donderdag 13 augustus 2026

De stijl van een chatbot


De stijl van een chatbot
     Omdat ik zelf dagelijks chatbots gebruik, is het ondankbaar van mij dat ik af en toe kwaad spreek over die heerlijke hulpmiddelen. Ik wijs dan op de fouten die ze maken als ik hen iets laat opzoeken, of over de saaie stijl van de AI-slop die ik op mijn schermen zie verschijnen. Maar wat ik schrijf, veroudert snel, omdat de chatbots snel verbeteren. Jurgen Ceder verwoordt het zo: de slechtste AI is deze die we nú gebruiken.
       Ik heb de chatbotstijl ooit vergeleken met het ideale antwoord op examenvragen. Ik gaf daar les over, en de chatbots passen al mijn richtlijnen nauwgezet toe, tot en met het gebruik van gedachtestrepen. Het resultaat is een stereotype stijl, met een soms opzettelijke vaagheid om toch maar fouten te vermijden.     Ondertussen is die stijl voldoende geëvolueerd zodat iemand als ik die nog moeilijk kan onderscheiden van schoolmeesterachtige schoonschrijverij door mensen. Maarten Boudry citeerde onlangs een stuk over de islamisering van Frankrijk. Hij vond het stuk inhoudelijk interessant en goed geschreven  – vivid and fluent – en inhoudelijk interessant, maar hoe verder hij las, hoe achterdochtiger hij werd. En dan kwam hij bij de conclusie van het stuk:

 You cannot save a country that has decided to destroy itself — slowly, voluntarily, and with a clear conscience. You did not fall, France. You chose to kneel. Goodbye, France.

     Boudry wist zeker dat zoiets door een chatbot was geschreven, en werd in die mening bevestigd door het gespecialiseerde programma Pangram. Ikzelf zou nooit zo zeker zijn geweest. Ik heb de indruk dat ik   in Franse en Amerikaanse tijdschriften honderden stukken gelezen heb die zo eindigen. Meer zelfs, in mijn eigen lessen over het schrijven van ‘verhandelingen’ noemde ik de pathetische slotzin als een van de mogelijke eindes van dat tekstgenre.
     Voorlopig schijnt Pangram nog altijd in staat om AI-teksten van menselijke teksten te onderscheiden, met behulp van heel ingewikkelde patroonherkenning. Maar de grove AI-kenmerken die een leek hanteert om het onderscheid te maken, zijn onvoldoende om het verschil te zien. Ik heb die kenmerken eens aan Grok gevraagd. Het zijn 

  1. Vage woorden zoals ‘wijzen op’, ‘in het kader van’, ‘essentieel’
  2. Retorische structuren zoals negatief parallelisme, triaden, gedachtestrepen, gelijkvormige opsommingen, veel verbindingswoorden, 
  3. Middellange zinnen onderbroken door af en toe een korte zin als opvulsel of als dramatisch of ritmisch stijlmiddel,
  4.  Rigide alineastructuur met aan het begin een samenvattende themazin.
  5. Lage informatie-dichtheid
  6. Voortdurende nuancering.  

   Dat zijn allemaal kenmerken die in mijn eigen stukjes terug te vinden zijn. Sommige van die stijlmiddelen heb ik op de schoolbanken geleerd. Het ‘negatief parallellisme’ was een van de eerste uitdrukkingen die we leerden in de lessen Latijn: ‘non solo, sed etiam’. En natuurlijk moet een opsomming gelijkvormig zijn.
     Sommige van die kenmerken probeer ik bij herlezing te bestrijden, zoals vage woorden en overdreven nuancering, maar omgekeerd voeg ik andere kenmerken achteraf nog toe: een extra verbindingswoord voor alle zekerheid, een themazin die de betekenis explicieter weergeeft, een herhaling die de informatie wat minder opeenpakt, een meer parallelle zinsstructuur waardoor de alinea beter samenhangt … 
Het AI-kenmerk waar ik het verst van verwijderd ben, is de ‘perfecte grammatica en spelling’, maar ook dat kenmerk komt geleidelijk tot stand dankzij de correcties die mij door oplettende lezers worden aangereikt.
     En toch gelijken mijn teksten voorlopig niet op chatbot-teksten. Ook daarvoor heeft Grok een verklaring die ik hier, enigszins aangepast, overneem:

 AI-slop voelt aan alsof iemand net alle retorische trucs heeft geleerd en ze overal tegelijk toepast, terwijl de inhoud gemiddeld en veilig blijft. Het mist idiosyncrasie, risico en concrete details. Eén enkel kenmerk bewijst niets – het is de voortdurende herhaling ervan die typisch is*. 

      Grok is zelf een AI-model, maar wat de bot hier zegt, is de zuivere waarheid. Elk goed stijlhandboek begint of eindigt met de raad om zeker niet álle raadgevingen die in het boek vervat zijn, toe te passen. 


* De oorspronkelijke Grok-alinea bevatte drie triades; ik heb er een laten staan.

3 opmerkingen:

  1. Moesten de arbeiders gedurende al de tijd verloren aan stakingen en strijd , gewerkt hebben, dan waren ze nu véél rijker geweest....

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Wanneer deed Charles Woeste die uitspraak?

      Verwijderen
  2. Citaat: "Men spreekt veel kwaad van Doorbraak, terwijl het toch erg goede stukken heeft."

    U klinkt als 'wij van WC eend'.
    Ik heb ooit regelmatig Doorbraak gelezen, en soms staan er interessante stukken in. Maar de hoofdteneur is toch 'meer van hetzelfde gezeur'. Natuurlijk doen de mainstream media dat ook, maar Doorbraak onderscheidt zich niet positief.
    Onderscheidt het zich dan veeleer negatief? Hangt ervan af met wat je vergelijkt, maar kwaliteitsjournalistiek is er ook maar met mondjesmaat te vinden.

    BeantwoordenVerwijderen