zondag 18 oktober 2026

Woningongelijkheid, e.a.

 Woningongelijkheid
     Wanneer koning Boudewijn buitenlandse gasten had, vermeldde hij trots dat de meeste van zijn onderdanen een eigen woning bezaten. Hij had de cijfers in een schriftje genoteerd, en die cijfers zijn ondertussen nog altijd gunstig. 70 procent van de Belgen is eigenaar van een woning en slechts 30 procent moet huren. Maar het kan natuurlijk nog altijd gelijker*.
     De Vlaamse socialisten hebben ontdekt dat er in ons land 11.000 mensen zijn die tien of meer woningen bezitten. ‘Vrienden van mij,’ zegt Kamerfractieleider van Vooruit, Oskar Seuntjens,’ doen keihard hun best om een appartementje te kunnen huren … Tegelijkertijd kopen multimiljonairs in ons land niet hun tweede of hun derde woning, maar zelfs hun tiende, elfde of twaalfde … Het is écht tijd om die ongelijkheid aan te pakken.’
     Dat is een mooi voorbeeld van wat Lenin ‘agitatie’ noemt. In een propagandabrochure geef je eenzijdige cijfers en kromme economische redeneringen om de denkende medemens te verleiden, maar om de massa te bewerken moet het allemaal eenvoudiger. Dan moet je aan ‘agitatie’ doen: geen dorre statistiek, maar voorbeelden die de verbeelding aan het werk zetten. Bij rijken die tien of twintig woningen bezitten denk je onwillekeurig aan een multimiljonair die van zijn ene luxe-appartement naar het andere trekt, en van zijn ene villa-met-zwembad naar de andere - en die nooit ergens tevreden zijn.
     Die grootvastgoedbezitters – 0,01 procent van de bevolking – zijn in werkelijkheid vooral verhuurders, die de vrienden van Oskar Seuntjes tegen betaling aan een appartementje helpen. Wat wil Seuntjes nu: dat die appartementjes onteigend worden en geschonken aan zijn vrienden? De grond aan degenen die ze bewerken, de appartementen aan degenen die ze bewonen! Dat zou ook een mooie agitatie-slogan zijn.
     Maar sociaal-democraten gaan natuurlijk zover niet. ‘Seuntjes grijpt de cijfers niet aan,’ schrijft Het Nieuwsblad, ‘om concrete maatregelen op tafel te leggen.’ De bedoeling is dus meer om een gezicht te geven aan de sterkste schouders – ai, nu raak ik zelf verstrikt in mijn metaforen – en de sterkste-schoudersretoriek moet verantwoorden dat álle rijken wat zwaarder belast worden. Als men speciaal de vastgoedbezitters zou treffen met extrabelastingen zou dat wel eens de woningmarkt kunnen verstoren, en waar staan de vrienden van Seuntjes dan?  


* Een van de ongelijkheden betreft de leeftijdscategorieën. Toen ik 37 was kochten mijn vrouw en ik een huis, waarvoor we een flinke lening moesten aangaan. Toen ik 67 was kochten we, alweer met een flinke lening, een appartement aan zee. Mijn zoon die 28 is moet nog altijd huren. 



Emotioneel anti-semitisme

     Niet alle antizionisme is antisemtisme, en niet alle antisemitisme is even erg, maar soms denk ik dat ik te veel nuanceer. Bij een FB-vriend lees ik een bespreking van de geëngageerde Palestijnse film No Other Land. Ik citeer: ‘En ja, niet alle joden zijn klootzakken, maar alle klootzakken die zich inlaten met landroof op de Westbank – waarover de film gaat, zijn wel joods.’ Dat is al vrij grof. En hij voegt er eerlijk aan toe: ‘Het wordt niet bepaald gemakkelijker om niet antisemitisch te denken.’ 

 



Geen opmerkingen:

Een reactie posten