Een lezer vroeg mij om nu al mijn standpunt vast te leggen over een mogelijke Amerikaanse militaire verovering van Groenland. Dat was een listige vraag. Als ik nu verklaarde dat ik tégen die militaire verovering was, dan kon ik die verovering achteraf niet goedpraten terwijl de de Amerikaanse en Deense troepen om het eiland aan het vechten waren. Wat moest ik antwoorden?
Ik ‘begrijp’ dat Trump om geostrategische redenen graag Groenland bij de VS wil, zoals ik ‘begrijp’ dat Poetin om vergelijkbare redenen Oekraïne in de Russische invloedssfeer wil. Als ik zulke toestanden moet evalueren, zonder dat ik daar nota bene voor betaald wordt, dan kijk ik toch in de eerste plaats naar de manier waarop een en ander gebeurt. Als Groenland gekocht wordt, kan het mij niet veel schelen – als Groenland gebombardeerd wordt, heb ik wel enkele humanitaire bezwaren.
Ondertussen ben ik blij met het stuk van Dominique Minten in De Standaard (9/1). Ik word eraan herinnerd dat Groenland 57.000 inwoners heeft. Ik leer dat Denemarken jaarlijks 12.500 dollar per persoon naar Groenland stuurt voor gratis gezondheidszorg, onderwijs, lonen van staatsambtenaren en uitkeringen. Trump zou naar het schijnt Denemarken willen kopen en daarbij aan elke inwoner een cheque van 1 miljoen dollar geven. Moeten de Groenlanders nu kiezen tussen 12.500 dollar per jaar of in één keer 1 miljoen dollar? Of krijgen ze boven dat miljoen nog altijd een jaarlijkse subsidiëring, maar dan minder rijkelijk dan het Europese model voorziet?
Groenland heeft ook veel grondstoffen, zoals uranium, lees ik. Trump zou die graag laten ontginnen. De Groenlanders zijn echter naar het schijnt heel milieubewust en staan niet te springen om hun mooie landschappen ontsierd te zien door lelijke, vervuilende mijnen. Hendrik Schoukens, docent milieurecht, schrijft:
De huidige links-liberale coalitieregering op het eiland handhaaft het bestaande verbod op uraniumwinning en streeft niet actief naar een heropening van de sector. (DS 9/1)
Die grondstoffenontginning is ook niet echt nodig zolang je land massaal gesubsidieerd wordt.
***
De Standaard van 20 januari opent met de kop: ‘Europa riskeert meer met escalatie over Groenland dan VS.’ Het stuk zelf is een mengeling van bericht, analyse en opinie. Ik ben daar geen voorstander van, maar als de opinie mij bevalt, heb ik plots veel minder bezwaren.
Wat mijn opinie dan is? In a nutshell: Oekraïne is voor Europa oneindig belangrijker dan Groenland. Als we Trump kunnen overhalen al was het maar tien procent van de Amerikaanse steun aan Oekraïne te handhaven, dan moet Europa dat doen. Men zegt dat vleierij daarvoor niet zal volstaan. Dat is goed mogelijk. Bullebakken zouden niets dan minachting voor vleiers voelen. Maar het zou mij verwonderen dat de omgekeerde strategie van brutaliteit en loze dreigementen betere resultaten zouden opleveren.
Wat bondgenootschappen betreft: het beste zou zijn als Europa een onafhankelijke koers kan varen, maar áls het bij een van de machtsblokken móet aansluiten, dan liever bij Trump-Amerika dan bij Poetin-Rusland of Xi-China. Misschien zijn Poetin en Xi betere en intelligentere leiders dan Trump, ik ken die mensen niet, maar hun regimes zijn onvergelijkbaar erger op het vlak van democratie, mensenrechten en liberale vrijheden. Over buitenlande agressie kan gediscussieerd worden – geopolitiek is complex, moreel dubbelzinnig en vraagt veel speculatie – maar als ik de illegale kidnapping van Maduro afweeg tegen de illegale inval in Oekraïne, dan weet ik het wel.
***
Over de vleierij van Mark Rutte heb ik ook al geen mening. Maar in Davos heeft hij gezegd, en ik citeer letterlijk (DS 22/1) : ‘Het belangrijkste probleem is niet Groenland. Het belangrijkste probleem is nu Oekraïne.’ Hij heeft gelijk.
***
Toen Trump dreigde om Groenland desnoods met geweld te annexeren, stuurden de Europese landen enkele militairen naar het gebied. Dat was een dubbelzinnig gebaar. Het liet zogezegd zien dat de Europese Navo-partners bereid waren om Groenland te behoeden voor het Russische of Chinese gevaar, maar het suggereerde ook dat Europa bereid was om de VS militair te trotseren. Historicus Rob Falter (DM 21/1) brengt in dit verband een uitspraak van Mitterrand in herinnering. In 1989 waren de Franse ministers niet van plan om de Duitse eenmaking te aanvaarden. Een verenigd Duitsland kon een bedreiging vormen voor Frankrijk en Europa. Mitterrand hield zijn ministers toen voor: ‘We gaan de Duitsers toch de oorlog niet verklaren.’
Falter somt op hoe Europa om moet gaan met Trump. Hij geeft adviezen zoals: communiceer helder en bouw een echte tegenmacht op. Maar het is het eerste advies dat ik het leukste vind: ‘We gaan toch geen oorlog voeren met Amerika!’ In complexe situaties vergeet men wel eens om de evidenties voor ogen te houden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten