Nu Het Nieuwsblad zonder mijn toestemming te vragen er een foto van heeft afgedrukt, kan ik het niet langer ontkennen: ik was erbij in die Manifiesta-tent waar Hasan Piker kwam spreken. Samen met Piker was ik de enige met een das. Piker draagt die das, geloof ik, en rijdt met een Porsche, om zijn vijanden in de war te brengen, en om aan zijn vrienden duidelijk te maken dat het integrale socialisme geen armoede maar luxe zal brengen, maar dan voor iedereen.
Ik geef toe dat ik graag eens luister naar die rad-van-de-tongriem-gesneden Amerikaanse stofzuigerverkopers, van extreemlinks en van extreemrechts, al krijg ik ook snel genoeg van hun oppervlakkige praatjes. En wat Piker vertelde was voor mij héél oud nieuws. Als je de ‘massa’s’ – the masses – voor het socialisme wilde winnen – en dat was nog iets anders dan de sociaal-democratie – dan moest je bereid zijn om het gesprek aan te gaan met liberals, conservatives and even fascists, behalve als ze onverbeterlijk waren. Je moest daarbij vriendelijk en joviaal blijven. Je moest niet meteen over politiek beginnen. Beter was het om eerst over sport te praten, of over films, of over computerspelletjes, en dan geleidelijk het gesprek te brengen op de groeiende ongelijkheid en de misdaden van het zionisme. Iedere keer als hij het woord ‘zionisme’ uitsprak, kreeg hij applaus van de zaal.
Piker had extra reclame gekregen door een tweet van minister Theo Francken:
Vanaf 1 september is het nieuwe strafwetboek van kracht. Terrorisme verheerlijken is nu strafbaar. Goed zo, kunnen we dat eindelijk toepassen op het commie-festival van de jodenhaat Manifiesta waar dit jaar Hasan Piker 7/10 komt verheerlijken en de Franse rapper Medine de quenelle komt uitvoeren, tot groot jolijt van Raoul, Peter en Jos.
Dat ‘verheerlijken van het terrorisme’ verwijst naar enkele uitspraken van Piker. Dat Amerika de aanval van 9/11 ‘verdiend had’ en dat ‘Hamas duizend keer beter is dan de fascistische koloniale apartheid die Israël in de praktijk brengt.’ Die eerste uitspraak heeft hij op Manifiesta nog eens al lachend herhaald: dat hij lang geleden ooit gezegd had dat ‘America deserved certain things.’
Is dat een strafbare ‘verheerlijking van terrorisme’ in de betekenis van de (nieuwe) wet: ‘het openbaar ontkennen, schromelijk minimaliseren, pogen te rechtvaardigen of goedkeuren van terroristische misdrijven?’ Dat zou een rechter moeten beoordelen. Piker zou dan ongetwijfeld de bredere context citeren: dat hij ook wel eens zaken gezegd heeft als: ‘Are there atrocities that have taken place at the hands of Hamas? Absolutely. Are there war crimes? Certainly.’
Peter Mertens, algemeen secretaris van de partij die Manifiesta organiseert, heeft de tweet van de minister wat aangedikt:
Francken wil festival verbieden omdat hij de ideeën niet leuk vindt … De enige kracht die de marxistische stem heeft verboden was de nazi-bezetter in 1940. Vandaag wil Theo Francken dat opnieuw doen.
In een polemiek kan ik zoiets billijken. Een kritiek noemt men ‘intimidatie’ en intimidatie noemt men een ‘poging tot verbieden.’
Op dezelfde manier kan ik ook het antwoord van Francken billijken:
Pure leugens. Ik wil dat commie feestje helemaal niet verbieden. Maar als Peter en Jos met de hulp van Hasan Hamas ophemelen en hun kameraden opzwepen tegen joden dan hebben ze een dik probleem.’
Francken spreekt hier als een tuchtprefect: ‘Als jullie zo verder doen, dan zwaait er wat,’ terwijl hij weet dat hij niets heeft om mee te zwaaien. Ja, de regering had Piker – ook zonder de nieuwe wet – een visum kunnen weigeren, en ik ben blij dat ze dat niet gedaan heeft, want je moet toch een beetje de proporties in acht nemen.
Er is iets anders wat mij aan die affaire niet bevalt. Dat Francken en Mertens ruzie maken vind ik niet erg. Dat hoort bij de politiek. En dat ze daarbij overdrijven en elkaars woorden ‘framen’ kan ik betreuren, maar ik weet uit ervaring hoe moeilijk het is om te polemiseren zonder overdrijving en ‘framing’ als je je publiek niet al te zeer te wil vervelen. Maar uiteindelijk blijven het words, words, words. Wat ik daarentegen verneem over het nieuwe strafwetboek, dat is une autre paire de manches. Ik wist al dat men alles ingewikkelder had gemaakt, met 8 strafniveaus, maar het opnemen van zo’n rekbaar begrip als ‘verheerlijking van het terrorisme’ was aan mijn aandacht ontsnapt. Ik had aandachtiger moeten zijn. Bart Eeckhout schrijft (DM 12/9):
Zeg niet dat u niet gewaarschuwd was. Toen de regering, in de vorige Vivaldi-regeerperiode zelfs nog, het plan opvatte om ‘verheerlijking van terrorisme’ strafbaar te stellen in het nieuwe strafwetboek, heb ik, en anderen met mij, de vrees uitgesproken dat dit een aanslag kon worden op onze gekoesterde vrije meningsuiting. Het gevaar bestond, zo luidde het toen, dat machthebbers de wet zouden misbruiken om storende of extreme standpunten van politieke tegenstanders te criminaliseren.
Hier geef ik Eeckhout helemaal gelijk*. Hij heeft in die materie ook recht van spreken, want hij heeft bij andere gelegenheden de vrije mening van radicaalrechtse stemmen verdedigd. Dan is het begrijpelijk dat hij zich nu boos maakt op rechts, dat wel de eigen vrije mening, maar niet die van de tegenstrever wil veilig stellen.
Daarna ontspoort Eeckhout enigszins als hij de tweets van Francken al te enthousiast gaat framen in de stijl van Peter Mertens, maar ook dat enthousiasme is begrijpelijk. Hij heeft zo vaak de vrije mening van Vlaams Belang, Dries Van Langenhove en Cofnas in bescherming moeten nemen, dat hij maar wat blij is dat hij nu op rechts kan inhakken en zo zijn geloofwaardigheid bij links wat kan herstellen.
Maar over de kern van de zaak heeft Eeckhout gelijk, net als bijvoorbeeld Patrick Loobuyck op x.com: Reminder - onder meer voor politici: het rechtvaardigen van geweld in een bepaalde context is niet hetzelfde als het direct oproepen tot geweld. Dat is een belangrijk onderscheid in de discussie over de vrijheid van meningsuiting. Joren Vermeersch heeft daarop geantwoord met een voorbeeld:
Stel dat een anti-immigratie-activist in België op een VB-manifestatie openlijk zou verklaren dat het bloedbad van Breivik op Utoya “welverdiend” en “gerechtvaardigd” was: hoe lang zou het duren alvorens hij een proces aan zijn been had?
Vermeersch vindt dat een weerbare democratie zulke uitspraken moet bestraffen omdat een democratie weerbaar moet zijn en omdat geweld als middel tot politieke actie daarin ongemogelijk kan worden getolereerd noch goedgekeurd. Maar de Breivik-uitspraak is geen erg realistisch voorbeeld. Een extreem-rechte activist zal dat allemaal veel sluwer verwoorden. Hij zal bijvoorbeeld zeggen dat aanslagen zoals die van Brevik in de toekomst nog zullen plaatsvinden en dat links door het open-grenzen-beleid zulke acties uitlokt. Dat is een schandelijke uitspraak, en we moeten die niet tolereren of goedkeuren, maar ze moet voor mij ook niet strafbaar zijn.
Vermeersch probeert een grens te trekken tussen toelaatbaar en ontoelaatbaar:
Anders dan de gevaarlijke (wegens vage) strafbaarstelling van ‘aanzetten tot haat’, die dringend uit de wet moet, is ‘aanzetten tot geweld’ nu eenmaal een harde grens aan vrije meningsuiting. Welnu: zeggen dat terroristisch geweld ‘gerechtvaardigd is’ en de slachtoffers daarvan ‘het verdiend hebben’, staat gelijk aan het publiek goedkeuren daarvan en dus ook aan het aanzetten tot zulk geweld. Dat is de logica zelve.
Ik ben bereid een verschil in rekbaarheid te aanvaarden tussen ‘haat’ en ‘geweld’, maar de rekbaarheid van de formulering zit evenzeer in het begrip ‘aanzetten tot’. Nemen we de voorbeelden van de zangers Daan Stuyven en Stijn Meuris, en van presentator Chris Dusauchoit. De eerste dacht bij de aanslag op de WTC-torens ‘Eindelijk!’, de tweede wenste de lone shooter die Donald Trump te grazen wil nemen ‘een vaste hand’ toe, en de derde had ‘geen slecht gevoel’ toen Pim Fortuin werd vermoord. Allemaal afschuwelijke uitspraken maar die voor mij geen gerechtelijke vervolging rechtvaardigen, terwijl men ze nochtans, met enige slechte wil, kan begrijpen als ‘aanzetten tot’ geweld.
Het onderscheid dat Loobuyck maakt is helemaal terecht. Het ‘rechtvaardigen van geweld in een bepaalde context’ zou op zich geen misdrijf mogen zijn – waarbij we nog kunnen opmerken dat die ‘bepaalde context’ vaak het buitenland betreft: nu Gaza, en vroeger: de Koerden, de Ieren, de Basken, de Algerijnen, de Zuid-Amerikaanse guerrillero’s, enzovoort. Wat hun sympathisanten daarover schrijven en schreven is geen kwestie voor een rechter. Lode Cossaer verwoordde het zo: ‘Pas bij een concrete oproep – val deze mensen nu of in de nabije toekomst aan – komt het strafrecht in beeld.’ Of zou in beeld mógen komen.
Ondertussen – om met een positieve boodschap te eindigen – heeft het strafwetboek het ‘verheerlijken van terrorisme’ wel redelijk strikt omschreven. Dat verheerlijken is slechts strafbaar als het een ‘ernstig en reëel gevaar oplevert’ dat het ook werkelijk leidt tot terrorisme en als het ‘met dat oogmerk’ gebeurde. Ik denk niet dat de passage van Piker in België een ‘ernstig en reëel gevaar oplevert’ dat we ons nu een terrorismegolf over ons krijgen. Ik heb in de tent eens goed rondgekeken. Ik kan niet uitsluiten dat sommige van die meisjes die applaudisseerden telkens als de naam van Zohran Mamdani viel later bomaanslagen zullen plegen, maar de verantwoordelijkheid van Piker daarin zal vrij klein zijn.
* Zie bijvoorbeeld mijn longread over de vrije meningsuiting naar aanleiding van het geval Dries van Langenhove: hier.


1 Ik meen dat Francken minister is in een Belgische regering, dus van alle Belgen, dus ook van de linkse Belgen. Uit zijn diverse verklaringen lijkt het alsof hij enkel zijn radikaal rechtse volgelingen vertegenwoordigt. 2. Bovendien voel ik zoiets als dat van de uitlatingen van een minister wat meer stijl mag worden verwacht.
BeantwoordenVerwijderen1. Een minister van een rechtse partij mag van mij gerust in het openbaar fulmineren tegen de communisten. 2. In het geval van deze tweets betreur ik niet zozeer de stijl, als wel de overdrijving - wat dus neerkomt op halve waarheden - en de intimiderende toon.
VerwijderenIk heb geschreven dat ik zoiets kan billijken in een polemiek, maar bij een minister mag men inderdaad de lat hoger leggen.
Ik heb Francken ooit eens een redevoering zien geven en ik moet zeggen dat hij zeker welbespraakt is. Maar voor mij heeft hij een tikkeltje te veel het allure van een studentenleider.
Verwijderenpaire, Philip. Une autre paire de manches.
BeantwoordenVerwijderenIk heb nu her en der gelezen wat die mijnheer Piker allemaal te vertellen had en ik kan alleen maar besluiten: oude -verzuurde- wijn in nieuwe modieuze sociale media zakken.
BeantwoordenVerwijderen