zondag 6 september 2015

Politieke scheldwoorden


De eerste der vuile trotskisten
   Een collega van mij heeft een verleden bij de Revolutionaire Arbeidersliga. Zelf hoorde ik bij een groep die tot 1979 ‘Alle Macht aan de Arbeiders’ heette. ‘Toch niet álle macht?’, vroeg onze retoricaleraar verschrikt, maar dit terzijde. De Revolutionaire Arbeidersliga – kortweg RAL – vond dat veel wijsheid te halen viel bij Marx en Lenin en dat vonden wij van onze kant ook. Daarna liep het mis. Die RAL-mensen haalden het in hun hoofd dat Trotski de legitieme erfgenaam van Lenin was. Hoe kwamen ze erbij? Het was juist Stalin die de beste vriend was van de arbeiders, de boeren en de zeelui. Het debat werd niet altijd in academische termen gevoerd; de scheldwoorden waren niet van de lucht.
    Ik heb aan mijn collega voorgesteld om die oude scheldwoorden nieuw leven in te blazen. Ik zou haar met ‘vuile trotskiste’ aanspreken en dan kon zij terugsissen dat ik een ‘smerige stalinist’ was. Het heeft niet gewerkt. De scheldwoorden zaten ons niet lekker. Op de sociale media is dat even anders. Daar vliegen ze je om de oren: de ‘corrupte’ PS’ers, de ‘arrogante’ liberalen, de ‘jaloerse’ sossen, de ‘twistzieke’ NVA’ers, de ‘bekrompen’ vakbonders, de ‘zelfgenoegzame’ groenen, de ‘hypocriete’ tjeven.
    Zou de wereld niet veel mooier zijn zonder al die scheldwoorden? Ik denk het wel. Het zou natuurlijk helpen als die PS’ers wat minder corrupt, die liberalen wat minder arrogant, die sossen wat minder jaloers, die NVA’ers wat minder twistziek, die vakbonders wat minder bekrompen, die groenen wat minder zelfgenoegzaam en die tjeven wat minder hypocriet waren. Maar zoals men zegt na een voetbalmatch waarbij de eigen club verloren heeft: het is wat het is … Ik weet in elk geval wat mijn werkpuntjes zijn.

Oorspronkelijk geplaatst op 23 december 2014

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen