vrijdag 1 maart 2024

Naomi's radicale antikapitalisme


     Hoe kun je de wereldvisie van waaruit Naomi Klein haar thema’s en haar feiten kiest en van commentaar voorziet het beste omschrijven? In Amerikaanse termen is ze geen typische liberal zoals Obama, maar eerder een radical of een leftist, waarbij leftist een nauwere betekenis heeft dan ons Europese ‘links’, en radical een bredere dan ons Europese ‘radicaal-links’. Ik zou haar een communiste of een socialiste kunnen noemen, maar dan maakte ik het mijzelf erg moeilijk omdat ze zichzelf niet zo noemt. Bovendien zou de omschrijving als ‘socialiste’ een te gema
tigde nuance leggen. Als Conner Rousseau een socialist is, is Klein iets anders. Omgekeerd zou de omschrijving als ‘communiste’ kunnen insinueren dat ze haar inspiratie haalt uit het Oostblok-systeem, iets wat je vandaag niet eens meer kunt zeggen van de zelfverklaarde communisten van de PVDA.
      Voor mijzelf ben ik gemakkelijk in die dingen. Tegenstanders mogen mij gerust ‘neo-liberaal’, ‘pro-kapitalistisch’, ‘rechts’ en ‘conservatief’ noemen, alhoewel ik geen van die dingen ben. Sterker nog, ik ben bereid, om mijn tegenstanders een plezier te doen, mijzelf ‘neo-liberaal’ enzovoort te noemen, zolang dat een discussie over de inhoud niet verhindert. Maar voor anderen, zoals Naomi Klein, wil ik wat voorzichtiger zijn, vooral als Klein-sympathisanten meelezen. Laat ik haar dus een antikapitaliste noemen.
      Het is een titel, denk ik, waar ze zich vereerd mee zou voelen. Het moet in haar milieu een badge of honor zijn. Zowel de Washington Post als de New-York Times zullen haar om haar antikapitalisme eerder prijzen dan veroordelen. Klein maakt zich onder het breed-linkse publiek van liberals met zo’n titel niet onmogelijk. Want is elke weldenkende medemens, van onze huidige paus tot onze huidige koning, niet in zeker zin antikapitalistisch? Antikapitalisme is een lekker vaag begrip, en zoals ik gisteren aangaf is de neiging tot vaagheid Naomi Klein niet helemaal vreemd. Als je de precisie gewoon bent van Boudry, Pinker, Rosling, of Norberg – en dan beperk ik mij tot de empirisch georiënteerde auteurs – voel je je gemakkelijk verloren in het proza van Klein.
     Ik heb het antikapitalisme van Klein dan proberen vast te spijkeren in een duidelijke formule: ‘de overtuiging dat vrije markt en kapitalisme de bron zijn van alle kwaad en dat ze moeten worden afgeschaft.’ Dat eerste – ‘bron van alle kwaad’ – is als retorische versiering bedoeld, maar dat tweede – ‘moet worden afgeschaft’ – bedoel ik min of meer letterlijk. Ik kreeg daarover een reactie van J.S.: ‘Dit is een ongenuanceerde uitspraak. Klein zegt dit nergens. Ze vindt dat gewoonweg niet. Ze bekritiseert het systeem ja, en de vele uitwassen zoals de shadowlands, maar maak er geen communiste van … Ze hekelt de neoliberale versie van het kapitalisme … maar zal in grote lijnen dichter uitkomen bij een groen-gerichte, menselijke, meer Keynsiaanse invulling van kapitalisme (als dat al mogelijk zou zijn) dan bij één of andere archaïsche vorm van communisme.’
     Bij de eerste kritiek moet ik nederig het hoofd buigen. Bij mijn weten heeft Klein inderdaad nergens gezegd dat het kapitalisme moet worden afgeschaft. Dat ‘afschaffen’ ruikt inderdaad naar archaïsch communisme, en dat kun je beter vermijden als je welkom wilt blijven in de kolommen van de New York Times en de Washington Post, of laat ons zeggen, als je weldenkende liberals voor de goede zaak probeert te winnen. Zo’n liberal is een amfibie: kapitalistisch als hij de economiesectie van de krant leest, en anti-kapitalistisch als hij de cultuursectie leest. Als je met een amfibie in gesprek wilt gaan, dan moet je zowel kunnen lopen als kunnen zwemmen.
     Of om het nóg eens anders te zeggen: nee, Naomi Klein zegt nergens letterlijk dat het kapitalisme moet worden afgeschaft. Zoals er zoveel is wat ze niet letterlijk zegt. Toen Johan Norberg indertijd haar kritiek op Milton Friedman uitvoerig en vrij nauwgezet beantwoordde, was haar antwoord keer op keer dat ze niets van wat Norberg haar verweet ‘letterlijk’ had gezegd. En ze had nog gelijk ook.
     Daarmee weten we dus wat Klein zegt, of liever niet zegt, maar daarmee is de moeilijker vraag niet opgelost: wat vindt Naomi Klein eigenlijk? Moet het kapitalisme volgens haar worden afgeschaft? Ik heb de vraag voorgelegd aan ChatGPT en het antwoord kan zowel mijzelf als J.S. tevreden stellen. Het antwoord benadrukt ‘the complexities of her views.’ Als ik alles in het blauw zou aanstrepen wat mijn stelling bevestigt, en J.S. zou alles in het roze onderstrepen wat zijn stelling bevestigd, dan zouden we een gelijke kleurverdeling krijgen, zoals bij de jurk van Doornroosje in de Disneyfilm.
     De artificiële intelligentie van ChatGPT helpt ons niet verder: we zullen het met onze eigen intelligentie moeten doen. Ik begin met iets eenvoudigs. J.S. zegt dat Kleins programma wellicht op een ‘Keynsiaanse invulling’ van het kapitalisme zou uitkomen. Nu komt de naam ‘Keynes’ niet voor in de Index achteraan in het boek, wat op zich niets te betekenen heeft. Interessanter is de vraag welke namen er wél in voorkomen: Marx (Karl en Eleonor), Rosa Luxemburg (‘die met haar Spartacusbund een meer democratische versie van het socialisme nastreefde’), Leon Trotski (met een bijzonder dwaas citaat over het antisemitisme), Walter Benjamin (een intellectuele fellowtraveller van het communisme), John Berger (de Engelse schrijver – eveneens fellowtraveller), Emma Goldmann (een libertaire communiste), Abram Leon (een Belgische trotskist die mij vaag bekend was als Abraham Wejnstok). Een van de leukste vind ik de verwijzing naar Stalin die de revolutie ‘verraden’ heeft. Die revolutie die vadertje verraden heeft, dat was toch echt wel een revolutie die het kapitalisme had ‘afgeschaft’.
     Verder besteedt Klein lange uitwijdingen aan de Joods-Russische revolutionairen van de Bund, door Lenin zo kundig uit de partij gezet op het Tweede Congres van 1903) en aan de austromarxisten (die het ‘Rode Wenen’ tot een arbeidersparadijs uitbouwden***). Veel van wat al die mensen – Marx, Luxemburg, enzovoort – te vertellen hebben, met name over de Joodse kwestie, vind ik, net als Klein interessant, maar het is, lijkt mij, ook tekenend voor Kleins politieke cultuur (en voor mijn politiek verleden). Het minste wat je kunt zeggen is dat geen van die mensen bezwaar zou hebben gemaakt tegen de formulering ‘afschaffing van het kapitalisme’.
     ‘Klein bekritiseert het systeem en de vele uitwassen ervan,’ schrijft J.S. en dat is een waar woord. Ik heb even met de idee gespeeld om al de uitwassen die Klein aanhaalt in een lange lijst onder te brengen. De eerste vraag die je bij zo’n lijst zou kunnen stellen is deze: zijn die uitwassen, in de visie van Klein, wel ‘inherent’ aan het kapitalistisch systeem? ‘Inherent’– dat is woord dat  ChatGPT gebruikte. Als die uitwassen inderdaad ‘inherent’ zijn aan het kapitalisme, dan vind ik het niet oneervol om de afschaffing van dat systeem te vragen. En als het niet zo is … 
     Of liever, nee, de vraag naar ‘inherentie’ lijkt mij te abstract. Ik zou als eerste vraag stellen of het systeem zoals het nu is de uitwassen erger maakt dan wel mildert. In The Shockdoctrine schrijft Klein dat het kapitalisme na 1990 ‘plotseling herviel in zijn meest wilde vorm.’ Johan Norberg besteed er het eerste hoofdstuk van zijn Capitalist Manifesto aan om te laten zien dat ongeveer alle uitwassen van het kapitalisme – in de eerste plaats armoede – nooit sneller gemilderd zijn dan net na 1990*. Daarmee is niet bewezen dat met een alternatief systeem die uitwassen niet nóg sneller gemilderd zouden zijn, maar het is toch al een eerste aanwijzing.
     J.S. schrijft dat Klein zich in haar boek enkel keert tegen de ‘neoliberale versie’ van het kapitalisme. Dat is inderdaad de terminologie die de auteur ook gebruikt: neoliberale bezuinigingen, neoliberale reclamemannen, neoliberale economie, neoliberaal kapitalisme, neoliberaal tijdperk, neoliberale wellnesscultuur, neoliberale afbraak, neoliberale hardvochtigheid en, ook mooi,  de bakstenen muur van het neoliberalisme. Ik wil niet te veel in herhalingen vervallen, maar is dat niet wat … vaag? Betekent neoliberaal hier iets anders dan ‘liberaal in de economische betekenis van het woord’?
     Ik doe mijn best om het woord een concrete betekenis te geven. Neoliberaal zou dan onder andere kunnen betekenen (1) een verminderde rol van de staat in de economie door minder belastingen, (2) een vermindering van de budgetten voor zorg en onderwijs, (3) de invoering van flexibele werkvormen, (4) de toename van internationale handel en investeringen, (5) een toename van de ongelijkheid, (6) een hardvochtiger mentaliteit. Dan zou ik zeggen dat (1) en (2) zich niet hebben voorgedaan, (3) positief is voor de werkgelegenheid, (4) uitermate positief is voor de armere landen, (5) zich wel heeft voorgedaan in de VS maar niet in ons land en niet op wereldschaal, en (6) … wel, misschien schrijf ik later nog eens stukje over die hardvochtigheid, op voorwaarde dat ik wegwijs raak uit de the complexities of my views.
      En dan hebben we het ‘menselijk kapitalisme’ dat J.S. vermeldt, met de omineuze toevoeing ‘als dat al mogelijk is.’ Klein legt inderdaad uit hoe het ‘globalistisch kapitalisme’ onmenselijke toestanden creëert in ‘schaduwlanden’. Onze supermarkten zijn alleen de mooie etalage van het systeem. De producten die er liggen zijn vaak gemaakt in de ‘schimmiger onderdelen van de waardeketen’, in ‘gebieden van extreme uitbuiting.’ Naar die schaduwlanden heeft Klein uitgebreid en waardevol onderzoek gedaan. Ze bevinden zich vooral, maar niet alleen, in de arme landen. Toch is ook in de arme landen bruut geweld eerder uitzondering dan regel, althans in de puur economische relaties.
      Wat Klein extreme uitbuiting noemt, bestaat in werkelijkheid uit extreem lage lonen. Boeren van het land trekken naar de stad omdat ze daar in de industrie vijf keer meer kunnen verdienen wat ze op het platteland verdienden, en toch zijn die lonen nog vijf of tien keer lager dan de lonen in de rijke landen. Dat is de momentopname. Als film bekeken echter zijn die lonen in evolutie. De industrie moderniseert zich met perfomantere machines. De werknemers raken beter geschoold. Er komen meer bedrijven, die onder elkaar concurreren om werknemers aan te trekken. Het resultaat van die volstrekt neoliberale logica is dat de lonen stijgen. Het kapitalisme wordt ‘menselijker’, zo niet in zijn logica, dan toch in zijn resultaten.
     Mochten we aan Klein zelf vragen wat haar ideale kapitalisme is, zou ze, geloof ik, vooral een ‘gedemocratiseerde’ versie verkiezen. Ze heeft meegeholpen aan de verkiezingscampagne van haar man die opkwam voor de NPD, ‘de ooit zo trotse sociaal-democratische partij van Canada die mede was opgericht door zijn vader en grootvader.’ Klein betreurt het dat de partij verwaterd is van ‘links’ tot ‘linksig’. Maar zou die partij in haar trotse verleden, in de tijd van haar mans vader en grootvader, niet op een of andere manier voor de ‘afschaffing van het kapitalisme’ geijverd hebben? Als dat zo was, dan deed die partij dat 50 jaar geleden waarschijnlijk onder de slogan van ‘de politieke democratie aanvullen met economische democratie’****. Dat is in elk geval de teneur van een boekje van 1977 waar ik vaak in blader Socialisten, wat ze zijn, wat ze willen. Het boekje vat samen hoe de trotse sociaal-democratische partij van België indertijd dacht over de ‘economische structuurhervormingen’.
     Aangezien Klein, in navolging van Marx, vaag blijft over wat in de plaats moet komen van het neoliberale kapitalisme, wil ik dat hier proberen in haar plaats te doen. Soms laat ik mij inspireren door een hint die ik hier en daar in haar boek meen te onderkennen, soms niet. Proeve van een antikapitalistisch programma:

  1. Volgende sectoren komen in publieke handen: (a) banken, (b) energievoorziening, (c) grote techbedrijven, (d) sociale media, (e) radio- en tv-zenders, (f) Big Pharma en (g) ruimtevaart 
  2. Privé-verhuur door huisjesmelkers aan personen wordt vervangen door een publiek aangestuurd globaal en sociaal woonbeleid
  3. Privé-vervoer met auto’s wordt grotendeels vervangen door een vervijfvoudigd openbaar vervoer
  4. De zorg wordt gedeprivatiseerd waar nodig; er opereren, naar het voorbeeld van het Rode Wenen, ‘hele legers van maatschappelijk werkers’
  5. De gezondheidszorg wordt gecentraliseerd in een dienst vergelijkbaar met de Britse National Health Service zoals die dienst vroeger was, met uitsluiting van privé-initiatieven
  6. Onderwijs, met inbegrip van universitair onderwijs, komt in publieke handen; de kosten van hogere studies  en andere financiering worden volledig gedragen door de gemeenschap
  7. Invoer uit het buitenland en investeringen in het buitenland worden door de gemeenschap gecontroleerd om te vermijden dat arbeidsplaatsen verloren gaan en waardeketens ontstaan met schakels waar extreem lage lonen worden uitbetaald; de internationale handel wordt beperkter in schaal, maar rechtvaardiger omdat aan de coöperatieven in arme landen hogere prijzen betaald worden voor de producten die we zelf niet kunnen produceren
  8. Bedrijven worden democratisch bestuurd door de stake holders: de werknemers, het management, de plaatselijke gemeenschap, de nationale coördinatie-experten en, uiteraard, de aandeelhouders, want het blijft ten slotte kapitalisme; de gemeenschap legt maximum- en minimumprijzen op, evenals maximum- en minimulonen; elke burger heeft recht op werk, hetzij in de openbare sector, hetzij in de privé-sector; de privé-sector moet zijn verantwoordelijkheid opnemen om de tewerkstelling op peil te houden
  9. Wie geld wil beleggen kan staatsbons kopen met een gegarandeerde opbrengst; aandelen zijn toegelaten maar bedrijven die ‘superwinsten’ maken, worden extra ‘afgeroomd’; bedrijven, vooral KMO’s, die het moeilijk hebben worden geholpen; strikt coöperatieve bedrijven genieten een fiscaal gunsttarief
  10. De algemene belastingsdruk wordt verhoogd, volgens een progressievere schaal dan nu het geval is; grote vermogens, hoge inkomens en hoge erfenissen worden extra belast volgens de limitarische beginselen van Ingrid Robeyns.
    Mocht Klein bovenstaand tien-puntenprogramma***** onder ogen krijgen, heeft ze natuurlijk het recht om, volkomen naar waarheid, te antwoorden dat ze geen enkele van die punten zelf geformuleerd heeft. Ik zou dan wel graag willen weten met welke van die punten ze wel en met welke ze niet akkoord gaat. En misschien antwoordt ze dan weer dat het haar niet toekomt om te bepalen hoe de zaken moeten veranderen, dat zoiets moet worden beslist door de beweging. Nou ja, t is eigenlijk ook niet belangrijk. Wie zelf links denkt, of rechts voor mijn part, kan voor zichzelf wel beslissen hoeveel en welke van die punten nastrevenswaard zijn.
      Ook de vraag of in zo’n systeem het kapitalisme nu werd ‘afgeschaft’, is ondertussen minder belangrijk geworden. Volgens Marx had het kapitalisme drie kenmerken: privébezit van de economische middelen, vrijwillige loonarbeid en een coördinatie van het economische leven door marktlogica en winstmotief. Zelf vind ik dat er met het tien-puntenplan niet veel van het kapitalisme overblijft, vooral omdat het laatste kenmerk – marktlogica en winstmotief – bijna helemaal verdwijnt. Een belangrijker vraag is deze : zou het een beter systeem zijn? Daar moet iedereen zelf maar eens over nadenken.  Het zou, geloof ik, een veel minder productief systeem zijn, met minder investeringen, minder slimme investeringen, minder innovatie en minder welvaart.  Maar de ervaring leert dat bij een eerstvolgende economische crisis veel mensen opnieuw hun heil zullen verwachten van een alternatief dat nóg minder productief is. 


*Belangrijke uitzonderingen op die vooruitgang zijn de CO2-uitstoot die wereldwijd is toegenomen en de ongelijkheid die in sommige landen, zoals de VS, gegroeid is. 

** Het idiote citaat van Trotski uit 1940: ‘Toen het kapitalisme aan zijn opmars bezig was, haalde het de Joodse mensen uit de getto’s om hen te gebruiken als een instrument voor zijn commerciële expansie. De neergaande kapitalistische samenleving probeert de Joden op alle mogelijke manieren uit het maatschappelijk lichaam te drijven.’ Klein vindt dat een ‘scherpe opmerking.

*** Naomi Klein behandelt op geen enkel ogenblik de vraag hoe de sociale woningbouw en al dat andere fraais in het Rode Wenen gefinancierd werd. Extrabelastingen op de Weense rijken kan maar een fractie van de verklaring zijn. Dus zonder het dossier te kennen gok ik op nationaal belastingsgeld, inflatie en buitenlandse leningen. 

**** Klein noemt haar eigen thema dat van de ‘aanvallen van het bedrijfsleven op de democratie’. Ik neem aan dat ze daarop wil antwoorden met de ‘aanvallen van de democratie op het bedrijfsleven’.

***** Enkele van deze maatregelen die de vrije markt belemmeren worden in sommige landen al lang, geheel of gedeeltelijk, toegepast of werden in het verleden toegepast. Er is een continuüm van landen met veel vrije markt naar landen met weinig vrije markt. In het algemeen zijn landen met veel vrije markt welvarender en productiever dan landen met weinig vrije markt. 

3 opmerkingen:

  1. Om het Westers economisch systeem te omschrijven, is WTF redelijk bruikbaar. Het staat voor Wetenschappelijk, Technologisch en Financieel als belangrijkste kenmerken. Dat is onvolledig omdat het bijvoorbeeld geen rekening houdt met de waarde van de instituten zoals een onafhankelijke justitie en democratie. Ik heb die afkorting trouwens van Etienne Vermeersch.
    De meme ‘kapitalisme’ heeft echter de opinieoorlog gewonnen, wat ik beschouw als een overwinning van de communisten omdat dat zeer bruikbaar is om het Westen weg te zetten als bron van miserie in de rest van de wereld. Die opinieoorlog heeft links overigens ook al lang gewonnen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Christophe Verlinde2 maart 2024 om 21:49

    Ik vind uw summiere beschrijving van Walter Benjamin als een intellectuele fellowtraveler van het communisme erg beperkt. Benjamin was een filosoof met een uiterst brede belangstelling die ook aan literatuur- en theaterkritiek deed. Benjamin was inderdaad bevriend met Adorno, een rabiate criticus van het kapitalisme. Maar het was Adorno die verschillende ideeën van Benjamin oppikte en dan als eigen gedachtengoed verkocht - zover voor het label "fellowtraveler". Hannah Arendt heeft ooit een aantal geschriften van Benjamin geselecteerd en die zijn gepubliceerd als "Illuminations: Essays and Reflections", nu te verkrijgen als paperback van Mariner Books Classics (2019) - zeer aanbevolen.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Uiteraard akkoord met uw nuances. Bovendien ken ik Walter Benjamin slecht en al zeker zijn opvatting over cultuur. Ik had hem altijd geklasseerd als een soort marxist, al kende ik hem alleen van naam. Onlangs las ik Clive James die hem om andere redenen niet erg genegen is en die hem karakteriseert als communist. 'He became committed to one of the two implacabel forces that would combine their energy to ondermine the Weimar Republic.' Waarmee uiteraard de KPD bedoeld wordt. 'He was hobbled in his capacity for political analysis (niet culturele analyse) by his pidgin Marxist convictions which he shared with his friend Bert Brecht, that the nazi-regime was somehow the logical consequence of bourgeois capitalism ... When the nazis finally came to power, it never occurred to him that he was in danger as a Jew, only as a communist.' En: 'About the other tragedy, the one in Russia, he never got the point at all.' Voor de zekerheid heb ik nog snel Wikipedia geconsulteerd. Daar las ik dat hij nooit lid was geworden van de communistische partij: 'Hij overwoog enige tijd lid te worden van de communistische partij.' Dus leek fellowtraveller mij een redelijke omschrijving. Trouwens: Naomi Klein noemt Benjamin zelf in haar lijst van Joden die de rangen vervoegden van de 'revolutionaire socialisten en communisten.' (samen met o.a. Adorno).

      Verwijderen