen verleiden in openbare toiletten, waar ze dan gearresteerd worden voor zedenschennis. Meestal valt me na de film wel iets te binnen om aan mijn vrouw te zeggen, maar dit keer ben ik alleen gegaan. Er is mij niets te binnen gevallen.

Ky Nam Inn (2025). Vietnam in de jaren 90. Vreemde tinten van blauw. Volgens mijn vrouw was het géén turquoise. Een jonge literair vertaler neemt zijn intrek in een druk appartementsgebouw. Hij wordt verliefd op een van de bewoners, de weduwe van een anti-communistische officier. Zij wordt ook verliefd op hem geloof ik, maar ‘sy konden by malkander niet komen’. Het thema van onvervuld verlangen doet onvermijdelijk denken aan In the Mood for Love, maar de Vietnamese film is gezelliger, minder claustrofoob. 

Primavera (2025). Venetië in de vroege 18de eeuw. Antonio Vivaldi wordt aangetrokken om in een weeshuis het meisjesorkest te dirigeren. De meisjes hebben maar twee toekomstmogelijkheden: hun hele leven opgesloten blijven in het weeshuis, of trouwen met een rijke Venetiaan op zoek naar een jonge vrouw. De keuze wordt vóór hen gemaakt.
     Het hoofdpersonage van de film, de getalenteerde violiste Cecilia, is een ander lot beschoren: het geplande huwelijk gaat niet door, en ze wordt uit het weeshuis gezet. Volgens de voice-over wacht haar de vrijheid. Maar welke vrije keuzes kon zo’n weeskind in de vroege 18de eeuw maken? Socialisten en sociaal-liberalen zullen zeggen dat ze alleen een ‘negatieve’ vrijheid krijgt, zonder veel kansen om die vrijheid ‘positief’ in te vullen. Het is moeilijk om de socialisten en sociaal-liberalen hier ongelijk te geven. Veel mooie muziek overigens. Vergeleken met films als  Le roi danse (2000), Tous les matins du monde (1991) en Amadeus (1984) is Primavera een lichtgewicht.

In the Mood for Love (2000). Hongkong 1962. Meneer Chow en mevrouw Chan raken hopeloos op elkaar verliefd, maar om onduidelijke redenen blijft de verhouding platonisch. De herinneringen die ik aan de film had, bleken accuraat: de melancholie, de claustrofobie, de elegantie, de indringende muzikale score**. Toen ik de film 20 jaar geleden zag, heb ik vooral op de dassen en de herenmode gelet. Bij het herbekijken had ik meer oog voor de damesmode: uniforme jurken van dezelfde snit maar met telkens andere kleuren en kleurpatronen. Ik had de film toen ook aan mijn vader aangeraden, maar tot mijn verbazing hield hij er niet van. Dat altijd hetzelfde stukje straat getoond werd, vond hij een zwaktebod. 

Dead Man’s Wire (2025). VS 1977 – waargebeurd. Tony Kiritsis voelt zich opgelicht door een verzekeringsmakelaar en gijzelt de ceo van het bedrijf. Spannende thriller die de ‘maatschappijkritische insteek’ vermijdt.

The Testament of Ann Lee (2025). 18de eeuw. Ann Lee ontvlucht Engeland en sticht de religieuze Shakers-beweging in de VS. De wilde gebaren waar de Shakers zich bij hun vieringen aan overgaven, worden herhaaldelijk in een moderne choregrafie gegoten, waardoor de film uiteenvalt in een psychologisch drama en een musical. De Shakers bouwden sobere, smaakvolle huizen waar ze in communeverband samenleefden. Ik had altijd gedacht dat de Shaker-beweging in de 19de eeuw tienduizenden mensen aantrok, en als een storm over het land trok, maar blijkbaar telde ze op haar hoogtepunt slechts een goede drieduizend leden. Dat kwam ook omdat seks en voortplanting verboden waren, omstandigheden die de aangroei beperkt hielden.

Rental Family (2025). Een in Japan wonende Amerikaanse acteur wordt door een moeder ingehuurd om zich voor te doen als de vader van haar dochter. Acteur Brendan Fraser gelijkt af en toe op Bart De Wever toen die nog dik was. Onderhoudend, oppervlakkig-komisch en sentimenteel. Beter dan een doorsnee sitcom. Het thema van een bedrijf dat acteurs inzet om tijdelijk rollen te spelen in het leven van klanten werd al diepgaander uitgewerkt in andere films, zoals Pfau. Bin ich echt? (2024) die op het FFO van vorig jaar te zien was. 

The History of Sound (2025). Begin 20ste eeuw. Lionel en Josh leren elkaar kennen aan het conservatorium in Boston. Ze worden verliefd op elkaar en in de vakantiemaanden trekken ze van dorp tot dorp om opnames te maken van oude volksliedjes***. Daarna verliezen ze elkaar uit het oog. Voor wie van het genre houdt: een ingetogen film over gekwelde personages. De beste stukken van de film komen in het begin. De kennismaking in de pianobar is erg goed. De vanzelfsprekende manier waarop de seksuele relatie begint heeft iets ontroerends. 

The President’s Cake (2025). Irak in de jaren 90. Ter gelegenheid van Saddam Husseins verjaardag moet elke school een taart bakken, maar de ingrediënten zijn nergens te vinden. De 9-jarige Lamia moet er in haar eentje op uit om in de grote stad enkele eieren, suiker, bloem en bakpoeder te vinden: een ware Odyssee.  Bij het bekijken van zo’n film vraag je je onwillekeurig af hoe het vandaag met Lamia gesteld is. Ze zou nu 40 jaar zijn. Het Iraakse BBP schommelde in 1995 rond de 1000 dollar per inwoner. Vandaag schommelt het rond 6000 dollar.

A Magnificent Life. (2025). Animatiefilm over het leven van Marcel Pagnol. Als bewonderaar van de toneelstukken Topaze, Marius, Fanny en César had ik hier veel van verwacht. Het werd een ontgoocheling: een inspiratieloze chronologische vertelling, een kinderachtig kaderverhaal, personages die nooit tot leven komen, een banale jaren-zestig tekenstijl. Wie al iets wist over Pagnol leerde niets nieuws, wie nog niets wist over Pagnol kon amper volgen.

It’s Never Over - Jeff Buckley. (2025) Mijn vrouw is een grote fan, maar de film biedt weinig extra. Er bestaat amper beeldmateriaal van optredens of interviews waar een regisseur mee aan de slag kan. Veel fotos waarop wordt ingezoomd. 

Magellan (2025). Over de beroemde ontdekkingsreizigers. De film bestaat uit een aaneenrijging van stilstaande beeldkaders die variëren van 15 tot 150 seconden, zonder muzikale ondersteuning en met weinig dialoog. Slechts aan het einde van de film gebeurt er iets, maar dan heeft een deel van het publiek de zaal al verlaten.
     Wat is dat toch met die films over de vroege kolonisatie? De kritiek bejubelt films als Magelan en Zama (2017)****, maar ik vind alles even vervelend. Ik had dat al met Aguirre, der Zorn Gottes (1971), maar toen deed ik nog mijn best om zoiets mooi te vinden. Ook bij de conventionele films over het thema kan ik mij trouwens geen voorbeelden voor de geest halen die ik graag gezien heb: The Mission (1986), Silence (2016), 1492: Conquest of Paradise (1992). Die laatste heb ik zelfs niet uitgekeken. 

Renoir (2025). Japan, 1987. De 11-jarige Fuki heeft het niet gemakkelijk. Haar vader is terminaal ziek en haar moeder heeft een slecht humeur (dat verbetert na het overlijden van haar man). Gelukkig is alles heel mooi gefotografeerd en gemonteerd. Op zeker moment koopt het meisje een reproductie van La petite fille au ruban bleu, vandaar de titel. 

Eojjeolsuga eobsda – No Other Choice (2025). Film van Park Chan-Wook. Een welvarend Koreaans gezin komt in moeilijkheden als de vader bij een herstructurering wordt afgedankt. Hij is een hooggeschoold technicus met als specialisatie én passie de productie van hoogwaardig papier. De enige manier om nog aan een job te geraken in de sector bestaat erin andere hooggeschoolde technici uit de papierwereld te vermoorden. Een verrukkelijke zwarte komedie. Wie wil kan in het verhaal een satire op het kapitalisme zien, maar je wordt daar op geen enkel moment toe verplicht.

Pillion (2024). Britse film die zich afspeelt in het milieu van kinky bikers. De brave homo Colin wordt het seksslaafje van de onweerstaanbaar knappe Ray. De kinky bikers lijken een vrij bestaan te leiden, maar in werkelijkheid onderwerpen ze zich zoals kloosterlingen aan een strikte ascese. Ze ontzeggen zich allerlei eenvoudige genoegens en moeten met zichzelf strijd leveren om niet toe te geven aan de verlokkingen van een burgerlijk bestaan. Deze moeilijke keuze wordt in een ingenieuze verhaallijn uitgewerkt. De dramatiek en de heroiek van een zelfgekozen alternatieve levensstijl komen in deze film véél beter tot hun recht dan in het slappe Los Domingos, over het meisje dat zo graag naar het klooster wil.

Radeju zesilet v divocine –  Better Go Mad in the Wild (2025). Tsjechische film. Over tweelingbroers die al hun hele leven samen een armoedige boerderij uitbaten. Het is een soort documentaire, want de broers spelen zichzelf, ze beelden scènes uit die zich in hun dagelijkse leven afspelen. Ze kibbelen als een oud echtpaar, filosoferen als oosterse wijzen en fantaseren als kunstenaars. Ooit kregen ze van de regering een hoge onderscheiding voor hun verzet tegen de communistische dictatuur. Het is niet helemaal duidelijk of hun ‘alternatieve’ levensstijl zelfgekozen is. Wellicht gedeeltelijk. Het is ook niet duidelijk of ze gelukkig zijn. Wellicht ook gedeeltelijk.

Straight Circle (2025). Brits absurd drama. Twee imaginaire operette-staten sluiten vrede, waarop ze elk een soldaat afvaardigen die een grenspost in de woestijn moeten bewaken. De twee soldaten zijn erg verschillend, maar na verloop van tijd zijn ze niet meer te onderscheiden. Wie denkt dat er in de film ‘niets gebeurt’ heeft het verkeerd voor. De makers hebben zich suf gezocht naar originele ideeën, maar geen van die ideeën is erg interessant. Wat vooral onbreekt zijn sterke dialogen à la Wachten op Godot

Tre ciotole (2025). Marta is lerares en Antonio is kok en ze betrekken samen een appartement in Rome. Ze hebben geen kinderen. Helemaal aan het begin van de film besluiten ze uit elkaar te gaan. Daarna krijgt Marta te horen dat ze aan een terminale vorm van kanker lijdt. Men kan min of meer voorspellen welke scènes zo’n film zal bevatten. Het pleit voor de makers van de film dat ze van elke scène visueel of narratief iets interessants proberen te maken en daarbij een waardige en lichte toon weten te treffen. De film is nooit spannend, maar wel boeiend. Eigenlijk is er niets wat je tegen de film kunt inbrengen; toch maakte hij geen grote indruk. Volgens mijn vrouw lag het aan actrice Alba Rohrwacher. ‘Die heeft voor mij ook het laatste seizoen van L’amica geniale verpest,’ zei ze.

Is This Thing On? (2025).  Van Bradley Cooper, dus ik keek ernaar uit. Ook hier begint de film met een relatiebreuk, maar dit keer zijn er wel kinderen in het spel. De man begint na zijn werk op te treden als stand-up comedian; de vrouw was een vroegere volleyball-kampioene en wordt coach van het Olympische team. Leg je de film naast Tre ciotole, waarmee hij enkele verhaallijnen deelt, dan zie je het verschil: kracht, energie, tempo, close-ups, ellipsen. Er worden meer keuzes gemaakt, er is minder opvulling. Halverwege de film besef je dat het verhaal in twee richtingen kan kantelen. Maar de toon van de film laat niet toe om te voorspellen welke richting het wordt. Either would do

Orwell: 2 + 2 = 5 (2025). Amerikaanse documentaire over George Orwell. Ik wist dat ik mij aan een linkse lezing van Orwell mocht verwachten. Fair enough, dacht ik, want Orwell wás natuurlijk links, al heeft hij veel bijgedragen tot mijn huidige rechtse denkbeelden. Het eerste deel van de documentaire is veeleer biografisch: gezin, school, Indië, de Spaanse burgeroorlog. Het blijft aan de oppervlakte maar je krijgt wel een goed beeld waar Orwells engagement vandaan kwam.
     In het tweede deel wordt de totalitaire dystopie van Orwell getoetst aan hedendaagse toestanden, bijvoorbeeld een parallelmontage van een fictieve Big Brother-toespraak uit een film en een echte Trump-toespraak op televisie. Ik vond die aanpak niet erg Orwelliaans, omdat hij louter emoties opwekt: verontwaardiging bij Trump-aanhangers, euforie bij Trump-tegenstanders. Geen van beide kampen wordt uitgenodigd tot nadenken. Orwell zelf betrachtte altijd de rationele analyse en hield zich in zijn essays ver van emotionele demagogie. Dat verklaart, geloof ik, dat hij ondanks zijn duidelijke partijdigheid, zowel rechtse als linkse lezers kan aanspreken.
      Potsierlijk vond ik het stukje over het verhullend taalgebruik van rechts. Er werden veel voorbeelden gegeven. Dat rechtse taalgebruik was dan bijvoorbeeld ‘inflatie’ en daarna werd de ‘echte’ betekenis geprojecteerdz 
zoiets als, ik parafraseer: ‘de praktijk van meedogenloze kapitalisten die producten duurder maken om superwinsten binnen te rijven.’ 

     Over de titel 2 + 2 = 5, schrijf ik later wel eens een kortje.  


* Over het filmfestival van vorig jaar, zie mijn bedenkingen hier.

** Het muzikale leidmotief van In the Mood for Love heet Yumeji’s Theme en staat onder andere hier:


*** Mijn vrouw en en ik dachten allebei terug aan een documentaire over Alan Lomax die met zijn vader in de jaren 30 Amerika doorkruiste om volksliedjes op te nemen.


**** De filmkritiek geeft natuurlijk goede punten als de film het kolonialisme ontmaskert, maar er is meer aan de hand.

 


6 opmerkingen:

  1. Ik vond "Aguirrre..." wel een bijzonder goede film. Niet omdat hij "mooi" was, wel omdat zeer goed getoond werd wat echt fanatisme is en kan teweegbrengen. Kinkski was uiteraard geknipt voor deze rol.
    Orwell was volgens mij niet "links" en ook niet "rechts". Hij was een kritisch denkend mens die vooral een grote rationaliteit aan den dag legde in zijn werk.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik heb hetzelfde idee over Aguirre. Deze en De Vijanden van Claus, zijn voor mij, een leek, de beste films die ik zag.
      Eerlijk gezegd vind ik de lijst van Oostende toch wel een beetje saai in vgl met het festival van de Scoop in Gent indertijd. Daar waren legendarische films als bvb Hitler van Syberberg. 2 urenlange delen. Zaal zat bij aanvang stampvol. Na één minuut begonnen de exitdeuren al te slaan. En dat ging maar door. Ik bleef dapper zitten tot het einde. Net zoals mijnheer Clerick móest ik die film goedvinden. Ik ging ook naar het tweede deel. Dat heb ik niet uitgehouden tot het einde.
      En ha ja, waar is de tijd van l'empire des passions?

      Verwijderen
    2. Ik moet Aguirre gezien hebben toen ik een jaar of 20 was. Ik weet niet wat ik er nu van zou vinden. Dat Kinski uitermate geschikt is voor de rol van fanaticus, zal ik zeker niet ontkennen. Ik herinner mij het bijrolletje dat hij speelt in Doctor Zhjivago als fanatieke revolutionair.

      Verwijderen
    3. Klaus KinKski,
      Freud of 'nomen est omen'?

      Verwijderen

  2. Herinnert u zich cinema Vita in Leuven. ik zag daar L' année dernière a Marienbad... tot ergens halfweg. Bla bla bla in zwart-wit.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ha, Marienbad! https://philippeclerick.blogspot.com/2022/06/haute-couture-film.html

      Verwijderen