zaterdag 23 januari 2016

Slachtoffercultuur

Achilles belichaamde voor de Grieken
de eercultuur
     Toen ik zestien, zeventien jaar was, ‘my younger and more vulnerable years’, voelde ik mij vaak verongelijkt. Dat is daar ook de leeftijd voor. ‘Hij speelt weer de martelaar,’ zei mijn vader – en dan voelde ik mij betrapt. Hoe wist mijn vader nu zoiets? Hoe kon hij zo goed doorzien dat bij mijn slachtofferschap een flink stukje komedie kwam kijken? Pas later begreep ik dat hij ook zestien, zeventien jaar was geweest.
     Ik geef nu les aan zestien- en zeventienjarigen en nog altijd voelen die zich makkelijk verongelijkt, vooral de jongens, maar ’t is meestal iets van korte duur. Iemand die voortdurend het slachtoffer speelt, wordt door zijn leeftijdgenoten maar matig gewaardeerd. Hij is een ‘wener’. En als hij zo doorgaat zelfs een ‘loser’ – en dat is het ergste. Zo’n jongen heeft dat door, past zich aan, laat zijn verongelijkte gezicht thuis en wordt volwassen.
     Over dat verongelijkt zijn las ik onlangs iets verontrustends. Twee Amerikaanse onderzoekers, Campbell en Manning, denken dat onze zedelijke beschaving aan het verschuiven is. Zij zien drie grote beschavingstypes: de eercultuur, de burgerlijke cultuur en de nieuw opkomende slachtoffercultuur. Die beschavingen verschillen bijvoorbeeld door de manier waarop hun leden omgaan met beledigingen en kwetsende uitlatingen. Hieronder vat ik de stelling van Campbell en Manning in eigen woorden samen. De lezer die tot controle geneigd is, kan hier het originele artikel en hier een uitgebreide samenvatting vinden. Daar gaan we.
     De oudste van de drie beschavingstypes is de eercultuur. In een eercultuur gaat het om de krijger. Hij staat in het middelpunt. Een belediging jegens hem, groot of klein, moet worden gewroken. De krijger heeft lange tenen en een sterke arm – elke belediging wordt opgemerkt en elke belediging wordt bestraft, en wel door hemzelf. Als dat om een of andere reden niet kan, dan is dat heel, heel erg. Dan zit een gekrenkte Achilles mokkend voor zijn tent en het hele Griekse leger mag omkomen en de rest van de wereld vergaan.
     In de burgerlijke cultuur, vanaf de zeventiende en achttiende eeuw, loopt het zo’n vaart niet meer. De bakker en de slager van Adam Smith hebben een dikke huid en zijn misschien zelfs een heel klein beetje laf. Zij maken zich minder zorgen om hun reputatie dan om het cijfer onderaan in het kasboek. En wat dan nog als een klant – of een mogelijke klant, en dat is iedereen – wat grof in de mond is, als hij maar betaalt. Het gevoel van eigenwaarde van de burger kan tegen een stootje. In de wijsbegeerte vinden we die gedragslijn weerspiegeld in Immanuel Kants opvatting van menselijke waardigheid: redelijkheid, fatsoen en gecontroleerde passie. Die deugden liggen binnen het bereik van iedereen, en zijn niet alleen weggelegd voor een opvliegende vechtjas met snelle voeten en een stalen arm. Iedereen kan redelijk en fatsoenlijk zijn en iedereen heeft er recht op om redelijk en fatsoenlijk behandeld te worden. En als dat niet gebeurt, dan kun je dat onredelijke en onfatsoenlijke gedrag best gewoon … negeren1. De kinderen van de burgers worden opgevoed met het kinderrijmpje ‘Sticks and stones may break my bones, but words will never hurt me’.
     Volgens Campbell en Manning is zich nu uit de restanten van de twee vorige culturen een nieuwe cultuur aan het vormen: de slachtoffercultuur. Helaas gebeurt dat niet volgens de mooie driehoek van Hegel – these, antithese, synthese – maar volgens het scenario dat je in de echte wereld wel vaker ziet: het samenvoegen van ‘the worst of both worlds’. De lichtgeraaktheid van de eercultuur koppelt zich aan de lafheid van de burgercultuur. Bij krenking van gevoelens gaat men het meningsverschil niet uitvechten als heren, in een ochtendlijk duel, zoals men dat tot laat in de negentiende eeuw deed. In plaats van naar het pistool te grijpen, klampt men nu een derde partij aan om zijn beklag aan te doen. Die derde partij kan een gezagdrager zijn, of de media, of de publieke opinie of nog iets anders. En er is nóg een verschil: de nieuwerwetse krenking van gevoelens wordt niet veroorzaakt door persoonlijke beledigingen. Je bent pas een Volwaardig Slachtoffer als je je kunt presenteren als lid van een Vervolgde Groep, als moslim, als vrouw, als homo, als gehandicapte, als bejaarde, als kansarme …
     Op Amerikaanse campussen zie je nog een andere kant van het verschijnsel. Daar zie je dat zelfs de meest bevoorrechte leden van de samenleving – en zo mogen we studenten aan de topuniversiteiten best wel noemen -  dat zelfs die meest bevoorrechte leden dus maar al te graag in de slachtofferrol willen stappen2. In augustus 2014 werd in Ferguson een zwarte jongeman, Michael Brown, doodgeschoten door een politieagent. Ook al had die Brown zopas een diefstal met geweld gepleegd en had hij geprobeerd het pistool van de politieagent af te nemen, je kunt hem met recht en reden een slachtoffer noemen. Hij is tenslotte doodgeschoten. Maar nu. Op 24 november 2014 werd de politieagent die Brown had gedood vrijgesproken door de rechtbank. Onmiddellijk waren er op de campussen een groot aantal studenten die zich nu ook ‘slachtoffer’ voelden, en wel van de uitspraak van de rechtbank. De Columbia Law School, die tot de vijf beste advocatenopleidingen van Amerika behoort, verwittigde haar studenten dat ze uitstel van examens konden aanvragen om eerst van de schok te bekomen. De Harvard Law School wou aan zo’n uitstel van examens niet meedoen, en kreeg om die reden af te rekenen met een protestbeweging gesteund door meer dan twintig organisaties, zoals de Harvard Black Law Students Association, de Harvard Muslim Law Students Association  en de Allianza van studenten met Latijns-Amerikaanse achtergrond. Zij eisten dat elke student die zich door de uitspraak van de rechtbank getraumatiseerd voelde, zijn examens kon uitstellen binnen de periode van 20 december tot 15 januari. ‘Door op dit moment onze examens te moeten voorbereiden en afleggen,’ schreven ze in een petitie aan de rector, ‘wordt ons gevraagd een daad van dissociatie te stellen.’
     Nóg meer dissociatie – ja, dat zou jammer zijn.
 
1 Als het té erg wordt natuurlijk, stapt de burger naar de rechtbank. We moeten ook niet overdrijven. 

2 De Britse socioloog Frank Furedi legt in een recent stuk (hier) uit hoe de slachtoffercultuur aan de universiteiten samengaat met een vergaande opstand tegen het vrije verkeer van meningen. Er is een hele verzameling nieuwe woorden en begrippen ontstaan om uitdrukking te geven aan de nieuwe onverdraagzaamheid: ‘micro-aggression’, ‘safe spaces’, ‘trigger warning’ …

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen