Naïviteit over Iran
Wat je misschien nog het vaakst leest in opiniestukken over de oorlog tegen het Iraanse regime, is dat we niet in het ‘naïeve geloof’ moeten vervallen dat Trump en Netanyahu oorlog voeren met de ‘nobele bedoeling’ om de protestbeweging van de Iraanse burgers te helpen. Dat naïeve geloof zelf, ben ik echter nog niet vaak tegengekomen. Zoals ik ook nog niet veel linksen ben tegengekomen die de Ayatollah’s ‘steunen’. Ja, De Witte in zekere zin ...
Naïviteit over EU en Iran
Inzake Iran zijn er twee soorten naïviteit. De eerste soort bestaat erin om te geloven dat de Amerikaans-Israëlische aanval het regime zodanig verzwakt dat democratie en vrijheid in het land een kans zullen krijgen. Ik lees in onze pers veel over de ondoordachte strategie van de Amerikanen, en over de vele economische en militaire troeven van de taaie Ayatollahs, maar toch geef ik de hoop nog niet helemaal op. Dat is mijn soort naïviteit, die voortkomt uit onwetendheid en gebrek aan kennis. Ik kan niet met zekerheid voorspellen wat de toekomst zal brengen. Het verloop van krijgsverrichtingen valt moeilijk te voorspellen.
En dan is er de naïviteit van advocate Jasmine Malekzadem. Ze legt in een opiniestuk (DS 24/3) uit dat de aanvallen voor de bevolking alleen miserie brengen, zoals de ineenstorting van de voedselbevoorrading en van de medische verzorging, en dat die interventie er anderzijds niet in slaagt om het moorddadig-autoritaire regime ‘een stap achteruit te doen zetten.’ Malekzadem is met andere woorden niet naïef als het gaat om de intenties en de praktijken van de VS én ook niet als het gaat om die van de Ayatollahs. Maar dan schrijft ze
Precies daarom zet ik mijn joker in op de EU, die gelooft in de Westerse waarden en in de bescherming van de burgers. Alleen mag je van de Europese landen verwachten dat zij daarnaar handelen, en dus initiatief nemen. Lidstaten kunnen individueel of gecoördineerd strafrechtelijk onderzoek instellen, op grond van het beginsel van universele jurisdictie. Ze kunnen ook de VN-Veiligheidsraad bijeenroepen om de situatie in Iran door te verwijzen naar het Internationaal Strafhof.
De naïviteit zit hier niet in het geloof in de EU of in de Westerse waarden. Dat geloof is, for all I care, gerechtvaardigd. De naïviteit zit in het geloof dat ‘strafrechtelijk onderzoek’ en die ‘bijeenroeping van de VN-Veiligheidsraad’ ook maar iets kunnen veranderen voor de Iraniërs. Dat heeft niets meer met onwetendheid of onvoorspelbaarheid te maken. Iedereen weet precies wat er zal gebeuren als de Veiligheidsraad de bloedige Iraanse repressie op de agenda krijgt. Niets. Iedereen kan precies voorspellen wat een doorverwijzing van de Ayatollahs naar het Internationaal Strafhof zal teweegbrengen. Niets.
Advocate Jasmine Malekzadem (DS 30/3) gelooft niet dat topdiplomatie de situatie voor de Iraniërs kan verbeteren.
Indien diplomaten hun werk goed willen doen, dan voegen zij vooral een zestiende punt toe aan het 15-puntenplan met in het vet cursief gedrukt: ‘vrijheid en democratie voor de Iraniërs.’ Eens zien welke onderhandelaars uit Teheran dan nog rond de tafel komen zitten.
Ik weet zelf niet wat het beste is in deze zaak: oorlog of diplomatie. Je moet al optimistisch zijn om te denken dat één van de twee zal helpen om vrijheid en democratie naar Iran te brengen. Maar je moet héél optimistisch zijn om te geloven dat juridische veroordelingen dat wel voor elkaar zullen krijgen. Laat het Internationaal Strafhof maar veroordelingen uitspreken. Eens zien of de machthebbers in Teheran zich daar iets van aan zullen trekken.
Tijdens de Gaza-oorlog zat radicaal-links en linksliberaal ongeveer op dezelfde golflengte: de morele veroordeling van de ‘genocide’. Bij de Iran-oorlog is het enigszins anders. Radicaal-links gaat verder met de morele veroordeling van de VS, waarbij het impliciet de kant kiest van de Ayatollahs. Links-liberaal is echter minstens even gebeten op de Ayatollahs als op Trump. Denk aan Verfhofstadt die vindt dat het Iraanse regime zich niet kan beroepen op het internationaal recht. De links-liberale teneur is dan niet dat de oorlog onrechtvaardig is, maar dwaas en ondoordacht. De analyse komt erop neer dat het Iraanse regime militair over betere troeven beschikt dan de VS, en dat Trump de wereld in een economische crisis heeft gestort. Dat kan best waar zijn, maar ik vind het vervelend dat alléén die analyse in onze pers aan bod komt.
De argumentatie van Frans Timmermans
In De Standaard (DS 10 maart) draagt Frans Timmermans een aantal goede argumenten aan tegen de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen het Iraans regime. Ook legt hij krachtig de voordelen uit van het internationaal recht. Hij schrijft de lauwe houding van de Europese Unie terecht toe aan ‘de angst door de VS geheel in de steek te worden gelaten.’ Maar in zijn conclusies is zijn argumentatie minder stevig. De Europese Unie, schrijft hij, had een gezamenlijke verklaring moeten afleggen om het Amerikaanse optreden te veroordelen.
Zou dat helpen? Timmermans beweert van wel. Als de Europeanen ‘een gezamenlijke lijn weten te vinden, kunnen ze veel meer invloed uitoefenen dan elk voor zich.’ Zelf betwijfel ik of verklaringen zoals die van de Spaanse premier Sánchez veel indruk maken op Trump en Netanyahu, en ik betwijfel verder of het veel verschil zou maken als ze afgelegd werden door Ursula von der Leyen.
Ik zou hier als Europeaan het sereniteitsgebed van de Anonieme Alcoholisten toepassen, en aanvaarden wat ik niet kan veranderen (Iran) terwijl ik probeer te veranderen wat ik – misschien – kan veranderen (Oekraïne). Wie dat te hoog gegrepen vindt, kan ook terugvallen op de regel: pick your battles, een regel die zeker voor een zwakke partij van levensbelang is.
De analyse van Joren Vermeersch
Ik probeer mij voor te stellen dat ik nog altijd radicaal-links ben en dat ik het achtergrondstuk van Joren Vermeersch over Iran (DS 9/3) onder ogen krijg. Dat is niet zo gemakkelijk. Ik moet mijn ogen sluiten en denken aan de stukken in Le Monde diplomatique die ik als 18-jarige probeerde te lezen. Dat stond vol met ‘analyses’, maar dat was niet wat ik wou. Ik wou vurige ‘veroordelingen’ van het imperialisme lezen.’Wat had je aan analyses waarin niets ‘veroordeeld’ werd?
Ik veronderstel dat ik het vandaag zo zou aanpakken. Ik zou mijn aandacht niet verspillen aan de analyse van Vermeersch, maar wijzen op de kleine lettertjes onder het stuk: ‘Joren Vermeersch is adviseur op het kabinet van Defensie Theo Francken.’ Het stuk, zou ik mijzelf voorhouden, is ‘koren op de molen’ van Theo Francken die dit, of dat, of nog iets anders over Iran heeft gezegd.
Ludo De Witte
Wie als radicaal-linkse vandaag op zoek is naar vurige veroordelingen kan altijd terecht op de FB-pagina van Ludo De Witte. Veel van wat De Witte schrijft, wordt beschermd door een theoretisch pantser waar polemische spelden of kleine messen – mijn wapens – niet doorheen kunnen. Maar soms schrijft hij, zoals in zijn bericht van 8 maart, ook zinnen die om een polemisch antwoord smeken. Zoals:
De Zio-Amerikaanse agressie-oorlog heeft de strijd van brede Iraanse volkslagen voor democratische hervormingen en de val van de theocratie platgeslagen.
Ik wil dan graag, een beetje demagogisch, antwoorden: die strijd was al eens ‘platgeslagen’ een maand geleden en wel door krachten die u enkele weken geleden ‘nog enige anti-imperialistische en revolutionaire legitimiteit’ toeschreef.
De Wittes FP-bericht van 8 maart was door meer dan honderd mensen geliket. Voor een keer heb ik de namen eens snel doorgenomen en daar waren wel wat FB-vrienden bij die ik ken als redelijk-links. Als ikzelf een bericht like, betekent dat lang niet altijd dat ik met alles akkoord ga wat in dat bericht staat. Dat moet met die redelijk-linkse likers ook het geval zijn. Want de post van De Witte bevat zinnen als
Iran is een natie die vandaag de facto staat voor een wereldorde gebaseerd op internationale afspraken, diplomatie en respect voor soevereiniteit … Iran vecht vandaag voor ons allemaal – voor Gaza, voor Libanon, voor Europa en voor de wereld, want een nederlaag van de Zio-Amerikaanse moloch kan de wanhopige, onrealistische mars van Washington naar imperiale wereldhegemonie en een Derde Wereldoorlog stoppen.
‘Iran vecht vandaag voor ons allemaal … ‘ dat is, hoop ik, binnen het linkse kamp, een minderheidsstandpunt. Je zou kunnen zeggen dat De Witte niets anders doet dan de algemeen-linkse anti-Amerikaanse lijn ‘consequent door te trekken.’ Dat is waar. Maar redelijkheid van links en van rechts bestaat er vaak in om een lijn niét al te consequent door te trekken.
Links-liberale bombardementen
Ondanks alle - vaak terechte - kritiek op Trumps oorlog, citeert De Standaard opvallend veel opinies van Iraanse seculieren die - misschien naïef - hopen dat de bombardementen zullen helpen om de Ayatollahs omver te werpen. Die seculieren zijn geloof ik de bevolkingsgroep die het beste overeenkomt met de links-liberale Standaard-lezers en -journalisten.
Iraanse leiders uitschakelen
De Iraans-Amerikaanse historicus Arash Azizi schrijft op X:
Beseffen we dat het tot voor kort uiterst zeldzaam was dat landen, zelfs landen die met elkaar in oorlog waren, elkaars hoogste politieke functionarissen gewoon uitschakelden? Zijn we klaar voor het idee dat dit het ‘nieuwe normaal’ wordt.(DS 17/3)
Het is geloof ik geen inzicht waarvan velen wakker zullen liggen. Ik dacht onwillekeurig aan die potsierlijke scène in Ridley Scotts Napoleon, waarbij een Engelse scherpschutter de Franse keizer in het vizier heeft, maar van Wellington het verbod krijgt om te schieten wegens ungentlemanlike.
Ik wou ook wel eens weten of de Amerikaanse Grondwet nergens een artikeltje had dat de mogelijkheid voorzag om buitenlandse leiders uit te schakelen zonder regelrechte oorlogssituatie. Ik meende mij vaag een stipulering te herinneren waardoor het Congres de toelating kon geven aan kapers en premiejagers om op vijanden van de staat te jagen. Met de hulp van Grok vond ik al snel wat ik zocht: Art. I, Sect. 8 over de Letters of Marque and Reprisal. Maar hoezeer ik ook aandrong, Grok bleef volhouden dat die regeling niet van toepassing was op buitenlandse staatshoofden. Tenminste niet in vredestijd. En in oorlogstijd luistert het niet zo nauw.
Rechtvaardige oorlog in Iran
Het interview met geopolitiek analiste Michelle Haas in De Morgen (21/3) is heel goed. Ik heb onmiddellijk het boek besteld, maar ik moet eerst nog de dikke pil van Tocqueville gelezen krijgen. Haas gelooft dat De Wever een fout maakte door te spreken over ‘de oorlog die Oekraïne niet kan winnen.’ Ik heb in mijn stukje gewezen op het mogelijke voordeel van dergelijke uitspraken. Maar dat er nadelen aan verbonden zijn, is zeker.
Haas is van oordeel dat sommige oorlogen rechtvaardig kunnen zijn, en dat zoiets niet volledig afhangt van de formele legaliteit, of van het strikt defensieve karakter, ervan, maar bijvoorbeeld ook van de gevolgen. Ze vergelijkt bijvoorbeeld de oorlog tegen de Ayatollahs met die tegen het Qadhafi. Hieronder volgt een stukje uit het interview
- Is de oorlog in Iran rechtvaardig? Er was geen imminente dreiging. Israël greep de kans om Khamenei en zijn entourage uit de weg te ruimen. Zo is het toch begonnen?
- Zo is het begonnen, we weten niet waar het zal eindigen … Er is veel denkbaar, maar het is niet totaal uitgesloten dat op haast miraculeuze wijze de democratische krachten de overhand nemen. Dat is niet de prioriteit van de VS en Israël, maar het zou kunnen. En als de democratie in Iran wint, verandert ons oordeel wellicht.
- Een oorlog die zonder legitiem mandaat begint, kan rechtvaardig eindigen?
- Absoluut. Voor mij is dat ethisch gezien mogelijk. De situatie waarin de Iraanse bevolking zich na een democratische shift zal bevinden, is rechtvaardiger dan hun bestaan onder repressie … Het kan ook andersom, in Libië begon de oorlog met een legitiem mandaat en eindigde het in chaos. De uitkomst bepaalt voor mij in hoge mate of een oorlog rechtvaardig is. … We moeten wel een eerlijk gesprek kunnen voeren: welke crisis verdient onze aandacht? En is de inzet van militaire middelen in bepaalde situaties gerechtvaardigd?
- Is het in Iran gerechtvaardigd?
- Waarschijnlijk niet. Omdat de intentie van Israël en de VS niet het welzijn van de Iraanse bevolking is. Je mag het internationale recht schenden … maar alleen met humanitaire bedoelingen.
Ik ben het daar allemaal mee eens, behalve met die laatste hasty generalization. Humanitaire bedoelingen zijn volgens mij maar één aspect om de rechtvaardigheid van een oorlog te beoordelen, naast de legaliteit, de gevolgen, de defensieve aard, de rules of engagement, en de verantwoordelijkheidszin van de regeringsleiders. Maar ik verondertel dat Haas daar wel mee akkoord zal gaan.
Metaforen over de olie-kwestie
Mocht Iran niet over grote olievoorraden beschikken, dan zou de geopolitieke situatie in het Midden-Oosten er anders uitzien, dat weet iedereen. Zonder die olie was er nu wellicht geen oorlog tegen het Iraanse regime. Maar het verband tussen de olie en de oorlog is er een met verschillende tussenschakels – waarvan China de belangrijkste is.
In de radicaal-linkse agitatie heet het dat de imperialisten ‘beslag willen leggen’ op de Iraanse olie. Dat is een metafoor uit de juridische sfeer, met een deurwaarder die aanklopt. Door de metafoor vermijdt men om precies te zeggen wat er met die olie zou kunnen gebeuren. Tijdens de oorlog tegen het Iraakse regime werd de metafoor ook gebruikt. Het was zogezegd een oorlog van de Amerikaanse multinationals die ‘beslag wilden leggen’ op de olievoorraden. Achteraf is er in Irak weinig olie in beslag genomen. Er zijn wel veel olieconcessies toegewezen, maar vooral aan multinationals die niet Amerikaans waren.
De beeldspraak van de inbeslagname is mij ondertussen zo gaan tegenstaan, dat ik blij ben met elke andere metafoor die ik in de olie-context tegenkom. Die van Inge Ghijs bijvoorbeeld in De Standaard van 9/3. Zij heeft het weliswaar over olievoorraad van Venezuela, maar het komt op hetzelfde neer. Trump wilde zich verzekerd zien van ‘een dikke vinger in de pap’. Met die vage metafoor geeft Ghijs aan dat ze wel weet dat de kwestie complexer is dan een ‘inbeslagname’.
* Een simplistisch verband tussen geopolitiek en olie noemt mijn geestige FB-vriend Michel Berger een ‘reductio ad oleum’
De Witte van Zichem schreef ettelijke boeken om Lumumba heilig te verklaren. Toegegeven, die werken zijn erg goed geconsulteerd en gedocumenteerd. En het was ook niet erg proper wat ze Lumumba lapten, maar dat waren vooral Mubutu en Tchombé. Maar wat Iran betreft begint de man nu toch te raaskallen.
BeantwoordenVerwijderen