donderdag 14 juni 2018

Belgen wonen ruimer dan nodig

Molensloot - waar kapitein Haddock Bianca Castafiore ontvangt
     Ik zal nooit iets slechts zeggen over ons aardige huisje aan de bosrand, maar ’t is geen kasteel, en eigenlijk kun je toch niet helemaal gelukkig zijn als je niet in een kasteel woont. Dat kasteel moet dan liefst niet zo groot zijn als dat van Chambord, of dat van Citizen Kane in die film – liever iets als Molensloot van kapitein Haddock, of dat landhuis van Milou en mai, of zo’n neo-gotisch optrekje midden in een parkje, zoals je vaak ziet langs de kant van de weg als je ergens naartoe rijdt. Zelf heb ik het geluk om op een kasteelachtige school les te geven, met ruime lokalen, hoge muren, brede gangen, royale trappen en een uitgestrekt park. De verkwisting van ruimte is er hartverwarmend.
     Zo’n kasteel – ’t is vind ik de enige beschaafde manier van wonen. Iedereen zou er eentje moeten hebben. Ook het dienstmeisje dat er het stof opneemt en de butler die er opdient zouden ’s avonds thuis moeten komen in woning van vorstelijke afmetingen. Soms zie je interviews met rijke mensen uit Hollywood, oude filmsterren of populaire zangers of producers, en die zitten dan hun verhaal te vertellen in een kamertje van vier op vier, met de rug tegen de muur gedrukt, in een fauteuil die te veel te groot is voor de krappe ruimte. Zielig vind ik dat.
Château du Calaoué waar Milou in mei zijn gasten ontvangt
     Iedereen een kasteel? Wij zijn er nog lang niet, maar in ons land zijn we al wat dichter bij dat ideaal dan andere landen. Europa houdt daar statistieken van bij. ’t Zijn helaas niet de cijfers die ik zou willen weten, namelijk die van de hoeveelheid vierkante meter woonruimte waarover de gemiddelde Belg, Nederlander, Fransman of Maltees beschikt. Of liever nog: van de hoeveelheid kubieke meter, want de hoogte van de kamers telt ook mee. Ik ben opgegroeid in een huis met hoge kamers.
     Maar de Europese cijferaars hebben dus geen kubieke meters geteld. Ze hebben geteld hoeveel slaapkamers een gezin heeft per aantal gezinsleden, zonder de grootte of de hoogte van die slaapkamers mee te tellen.* En aangezien het om Europa gaat, heeft men meteen een Europese norm uitgewerkt voor dat aantal slaapkamers. Als je bijvoorbeeld een gezin hebt met twee kinderen van hetzelfde geslacht en die zijn jonger dan twaalf jaar, dan hebben die recht op één gemeenschappelijke slaapkamer. Maar als er eentje ouder wordt dan twaalf, moet het gezin verhuizen zodat de kinderen elk een aparte slaapkamer krijgen – anders wordt niet aan de norm voldaan. Zo’n twee jongens of zo’n twee meisjes – één van twaalf en één van dertien – op één kamer, dat kan Europa moeilijk goedkeuren, dat begrijp je wel.
     In ons land valt het in elk geval goed mee. Slechts 5 procent van de bevolking woont krapper dan de norm en 67 procent  woont ruimer dan de norm, wat De Standaard van 13 juni dan verwoordt als ‘ruimer dan nodig’. Dan nodig? Ik zal het maar meteen toegeven: wij wonen ruimer dan nodig, want we hebben drie slaapkamers en maar één kind. We reizen ook verder dan nodig, we baden ons vaker dan nodig, en we eten grotere ijsjes dan nodig. Ik zit langer achter de computer dan nodig, mijn vrouw ververst de lakens vaker dan nodig, en mijn zoon voetbalt scherper dan nodig. Naar zijn punten te oordelen, studeert hij ook harder dan nodig. En ik denk dat we met het hele gezin– als we het oude Indische ascetisme als maatstaf nemen – frequenter inademen dan nodig.
     Uitstekend nieuws dus: wij Belgen wonen ruimer dan nodig. Maar we moeten niet op onze lauweren rusten. In 2012 woonde nog 73 procent van de Belgen ruimer ‘dan nodig’ en nu maar 67 procent meer.Wij zijn dus zes procentpunten gezakt. Wij zijn potverjandriedubbeltjes ingehaald door Cyprus, terwijl we enkele jaren geleden nog drie procentpunten voor lagen op die eilandbewoners. Het is tijd dat we die inzinking te boven komen. Op naar de 100 procent overschrijding van de norm! En op middellange termijn: iedereen zijn kasteel!


* Ook de keuken met kookeiland, de studeerkamer en het biljartzaaltje worden in de Europese cijfers niet in rekening gebracht.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten