vrijdag 25 maart 2016

Bach op Goede Vrijdag

     Jan zijn smaak in muziek is niet de mijne. Wat ik in de auto allemaal heb moeten beluisteren! Maar een barbaar is Jan nu ook weer niet. Vóór een belangrijk examen luistert hij op zijn iPhone naar de Brandenburgse concerten ‘om rustig te worden’. De cellosuites van Bach herkent hij, ook als ze toevallig op een ander instrument worden gespeeld. En laatst is hij met de zoekopdracht ‘Best of Bach’ op een fragment van de Mattheüspassie gestoten dat hij ergens wel mooi vond – ‘Erbarme dich’. En ik ben het met hem eens: dat ‘Erbarme dich’ is waarlijk een mooi brokje muziek.
     Toch moet er een tijd geweest zijn dat de Mattheüspassie mij niet aansprak. Toen ik negen of tien jaar was zag ik die Pasolinifilm Il Vangelo secondo Matteo. Ik was erg onder de indruk. Het verhaal kon ik goed volgen omdat ik het al kende van de Gewijde Geschiedenis, maar ’t was voor de rest een erg rare film, niet alleen vanwege het zwart-wit, want dat was in 1964 nog gewoon, maar gewoon ráár. Niet zo lang geleden zag ik die film terug, en wat bleek? Op de achtergrond hoor je bij bepaalde scènes koorzangen uit de Mattheüspassie. Dat was mij vijftig jaar geleden niet opgevallen.
     Eigenlijk zijn álle gezongen stukken van Bach mij lang onbekend gebleven. De Brandenburgse concerten heb ik bij wijze van spreken altijd gekend, maar van de Mattheuspassie herinner ik mij nog goed die eerste keer dat ik er op een bewuste manier een stukje uit hoorde. Het was op een begrafenis. De kist werd binnengedragen. Ik kende de vier kistdragers. Ik kende de rouwende echtgenoot. En toen klonk het ‘Kommt ihr Töchter helft mir klagen’. ’t Was muziek als een deining van golven, waar je ondanks de titel en de tekst niet echt een klacht in herkende. De toon was meer tragisch dan droevig. Rond die tijd las ik bij Schopenhauer dat muziek het oneindige, rusteloze, onbevredigde verlangen van de ‘wereld als wil’ kon uitdrukken. Dat is ongeveer wat ik voelde. Ik zou het in elk geval niet vóór een examen beluisteren.
     De laatste twintig jaar luister ik vooral in de auto naar Bach. Daarbij zul je mij niet vaak op meeneuriën betrappen. Wel bal ik een vuist bij het concerto voor twee violen (BWV 1043) en ga met die vuist kleine driftige bewegingen maken op de maat van de muziek. Er zijn maar drie heel, heel korte stukjes waar ik echt ook bij meezing: de uitroep ‘Coffee, Coffee’ (in BWV 211), de mooie belofte aan de Goede Moordenaar ‘Heute, heute wirdst du mit mir ... mit mir ... mit mir im Paradis ... im Paradis ... im Para-adis sein’ (in BWV 106) en een Rezitativ-zinnetje uit de Mattheüspassie: ‘Das ist mein Blut des neuen Testaments’. Dat laatste heb ik zojuist weer meegezongen uit volle borst. ’t Is vandaag immers Goede Vrijdag, waar of niet?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen