maandag 20 april 2026

Culturele impact van sociale media

Videobeeldcultuur
  
     Van de nieuwste verfilming van Wuthering Heights wordt gezegd dat de koortsachtige visuele stijl het verhaal op de achtergrond duwt. Arthur Goemans (DS 26/2) zag er een symptoom in: het was een film voor de jeugd die gewend is geraakt aan korte video-filmpjes op de sociale media. Die jeugd zou daardoor hoe langer hoe minder in lange verhalen geïnteresseerd zijn, zoals die vroeger in geschreven vorm werden verspreid en genoten. Hij betreurt het mogelijk verdwijnen van de geschreven cultuur die ons wetten, wetenschap en kritisch denken heeft geschonken.
      Is Goemans nu een zwartkijker? Beroepsoptimist Steven Pinker schreef op x.com een commentaar die heel nauw bij die van Goemans aansluit.

 Lezen en geletterdheid behoren tot de dingen die goed zijn voor ons, maar cognitief onnatuurlijk. Dat wil zeggen: ze gaan in tegen onze geëvolueerde natuur. We zijn niet geëvolueerd met drukwerk; dat is een recente uitvinding. Lezen is voor velen van ons zo vanzelfsprekend geworden dat we er simpelweg van uitgaan dat het de meest natuurlijke manier is om informatie te verkrijgen.Maar wat we hebben gezien, vooral in de afgelopen tien jaar, is dat veel mensen, in tegenstelling tot ons, veel liever luisteren en kijken dan lezen. Je ziet het gewoon: wanneer ik naar Google ga en een basisvraag stel over hoe ik mijn printer weer aan de praat krijg, krijg ik in een oogwenk vijf video’s te zien. Maar ik wil helemaal geen Seth die mij komt vertellen: “Hallo, welkom bij mijn show. Als je het leuk vindt, abonneer je en geef een like.” Ik wil gewoon mijn probleem zo snel mogelijk oplossen. Maar blijkbaar is er iets ongewoons aan mij, want mensen kiezen voor de video. En de enorme beschikbaarheid van video—van TikTok, van YouTube—betekent dat mensen misschien niet de oefening krijgen of de inspanning leveren voor geletterdheid, waarvan we mogen aannemen dat die een van de drijvende krachten was achter het stijgende IQ van de laatste eeuwen. 


Verbod voor kinderen?
    Ik heb al vaker geschreven dat ik de sociale media voor kinderen een slechte zaak vind, en daarom voorstander ben van een verbod. Voor Vlaanderen is er nu een verbod voor kinderen tot 13 jaar. Voor mij, en voor Koen Vidal (DS 16/4) mag dat gerust nog wat strenger. Twee bedenkingen bij het commentaar van Vidal. Hij framet de kwestie wel heel erg tégen Big Tech.

Veel ouders merken dat ze moeten opboksen tegen oppermachtige techbedrijven techbedrijven die topneurologen inhuren om via allerlei geraffineerde technieken zo veel mogelijk beslag te leggen op de speeltijd van hun kinderen.

     Zo heb ik dat nooit ervaren. Toen mijn zoon 16 was, was er weinig dat hij liever deed dan videogames als Grand Theft Auto en Fifa spelen. Na enkele uren achter het scherm vertoonde hij dan ontnuchteringsverschijnselen die mij ongerust maakten. Daar moest, vond ik, worden ingegrepen. Maar was dat nu opbotsen tegen mijn zoon, tegen mijn eigen laksheid, of tegen de boosaardige firma’s die hun spelletjes altijd maar aantrekkelijker maakten?
     Een tweede bedenking is deze. Vidal verwijst naar het boek van Jonathan Haidt: Generatie angststoornissen en noemt dat een ‘wetenschappelijke’ beschrijving van wat miljoenen ouders op microniveau voor hun ogen zien gebeuren. Dat boek van Haidt is een degelijk boek, een invloedrijk boek, een onderbouwd boek. Het is een boek dat dringend nodig was. Maar het is geloof ik verkeerd om het ‘wetenschappelijk’ te noemen. Het is alsof ik zou schrijven dat Maarten Boudry in zijn laatste boek wetenschappelijk beschrijft hoe de Verlichting verraden wordt.
     Dan rijst de vraag: mag de overheid een wet uitvaardigen op grond van een stevig vermoeden, zonder sluitend en definitief wetenschappelijk bewijs? Ik denk het wel. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten