In ons eigenste land is
vijftig procent van de vrouwen ooit het slachtoffer geweest van seksuele
intimidatie, staat in een rapport van de Fundamental Rights Agency van de
Europese Gemeenschap (http://fra.europa.eu). Het rapport bevat
keurige tabellen waarin die intimidatie nauwkeurig wordt opgesplitst per
categorie: ‘wellustige blikken’, ‘seksueel getinte moppen’, ‘commentaar op het
uiterlijk’, ‘ongepaste uitnodigingen voor een afspraakje’ enzovoort, tot en
met: ‘verplichting om naar pornografie te kijken’ en ‘ongewenste aanrakingen en
kussen’. Ook wordt een verdeling gemaakt naar de frequentie van die voorvallen
in een vrouwenleven: ‘één keer’, ‘twee tot vijf keer’ en ‘zes keer en meer’. Hoe men bij dat alles een onderscheid maakt tussen onhandigheid, boersheid, intimidatie en agressie? De meningen lopen uiteen. In De Morgen deed Marc Didden zijn duit in het zakje. Dat de feministen niet moesten overdrijven: ruwheid en vernedering zijn erg, maar geklaag en gezeur ook. Ja, dat is waar. Blogster Yasmine Schillebeeckx riposteerde snedig met een sociale-mediacampagne onder de hashtag #wijoverdrijvenniet. Marc Didden had als man 0,0 ervaring met lastiggevallen worden als vrouw, vond ze. Ja, dat is óók waar.
Genuanceerde mensen vragen zich in zulke discussies vertwijfeld af: ‘Waar ligt de grens?’ Ik weet waar mijn grens ligt. In een reactie op de blog van Schillebeeckx schreef een volger: ‘Wordt het geen tijd dat De Morgen het voorbeeld van de BBC volgt en Didden de laan uitstuurt?’ Kijk, dat is onaanvaardbaar! Didden heeft zich niet schuldig gemaakt aan seksuele intimidatie: hij heeft geschreven over seksuele intimidatie.
Moi, je suis Charlie.
Oorspronkelijk geplaatst op 22 maart 2015.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten