Iedereen heeft de zonsverduistering beleefd op zijn eigen manier ,en is dus een anekdote rijker om later aan kinderen en kleinkinderen te vertellen. Zelf stelde ik er mij niet veel van voor. Ik had de zonsverduistering van 1966 al meegemaakt. De meester had het verschijnsel in de klas grondig uitgelegd. We moesten een glasplaatje zwart maken met roet door het boven een brandende vetkaars te houden. En toen het grote moment was aangebroken mochten we op de speelplaats door het plaatje gaan kijken. Ik vond er niet veel aan.
Desondanks wilde ik vorige week woensdag graag een eclipsbrilletje bemachtigen. Als iedereen eentje heeft, dan ik ook. Ik ging dus naar een plaatselijke supermarkt die op FB had aangekondigd dat ze een grote voorraad hadden die vanaf woensdag 13.00 u aan de kasse te koop zou worden aangeboden. Ik fiets dus naar die supermarkt, wil meteen doorlopen naar de kassa en merk dan pas dat er zich een lange rij van wachtenden door de rayons van de supermarkt slingert, misschien een halve kilometer lang. De rij schiet echter goed op en ik heb al enkele honderden meter afgelegd als wordt omgeroepen dat de voorraad brilletjes uitgeput is. Ook niet erg.
’s Avonds kunnen we genieten van ons uitzicht op het strand waar honderden mensen zijn samengetroept om naar de eclips te kijken die, daar ben ik zeker van, esthetisch in het niets verdwijnt vergeleken met een doordeweekse zonsondergang in zee. Ik besluit dan maar naar een film te kijken die een zonsondergang bevat: King Solomons Mines – de versie van 1937, met Paul Robeson die enkele keren in zingen uitbarst. De versie van 1950, zonder zonsverduistering, heb ik als kind gezien. Op Youtube staat een schreeuwerige trailer van die film met Stewart Granger en Deborah Kerr. Ik hoop dat de schat met juwelen te zien zal zijn en jawel, die is te zien. Mijn vrouw kijkt mee en zegt: ‘Het zijn precies snoepjes.’ Dat doet mij plezier, want dat was ook mijn reactie 60 jaar geleden.
Desondanks wilde ik vorige week woensdag graag een eclipsbrilletje bemachtigen. Als iedereen eentje heeft, dan ik ook. Ik ging dus naar een plaatselijke supermarkt die op FB had aangekondigd dat ze een grote voorraad hadden die vanaf woensdag 13.00 u aan de kasse te koop zou worden aangeboden. Ik fiets dus naar die supermarkt, wil meteen doorlopen naar de kassa en merk dan pas dat er zich een lange rij van wachtenden door de rayons van de supermarkt slingert, misschien een halve kilometer lang. De rij schiet echter goed op en ik heb al enkele honderden meter afgelegd als wordt omgeroepen dat de voorraad brilletjes uitgeput is. Ook niet erg.
’s Avonds kunnen we genieten van ons uitzicht op het strand waar honderden mensen zijn samengetroept om naar de eclips te kijken die, daar ben ik zeker van, esthetisch in het niets verdwijnt vergeleken met een doordeweekse zonsondergang in zee. Ik besluit dan maar naar een film te kijken die een zonsondergang bevat: King Solomons Mines – de versie van 1937, met Paul Robeson die enkele keren in zingen uitbarst. De versie van 1950, zonder zonsverduistering, heb ik als kind gezien. Op Youtube staat een schreeuwerige trailer van die film met Stewart Granger en Deborah Kerr. Ik hoop dat de schat met juwelen te zien zal zijn en jawel, die is te zien. Mijn vrouw kijkt mee en zegt: ‘Het zijn precies snoepjes.’ Dat doet mij plezier, want dat was ook mijn reactie 60 jaar geleden.
Ik vind het vooral opmerkelijk hoe de gecombineerde media-inspanningen mensen zo massaal op de been krijgen om gaan te kijken naar iets dat even opwindend is als iemand die zijn hand voor een een nachtlampje heen-en-weer beweegt. Nu ja, smaken verschillen maar ik heb moeite om te verstaan dat iemand hiervoor een vliegtuigreis of ballonvaart onderneemt om dit natuurfenomeen te gaan bewonderen. Rare jongens, die mensen!
BeantwoordenVerwijderen