Albanese en het antisemitisme
De pro-Palestijnse activiste in de UNO, Francesca Albanese, zei laatst iet heel vreemds over het antisemitisme. Haar woorden werden op de sociale media niet altijd nauwkeurig weergegeven. Ik heb daarom het filmpje zelf bekeken en getranscribeerd.
Zodus, antisemitisme, zoals ik vaak zeg, bestáát, het is een plaag, het is discriminatie. Het is niet alleen discriminatie van Joden, het is discriminatie van semitische volkeren, die, toen de term antisemitisme werd bedacht, verwees naar iedereen die niet Europees was, iedereen die uit het Midden-Oosten kwam. De nazi’s, de fascisten en de racisten van vorige eeuw beschouwden de joden als semieten. En omdat in Europa de joden veruit de grootste groep onder de semieten vormden, is antisemitisme gaan samenvallen, of beter: gaan overlappen, met het begrip anti-judaïsme. Toch wordt deze haat — en dat is nog steeds zo — vandaag begrepen als haat tegen Joden. Maar het moet gezegd worden dat het concept antisemitisme in werkelijkheid breder is. Er bestaan verslagen van ooggetuigen in de concentratiekampen die zeggen dat de Joden, toen ze naar de gaskamers gingen, ‘moslims’ werden genoemd.
Het grappigst zijn haar eerste woorden: Allora, l’antisemitismo, come dico spesso … Ze heeft die onzin dus váák verteld. Nu is het echter op de sociale media terechtgekomen en heeft ze zich moeten verontschuldigen.
Ik verontschuldig mij oprecht. Ik had de term ‘Muselmann’ die in Nazikampen werd gebruikt voor gevangenen die bijna dood waren verkeerd geïnterpreteerd en heb verkeerdelijk verondersteld dat het woord ‘antisemitisme’ oorspronkelijk de haat aanduidde voor alle semitische volkeren. In werkelijkheid is het begrip gemunt om jodenhaat aan te duiden.
Die verontschuldiging ontlokte een sarcastische opmerking aan mijn FB-vriend Pieter Laleman. Aangezien Albanese eredoctor is aan drie onzer Vlaamse universiteiten, zou het misschien goed zijn om in het vervolg de kandidaten voor zo’n titel aan een kleine kennistoets te onderwerpen. Een andere FB-vriend Mel Bergbewoner stelde de filosofische vraag: Is Albanese een ignorant kalf, of een perverse leugenaar? De twee hoeven elkaar natuurlijk niet uit te sluiten, maar in dit particuliere geval neig ik naar de eerste verklaring.
Kijk, je kunt Albanese niet verwijten dat ze de betekenis niet kende van de nazi-term ‘Muselmann’. Ik kende die ook niet. En je kunt zes jaar geschiedenisles krijgen in het middelbaar zonder een systematische uitleg over de eeuwenlange jodenvervolging in Europa. Maar dat Hitler het op de joden gemunt had, de joden-de joden-de joden, dat weet het kleinste kind. En dat heb je met sectaire activisten: dat ze menen het beter te weten dan het kleinste kind.
Waarschijnlijk heeft Albanese ergens in de Arabische milieus die ze frequenteert iets opgevangen over de oorspronkelijke betekenis van het antisemitisme. De gekste theorieën doen daar de ronde. PLO-leider Mahmoud Abbas heeft ook zo’n uitleg over het antisemitisme. Dat heeft niets met de Europese joden te maken want, heeft hij ergens gelezen, dat zijn geen semieten, maar afstammelingen van de Turken. Het is een oude theorie die niet ter zake doet en die door modern DNA-onderzoek is weerlegd, maar Abbas blijft ze verkondigen.
Hoe gaat dat dan bij iemand als Albanese? Ze weet wat het kleinste kind weet: Hitler had het op de joden-de joden-de joden gemunt. En dan hoort ze op een dag dat het eigenlijk anders in elkaar zit. De versie die men het kleinste kind wijsmaakt komt van de joodse lobby. Na die openbaring bekeert Albanese zich tot de nieuwe Waarheid: eigenlijk was het oorspronkelijke antisemitisme helemaal niet exclusief anti-joods. Zoiets gelooft ze onmiddellijk en graag, zonder iets te controleren. Had ze die theorie even afgetoetst aan de de vage historische kennis die een 50-jarige intellectuele onvermijdelijk heeft opgedaan in de loop van haar leven, dan had ze de ongeloofwaardigheid ervan zonder moeite ingezien.
Er speelt nog iets anders. Als je vanuit je anti-Israël-engagement geëvolueerd bent naar emotioneel antisemitisme, zul je dat altijd ontkennen, ook aan jezelf, maar je blijft met een slecht geweten achter. Ergens zit je in hetzelfde kamp als Hitler en dat is niet wat je wil. Dan komen allerlei nuances goed van pas. Antisemitisme is niet hetzelfde als anti-judaïsme. Een aanslag op een synagoge is geen daad van antisemitisme van van anti-Israëlisme. Enzovoort.
In dezelfde toespraak waarin Mahmoud Abbas betoogt dat de Europese joden geen semieten zijn, legt hij ook uit wat Hitler bezielde. Ik citeer:
‘They say that Hitler killed the Jews for being Jews and that Europe hated the Jews because they were Jews. Not true. It was clearly explained that (the Europeans) fought (the jews) because of their social role, and not their religion.’
Je vraagt je af wat Abbas met zo’n afleidingsmaneuvers wil bewijzen. Dat Hitler geen jodenhater was, en dat jodenhaat dus oké is? Of bedoelt hij dat je joden alleen mag haten vanwege hun politieke en sociale rol? In dat geval zou hij dus precies hetzelfde doen als wat hij Hitler toeschrijft.
* Het filmpje met de flater van Albanese staat hier. De toespraak van Abbas staat hier.
Ive Marx en de dienstencheque
Ik breng mijn gesprekspartners altijd aan het schrikken als iets zeg over de dienstencheques*. Zij klagen dat die te duur worden, en ik klaag dat ze veel te goedkoop zijn. Ik heb in Ive Marx een medestander gevonden, want hij vindt ook dat de prijs van de cheques gerust van 10 naar 12 euro mogen stijgen, en dat het ‘eigenlijk’ 30 euro zou moeten zijn, want dat is de échte loonkost (DS29/9). De staat moet 20 euro bijpassen, voornamelijk om de sociale zekerheidsbijdragen te betalen.
Als ik het met Marx eens ben, tik ik hem meestal tegelijk op de vingers omdat hij vanuit zijn academische positie uit de hoogte doet over het geknoei in de praktische politiek. Dit keer begint Marx daar zelf over:
‘Toegegeven, ik heb makkelijk praten als columnist. Ik hoef niet verkozen te worden. Politici die de harde beslissingen moeten nemen om de rekeningen te laten kloppen en om Europa en de ratingsbureaus tevreden te houden, hebben het minder gemakkelijk.’
Ik zal dus voortaan zwijgen over het stuurlui-aan-wal-gehalte van zijn columns: hij weet het zelf. En hij heeft gelijk dat hij de zaken zegt zoals ze zijn, zonder rekening te houden met politiek gekonkel. Elk zijn rol.
Marx schrijft terecht dat de dienstencheques een cadeau zijn voor de middenklassekiezer, ‘een soort schouderklopje voor de hardwerkende Vlaming.’ En hij heeft gelijk dat de middenklassekiezer dat cadeau zelf moet betalen door ‘lagere pensioenen, meer eigen bijdragen in de gezondheidszorg en het onderwijs, nog tragere rechtbanken en nog vollere gevangenissen.’
Alleen is zijn antwoord onvoldoende om de belangrijkste reden voor de dienstencheques te weerleggen. We vinden die reden op een andere plaats in dezelfde krant: meer werk voor laaggeschoolden, minder zwartwerk en betere sociale bescherming. Dat laatste is meteen de reden waarom niet alleen de middenklassekiezer, maar ook de vakbonden, het systeem van maximaal gesubsidieerde dienstencheques willen behouden.
Marx antwoordt daarop:
De Vlaamse regering weet ook wel dat het systeem zijn initiële doel ver voorbijgeschoten is. Veel mensen die vandaag in het systeem met de dienstencheques werken, komen helemaal niet uit inactiviteit of zwartwerk. Een belangrijk deel heeft de overstap gemaakt vanuit jobs waarop netjes sociale bijdragen worden betaald …
Ik ben er zeker van dat Marx dat ook kan bewijzen met economische en sociologische studies. Het zal ongetwijfeld ook waar zijn. De poetsvrouw van mijn moeder is overgestapt vanuit een kantoorjob waar ze netto minder overhield. Maar ondertussen zal iemand anders die kantoorjob hebben opgevuld, zodat er best een netto-winst in de tewerkstelling kan hebben plaatsgevonden.
Kris Vanautgaerden van het ACV schat dat een prijsverhoging van 10 naar 12 euro kan leiden tot een banenverlies van 23.000 mensen. Aan dat cijfer hecht ik niet zoveel waarde: het kan minder zijn, of misschien ook meer, maar de laatste prijsstijging heeft in elk geval het aantal gezinnen die dienstencheques gebruiken doen dalen van 780.000 naar 757.000.
Een harde libertair kan daarop antwoorden: so what? Laat de markt uitzoeken hoeveel vraag er is naar een bepaald type laaggeschoolde arbeid, vergeleken met andere types van laaggeschoolde arbeid, en laat de markt beslissen hoeveel gebruikers voor die arbeid willen betalen.
Ive Marx en de harde libertair hebben een en ander gemeen. Ze delen een afkeer van ‘koterijen’. De libertair gaat daarin een stuk verder. Hij redeneert als volgt. Van zodra de overheid een maatregel neemt om een wenselijk doel te bereiken – meer werkgelegenheid voor laaggeschoolden – heeft die ingreep gunstige én ongunstige gevolgen. Die ongunstige gevolgen moeten worden gecompenseerd met nieuwe maatregelen, die weer gunstige én ongunstige gevolgen hebben, waardoor alweer nieuwe maatregelen zich opdringen, die … enzoverder. Dat verklaart waarom je koterijen gemakkelijker kunt verdubbelen dan halveren.
* Ik heb over de poetshulpen ook al eerder iets geschreven, zoals hier, hier en hier.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten