zondag 23 augustus 2026

Bosbranden, en het klimaat

Bosbrandpreventie (1)
 
    ‘Negen ministers waren in maart al gewaarschuwd voor het risico op bosbranden’. (DS 20/8). Zo’n kop is een normale journalistieke reflex. Er gebeurt een ramp – een aanslag op de Twin Towers – en dan gaat men graven of er geen rapporten bestaan die waarschuwden voor zo’n ramp. Die rapporten vindt men altijd. Een andere vraag is: welke maatregelen had men moeten nemen om die ramp te voorkomen, en hoeveel hadden die maatregelen moeten kosten? En hoeveel mogen de toekomstige maatregelen kosten gezien de risico’s in de toekomst? Moeten we als belastingbetaler een gewone verzekering nemen, een mini-omnium, een maxi-omnium, een omnium plus? En voor wélke van de talrijke mogelijke rampen moeten we de beste verzekering afsluiten?
Ik vermoed dat er in de ministeriële lades nog veel rapporten liggen die waarschuwen voor van alles en nog wat.


Bosbrandpreventie (2)
     ‘Bommenwerpers blussen geen branden.’ (DS 20/8). Het opiniestuk is van Luc Walleyn, een oude bekende. Hij heeft mij als advocaat verschillende keren verdedigd toen ik moest voorkomen wegens deelname aan verboden betogingen of wegens ‘weerspannigheid tegen de politie’. Ik zou het stuk eigenlijk moeten lezen. Maar de kop staat mij tegen. Nee, natuurlijk, bommenwerpers blussen geen branden. De kans is groot dat het artikel één grote parafrase is van die platitude. 


Klimaatcrisis
    ‘Alles is een crisis, behalve de klimaatramp.’ (DS 21/8). Joshua Livestro betreurt dat de Europese Raad – die hij te rechts vindt –  geen ingrijpender maatregelen neemt om de klimaatopwarming tegen te gaan. Het IPCC legt volgens hem te veel nadruk op de toekomstige gevolgen. 

De lens moet verschuiven van de toekomst naar vandaag. Rivieren zullen vanaf nu vrijwel standaard niet langer het hele jaar bevaarbaar zijn. Grote bosbranden worden een normaal fenomeen. 

Maar Livestro maakt zich illusies als hij denkt dat met het verschuiven van de lens de publieke opinie mee zal verschuiven: de lens is namelijk al lang verschoven. Bij het VTM-nieuws en -weerbericht bijvoorbeeld wordt elke hittegolf, elke ‘hittedode’, elke bosbrand en elke overstroming meteen in verband gebracht met het klimaat. En toch is het publiek het klimaat - terecht of ten onrechte - wat beu.
 
     Livestro heeft goede argumenten om te pleiten voor een ‘fierce urgency of now’. Maar dat maakt van de klimaatopwarming nog geen crisis. Ik zou het woord liever voorbehouden voor een probleem dat met maatregelen op korte termijn moet worden opgelost. De bosbrand in de Hoge Venen is een crisis. Die moet zo snel als mogelijk worden geblust. De klimaatopwarming is geen crisis. Welke dringende klimaatmaatregelen ons land, Europa of de hele wereld ook neemt, de bosbranden en de bevaarbaarheid van de rivieren zullen nog vele decennia minstens even dramatisch blijven.


Klimaat en subsidies
     In zijn zoveelste klimaatmanifest heeft Karel Verhoeven (DS 22/8) een ontdekking gedaan: een omwisseling van links en rechts. 

Wie goed luistert naar Bruno Tobback (Vooruit) en Andy Pieters (N-VA) in deze weekendkrant zit dat de vertrouwde ideologische stellingenoorlog … achterhaald is … Links springt onnatuurlijk in het ‘laat de markt toch innoveren’-gat dat rechts laat, en rechts omarmt het economisch conservatisme dat links doorgaans koestert om met subsidies industrieën overeind te houden.

     Ik heb het interview met Tobback en Pieters gelezen, en ik moest echt ‘goed luisteren’ om Tobback in het ‘laat de markt toch renoveren’- gat te zien springen. Hij heeft het vooral over alle subsidies die zouden moeten gaan naar groene maatregelen. Dat is ook logisch, want als de markt vanzelf voldoende innoveerde in de groene richting, was er geen nood aan een groen beleid zoals links en Verhoeven dat graag willen. De transitie zou er ook zijn, maar aan een trager tempo.
     Over rechts dat subsidiëring van industrieën voorstaat, heeft Verhoeven gelijk. Als men de internationale markt liet spelen, zou alle industrie uit Europa weggaan naar andere dele van de wereld. Rechtse politieke partijen willen dat om slechte sociologische en goede geopolitieke redenen vermijden. Linkse politieke partijen gingen zich vroeger ook sterk gemaakt hebben voor de ‘redding van de werkgelegenheid’ maar nu het industrieproletariaat veeleer radicaal-rechts stemt is hun electorale drijfveer voor zo’n beleid grotendeels weggevallen. 

 

Klimaatadaptatie en -mitigatie
     De klimaatverandering komt met een kost in de vorm van bosbranden, hittedoden, overstromingen, onbevaarbare rivieren enzovoort. Het is daarom nuttig om de hele kwestie zien in het licht van een kosten/baten-analyse. Hoeveel moeten we opofferen aan consumptievermogen om iets aan de klimaatverandering te doen?     Dat kan al meteen rol spelen om mitigatie (koolstofreductie om de bron aan te pakken) en adaptatie (airco en blushelikopters om de gevolgen te milderen). Wat is de economische kost van koolstofreductie? Wat is de economische kost van dijkenaanleg? Ik vermoed dat het heel moeilijk is om die kosten te vergelijken.
     Maar op andere vlakken is de vergelijking gemakkelijk. De voordelen van mitigatie situeren zich op de zeer lange termijn – omdat de reeds uitgestote koolstof blijft waar ze is – en de voordelen van adaptatie situeren zich op de korte of middellange termijn. Misschien nog belangrijker is dat de voordelen van mitigatie mondiaal zijn, terwijl die van adaptatie lokaal. De belastingbetaler kan zijn eigen blushelikopters – eigen, bij wijze van spreken – aan het werk zien op televisie.


Klimaat-‘drogreden’
     ‘Het heeft geen zin dat ons land, of zelfs heel Europa, haar koolstofuitstoot vermindert,’ hoor je soms. ‘Het is vooral de rest van de wereld die CO2 uitstoot, China en de VS.’ Thomas Rotthier noemde dat op X een excuus en een drogreden. Een excuus is het zeker, maar voor een drogreden bevat de stelling te veel waarheid. Hij erkende wel dat er zich een probleem van ‘freeriding’ stelde, maar ook dat geeft de zaak niet goed weer. Het is niet zozeer dat enkele landen profiteren van de inspanning die de rest van de wereld doet, het zou eerder zijn dat een minderheid van landen zich inspanningen getroost waarvan uiteindelijk niemand profiteert.

     Er zijn geloof ik vijf redenen om als Europa eventueel toch voorop te lopen in de energie-transitie.

  1. Alle beetjes helpen.
  2. We geven het goede voorbeeld.
  3. We hebben meer recht van spreken in internationale samenwerkingsverbanden
  4. Duurzame energie kan voor meer geopolitieke onafhankelijkheid zorgen
  5. Door (gesubsidieerd) onderzoek en innovatie kan een rendabele klimaatneutrale technologie ontstaan waar de hele wereld volgens een win-win scenario van profiteert.

    De drie eerste redenen vind ik heel zwak. 



2 opmerkingen:

  1. ....De voordelen van mitigatie situeren zich op de zeer lange termijn – omdat de reeds uitgestote koolstof blijft waar ze is –...
    Das nou een mooi voorbeeld van tegenspraak. Mitigatie is toch iets als mildering? Iets dat je doet tegen een fenomeen waar je niet veel aan kan doen. Meestal zijn mitigerende maatregelen zelfs futiel en typisch voor activisme (we moeten íets doen). Dus als er een effect is, zal dat op zeer korte termijn zijn of nihil bvb EV's tegen opwarming.
    En dat uitgestoten koolstof blijft waar ze is. Niet noodzakeijk waar. Na een vegetatiebrand neemt de hergroei de koolstof weer op. Tis een cyclusgeval, he.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Met mitigatie bedoelt men in klimaatcontext vooral vermindering van CO2-uitstoot. En zoals u schrijft: op korte termijn is het resultaat nihil. Maar u hebt wel gelijk dat er andere mitigatie-maatregelen mogelijk zijn die niet alleen de CO2-uitstoot maar de CO2 zelf verminderen, of die op andere manier de opwarming afremmen.

      Verwijderen