zaterdag 14 maart 2026

Niet-productieve arbeid.


Productieve en niet-productieve arbeid
     Er is naar aanleiding van de pensioenhervorming veel gedebatteerd over de ‘zorgtaken’ in en rond het gezin die vaak door vrouwen worden opgenomen. Een praktische vraag daarbij is of die zorgtaken financieel zouden moeten worden vergoed, met een soort premie voor ‘moeder aan de haard’. Een meer theoretische vraag is of die ‘zorgtaken bijdragen tot de economie.’ Dat hangt er er onder andere van af wat je verstaat onder ‘bijdragen’ en onder ‘economie.’
       Economen als Karl Marx en Friedrich Engels hebben daar diep over nagedacht. Zij maakten een onderscheid tussen ‘productieve’ en ‘niet-productieve arbeid.’ De finesses ben ik vergeten, maar ik herinner mij wel een brochure die ik daar 50 jaar geleden over gelezen heb. Die brochure bevatte, naar ik mij herinner, vooral teksten van Engels. Nu was daar een treffende redenering bij. Engels – als hij het was – argumenteerde dat men het masturberen van een bankbediende niét als productieve arbeid kon beschouwen, ook al zorgde dat ervoor dat hij de volgende dag met een fris hoofd op kantoor verscheen. Ik ben niet zeker van de details. Ik meen mij te herinneren dat die bankbediende – als het een bankbediende was – een ‘blockhead’ werd genoemd.
     Ondertussen is die borchure, Sunschrift nr 26, niet meer in mijn bezit. Ik zal ze ook niet op het internet gaan zoeken. Maar ik wilde wel eens weten of mijn chatbots mij aan het oorspronkelijke citaat konden helpen. Dat konden ze zeker. In één twee drie kreeg ik drie verschillende citaten, in onberispelijk Duits, waarin het over ‘Onanie’ of over ‘selbstbefriedigende Tätigkeit’ ging, met bronvermelding erbij. De ene chatbot had het citaat gevonden in een brief van Engels, een andere in een brief van Marx, en nog een andere in Theorien über den Mehrwert, Teil 1. Wanneer ik dan die brief of die Theorien consulteerde, was dat citaat natuurlijk niet te vinden. Toen ik de chatbots daarop wees, gaven ze deemoedig hun fout toe en begonnen te ouwehoeren over studentenorganisaties in de jaren 70 die allerlei apocriefe Marx-citaten in omloop hebben gebracht.
       Ik heb de kwestie ondertussen al lang onder de rubriek valse herinneringen ondergebracht. Maar wat er precies vals is aan de herinnering weet ik niet. Ik kan niet álles verzonnen hebben. Het waarschijnlijkste scenario is dat de tekst ergens een voetnoot bevatte die niet van Marx of Engels was, maar van iemand anders. Misschien geef ik de redenering zelf niet juist weer. Misschien kwam die ‘blockhead’ in een andere context ter sprake. Maar ik meen mij wel de jongensachtige toon van de tekst te herinneren die Marx en Engels tot op hoge leeftijd bleven gebruiken in hun briefwisseling, ook als ze over geleerde onderwerpen bespraken.


1 opmerking:

  1. Oh dus dààrom ken ik nogal wat mannen met een éénmansvennootschap die een licht hoofd hebben, ze mogen veel aftrekken.

    BeantwoordenVerwijderen