woensdag 21 januari 2026

De verzonnen citaten van Rik Torfs, e.a.


     
Het nieuwste boek van Torfs blijkt zeven citaten te bevatten die ‘gehallucineerd’ zijn. Dat is aan het licht gebracht door vrt.nws, een medium dat daarmee bewijst dat het even goed aan onderzoeksjournalistiek kan doen als Apache. De aanleiding voor dat onderzoek was, geloof ik, dat Torfs de gehallucineerde citaten van Petra De Sutter ‘gênant’ had genoemd. Dat zijn eigen citaten niet authentiek zijn, is natuurlijk zelf ook gênant. Enig leedvermaak is dan op zijn plaats, zeker als je het niet zo op Torfs begrepen hebt. Er zijn veel mensen, vooral ter linkerzijde, die het niet zo op Torfs begrepen hebben.
      De hele heisa heeft ook een impact op mijn eigen planning voor deze week. Ik voel mij nu verplicht om dat boek van Torfs te lezen. Een auteur die uit het blote hoofd citeert en daarbij fouten maakt – het zou over mij kunnen gaan. En aangezien ik over Petra’s blunder geschreven heb, kan ik moeilijk zwijgen over die van Rik.
     Bij De Sutter heb ik mij amper gestoord aan de verkeerde citaten zelf. Ik had er weinig mee te maken. Ze kwamen voor in een redevoering die ik niet gehoord heb en die ik normaal nooit zou hebben gelezen. Wel vond ik haar verklaringen achteraf aan de flauwe kant, en zelfs een beetje leugenachtig. Ook bij Torfs stoor ik mij minder aan de foute citaten zelf, dan aan zijn uitleg achteraf die naar mijn smaak geen volledige klaarheid schept*.
      Zijn uitleg over het Camus-citaat vind ik het overtuigendst. Het gaat om de zin ‘Il n’y pas de justice dans l’absolu, il n’y a que des justes.’ Torfs geeft ronduit toe : ‘Ik dacht dat dat citaat letterlijk van Camus kwam, wat niet zo blijkt te zijn.’ Men begrijpt makkelijk hoe de fout ontstaan is. Camus heeft zinnen geschreven zoals ‘la justice absolue nie la liberté’ én hij heeft een toneelstuk geschreven Les justes. Dan duikt er al snel een valse herinnering op aan een mooi citaat dat nooit bestaan heeft. Het is best mogelijk dat er iets vergelijkbaars gebeurd is met De Sutters Einstein-citaat ‘Dogma is the ennemy of progress.’ Het was alleen dwaas van De Sutter om AI daarvoor een bronvermelding te laten verzinnen.
     De rest van Torfs zijn verdediging overtuigt mij minder. Hij heeft citaten van Feyerabend en Kierkegaard tussen aanhalingstekens weergegeven, en die citaten zijn in het werk van die auteurs nergens te vinden. Torfs argumenteert uitgebreid dat hij Feyerabend en Kierkegaard wel degelijk gelezen heeft, en hij heeft de boeken uit zijn bibliotheek gepakt en er een foto van genomen. Dat was niet nodig. Ik twijfel er niet aan dat Torfs die boeken echt gelezen heeft, en dat het zijn denken heeft beïnvloed. Ik vond het ook waarschijnlijk, zoals ik al schreef, dat Petra De Sutter een essay van Paul Verhaege gelezen heeft. Torfs toont uitvoerig aan dat de citaten wel degelijk overeenstemmen met de gedachten van Feyerabend en Kierkegaard. Opnieuw: ik twijfel er niet aan.
     Torfs geeft toe dat de aanhalingstekens een fout waren omdat het parafrases waren en geen letterlijke woorden. Dat is inderdaad een vrij zware fout, en het is nog erger als ze wordt voorafgegaan door beweringen als ‘Volgend zinnetje uit Of/of illustreert die stelling helder.’ Ik sjoemel ook wel eens met mijn letterlijke citaten tussen aanhalingstekens, maar dan toch meer op het niveau van hoofdletters, leestekens, voornaamwoorden en verplaatsing van hulpwerkwoorden.
     Torfs zijn gebruik van aanhalingstekens is veel lichtzinniger en roept ook vragen op. Het gaat in het totaal om vier citaten. Twee ervan kan ik nog makkelijk verklaren als ‘uit het blote hoofd citeren’, maar van de twee andere sluit ik het gebruik van een hallucinerende AI-chatbot niet uit. Vijanden van Torfs weten zoiets natuurlijk zeker.
     Een apart geval zijn de verzonnen verzen van Leo Vroman. Torfs schrijft: ‘Hier vertrouwde ik te veel op mijn geheugen.’ Dat is mij onlangs ook overkomen. Mijn geheugen vertelde mij dat Herman Gorter twee gedichten geschreven had bij de dood van Lenin. Ik vroeg Grok om mij te helpen die gedichten terug te vinden. Eerst ontkende Grok dat Gorter ook maar één Lenin-gedicht had geschreven, maar na enig aandringen kreeg ik een niet-bestaand gedicht aangereikt dat handig inspeelde op mijn prompt. Ook bij de Vroman-verzen blijf ik dus achterdochtig. Het is best mogelijk dat Torfs zowel te veel op zijn geheugen als op AI vertrouwd heeft.
     Blijft over dat citaat van Montaigne: ‘De nieuwsgierigheid om te onderzoeken en het verlangen om te weten zijn een passie die samen met ons wordt geboren. Zonder hen kan de menselijke geest niet gelukkig leven.’ Mooie woorden, maar niet van Montaigne. Torfs verdedigt zich door te zeggen dat de formulering ‘de gedachten van Montaigne perfect verwoordt.’ Ten bewijze echter haalt hij een aantal authentieke citaten van Montaigne aan die hij nu wél vlijtig heeft opgezocht, maar die slechts een vaag verband houden met de ‘geciteerde’ woorden. Hier zijn weer verschillende verklaringen mogelijk. Ofwel heeft Torfs zijn AI-chatbot laten hallucineren. Ofwel citeert hij uit het blote hoofd, niet wat hij ooit bij Montaigne zelf heeft gelezen, maar wat hij in boeken óver Montaigne gelezen heeft. Zoals Torfs zelfs schrijft in zijn verdediging:

 Uiteraard werd ik ook geïnspireerd door boeken over Montaigne uit mijn bibliotheek, onder meer door Alexander Roose, De vrolijke wijsheid, Kalmthout, Polis, 2017, tweede druk. Alsook: Sarah Bakewell: Hoe te leven met Montaigne, Amsterdam, Van Gennep, 2012, tweede druk, vertaling uit het Engels.

     Ik besluit uit die verdediging dat Torfs, als hij wil, wel correct kan omspringen met bibliografische verwijzingen én dat hij wellicht het geduld niet heeft gehad om Montaigne zelf te lezen. Hij schrijft: ‘Ik verwijs hier naar de editie van Les Essais en français moderne, Parijs, Gallimard, 2009, een boek dat ik ook heb.’ Maar dat hij dat boek hééft, bewijst niets. Ik heb een editie van de Essais in renaissancistisch Frans, in vijf delen, maar gelézen heb ik ze in het Nederlands, op mijn Kindle – behalve de honderd bladzijden die we in de tweede kandidatuur Romanistiek in de oorspronkelijke tekst moesten lezen.
      Het blijft in elk geval allemaal gênant voor Torfs. Naar aanleiding van het De Sutter-incident had hij gezegd:

Ik gebruik af en toe AI, zelfs geregeld, onder andere ook om ideeën die ergens diep in mijn hoofd zitten terug wakker te maken. En ik probeer ook te controleren, als ik ze voor iets gebruik – een citaat of zo – of het klopt. Maar voor citaten probeer ik daar heel voorzichtig mee te zijn.

     Mochten de onderzoeksjournalisten van Apache of vrt.nws mijn blogjes willen onderzoeken, dan verklaar ik hierbij formeel dat ik wel eens een citaat controleer, maar dat zoiets bij mij nooit ontaardt in voorzichtigheid. Ze zullen een rijke buit binnenhalen. 

* Het onderzoeksverslag van vrt.nws staat hier. In het verslag staat een koppeling naar het antwoord van Torfs. 



The Beast in Me
     De Standaard (21/2) prijst de Netflixserie The Beast in Me. ‘Onderhoudende thriller met een zoals altijd goede Claire Danes, en een geweldige Matthew Rhys.’ De drie omschrijvingen zijn correct. De thriller is onderhoudend, Claire Danes is goed, en Matthew Rhys is geweldig, vooral in de eerste afleveringen.


Hoogmoed
     De korte stukjes van Joke Van Caesbroeck in de krant slag ik nooit over. Ze is ‘niet voor het huishouden geboren’, vertelt ze vandaag. Ook heeft ze moeite met het sms’en omdat ze een pleister rond haar wijsvinger draagt. Ze had met een ‘uit hoogmoed vers geslepen keukenmes’ een topje van haar wijsvinger gesneden. Als je geen talent hebt voor het huishouden, kun je maar beter niet hoogmoedig zijn.


Subsidies
     Een liberaal is natuurlijk tegen ‘subsidies’, maar de term zoals die administratief gebruikt wordt, is dubbelzinnig. Ons onderwijs bijvoorbeeld wordt betaald door de overheid. Salarissen van de leerkrachten rekent men bij de ‘personeelskosten’, terwijl men renovatie van de gebouwen vaak bij de ‘subsidies’ rekent. Maar dat zijn niet noodzakelijk het soort subsidies die ik als liberaal dringend afgeschaft wil zien. De subsidies die ik als liberaal afgeschaft wil zien zijn bijvoorbeeld de ‘renovatiepremies’. Mijn vrouw heeft die altijd stipt aangevraagd en we hebben die in dank aanvaard, maar dat is geen reden om die praktijk te goed te praten.


Studiebeurzen
     De Vlaamse regering bespaart op de studiebeurzen. Vooral studenten die langer over hun studies doen, kunnen hun beurs verliezen. Ik neem aan dat er goede argumenten voor en tegen zo
n maatregel bestaan. Alleen dit. Als die studenten langer over hun studies doen, is dat omdat ze zich niet erg inspannen, of omdat ze niet de nodige talenten hebben voor die studies. Ik heb in het middelbaar een paar keer meegedaan aan een examen om een studiebeurs te verkrijgen. Die werden toen toegekend door door een instantie die in de volksmond het ‘Fonds voor de Meest Begaafden’ heette. Ik hoop dat de huidige maatregel dat ‘meest begaafde’ segment van de studenten ongemoeid laat.

Verhoeven en de monsters
     Karel Verhoeven (DS 21/1) wil dat Europa opstaat als machtsblok-met-een-ideaal. Een machtsblok dat streeft naar

 Een wereld waarin landen zichzelf niet willen uitbreiden, grondstoffen vrij verhandelbaar zijn, volkeren hun eigen politieke lot kiezen, en vooral alle landen ernaar streven om het gebruik van het geweld af te zweren en dus ontwapenen als hoogste doel te hebben.

      Bij zoveel idealisme rijst de vraag wat een land of blok moet doen als ándere landen of blokken dat ideaal niét nastreven. Verhoeven noemt de agressieve landen en blokken, in navolging van Bart De Wever en Gramsci,  ‘monsters’. Bismarck noemde ze ‘snoeken’ – roofvissen dus. We kunnen onze vraag van hierboven dan in metaforische termen herformuleren. Wat moet je als karper doen in een vijver vol snoeken? De karper-idealen prediken?
      Verhoeven schrijft nog:

Als houvast kunnen documenten van andere existentiële crisissen dienen, zoals het Atlantic Charter dat Franklin D. Roosevelt en Winston Churchill in 1941 ondertekenden, waarin ze de wereld beschreven die ze nastreefden na de overwinning op nazi-Duitsland.

     Daar zit een argument in. Als je een militaire overwinning boekt op je voornaamste vijand, kun je inderdaad proberen je vredelievend ideaal op te leggen aan anderen. Maar dat doe je best zonder al te veel idealistische illusies. Van Roosevelt weet ik het niet, maar Churchill had die illusies in elk geval niet. Tegen het einde van de oorlog eiste hij dat elk lid van zijn kabinet Leopold Schwarzschilds boek Primer of the Coming World zou lezen. In dat boek wordt voorspeld dat de toekomstige wereld, net zoals in het verleden, er een zal zijn van brute krachtsverhoudingen. Schwarzschild raadt aan om niet te veel vertrouwen te schenken aan Verdragen voor een Eeuwige Vrede. Hij raadt het westerlingen aan om zich vooral niet eenzijdig te ontwapenen, er vooral voor te zorgen dat zij hun eigen politieke lot kunnen kiezen, dat zij het slachtoffer niet worden van landen of blokken die zichzelf willen uitbreiden, en dat zij over voldoende grondstoffen beschikken*. 

*Gelukkig heb ik de titel van het boek gecontroleerd, niet door het op te zoeken in mijn bibliotheek, maar op Wikipedia. Ik had eerst geschreven: A Primer of a New World. Ik heb niet gecontroleerd of Schwarzschild ook over grondstoffenbevoorrading schrijft. In elk geval niet in de eerste twee hoofdstukken die ik ongeveer uit het hoofd ken.


8 opmerkingen:

  1. Gezeur, geklier, geklief, gemier, geëmmer, gelul, gekul, gezeik, gezever, geleuter, gekeuter, gekeutel, geneuk, geneuzel, gebeuzel, gedram, geklooi, gezooi, gerotzooi, geouwehoer, gezeef, gezift.....
    Ongeveer zo recenseerde Jeroen Brouwers vele jaren geleden een pennevrucht van een bepaalde langharige Gentse scribent. Wellicht ontbreken er nog een paar substantieven die alleen de grote Meester uit zijn koker kon halen. Ook voor de volgorde sta ik niet in.
    Ik denk dat al die substantieven ook van toepassing zijn op de muggezifterij omtrent de van de pot gerukte citaten van de zutter of torfs. Who cares , in Godsnaam....

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Aangaande citaten, die citeer je niet uit je hoofd in een geschreven stuk of boek.
    In een mondelinge presentatie tot daaraan toe, zoals "ik citeer uit mijn hoofd", wat dan kan betekenen "een verwijzing" naar. Geschreven stukken echter, zullen als basis dienen voor toekomstige citaten. Academici moeten dat weten en er beducht voor zijn om foutieve informatie de wereld in te sturen die misschien generaties blijft hangen. Dus neen wat Torfs doet is onder het vereiste academische niveau.
    Over De Sutter heb ik mijn argumenten elders reeds beschreven.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. N.a.v. de door Petra De Sutter gemaakte fouten pleitte ik voor mildheid. Ik vroeg me toen (9 jan., sic) ook af of ik haar criticus Rik Torfs in zo'n geval zou kunnen vergeven. Welja dus. Wie nà de eerste steen zelf ook zondigt moeten we kunnen vergeven.

      Verwijderen
    2. @Stuivenberg: De academische werkmethode gaat niet over mildheid of niet. Eén der allergrootste fouten die academici kunnen maken is vervalsing en nonchalance. Het ondermijnt totaal het doel van de academische inspanningen. Over De Sutter, hierna een rechtstreeks uittreksel (citaat, ahum) van wat ik daar over geschreven heb:

      Dirk 9 januari 2026 om 08:35
      Citaat: "Op het vtm-nieuws zei Maarten Boudry dat De Sutter de eer aan zichzelf moest houden en ontslag moest nemen als rector. Ik vond het niet kies van vtm om de mening te vragen aan ...."

      Fouten moeten niet automatisch leiden tot ontslag. Soms wel, soms niet. Dat hangt er toch volledig af van welke fouten gemaakt worden EN door wie (functie).

      Als mijn lokale bibliothecaris tijdens een nieuwjaarsreceptie verkeerde info gebruikt afkomstig van AI, dat glijdt weg.
      Als een minister van verkeer volledig foute verkeersstatistieken citeert, omdat hij ze zo met AI van het internet heet getrokken, dan moet die man/vrouw ontslagen worden van die specifieke functie. Zo iemand wil je niet hebben als verkeersminister.

      Als een rector van een universiteit de mist ingaat door naïef gebruik van AI, daarenboven in een speech die van studenten vraagt zoiets niet te doen, kritisch te zijn etc, dan moet die persoon die functie aan een ander geven.
      Als bovendien die persoon die fout probeert te verdoezelen of te minimaliseren of er een draai aan te geven, dan is er geen greintje twijfel meer mogelijk: als het kan elegant, maar zonder twijfel naar de uitgangsdeur begeleiden.
      En als die persoon vroeger al blijk heeft gegeven zich onacademisch te verspreken, om het vergoelijkend uit te drukken, waar spreken we dan nog over? (dat ging over wat academici al dan niet mogen onderzoeken i.v.m. Gaza)
      Natuurlijk is dat lastig voor een universiteit kort na dat ze die persoon zelf tot rector hebben gekozen, een zekere blaam komt ook bij hen terecht.
      De kwaliteit van onze academici moet omhoog, niet omlaag, en De Sutter lijkt niet uit het juist hout gesneden om dat te bewerkstelligen.



      Verwijderen
  3. Torfs en co zullen nu hopelijk beseffen dat van een mug een olifant maken om de persoon van de Gentse rector en ook UGent te beschadigen verwerpelijk is en een rationeel & inhoudelijk debat bemoeilijkt.
    Jammer genoeg werd Torfs in 'De Afspraak' niet gevraagd wat hij nu zelf dacht van zijn grove beschuldigingen aan het adres van de Gentse rector. Dat mijkt me beel erger dan de fouten in zijn boek.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Die citaten, het zij zo, maar wat ik beschamend vind voor De Sutter is iets van een heel andere orde, en dat nergens in de media werd opgemerkt voor zover ik weet: https://victacausa.blogspot.com/2026/01/rectoren-in-zwaar-weer.html

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Ik weet dat iedereen die zaken door elkaar haalt, maar het is van belang een onderscheid te maken tussen 'studietoelagen' en 'studiebeurzen'. De verstrengingen gaan over de studietoelagen van overheidswege waarbij het belangrijkste criterium de hoogte van het gezinsinkomen is (hoe lager het inkomen hoe groter de kans op een - grotere - toelage). Daarnaast bestaan er de studiebeurzen die door verschillende actoren uitgereikt worden - overheid (vb Fayat beurzen), universiteiten en volledig private fondsen - waarbij meestal potentieel en verdienste van groter belang is.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. U hebt helemaal gelijk, maar in de tijd waarover ik spreek werden de 'studietoelagen' minstens in de volksmond 'studiebeurzen' genoemd.

      Verwijderen