donderdag 2 april 2026

Naakte nonnen in 'Sancta'


Bonny over ‘Sancta’
      Het beste aan Johan Bonny’s stuk (DS 1/4) over de ‘Sancta’-voorstelling is dat hij het gewoon in de krant plaatste, en niet op de radio voorlas. Dat zalvende katholieke toontje van hem is onverdraaglijk. ‘Leren ze dat op de priesterschool?’ vroeg mijn vrouw onlangs. En niet alleen de Vlaamse katholieken hebben dat. Als je op France 2 een mis hoort opdragen, hoor je het zelfde toontje dat onvermijdelijk de indruk van schijnheiligheid wekt.
     Dat Bonny de katholieke jongeren oproept om niét te betogen tegen de voorstelling maakt de zaak er niet beter op. Betogen is, binnen zekere perken, een onderdeel van de vrije meningsuiting. Maar daar wringt, geloof ik, de schoen. Mensen als Bonny houden niet zo van het vrije woord als het over godsdienst gaat. Het vrije woord is allemaal goed en wel, tot ze ‘diep gekrenkt worden’. Ik had eigenlijk liever gehad dat Bonny wél opriep tot betogen, zoals zijn katholieke medestandster Mia Doornaert doet in haar column. Zolang die katholieke jongeren maar niet betogen voor de herinvoering van de oude wet op godslastering. Die wet is in 2018 gecremeerd en kan beter niet uit haar as te herrijzen.
     Tegen de gevoelens van Bonny kan ik niets inbrengen. Wat iemand voelt, schrijft Elsschot, gaat een ander niet aan. En dat hij bepaalde dingen dieper voelt tijdens de Goede Week is ook helemaal zijn zaak. Maar wanneer hij begint te argumenteren, voel ik mijn vingers jeuken. Hij vergelijkt, langs een sluwe omweg, de opvoering van een blasfemische opera met de dreiging van geweld tegen de Joodse gemeenschap in Antwerpen. Dat is één van de slechte vergelijkingen in zijn betoog.
      Bonny schrijft dat de opvoering van ‘Sancta’ niet bijdraagt tot de ‘interreligieuze of levensbeschouwelijke dialoog in ons land’. Welnee, en moet dat dan?  Hij schrijft dat ‘geen enkel recht op zichzelf bestaat.’ Misschien niet, maar het recht op het vrije woord komt dicht in de buurt. Hij schrijft dat de initiatiefnemers van Sancta ‘zich niet kunnen verbergen achter het recht op ‘artistieke vrijheid’. Maar natuurlijk kunnen ze dat wel. De artistieke vrijheid is een oud en respectabel argument. Zelfs toen pornografische literatuur in Engeland en de VS nog wettelijk verboden was, werd door de rechters rekening gehouden met de artistieke waarde van een werk. Professoren in de literatuurwetenschap kwamen voor de rechtbank getuigen dat volgens hen Lady Chatterley’s Lover wél literaire kwaliteiten had.
     Na drie alinea’s rond de pot draaien, schrijft Bonny wat hem eigenlijk echt zo diep gegriefd heeft, niet bij het zien van een stuk, want hij heeft het stuk niet gezien, maar bij de gedá
chte dat een stuk, dat hij niet gezien heeft, wordt opgevoerd.

Evenmin past het om een nudistische persiflage te maken van het religieuze leven van zusters. Uiteraard voelden religieuzen zich diep gekrenkt door die banale parodie.

      Ik ken het stuk niet, maar hier neemt Bonny niet eens aanstoot aan spot met God of godsdienst, maar met de kerk. Nochtans behoort antiklerikale spot tot een traditie die zelfs in de katholieke middeleeuwen gedoogd en gewaardeerd werd. Ik wees daarop in mijn lessen literatuur als het ging over Karel ende Elegast, La Divina Comedia, Il Decamerone, Van den vos Reynaerde en zekere gedichten van Anthonis De Roovere. Dat de kerkmensen zelf daar niet mee kunnen lachen, begrijp ik. Nul n’est tenu à l’impossible.
      En dan komt er ook nog eens nudisme aan te pas: blote borsten! Is het dan die naaktheid op zich waar de bisschop van wakker ligt?  Niet helemaal.

 ‘Ik heb niets tegen naakte dames,’ verklaarde Bonny in Terzake.  ‘Mij gaat het om de identificatie met het religieuze leven. De actrices hebben allemaal een zusterkap aan … Als er een volk kan lachen, dan zijn het de christenen en de katholieken. Als het om naakt gaat, ga naar de kathedraal. Daar hangt sinds de tijd van Rubens meer dan genoeg. Humor hebben we wel, hier gaat het om respect voor mensen.’

     Ach die hedendaagse pastoors. Ze hebben geen probleem met naakt hoor, als het om te lachen is, of als het van Rubens komt, want dan is het excuus van de artistieke vrijheid wel geldig. Maar het blijft iets wat nog altijd vies genoeg is om het uit de buurt van het religieuze leven te houden.
       Zijn die pastoors altijd zo kinderachtig geweest? vraag je je af.  Daar moeten vroeger toch mannen bij geweest zijn die hun wereld kenden. Er bestaat een mooie anekdote over Paus Leo XIII, toen hij nog nuntius in Brussel was tussen 1843 tot 1846. Hij werd op een receptie benaderd door een vrijzinnige markies die hem een tabaksdoos liet zien met een pikante afbeelding van een naakte dame. De nuntius antwoordde gevat: ‘C’est très beau. Votre femme sans doute?’ Zijn er vandaag nog veel pastoors die zo
n superieur sarcasme kunnen opbrengen?
      Mag ik Bonny overigens aanraden om in het vervolg de opiniebladzijden van De Standaard te mijden? Hij zal niemand overtuigen die nog niet overtuigd is en hij mag zich de volgende dag verwachten aan een even zalvend antwoord, zoals dit keer van Drie Douibi, artistiek leider (DS 2/4) 

 ‘Sancta’ vertrekt van een opera uit 1922 en herneemt religieuze rituelen en symbolen om ze te bevragen en te herdenken. Het is confronterend, ja. Het schuurt. Maar het doet dat vanuit een fundamentele vraag die ook het christendom centraal stelt: hoe verhouden lichaam, schuld, liefde en gemeenschap zich tot elkaar … Die combinatie is geen tegenstelling. Ze is precies de rijkdom van een open samenleving: we kunnen tegelijk kunst beleven die bevraagt, en rituelen koesteren die verbinden.

      Hier wordt de bisschop indien niet overtroffen, dan toch geëvenaard op zijn eigen terrein. En er is voor hem nog een tweede reden om de opiniebladzijden van De Standaard te mijden. Hij moet altijd vrezen dat de eindredactie een illustratie kiest die de boodschap van zijn tekst ondergraaft. In dit geval moesten ze niet ver zoeken: een foto van de opvoering zelf, een naakt rolschaatsende non. Voor het bijschrift hebben ze wel even moeten nadenken: ‘Weinig appetijt voor het habijt.’ 



Sancta / Christendom / Islam
     Ik wou in de marge van de blasfemische ‘Sancta’-opvoering* niets zeggen over de verschillende houding die culturo’s aannemen tegenover christendom en islam. Veel anderen hebben dat al gedaan; wat kan ik er nog aan toevoegen? Maar nu is Tom Naegels (DS 6/4) er zelf over begonnen, en heb ik een excuus.
     Naegels plaatst de controverse rond Sancta in een historisch perspectief. Met de opvoering sluit men aan bij een ‘lange, rijke traditie’ om de individuele vrijheid te verdedigen tegen de macht van de katholieke kerk. Naegels vraagt zich af of die traditie vandaag nog zinvol is. Hij lijkt het wel op te nemen voor de christenen als een van de vele gediscrimineerde minderheden.

 De christenen roepen nu het recht in om … hun religieuze identiteit te beleven en daarin niet te worden beledigd of uitgedaagd, op dezelfde manier als trans personen, holebi’s, moslims … dat willen.

     Als het over ‘recht’ gaat, heb ik weinig zin om de historische dimensie te verkennen, maar wil ik de zaak liever van de principiële kant benaderen: zulk een ‘recht’ om niet beledigd te worden bestaat niet. Na enig nadenken moet ik echter toegeven dat de zaak voor degene die graag beledigt een morele afweging kan inhouden. Wie lichtzinnig van aard is en alleen wil spotten om zichzelf en anderen te amuseren zal er niet wakker van liggen. Naegels citeert Life of Brian en Bakske vol met stro. Maar wie zijn antireligieuze spot ziet als onderdeel van een groots maatschappelijk project, moet zich afvragen of de voordelen wel opwegen tegen de nadelen. De nadelen zijn bekend: de gekwetste gevoelens van de christenen, maar waar zijn vandaag nog de voordelen? Worden vandaag nog veel mensen onderdrukt door de katholieke kerk?
 
     Ook gebruikt Naegels het historisch perspectief om spot met het christendom en spot met de Islam een heel andere plaats toe te bedelen. 

Dat verklaart meteen waarom je, in het geval van de recente controverses, die christelijke symbolen niet zomaar kunt vervangen door islamitische of joodse: een opera met naakte vrouwen in een hijab … roept totaal andere associaties op. Er is niet dezelfde historische continuïteit. Wie dat niet ziet, begrijpt zijn eigen cultuur niet.

     Gelukkig zie ik die verschillende associaties wel. Maar ik zie ook een gelijkenis. Naegels beschrijft het vooroorlogse christendom als ‘een bekrompen dominante cultuur, die een verstikkend conformisme oplegt dat ongelijkheid in stand houdt.’ Is dat geen goede omschrijving van de rol die die godsdienst vandaag speelt in de Westerse moslimwereld? Misschien is dat conformisme iets minder verstikkend dan ik het mij voorstel en valt die ongelijkheid tussen man en vrouw beter mee dan ik denk**, maar wellicht blijft er nog genoeg over om bijtende spot op Allah en zijn profeet te rechtvaardigen – in de grote traditie van Gerard Reve, Hugo Claus, Monty Python en Urbanus. Dat zou een nieuwe traditie kunnen zijn die een oude traditie actualiseert, en die een waardiger vijand viseert dan het getemde christendom.
     Ik ben zelf niet van de bijtende spot. Ik weet ook niet of de bijtende spot van de vooroorlogse vrijzinnigen de secularisering versneld of vertraagd heeft. Maar als spotten met de islam voor ‘polarisering’ kan zorgen, sluit ook dat weer mooi aan bij een ‘lange, rijke traditie’, zoals beschreven in het negende hoofdstuk van Elsschots De verlossing, waarin pastoor Kips het opneemt tegen de goddeloze socialisten.

 * Ik heb de recensie in De Standaard (7 april) niet gelezen, maar wel een blik geworpen op de quotering: vijf sterren, vijf. En één zin heb ik wel helemaal gelezen: Het is allemaal ook gewoon geweldig grappig. Als iets gewoon geweldig grappig is, wil ik wel wat door de vingers zien. 

** Misschien was het conformisme in vooroorlogse katholieke milieus ook minder verstikkend dat de doorsnee vrijzinnige zich voorstelde. 


Grensverleggend
     Van schandaalverwekkende kunstwerken, opvoeringen en tentoonstellingen wordt wel eens beweerd dat ze grensverleggend zijn: Les demoiselles d’Avignon, Le sacre du printemps, Le salon des refusés. Tijdgenoten hadden de indruk dat ze met iets nieuws te maken hadden, en achteraf bekeken hadden ze gelijk. Maar die indruk is niet altijd terecht. Twee jaar geleden zag ik een toneelstuk dat German Staatstheater heette*. Het bevatte alle vernieuwende kenmerken die in de jaren ’70 gebruikt werden om de goegemeente te choqueren en waar ik als adolescent over gelezen had  in het weekblad De Nieuwe. Karel van het Reve vertelde dan weer over nieuwigheden in de jaren ’70 die hij als adolescent in de jaren ‘30 al had gekend. In 2025 lijkt het nieuwe op nieuwigheden van 1975 en in 1975 leek het nieuwe op nieuweheden uit de jaren ’30. Is er dan niets nieuws onder de zon? Of moeten we het nieuwe vooral zoeken buiten het smalle domein van de opzettelijke nieuwigheden?

* Zie daarover mijn stukje hier, onder het kopje ‘Experimenteel theater’



3 opmerkingen:

  1. Ach laat Bonny maar doen, hij is tenslotte bisschop en geen klimaatmeisje. Ik parafraseer hier Mia Doornaert die dan weer in dezelfde De Standaard stelt dat "Jezus geen doetje was" toen hij de geldwisselaars (kooplui?) uit de tempel verjoeg. Een late ABVV opstoot? Ze vergist zich wel eens vaker.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Achterhoedegevechten

    Ik heb de indruk dat we in een periode leven van achterhoedegevechten die er weinig toe doen. Er is een antikatholieke mijnheer die een stuk schrijft waarin blote mensen, verkleed als nonnen en priesters en andere religieuze personages, hun ding doen. Zoals bijvoorbeeld met een nonnenkap op in hun blote flikker op rolschaatsen over het toneel rijden. Wat ik best grappig vind trouwens. Ik heb het stuk niet gezien, dus ik heb het alleen maar van horen zeggen en van het bijhorend plaatje in het artikel. Het toneel zal wel weer een aanklacht zijn tegen de misbruiken van de kerk et cetera et cetera...een genre waarmee we de afgelopen halve eeuw wel vertrouwd geworden zijn en dat allesbehalve iets vernieuwends bijbrengt.
    Ook de repliek op het stuk is een vast genre. Mijnheer Bonny is ongelofelijk gekwetst en diep gekrenkt, net zoals de zusters die het voorwerp van spot zijn in het toneelstuk. Ik denk niet dat er veel nonnen zijn die diep gekrenkt zouden zijn als Mijnheer Bonny hen niet zou opgeroepen hebben om die gevoelens te hebben. Ik heb het even laten opzoeken door Mijnheer Chatgpt en die zegt droogweg: “Er zijn vandaag waarschijnlijk nog enkele duizenden (± 4.000–5.000) kloosterzusters in België, maar hun aantal daalt snel en de gemiddelde leeftijd ligt hoog.” Ik vraag me af hoeveel van die oude besjes van het blasfemisch spectakel gehoord hebben en hoeveel daarvan er zich iets van aantrekken. Ik heb alles bij mekaar het idee dat de opvoering een vrij elitaire aangelegenheid is. Het zijn dus elitaire vijgen na Pasen, want er zijn bijna geen nonnen meer. Net zoals de begijnen gaan ze de vergetelheid tegemoet in dit land.
    Het is net zoals met het Plaasteren Beeldjes Conflict. Enkele bevrijde geesten menen dat ze een “statement” moeten doen door wat oubollige katholieke symbolen te molesteren en enkele professionele katholieken menen daarop met gepast vertoon hun hartzeer te moeten uitdrukken. Geeuw. Dat was misschien een volwaardig thema in de jaren zestig toen de Vlaamse jeugd tijdens de obligate retraites nog serieus debateerde over het beruchte thema van de “voorhuwelijkse betrekkingen”. Ondertussen leven we in een wereld waarin naturisme (nudisme!) vrij algemeen aanvaard wordt, er in de gewone pers artikelenreeksen verschijnen over onderwerpen zoals parenclubs, homoseksuele koppels mogen trouwen en kinderen adopteren en pornografie even dagelijks is als de kalender van de Druivelaar.
    Ik vraag me af wie het belachelijkste is in dit opgeklopte conflictje.



    BeantwoordenVerwijderen